Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Overzicht van de EU-maatregelen na terreuraanslagen VS

Datum nieuwsfeit: 17-10-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: European Commission
Zoek soortgelijke berichten
European Commission

DOC/01/15

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 17.10.2001
COM(2001) 611 definitief

Verslag van de CommissieOverzicht van de EU-maatregelen na de gebeurtenissen van 11 september en evaluatie van de verwachte economische gevolgen
I Overzicht van de EU-maatregelen na de gebeurtenissen van 11 september
Sinds de tragische gebeurtenissen van 11 september heeft de Europese Unie zowel op het thuisfront als op internationaal vlak snel en beslist gereageerd. Zij heeft blijk gegeven van haar solidariteit met de regering en de bevolking van de Verenigde Staten en haar steun voor de thans aan de gang zijnde militaire actie beklemtoond. Alle dertien kandidaat-lidstaten hebben meteen hun instemming betuigd met de standpunten van de Unie. De Commissie en de Raad zijn volop bezig met een omvattende reeks tegenmaatregelen op diplomatiek, economisch, financieel, politiek en veiligheidsvlak. Er hebben vergaderingen op ministerniveau plaatsgevonden met de Verenigde Staten en er is een topontmoeting geweest met Rusland. Voorzitter Prodi en Premier Verhofstadt zijn na de buitengewone vergadering van de Europese Raad op 21 september naar Washington gereisd.
De EU-trojka heeft een bezoek gebracht aan Pakistan, Iran, Saoedi-Arabië, Egypte en Syrië. Dit bezoek maakte deel uit, naast de activiteiten van individuele lidstaten, van een gezamenlijke poging van de Unie om de internationale coalitie tegen het terrorisme vorm te geven.
Het Europees Parlement heeft tweemaal gedebatteerd over de ontwikkelingen en op de politieke solidariteit ook daden laten volgen. Niet langer dan twee dagen na de goedkeuring door de Commissie, hechtte het Parlement zijn goedkeuring aan het voorstel voor een verordening om de tegoeden van organisaties en personen die verdacht worden van steun aan of financiering van terroristische activiteiten te bevriezen.
De volle omvang van alle ondernomen acties staat beschreven in het routeschema voor de reactie van de EU op de gebeurtenissen van 11 september dat door de Raad Algemene Zaken is aangenomen. Dit is een "dynamisch" document, hetgeen betekent dat het voortdurend wordt geactualiseerd.
De Europese Unie heeft met grote vastberadenheid en doeltreffendheid op deze gebeurtenissen gereageerd. Door nauwe samenwerking en het formuleren van één coherent antwoord dat een waaier aan maatregelen omvat, heeft de Unie de nieuwe internationale agenda mede bepaald. Door in te spelen op de bezorgdheid van de burger in de huidige en toekomstige lidstaten van de Unie, is een bijdrage geleverd tot het herstel van het vertrouwen en een terugdringen van economische instabiliteit. Lopende maatregelen van de Europese Unie
Stabilisering van de financiële markten


* De Europese Centrale Bank (ECB) heeft onmiddellijk maatregelen getroffen om na de aanslag de marktliquiditeit te vrijwaren en heeft op 17 september samen met andere centrale banken de intrestvoet met 0,5% verlaagd.

* De Raad en de Europese Raad hebben met hun conclusies in de dagen na 11 september ernaar gestreefd het vertrouwen van de markt actief te stimuleren.

Een gemeenschappelijke aanpak tegen het terrorisme
* Een omvattend actieplan is aangenomen door de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, en de Commissie heeft reeds wetgevingsvoorstellen gedaan voor een gemeenschappelijk wettelijk raamwerk voor het terrorisme (definitie, straffen), en voor een Europees arrestatiebevel ter vervanging van de nationale uitleveringsprocedures.

* Men is het erover eens de samenwerking tussen de inlichtingendiensten en de politie dringend te versterken (Europol en Eurojust) zowel binnen de EU als met derde landen, met name de VS.

* De Commissie heeft maatregelen voorgesteld ter versterking van de veiligheidskenmerken van de gemeenschappelijke inreisvisa.
* Er wordt nagedacht over de vraag hoe de bestaande EU-wetgeving (bv. inzake asielbeleid of financiële markten) "terrorismebestendig" kan worden gemaakt.

Financiering van terrorisme en financiële misdaad
* Een bevriezing van tegoeden over heel de EU van personen en organisaties die worden verdacht van financiering of ondersteuning van de terreurdaden is ten uitvoer gelegd overeenkomstig de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
* De werkzaamheden zijn versneld om een definitief akkoord te krijgen over de wijzigingen van de witwasrichtlijn. Met deze wijzigingen worden de bestreken transacties en de reeks beroepen waarvoor een rapportageverplichting geldt, uitgebreid.
* De werkzaamheden voor een voorstel voor een richtlijn inzake marktmisbruik worden versneld, om te vermijden dat terroristen en andere misdaadbenden misbruik maken van de financiële markten.
* Een wederzijds controlesysteem door financiële deskundigen uit de lidstaten en de Commissie zal nagaan hoe de kandidaat-lidstaten de anti-witwas-maatregelen omzetten. Dit zal geschieden in het kader van de regelmatige controle op de omzetting van de regelgeving voor financiële diensten door de kandidaat-lidstaten.
* De Commissie zal een leidende rol spelen om de internationale "Financial Action Task Force" (FATF) te versterken, met name voor een actualisering van haar mandaat en de bestaande aanbevelingen zodat zij de financiering van terrorisme kunnen bestrijken.
* Er wordt nagedacht over de vraag hoe men grote geldstromen over de buitengrenzen van de Unie heen aan douanecontroles kan onderwerpen. Dit kan nodig blijken om leemten in de witwaswetgeving op te vullen.

Humanitaire hulp

* De Europese Unie heeft steun ten bedrage van meer dan 310 miljoen euro vrijgemaakt (waarvan meer dan 100 miljoen euro door de Commissie) om het noodlijdende Afghaanse volk in de volgende maanden te helpen.

* In een onmiddellijke reactie heeft de Commissie voor 5,5 miljoen euro aan noodhulp toegekend. Ingevolge het verzoek van de Commissie hechtten het Europees Parlement en de Raad hun goedkeuring aan het vrijmaken van een aanvullende humanitaire steunverlening ten bedrage van 40 miljoen euro en stemden zij in met het verzoek van de Commissie tot een aanvullende 10 miljoen euro. Naargelang van de evolutie van de internationale toestand kunnen nog verdere verzoeken nodig blijken.
* De Commissie heeft via haar Bureau voor humanitaire hulp (ECHO) een coördinatiemechanisme ingesteld om voor de Europese humanitaire hulp een maximale impact te verzekeren.
* Aanvullende 6 miljoen euro voor voedselhulp is ter beschikking gesteld van het Wereldvoedselprogramma.

Beveiliging van het luchtruim

* De Commissie heeft een verordening voorgesteld om in heel de Unie uniforme veiligheidsnormen in te voeren. In het licht van het verslag van de groep van deskundigen op hoog niveau (gepresenteerd aan de ministers van Verkeer op 16 oktober) zullen verdere maatregelen inzake de beveiliging van het vliegverkeer en de luchthavens worden voorgesteld.

* De Commissie heeft ook maatregelen geschetst om luchtvaartmaatschappijen in de EU bij te staan om het hoofd te bieden aan de directe gevolgen van de aanslagen, met inbegrip van de impact op het vertrouwen van de passagiers (bv. hogere verzekeringspremies, beperktere garantie, verliezen ten gevolge van het sluiten van het VS-luchtruim, bijkomende kosten voor de veiligheid).

* De Commissie zal haar inspanningen versnellen om een gemeenschappelijk transatlantisch luchtruim te ontwikkelen. Als een eerste stap (totdat de Raad een onderhandelingsmandaat verleent) zal de Commissie streven naar een gedragscode met de Verenigde Staten met het oog op gelijke concurrentievoorwaarden.
* Er werden aanbevelingen geformuleerd voor de "International Civil Aviation Organisation" met het oog op een verscherping van de internationale veiligheidsvoorschriften voor vliegvelden en vliegverkeer. Deze organisatie zal deze kwestie nu op initiatief van de EU aankaarten.

* De herziening door inspectiedeskundigen van de veiligheid op de luchthavens wordt momenteel op verzoek van de Europese Raad door de Commissie aangepakt. De lidstaten aarzelen echter hiervoor inspecteurs ter beschikking te stellen. Er wordt samen met de VS een groep op hoog niveau opgezet met het oog op de coördinering van maatregelen voor de veiligheid van het luchtruim en van ondersteunende maatregelen voor de luchtvaartindustrie om de concurrentie niet uit balans te brengen.

Versterking van het internationale wettelijke kader
* De Europese Raad van 21 september heeft opgeroepen tot een spoedige toepassing van de bestaande conventies over terrorisme en heeft zijn steun uitgesproken voor het voorstel van India voor een algemene kaderconventie tegen het internationale terrorisme. Er wordt gestreefd naar een spoedige goedkeuring van de bestaande VN-instrumenten in de lidstaten van de EU en derde landen. Deze specifieke conventies dienen echter te worden versterkt en aangevuld. De EU speelt bij dit Indiase initiatief, dat op 15 oktober in New York is gelanceerd, een actieve rol.

Burgerbescherming

* Op 11 september is het alarmsysteem van de eenheden voor burgerbescherming van de Commissie 24/24 uur geactiveerd. Enkele onderdelen van de eenheid zijn in gereedheid gebracht voor steun aan de VS, zoals opsporings- en reddingsploegen, medische hulp, identificatieteams en psychologische bijstand.
* De directeuren-generaal bevoegd voor de burgerbescherming in de lidstaten hadden een ontmoeting op 12 oktober. Zij bevestigden hun voornemen om de samenwerking tussen de voor burgerbescherming verantwoordelijke autoriteiten in geval van grote terreuracties te versterken, binnen het kader van het communautaire mechanisme voor burgerbescherming dat per 1 januari 2002 operationeel moet zijn.

Bedreigingen door biologische en/of chemische agentia
* De Commissie en de lidstaten zijn doende een EU-systeem te ontwikkelen voor surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten, met inbegrip van een systeem voor snelle waarschuwing en maatregelen. De communautaire wetgeving voorziet reeds in de controle op besmettelijke ziekten bij dieren, met inbegrip van op mensen overdraagbare ziekten.

Beveiliging van sleutelinfrastructuur en essentiële bevoorrading
* Binnen de Commissie worden reeds de behoeften nagegaan van een versterkte samenwerking op EU-niveau ter beveiliging van essentiële bevoorrading en netwerken. Dit komt ter aanvulling van de binnenkort te beëindigen consultatie over het groenboek over de continuïteit van de energievoorziening dat vorig jaar is uitgebracht. In december zal de Raad zich beraden over stappen om de veiligheid van de communicatienetwerken te versterken na de mededeling van de Commissie hierover van het voorjaar.

De gebeurtenissen van 11 september hertekenen de krachtlijnen van de buitenlandse politiek en zij stellen de Unie voor nieuwe uitdagingen. De Raad Algemene Zaken is reeds begonnen zich hierover te beraden. Er zijn onmiddellijk maatregelen getroffen met het oog op de crisistoestand in Afghanistan en de buurlanden alsook op multilateraal vlak. De Commissie heeft enkele elementen aangereikt voor een brede, door het voorzitterschap ingeleide reflectie over de passende beleidsantwoorden op middellange en lange termijn op het gebied van de buitenlandse betrekkingen.

De implicaties voor de prioriteiten inzake actie en hulpmiddelen op EU-niveau zijn verreikend. Bijvoorbeeld:

* De crisis geeft een nieuwe impuls voor de dialoog met de Arabische en islamitische wereld;

* In het vredesproces voor het Midden-Oosten moet de Unie, in nauwe samenwerking met de VS, erop staan dat het rapport Mitchell wordt uitgevoerd, en dat de betrokken partijen een politiek perspectief op langere termijn wordt geboden door de onderhandelingen zowel met de Palestijnen als met Syrië te hervatten;
* De crisis is een verdere reden om het belang van het proces van Barcelona te onderstrepen, vooral op gebieden als democratisering, sociale rechtvaardigheid, het opzetten van instellingen en goed bestuur, die in de huidige context van groot belang zijn. Dit zal een bijdrage zijn om de hervormingen met het oog op een betere ontwikkeling en een vooruitgang van de democratie te versnellen en te verdiepen;

* Het buurlandenbeleid van de EU heeft als eerste prioriteit gehad stabiliteit te stimuleren door een vooruitzicht op lidmaatschap van de Unie voor de kandidaat-lidstaten. In het perspectief van een ruimer Europa buiten de toekomstige EU-grenzen moeten nieuwe partnerschapsvormen worden onderzocht die niet automatisch leiden tot lidmaatschap en ook niet een grondslag worden voor rancune en spanningen tussen geprivilegieerde ingewijden en uitgesloten buitenstaanders. Het proces van Barcelona kan als voorbeeld dienen van hetgeen in dit verband mogelijk is;

* Meer in het algemeen moet het kader voor de handelsbetrekkingen en de samenwerking met Pakistan, India en Iran, alsook Saoedi-Arabië en de Golfstaten worden versterkt. De Unie is met Pakistan een omvattend pakket van handelsmaatregelen overeengekomen die in maart dit jaar voor het eerst zijn voorgesteld. Zij beogen voor de Pakistaanse export de toegang tot de EU te verbeteren. De Unie moet doorgaan met de herziening van haar handel en samenwerking met Pakistan. Met Iran dienen nu op grond van een mandaat dat de Commissie later dit jaar zal presenteren, onderhandelingen over toekomstige handel en samenwerking te worden aangevat. Wat de Golfstaten betreft, moet de Unie ernaar streven snel voortgang te maken met de onderhandelingen inzake vrije handel tussen de EU en de samenwerkingsraad van de Golf, waarvoor onlangs een nieuw mandaat is goedgekeurd. Dit dient te worden aangevuld met een bredere politieke dialoog;

* Centraal-Azië zal in de komende maanden diep getekend worden door de ontwikkelingen en de Unie moet hierop nauwgezet toezien, en ernaar streven haar steunverlening op te bouwen, in het bijzonder voor regionale projecten en samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (vooral inzake drugs en grenscontroles);

* De gebeurtenissen hebben ook een hernieuwde belangstelling gewekt voor multilaterale acties, zowel op VN-niveau als elders. De noodzaak van snelle vooruitgang op het vlak van de Wereldhandelsorganisatie is dramatisch duidelijk geworden. Deze gebeurtenissen hebben aangetoond dat gecoördineerde, internationale actie kan bereiken wat een individueel handelende staat onmogelijk vermag;

* Er lijkt nu overeenstemming te bestaan over de gedachte dat de inspanningen om het internationale terrorisme uit te roeien vergezeld moeten gaan van een beleid dat de oorzaken van deze radicale ontevredenheid aanpakt, ook al moet het duidelijk zijn dat hiermee nooit terreurdaden kunnen worden vergoelijkt. Deze ontevredenheid vindt haar oorzaak in het ondemocratisch gedrag van regeringen, alsook de onaanvaardbare kloof tussen arm en rijk; milieuproblemen, misdaad, corruptie, drugs en gezondheidskwesties. Voor de Unie is dit een gelegenheid een samenwerking te stimuleren inzake deze nieuwe transversale kwesties op de internationale agenda, zoals armoede en migratie, milieu, misdaad, drugs, besmettelijke ziekten, alsook veiligheidskwesties als de proliferatie van wapens en terrorisme;

* Op dezelfde wijze moet de bilaterale politieke dialoog van de Unie met derde landen, die in het verleden vaak toegespitst geweest is op mensenrechten en democratie, worden aangevuld met een meer inhoudsvolle gedachtewisseling over regionale ontwikkeling en veiligheid, waaronder terrorisme en zijn oorzaken;
* Ten slotte gelooft de Commissie dat de recente gebeurtenissen de noodzaak hebben aangetoond om de mechanismen voor crisisbeheer van de Unie te verfijnen, en meer bepaald groter gebruik te maken van het snelle-reactiemechanisme. Dit moet met dezelfde spoed en flexibiliteit opereren als ECHO op het vlak van de humanitaire hulp.

Tegen deze achtergrond wil dit werkdocument nu de aandacht richten op de mogelijke economische impact van de recente gebeurtenissen en aanbevelingen voor het beleid inzake toekomstige actie formuleren. Het is een eerste verslag over de maatregelen naar aanleiding van de gebeurtenissen van 11 september. De Commissie zal de situatie op de voet blijven volgen en indien nodig aanbevelingen formuleren.

II Impact van de gebeurtenissen van 11 september op de economie van de EU en op specifieke sectoren

De algemene economische situatie in de wereld vóór 11 september

Vóór de dramatische gebeurtenissen van 11 september hadden alle grote regio's in de wereld te kampen met een conjunctuurteruggang. Aan de oorsprong hiervan ligt in de eerste plaats de stijging der olieprijzen in 1999/2000. Hierdoor werd de inflatie in de hand gewerkt waartegen dan de centrale banken reageerden door een verhoging van de rentevoet. In de tweede plaats was er de ineenstorting van de internet-markt hetgeen een dramatische val van de aandelenwaarde tot gevolg heeft gehad. Dit alles heeft geleid tot een teruggang van de groei van de internationale handel die vorig jaar in reële termen nog 13% bedroeg, en dit jaar tot minder dan 2% is teruggelopen.

Door de globalisering van de financiële markten en de internationalisering van de bedrijven werden deze schokgolven heel spoedig overal gevoeld.

De EU heeft daarom, ondanks een goede uitgangspositie, deze teruggang niet kunnen ontwijken. In het bijzonder hebben de stijging van de olieprijzen, nog versterkt door de zwakke euro, en de plotse stijging van de voedselprijzen in Europa een flinke knauw gegeven in de koopkracht en het particuliere verbruik in de EU. In het tweede kwartaal van dit jaar kwam de groei van het BBP nagenoeg tot stilstand.

De impact van deze teruggang op de werkgelegenheid was in de tweede helft van het jaar 2000 reeds voelbaar in enkele lidstaten en in diverse mate in verschillende sectoren van de economie. In de lente van 2001 gingen de werkloosheidscijfers niet langer terug. Sindsdien is de werkloosheid toegenomen en naar verwachting zal zij ook in 2002 blijven stijgen. De groei van de werkgelegenheid zal naar verwachting in 2001 en een groot deel van 2002 laag of zelfs negatief zijn.

Impact op korte termijn van 11 september

De gebeurtenissen van 11 september en de daaropvolgende politieke ontwikkelingen versterken nog de onzekerheid die de markten, bedrijven en verbruikers reeds in haar greep hield.

De rechtstreekse schade door de aanslag aan infrastructuur in de VS is, gezien de schaal van de economie, beperkt. Daar tegenover staat dat de tol aan mensenlevens erg hoog is en, samen met de nu aan de gang zijnde militaire actie, een gevoel van onveiligheid creëert, niet alleen in de VS, maar over heel de wereld. Er is meer angst om risico's te nemen en minder vertrouwen. De meeste waarnemers voorzien voor de Verenigde Staten een teruggang gedurende 2 tot 3 kwartalen te beginnen met het derde kwartaal van dit jaar.

Japan, dat al met deflatie- en structurele problemen te kampen had, krijgt waarschijnlijk te maken met een langere periode van stagnatie.

De EU-economie is extern vrij evenwichtig gestructureerd en door structuurhervormingen weerbaarder gemaakt. Desondanks wordt er voor dit jaar een groei van rond 1,5% verwacht en kan een tijdelijke teruggang van het BBP niet worden uitgesloten.

De weerbaarheid van de EU-economie uit zich in het niveau van vertrouwen van bedrijven en consumenten. Hoewel dit vertrouwen sterk achteruitgaat, ligt het toch nog hoger dan het niveau dat tijdens vroegere recessieperioden is geconstateerd.

Impact op specifieke sectoren

De financiële markten kregen te kampen met hevige, zij het tijdelijke, turbulenties, hetgeen heeft geleid tot een grotere afkeer van het nemen van risico's en mogelijk minder liquiditeit en grotere risicospreiding. In reactie op de gebeurtenissen hebben de centrale banken in heel de wereld de intrestvoeten verlaagd, waarbij zowel de Federal Reserve in de VS als de ECB de intrestvoet met een half percent verlaagden, en de Amerikaanse intrestvoet daarna nog eens omlaag ging om op 1 oktober zijn laagste niveau sinds 1962 te bereiken. Desondanks is er opnieuw vrees ontstaan over de winsten en de lagere aandelenkoersen kunnen een belangrijke invloed hebben op het koopgedrag van de consument.

Er is ook een impact op het mondiale verzekeringswezen. Naar schatting lopen de vorderingen op tot een bedrag van 20 tot 80 miljard dollar. Terwijl de eigenlijke vorderingen na de aanslagen naar verwachting over het algemeen de financiële draagkracht van de betrokken sector niet te boven zullen gaan, is de impact van de teruglopende aandelenmarkt een groter punt van zorg. Reeds voor 11 september was dit een probleem, aangezien aandelen een belangrijke proportie (30%) uitmaken van de investeringen van de verzekeringssector.

In de luchtvaartsector(1)
is het aantal passagiers in Europa met 10% teruggelopen, en is de luchtvloot sinds 11 september met 5% ingekrompen. Dit heeft dramatische gevolgen voor de Europese luchtvaartmaatschappijen die immers reeds vóór de aanslagen in de VS met problemen te kampen hadden. De teruggang van het aantal passagiers en van de vliegcapaciteit zal waarschijnlijk een invloed hebben op verwante sectoren, hoewel de precieze impact nauw zal samenhangen met de duur van de crisis en de algemene politieke constellatie.

Zowel de toerisme-industrie als toeristenbestemmingen zullen waarschijnlijk problemen ondervinden, de impact zal echter van geval tot geval verschillen. Het ergst getroffen zijn toeroperators en reisbureaus die vakanties verkopen naar bestemmingen overzee, waar de huidige gebeurtenissen een directe impact hebben, langeafstandstickets of de betere hotels in hoofdsteden. Toch is moeilijk te voorspellen in welke mate de gebeurtenissen een impact zullen hebben. Ook de mate waarin de Europese burger ervan overtuigd wordt om in 2002 binnen de Unie op vakantie te gaan en niet overzee te reizen, is onduidelijk.

III Vooruitzichten voor 2002

Mogelijk herstel in 2002 mits de politieke situatie niet verder verslechtert

Het voorhanden zijn van een goede economische uitgangspositie, die hoofdzakelijk is te danken aan de inspanningen voor de economische en monetaire unie en de voorbereiding van de komst van de euro, betekent dat voor 2002 vooruitzichten bestaan voor een herstel.

De begrotingstoestand van de lidstaten biedt ruimte voor enige flexibiliteit en de betalingsbalans is momenteel in evenwicht. In tegenstelling tot de Verenigde Staten hebben de particuliere huishoudens in Europa minder schulden en meer spaarcenten. De sector informatie- en communicatietechnologieën is minder met overinvestering geconfronteerd en bijgevolg is Europa, buiten de specifiek betrokken sectoren, minder getroffen door de wisselende kansen van de internet- en ICT-markt. Na de neerwaartse bijstelling moeten de bedrijven in staat zijn hun voorraden opnieuw op te bouwen in het licht van een te verwachten grotere vraag.

Voorts heeft de macro-economische stabiliteit een snelle teruggang van de inflatie tot gevolg gehad: van een piek in mei met 3,4%, is de inflatie in september in de eurozone tot 2,5% gedaald. Naar verwachting zet deze tendens zich voort. De stijging van de werkloosheid zou in 2002 dankzij de herstelvooruitzichten binnen de perken moeten blijven.

Tegen deze achtergrond moeten naar verwachting de burgers en de huishoudens opnieuw meer gaan consumeren, hiertoe nog aangespoord door de belastingverminderingen die in talrijke lidstaten in de loop van het voorbije jaar zijn doorgevoerd of aangekondigd. Aangezien de reservecapaciteit in de economie beperkt blijft, en de rentevoet momenteel laag is, kan men verwachten dat de investeringen opnieuw gaan toenemen zodra de vraag weer aantrekt. Het jaarlijkse groeicijfer voor 2002 zal daarom wellicht liggen rond het cijfer van 2001.

Dit voorzichtige optimisme staat of valt met de politieke ontwikkelingen en hun impact op het vertrouwen van bedrijven en consumenten. Mocht in de Verenigde Staten de particuliere consumptie scherp achteruitgaan, zijn de vooruitzichten voor de EU veel somberder en zal de groei wellicht nog kleiner uitvallen.

De beleidsantwoorden dienen echter gebaseerd te worden op het meer waarschijnlijke scenario van een herstel vanaf de tweede helft van volgend jaar en een jaarlijks groeicijfer dat ligt rond hetgeen in 2001 is bereikt.

IV Aanbevelingen voor het beleid

In het licht van deze beknopte analyse gelooft de Commissie dat het voor de Unie essentieel is de economische en politieke gevolgen van de aanslagen in de Verenigde Staten in de eerste plaats aan te pakken door het treffen van vertrouwenherstellende maatregelen en door het consequent vasthouden aan de economische langetermijndoelstellingen van de Unie.

IV.1 Een evenwichtig beleid in de EU

Met het oog op stabilisering heeft de ECB net als andere centrale banken de markten onmiddellijk van extra geld voorzien en de basisrentevoet op 17 september met 50 basispunten tot een niveau van 3,75% verlaagd. Onder de gegeven omstandigheden lijkt de monetaire toestand in de eurozone in orde te zijn. Als de inflatiegroei verder blijft dalen en de looneisen binnen zekere perken blijven - voor begin volgend jaar zijn belangrijke loononderhandelingen gepland - is er waarschijnlijk grotere manoeuvreerruimte voor het monetaire beleid.

Het fiscale beleid draagt reeds zijn steentje bij tot een stabilisering van de economie. Dankzij het stabiliteits- en groeipact hebben vroegere consolidatiemaatregelen enige manoeuvreerruimte gecreëerd voor het begrotingsbeleid zonder het middellangetermijndoel van een evenwichtige overheidsbegroting (of een begroting met een overschot) in gevaar te brengen. Vasthouden aan deze doelstelling op middellange termijn is een essentieel aspect van het antwoord op de crisis. In het andere geval kunnen de langetermijnintrestvoeten stijgen.

Begin 2001 hebben diverse lidstaten een substantiële belastingvermindering doorgevoerd die voor de EU als geheel tot 0,5% van het BBP oploopt. Voor het eerst sinds 1993 kreeg de EU-economie aldus een omvattende fiscale impuls van ongeveer 0,3%.

Daarbij komt nog de werking van de zogenaamde automatische stabilisatoren. Een tragere groei betekent dat de overheid minder belastinginkomsten heeft en voor meer uitgaven komt te staan (bv. werkloosheidsuitkeringen). De jongste schattingen wijzen op een overheidsbegroting in 2001 van -1% van het BBP in de eurozone en -0,5% van het BBP in EU-15, of ongeveer -0,4/0,3% van het BBP minder dan het in de geactualiseerde stabiliteits- en convergentieprogramma's van het vorige jaar nagestreefde niveau.

De budgettaire implicatie van de teruggang zal ook in 2002 te voelen zijn. Naargelang van de vermindering van de groei in 2002 zullen de automatische stabilisatoren opnieuw in werking treden met een passende differentiatie lidstaat per lidstaat.

In verband met de budgettaire consolidatie is het van belang te investeren in menselijk en sociaal kapitaal met het oog op een vergroting van het groeipotentieel van de EU. Indien de teruggang blijft aanhouden, moet het begrotingsbeleid voorzien in meer financiering voor proactieve beleidsmaatregelen, met name met het oog op een versnelde tenuitvoerlegging van de doelstellingen van de strategie van Lissabon. Een dergelijke evolutie is alleen mogelijk in een raamwerk waarover overeenstemming is bereikt en op een manier die het stabiliteits- en groeipact volledig eerbiedigt.

IV.2 Structuurhervormingen en de strategie van Lissabon

De strategie van Lissabon wijst met nadruk op de positieve en onderling versterkende interactie tussen het beleid op economisch, werkgelegenheids- en sociaal vlak. Het streefdoel van de strategie, nl. een concurrentiebekwame, dynamische en samenhangende, op kennis gebaseerde economie blijft geldig.

Hervormingen van de economie en de arbeidsmarkt en een modernisering van het sociale beleid dragen reeds bij tot een beter functioneren van de economische en arbeidsmarkt in de Unie. Het voortzetten van deze hervorming is vandaag des te belangrijker nu de Unie voor een economische situatie staat die erg verschilt van toen de strategie van Lissabon werd gelanceerd.

Structurele hervormingen. Al te vaak worden in economisch moeilijke tijden dergelijke hervormingen op middellange termijn ten onrechte als een bijkomende last gezien, terwijl zij toch een deel van de oplossing voor de huidige problemen zijn. Het bedrijfsleven heeft zijn twijfels geuit over de bereidheid om in het licht van de conjunctuurteruggang in de VS en in het vooruitzicht van verkiezingen op korte termijn, door te gaan met sleutelhervormingen ter vervolmaking van de interne markt, met name in sectoren als energie, transport en de financiële diensten, en met het terugdringen van bureaucratische rompslomp.

Structurele hervormingen zijn nu meer dan ooit noodzakelijk. Meer bepaald zullen goed werkende financiële markten met een degelijke prudentiële supervisie de Unie helpen tot een stabiliserende factor uit te groeien. De Unie zal zo meer tegen externe schokgolven bestand zijn. De Unie kan zo tevens alle vruchten plukken van de euro. Een degelijk en stabiel regelgevend kader is ook van zeer groot belang om het risico van instabiliteit het hoofd te bieden dat in een uitgebreide Unie kan opkomen.

Toch is twijfel gerezen door de trage vooruitgang van diverse sleutelvoorstellen die momenteel bij de Raad en het Europees Parlement op tafel liggen, en door de ongelijke omzetting van de maatregelen waarover reeds een akkoord is bereikt.

In de huidige context moet de Europese Unie haar engagement gestand doen en haar langetermijndoel alsook de daartoe noodzakelijke hervormingen niet uit het oog verliezen. Dit zal een ruggesteun zijn voor het fiscale en monetaire beleid en meer speelruimte voor dit beleid creëren.

Om dit te realiseren moet de Europese Raad zich opnieuw achter de strategie van Lissabon stellen overeenkomstig het reeds afgesproken tijdschema. Dit engagement moet echter gepaard gaan met versnelde bespreking van bepaalde sleutelmaatregelen vóór de Europese Raad van Barcelona in de lente van volgend jaar.

Om een tastbaar en geloofwaardig signaal te geven dat het de Unie ernst is met de hervormingen, zou de Europese Raad de Raad moeten opdragen om vóór de top van Barcelona spoedig tot een definitief akkoord te komen over het telecoms-pakket, het Gemeenschapsoctrooi, en in de financiële diensten, de ICBE-richtlijn, regels voor grensoverschrijdende betalingen en de richtlijn inzake marktmisbruik.

Voorts dient vóór Barcelona politieke overeenstemming te worden bereikt over het pakket inzake het gemeenschappelijke Europese luchtruim, de richtlijn betreffende pensioenfondsen, het nieuwe kader voor Trans-Europese netwerken, en het voorgestelde pakket inzake overheidsopdrachten.

Voorts moeten de lidstaten het vertrouwen stimuleren door de Europese regelgeving waarmee zij hebben ingestemd ook daadwerkelijk toe te passen, zoals de regelgeving voor grotere concurrentie in de lokale telecommunicatiemarkten die in januari jl. van kracht is geworden, of de nieuwe regels voor e-handel die vanaf januari 2002 zullen gelden. Een daadwerkelijke toepassing van deze regelgeving in alle lidstaten zou een stimulans zijn voor de ontwikkeling van een op kennis gebaseerde economie.

De stappen voor de vervolmaking van de interne markt moeten gepaard gaan met inspanningen om de kwaliteit van de diensten van algemeen economisch belang voor het grote publiek te verbeteren. Vele van deze diensten krijgen immers een groter gewicht in tijden van economische crisis.

Ook de Europese Investeringsbank moet een grote bijdrage leveren tot steun voor de strategie van Lissabon (zie punt IV.4 hierna).

Werkgelegenheid. De strategie van Lissabon biedt de basisoriëntatie voor de lidstaten om de werkgelegenheidsdoelstellingen te bereiken en het hoofd te bieden aan de gevolgen voor de werkgelegenheid van de huidige crisis. Er moet dringend werk worden gemaakt van de in Lissabon beoogde hervorming van de arbeidsmarkt en de aanbevelingen voor de voortzetting van het beleid in 2002.

Bij het verwezenlijken van deze hervormingen moet het beleid ernaar streven dat bij het doorvoeren van veranderingen flexibiliteit en veiligheid op elkaar worden afgestemd. Daarnaast zal de Commissie voor het eind van het jaar een aanvullend initiatief nemen met het oog op een verbetering van de inzetbaarheid en het aanpassingsvermogen van de arbeidskrachten in het geval van fusie en herstructurering van bedrijven.

De hervorming van het belasting- en uitkeringsstelsel, een actief werkgelegenheidsbeleid, het stimuleren van mobiliteit, en investeren in menselijk kapitaal, vooral door levenslang leren, blijven sleutelpunten voor het beleid. Er moet grote nadruk worden gelegd op de uitvoering van concrete maatregelen die kunnen garanderen dat het gevoerde beleid ook de gewenste resultaten oplevert in termen van grotere participatie en betere werkgelegenheidscijfers. Om de toenemende werkloosheid het hoofd te bieden mogen lidstaten niet hun toevlucht nemen tot vervroegde pensioenregelingen.

De Unie moet er ook voor zorgen dat het engagement van Lissabon om sociale uitsluiting tegen te gaan en voor iedereen de toegang tot de arbeidsmarkt en de maatschappij te verzekeren, wordt nagekomen. Ondanks de teruggang moet de modernisering van de socialebeschermings- en pensioenstelsels met het oog op sociale cohesie doorgaan. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met de eis van betaalbaarheid.

Ten slotte kan een versterkte investering in levenslang leren en in gezondheids- en sociale dienstverlening, alsook een grotere nadruk op sociale integratie mede bijdragen tot het scheppen van nieuwe banen in sectoren waar de groei van de werkgelegenheid in bepaalde lidstaten erg traag is geweest.

Indien de lidstaten en de Unie deze beleidsrichtsnoeren volgen, in het bijzonder zoals in de werkgelegenheidsrichtsnoeren voor 2002 beschreven, zal dit helpen om de verwachtingen te stabiliseren en de stijging van de werkloosheid alsook de langdurige werkloosheid tegen te gaan, en tegelijk de beroepsbevolking op de volgende opleving voorbereiden. Het zal een bijdrage zijn tot een bijstelling van het werkgelegenheidsbeleid in de Unie.

IV.3 Sectoren met specifieke problemen

Het is duidelijk dat een aantal sectoren die reeds vóór 11 september met conjunctuurproblemen te kampen hadden, door de gebeurtenissen zwaar zijn getroffen. De Europese Unie moet openstaan voor flexibele oplossingen voor deze sectoren, en alle steun verlenen die in het kader van de regels van het EG-Verdrag mogelijk is.

In verband met de luchtvaartindustrie heeft de Commissie te kennen gegeven dat zij gunstig zal staan tegenover de steun van de lidstaten ter compensatie van de verliezen die zijn geleden tijdens de vier dagen dat het Amerikaanse luchtruim gesloten was en de impact op het vertrouwen van de passagiers als een gevolg daarvan. Voorts zal zij nagaan of de steun ter dekking van de verzekeringskosten boven de momenteel toegestane dertig dagen kan worden voortgezet of een dekking tot het eind van het jaar kan worden toegestaan, indien de toestand van de verzekeringsmarkt dit rechtvaardigt. Daarnaast zal de Commissie geval per geval oordelen over de versterkte samenwerking tussen luchtvaartmaatschappijen, met het oog op de verzekering van een regelmatige dienstverlening op minder gebruikelijke verbindingen, of afspraken voor de dienstregeling buiten het hoogseizoen.

Toch mogen de recente gebeurtenissen niet worden aangegrepen om acties op nationaal niveau te rechtvaardigen die het concurrentievermogen van de Unie en haar industrie ondermijnen. In het bijzonder mag voor de luchtvaartindustrie de basis waarop de allerlaatste verlening van staatssteun aan de sector is toegestaan, niet ter discussie worden gesteld. Tegelijk zal in het huidige klimaat nauwlettend worden toegezien op de situatie van de Europese luchtvaartsector. Een andere aanpak zou zonder meer een rem betekenen op het noodzakelijke consolidatieproces in een aantal sleutelindustrieën. Deze consolidatie is belangrijk indien men wil dat de bedrijven, werknemers en consumenten de volle vruchten van de interne markt en van de thans aangevatte structurele hervormingen plukken.

Ten slotte zal het bij het formuleren van antwoorden op de economische impact van de crisis op specifieke sectoren van belang zijn na te gaan welke maatregelen in andere delen van de wereld worden getroffen. Een raamwerk voor de coördinering van maatregelen, vooral met de VS, is essentieel zodat EU-bedrijven niet worden gediscrimineerd en de internationale concurrentie niet wordt scheefgetrokken. Als een eerste stap kan voor zulk een kader worden gedacht aan een gedragscode.

IV.4. Bijdrage van de EIB

De EIB is de belangrijkste langetermijnfinancier van de EU. De EIB sluist spaargeld door naar investeringen in sleutelsectoren van de industrie, waaronder ook investeringen ten gunste van kleine en middelgrote bedrijven. De Commissie spoort de EIB aan om nu haar acties te intensiveren ter ondersteuning van de inspanningen van de Unie om de economische activiteit in Europa te schragen. Daarbij moet in het bijzonder de aandacht worden gericht op de financiering van infrastructuurprojecten, steun aan de kenniseconomie en de stabilisering van langetermijninvesteringen in sectoren die bijzonder zwaar worden getroffen door de conjunctuurteruggang.

De EIB moet de tenuitvoerlegging van infrastructuurprojecten versnellen en het verstrekken van leningen in sectoren die bijzonder door de crisis getroffen worden, actief te vergemakkelijken, waaronder telecommunicatie en luchtverkeer. De EIB dient voorts het ter beschikking stellen van financieringsinstrumenten voor hoger-risico-operaties te versnellen, onder meer ter ondersteuning van het Europese streven naar een op kennis gebaseerde maatschappij. Door net als de particuliere banksector risico's te nemen, wil de EIB bijdragen tot een behoud van het vertrouwen in de financiële sector.

IV.5 Herstel van het vertrouwen, waaronder economische samenwerking, op internationaal vlak

Onverwijld doorgaan met de uitbreiding. De uitbreiding van de Europese Unie is een machtig instrument voor het creëren van een zone van stabiliteit, veiligheid en welstand op het Europese continent. De inspanningen van de kandidaat-lidstaten en de lidstaten voor een uitgebreide Unie moeten worden ondersteund, zowel op het niveau van de onderhandelingen als wat de inspanningen vóór de toetreding betreft. De solidariteit van de kandidaat-lidstaten met de Unie na de aanslagen in de VS heeft aangetoond dat zij klaar staan om deel te nemen aan de internationale inspanningen voor de strijd tegen het terrorisme.

Het opstarten van een nieuwe handelsronde. Het succesvolle opstarten van een nieuwe handelsronde in november zal ook een belangrijke vertrouwenwekkende maatregel zijn, niet alleen voor de bedrijven in de Unie, maar ook voor de ontwikkelde en minder ontwikkelde landen in heel de wereld. De huidige economische onzekerheid betekent dat de liberalisering van de handel in verbinding met een echte ontwikkelingsdimensie belangrijker is dan ooit, zowel op economisch als politiek vlak.

De Europese Unie moet vasthouden aan haar engagement om snel een nieuwe ronde op te starten en nog sterker dan tevoren partij kiezen voor een multilaterale aanpak, en ernaar streven de regionale afspraken nieuw leven in te blazen, in het bijzonder het proces van Barcelona met onze buren uit het Middellandse-Zeegebied.

Ontwikkeling en terugdringen van armoede. Om het even welke politieke of militaire respons op de gebeurtenissen van 11 september moet gepaard gaan met maatregelen om de economische en sociale impact ervan te verminderen. Een coalitie tegen het terrorisme moet hand in hand gaan met een coalitie voor ontwikkeling. Deze band is reeds een realiteit in het EU-beleid voor vredesbewaring en conflictpreventie. Ontwikkelingssamenwerking helpt etnische, sociale en regionale spanningen terug te dringen.

Terwijl de impact van de recente gebeurtenissen in de Unie significant is, kan de impact ervan buiten de Unie, in het bijzonder in de ontwikkelingslanden, nog veel dramatischer zijn. Een tragere mondiale groei, een vermindering van internationale particuliere investeringen en het risico dat middelen bestemd voor ontwikkelingshulp worden overgeheveld naar andere prioriteiten zijn belangrijke punten van zorg.

Deze samenloop van omstandigheden werpt een helder licht op de noodzaak voor de Unie om deze landen te helpen en te garanderen dat globalisering bijdraagt tot groei en sociale rechtvaardigheid in heel de wereld. De Unie moet:

* de prioriteiten en de mate van steunverlening voor externe acties van de EU onderzoeken;

* haar beloften nakomen en de vervulling ervan stimuleren om de zeven voornaamste doelstellingen voor internationale ontwikkeling, die de staatshoofden voor 2015 zijn overeengekomen, te bereiken;
* de kwestie van officiële ontwikkelingssteun ter sprake brengen tijdens de komende VN-conferentie over financiering voor ontwikkeling (maart 2002);

* een oplossing vinden voor de noodzaak voor ontwikkelingslanden om met het oog op de Rio+10 conferentie in Johannesburg, in september 2002, duurzame ontwikkeling te bereiken.

Internationale gerechtelijke en politiesamenwerking. De recente gebeurtenissen hebben een nieuwe veiligheidsdimensie toegevoegd aan het internationale perspectief van de Europese Unie. De Unie moet hier het voortouw nemen. Zij moet over haar eigen horizon heenkijken en ernaar streven instrumenten te ontwikkelen die een doeltreffende samenwerking tussen de politie en de gerechtelijke autoriteiten ook op internationaal niveau mogelijk maken. Een dergelijke ontwikkeling zal een hulp zijn voor de strijd tegen het terrorisme zowel binnen de Unie als in de rest van de wereld. Zij zal er ook toe bijdragen dat alle landen in een mondiaal stelsel worden geïntegreerd, dat veiligheid, welvaart en betere perspectieven voor investeringen en ontwikkeling biedt.

Onmiddellijk na de Europese Raad van Gent zal een uitgebreide Europese conferentie op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken worden gehouden, met vertegenwoordigers van de Unie, de geassocieerde landen, de EVA-landen, en de landen die betrokken zijn bij het stabilisatie- en associatieproces. Hier zullen diverse kwesties van veiligheid en gerechtelijke samenwerking in de context van de strijd tegen het terrorisme worden besproken. Daarnaast zijn Rusland, Oekraïne en Moldavië uitgenodigd op de aansluitende werklunch om dezelfde kwesties te bespreken.

Humanitaire hulp. Wat de situatie in Afghanistan betreft, heeft de Europese Unie meer dan 310 miljoen euro vrijgemaakt (waarvan meer dan 100 miljoen euro van de Commissie) in antwoord op de humanitaire crisis die de Afghaanse burgerbevolking treft. Deze toezeggingen zullen samen met die van de VS en andere landen tijdens de komende maanden volstaan voor de financiering van humanitaire operaties van de Verenigde Naties, het Rode Kruis resp. de Rode Halve Maan, en niet-gouvernementele organisaties (zelfs indien het rampscenario van
1,5 miljoen vluchtelingen uit Afghanistan werkelijkheid wordt). De Europese Unie moet nu onverwijld deze toezeggingen omzetten in vaste bijdragen om de humanitaire inspanningen tijdig bij te staan.

De humanitaire steun van de Europese Unie mag uitsluitend geleid worden door de fundamentele humanitaire beginselen als neutraliteit, transparantie en onpartijdigheid. Dit is essentieel voor de toegang en de veiligheid van zowel de noodhelpers als de getroffen bevolking.

Afhankelijk van de vraag hoe de toestand in Afghanistan maar ook in de hele regio evolueert, moet de Europese Unie klaarstaan voor verdere steunverlening, met name door de Commissie toestemming te verlenen om extra middelen uit de noodreserve van de communautaire begroting te putten.

Ten slotte moet de Europese Unie oog hebben voor de mogelijke humanitaire gevolgen van de aanslagen in de VS voor andere "gevoelige" regio's in de wereld. Dit is in het bijzonder het geval voor landen waar reeds een politieke of humanitaire crisissituatie heerst of een burgeroorlog woedt. Dit zijn voorwaarden waarbinnen terrorisme gedijt en het land nog verder kan destabiliseren. In dergelijke gevallen moet de Unie op het humanitaire front dezelfde vastberadenheid en energie aan de dag leggen als nu in Afghanistan.

V. Conclusies

De Europese Unie heeft doeltreffend en onverwijld gereageerd op de gebeurtenissen van 11 september. De uitdaging bestaat er nu in de stuwkracht van de communautaire actie aan te houden en een strategie te ontwikkelen om de toekomstige politieke en economische uitdagingen op middellange en lange termijn het hoofd te bieden.

De huidige economische toestand is ernstig en in het bijzonder is deze toestand van onzekerheid zonder precedent. Het is daarom van belang dat de reactie van de Europese Unie enkele sleutelboodschappen bevat:
* Hoewel de Unie met een ernstige situatie geconfronteerd wordt, betekent haar gezonde economische basis dat zij goed geplaatst is om de huidige crisis het hoofd te bieden. Indien het politieke klimaat niet verder verslechtert, is er goede reden voor een voorzichtig optimisme dat vanaf de tweede helft van 2002 een herstel mogelijk wordt. Het is van belang door goede beleidsopties deze gezonde economische uitgangspositie te handhaven.
* De Europese Unie moet haar aandacht versterkt richten op de middellangetermijn- en langetermijndoelstellingen van de strategie van Lissabon. Deze aanpak moet voor de Europese Raad van volgende lente bevestigd worden door besluiten en sleutelvoorstellen die momenteel bij de Raad en het Europees Parlement op tafel liggen.
* De impact van de huidige gebeurtenissen op individuele sectoren moet in het oog worden gehouden. Maatregelen (met name veralgemeende steunpakketten) die de langetermijnvooruitzichten van groei en concurrentievermogen in gevaar brengen, moeten echter worden vermeden. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de impact die de verslechterende economische situatie heeft op de sociale toestand en de werkgelegenheid.

* De Europese Investeringsbank moet een grotere bijdrage leveren door het toekennen van leningen, met name voor infrastructuurprojecten, ter ondersteuning van de kenniseconomie en als steun ter stabilisering van langetermijninvesteringen, met inbegrip van sectoren die bijzonder ernstig getroffen worden door de teruggang.

* Mondiaal vertrouwen is ook belangrijk. Het succesvolle opstarten van een nieuwe handelsronde moet hiertoe een sleutelcomponent zijn. Tegelijk moet de Unie optimaal gebruik maken van de mogelijkheden die het samenwerkings- en ontwikkelingsbeleid biedt, vooral ten aanzien van die partnerlanden in de wereld, die in de huidige omstandigheden kwetsbaarder zijn. Een coalitie tegen terrorisme moet worden aangevuld met een coalitie voor ontwikkeling waarbij de Unie het voortouw moet nemen.
* De reeks maatregelen ter verbetering van de samenwerking tegen het terrorisme en ter bevordering van de veiligheid en de bescherming van de Europese burgers (zoals beschreven in het routeschema van de Raad Algemene Zaken en de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken) moet krachtdadig worden doorgezet. Daarnaast moet aandacht worden besteed aan aanvullende maatregelen ter actualisering en aanpassing van EU-regels die reeds operationeel zijn of vóór de gebeurtenissen in de VS waren voorgesteld, zoals de nieuwe regels in verband met het witwassen van geld, of bepalingen inzake asielverlening.

* Het vermogen van de Unie om het hoofd te bieden aan incidenten met biologische of chemische agentia die een gevaar vormen voor de menselijke gezondheid moet onverwijld worden versterkt, waarbij kan worden voortgebouwd op de ervaringen van het veel efficiëntere systeem inzake bedreigingen voor de diergezondheid dat reeds operationeel is.

* Er dient ernstig te worden nagedacht over de beleidsantwoorden van de Unie op middellange en lange termijn inzake buitenlandse politiek, met als doel wereldwijd goed bestuur te stimuleren en zo een duurzame en billijke ontwikkeling mogelijk te maken, alsook de dialoog tussen culturen te stimuleren.

De Commissie zal de evolutie van de huidige situatie verder op de voet volgen, erover rapporteren, en in het licht van de evaluatie ervan aanbevelingen formuleren. Het economische jaarverslag en de herfstprognosen van later dit jaar moeten een verdere mogelijkheid bieden voor een evaluatie van de economische ontwikkelingen, naarmate er meer zekerheid komt over de reactie van de markten, bedrijven en burgers op de situatie na 11 september.

(1)
Mededeling over de economische situatie van de luchtvaartindustrie na de aanslagen in de VS, COM(2001) 574 def., 10.10.01.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie