Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage van Rehwinkel PvdA aan de begroting Algemene Zaken

Datum nieuwsfeit: 09-10-2001
Bron: Partij van de Arbeid
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 9 oktober 2001

GESPROKEN TEKST GELDT!!!

Bijdrage van Peter Rehwinkel (PvdA) aan de begroting Algemene Zaken

MdV,

De politiek is een ongewis vak. Misschien voeren wij vandaag voor de laatste maal het begrotingsdebat met minister van Algemene Zaken Kok, tevens minister-president. Hoe lang een volgende kabinetsformatie zal duren, weten we niet. Dat is weleens opgelopen tot zeven maanden. Daarom heb ik me erover verbaasd, dat bij de algemeen politieke beschouwingen van een paar weken geleden iedereen zeker leek te weten dat het de laatste van Wim Kok waren. Daarin zat misschien ook een deel van het ongemak van de minister-president, toen zoveel lovende woorden over hem ten afscheid werden uitgestort. Zeker is wèl dat voor het premierschap een nieuwe periode aanbreekt.

Bij de afsluiting van het huidige tijdperk geldt, wat premier Kok twee jaar geleden zelf zei over die functie: "Het denken staat niet stil." Dat is in de twee jaar sindsdien ook gebleken. De minister-president zei toen al: "wat dat betreft is er 'never a dull moment".

Nooit saai nee; wel verhelderd is de positie van de minister-president. Nadrukkelijk is vorig jaar de rol van de premier als regeringsleider bevestigd op een wijze die mogelijk nog bestaande misverstanden uit de weg heeft geruimd.

Het denken staat ook elders niet stil. Zo sprak onlangs

VVD-fractieleider Dijkstal in Vrij Nederland over zijn verzet tegen de ontwikkeling in de rol van de minister-president. Dit verzet strekt verder dan het terrein van het buitenlands beleid, meldde hij. Ik citeer hem: "Mijn verzet is fundamenteler. Het gaat me echt om de positie van de premier, ook in de binnenlandse politiek." Hij zette daarvoor enkele aanvalslijnen uit. '"Oplossing 1" noemde hij: "Ken uw staatsrecht." Dit schrijft volgens de heer Dijkstal voor "dat een premier zich zo min mogelijk op het terrein van zijn collega's moet begeven." Ik heb dat even niet in mijn wetboeken kunnen vinden; wat wèl in de Grondwet staat, en mijn fractie wil vooral dáár aandacht voor vragen, is dat de minister-president als voorzitter van de ministerraad een bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor het algemeen regeringsbeleid en voor de eenheid van dat beleid. Volgens de heer Dijkstal zou de minister-president zich politiek moeten laten neutraliseren en als een medewerker van de rijksvoorlichtingsdienst de besluitenlijst van de ministerraad dienen voor te lezen aan de media.

Hij zou ook niet aanwezig moeten zijn bij debatten als over de derde
woensdag van mei, waarin de regering verantwoording aflegt voor haar feitelijke daden. Evenmin zou de premier nog politiek leider moeten zijn of moeten willen zijn, hetgeen past binnen een liberale traditie waarbij de politiek leider per definitie niet in het kabinet zit, aldus de heer Dijkstal. Aan hem dan de taak om de vraag te beantwoorden wat vice-premier Hans Wiegel anders was dan de politiek leider van z'n VVD. Of de vraag wat

vice-premier Rudolf de Korte anders wilde zijn, totdat bleek

dat zijn leiderschap geen onverdeeld succes werd. Ik ben niet zo thuis in liberale tradities, maar deze durf ik voluit te betwisten. Wat is vervolgens de reden dat de VVD de politieke werkelijkheid sinds Biesheuvel van het samenvallen van premierschap en politiek leiderschap zo expliciet wenst te negeren?

MdV,

De visie van de heer Dijkstal op het premierschap kwamen wij in ons land eerder tegen. In 1946 vond KVP-fractieleider Romme al dat de premier, toen de heer Schermerhorn, teveel armslag kreeg en nam. Diens opvolger, minister Beel van Binnenlandse Zaken, zou volgens Romme het premierschap best kunnen combineren met de leiding van een vakdepartement. Beel, ook KVP-er, heeft er snel voor gezorgd dat van deze oplossing weer werd afgezien. Zij bleek even naïef als onwerkbaar te zijn. Het ministerie van Algemene Zaken moest er opnieuw voor worden opgericht.

"Ken uw staatsrecht" stelt Dijkstal terecht en dat lijkt geen overbodige oproep. In het AZ-debat van 1999 zei minister president Kok het volgende over zijn ambt: "Zoals het dunne velletje waarop een memorie van toelichting staat, zo is de rol van de MP erg bescheiden, maar toch draagt deze een grotere verantwoordelijkheid." Juist omwille van die grotere

verantwoordelijkheid is het naar onze mening een misvatting te denken dat de premier wel weg kan blijven als de regering integraal verantwoording hoort af te leggen. Juist omwille van die grotere verantwoordelijkheid is naar de mening van de PvdA-fractie de voorstelling van zaken alsof je bij het aanspreken van de premier meteen al in partijpolitiek vaarwater terechtkomt, evenzeer een misvatting. De voorbije jaren hebben wij met rampen als in de Bijlmer, Enschede en Volendam moeten ervaren hoe noodzakelijk een gecoördineerd optreden van de overheid en zeker ook een agenderende rol van de premier binnen de ministerraad is. De huidige internationale situatie toont bovendien de volstrekte noodzaak van een minister-president met gezag aan. De wenselijke taak van de minister-president werd wat ons betreft verder goed zichtbaar bij de totstandkoming van de jongste Verkenningen.

De PvdA-fractie ziet ook in de toekomst alle reden tot een actieve, betrokken maar vanzelfsprekend wel evenwichtige opvatting van het premierschap. Bescheiden qua domein, nadrukkelijk en herkenbaar verantwoordelijk als regeringsleider.

Zo heeft men in het buitenland de Nederlandse minister-president eveneens leren kennen. De rol van de premier op het terrein van het internationaal beleid, en dan met name binnen Europa, is zeer gegroeid. Reeds tientallen jaren worden Europese topconferenties van staatshoofden en regeringsleiders gehouden. Alweer vijftien jaar geleden kreeg de Europese Raad ook juridisch een plaats, in de Europese Akte van 1986. Ik heb overigens de indruk dat men de afgelopen decennia al handelde naar een volgende wijze les die de heer Dijkstal in het VN-interview meegaf: zoek praktische oplossingen voor het geval de minister-president persoonlijk in het buitenland moet optreden.

Toch moet je soms ook structureel iets regelen. In dit verband is interessant, dat het regeerakkoord van 1998 een versterking in het vooruitzicht stelde van de coördinerende rol van de minister van Buitenlandse Zaken op het terrein van het buitenlands beleid. Een paar weken geleden is ter uitvoering van deze afspraak een brief van de minister van Buitenlandse Zaken naar de Kamer gestuurd, waarin bijvoorbeeld melding wordt gemaakt van de oprichting van een 'centre of excellence' en een 'forward strategy unit' op dit ministerie. Wat ons teleurstelt, is dat de brief slechts zeer beperkt ingaat op de relatie tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en dat van Algemene Zaken. Behoefte aan aandacht hiervoor bleek in de Kamer tijdens de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken van vorig jaar wel degelijk te bestaan. Van het coördinerende ministerie Buitenlandse Zaken mag toch verder een visie worden verwacht op het functioneren van de Europese Raad, ontwikkelingen die daarin worden gesignaleerd en vooral ook: ontwikkelingen die als wenselijk worden gezien. Mijn fractievoorzitter heeft tijdens een lezing aan het instituut Clingendael een politieke versterking van de Algemene Raad van ministers van Buitenlandse Zaken bepleit, die het functioneren van de Europese Raad ten goede zou komen. Een minister van Europese Zaken, op zijn beurt, zou in ons land herkenbaarder politieke leiding moeten geven aan de Europese coördinatie tussen de departementen en in de ministerraad. Die minister van Europese Zaken zou weer deel kunnen gaan uitmaken van een coördinatieraad op Europees niveau, die ook door Jacques Delors wordt bepleit. Ik stel het zeer op prijs als de minister-president zijn visie zou willen geven op de rol van de premier binnen Europa en mogelijke wijzigingen in de Nederlandse EU-coördinatie. De positie van de premier op het Europese vlak hoort glashelder te zijn - zeker ook voor collega-ministers.

MdV,

Bij de wenselijke verheldering van de positie van de minister-president is ook een stap vooruit gezet als het gaat om zijn verantwoordelijkheid voor het staatshoofd en de overige leden van het Koninklijk Huis. Dit gebeurde in het kader van de monarchienotitie, die wij het vorig jaar bij deze gelegenheid bespraken. De PvdA-fractie gaat ervan uit dat de heldere verantwoordelijkheid van de premier tevens geldt voor de gesprekken die, blijkens de Volkskrant van de afgelopen dagen, door Koningin Beatrix over de toekomst van de monarchie worden gevoerd.

Met name wat betreft de reikwijdte van de ministeriële verantwoordelijkheid is het kabinet terecht van plan nog een nadere stap te zetten; U kent onze opvattingen over beperking van de omvang van het Koninklijk Huis. Bij de behandeling van het wetsontwerp tot goedkeuring van het huwelijk van prins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta zei de premier, dat de regering waarschijnlijk in dit najaar een wetsontwerp zou indienen. In de memorie van toelichting bij de begroting Algemene Zaken zou enige aanduiding van verder tijdsverloop en procedure worden gegeven.

Ik kom in die memorie van toelichting slechts tegen, dat nog deze kabinetsperiode een wetsvoorstel zal worden ingediend. Wij zouden het toejuichen als dit kabinet het wetsvoorstel ook nog ten overstaan van de Staten-Generaal zou kunnen verdedigen.

MdV,

Toen wij hier in 1999 over de facetten van het premierschap spraken, zei minister-president Kok: "Een duizendpoot moet je zijn, absoluut. Zelfs als je het niet leuk vindt, word je nog gedwongen het te zijn." Maar het is wel leuk, zei Wim Kok. "Ik kan het iedereen aanbevelen."

Graag zeg ik de minister-president na dat ook het debat over die duizend en een dingen, die de premier heeft te behartigen, heel leuk kan zijn. Zeker als zo'n duizendpoot dit lijkt te waarderen, door te reflecteren op de naar voren gebrachte onderwerpen. Ik neem geen afscheid, want je weet maar nooit... en zien we elkaar volgend jaar!

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie