Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Debat over 'toekomst van Europa' conventie

Datum nieuwsfeit: 29-10-2001
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl/content.asp?Key=422583


---

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Integratie Europa DIE/IN Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag
Datum 29 oktober 2001 Auteur J.W.H.M.Beaujean
Kenmerk DIE2001/561 Telefoon 070 348 48 75
Blad /7 Fax 070 348 40 86
Bijlage(n) E-mail (JW.Beaujean@minbuza.nl)
Betreft Debat over de 'toekomst van Europa'- conventie C.c.
Zeer geachte Voorzitter,

Overeenkomstig hetgeen van de zijde van de regering is toegezegd tijdens het Algemeen Overleg op 18 oktober jl. met de Algemene Commissie voor Europese Zaken voorafgaand aan de informele Europese Raad van Gent, zend ik U bijgaand een korte notitie waarin enige aspecten worden uiteen die zijn verbonden met de vormgeving en het functioneren van de Conventie. Naar zich thans laat aanzien, is verwachtbaar dat tot de instelling daarvan zal worden besloten door de Europese Raad van Laken in december, zulks ter voorbereiding van de eerstvolgende IGC.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Notitie betreffende vormgeving en taakstelling van een Conventie ter voorbereiding op de eerstvolgende Intergouvernementele Conferentie

I Achtergrond

Belang van een breed debat

Tegelijk met de afronding van de Intergouvernementele Conferentie (IGC) die uitmondde in de totstandkoming van het Verdrag van Nice, kwam de Europese Raad tot de conclusie dat een breed en diepgaand maatschappelijk debat over de toekomst van de Europese Unie wenselijk was. Het belang van het beoogde debat zag de Europese Raad daarin dat het ideeën zou kunnen genereren over, en de samenleving breed kon betrekken bij de verdere vormgeving van Europa. Als zodanig zou het de opmaat kunnen vormen tot een nieuwe IGC, waarvoor in Nice werd gedacht aan een termijn in 2004. In Nice werd reeds voorzien dat, na een gestructureerd debat in 2002 en 2003, een IGC zou worden gehouden om de resultaten ervan te verwerken in de Verdragen.

In Laken een beslissing

In de periode sinds Nice is van gedachten gewisseld, met name tijdens de informele Algemene Raad van Genval (september) en de informele Europese Raad van Gent (oktober), over de vraag hoe dat debat zou moeten worden vormgegeven en georganiseerd. Naar geleidelijk aan duidelijker is geworden, bestaat er onder de lidstaten en de kandidaat-lidstaten veel steun voor de gedachte een Conventie bijeen te roepen waarbinnen het gewenste debat gevoerd en gestructureerd kan worden. Inmiddels is verwachtbaar dat de Europese Raad tijdens zijn bijeenkomst te Laken in december een verklaring aanneemt waarin te dien aanzien concrete initiatieven worden aangegeven.

Conventie voor velen aantrekkelijk

Veel lidstaten menen dat een Conventie, dat wil zeggen een niet-formele, lidstaten vertegenwoordigende groep, een centrale rol verdient te spelen in het gestructureerde debat ter voorbereiding op de eerstvolgende IGC. Voorts menen veel Lidstaten dat het Conventie-model de ruimte biedt anderen dan de gebruikelijke betrokkenen (politici, een kleine kring van ambtenaren, bekende wetenschappers) te betrekken in vormgeving van Europa. Verbreding van de deelname, onder meer door nationale en Europese parlementariërs en de Commissie erbij te betrekken, zou een belangrijke bijdrage kunnen vormen aan verbreding en versteviging van het maatschappelijk draagvlak voor voortgaande Europese integratie.

II Overleg tot nu toe

Gymnich en AR

Tijdens het de informele Algemene Raad ('Gymnich') van 8 en 9 september jl. en de Algemene Raad van 8 en 9 oktober jl. groeide een begin van consensus, niet alleen over de wenselijkheid van bijeenroeping van een Conventie als zodanig, maar ook over enkele inhoudelijke punten ten aanzien van de Conventie. Gezien deze voortgang, zal de Europese Raad van Laken de gedachtevorming over de uiteindelijke vormgeving en mandatering van de Conventie afronden.

Contouren van de zich aftekenende consensus

De meeste lidstaten menen, zo bleek tijdens de genoemde Raden, dat ter voorbereiding van de volgende IGC een Conventie moet worden bijeengeroepen die zal bestaan uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, de Europese Commissie, alsmede leden van nationale parlementen en leden uit het Europees Parlement. Bovendien wordt gemeend dat de kandidaat-lidstaten direct betrokken moeten worden bij de Conventie; zij kunnen daartoe eveneens regeringsvertegenwoordigers en parlementariërs afvaardigen. De Conventie moet een voorzitter krijgen die Europees aanzien geniet; deze zal worden bijgestaan door een presidium bestaande uit ten minste één lid van elk van de samenstellende partijen. De meeste lidstaten menen dat de Conventie inhoudelijke opties dient te ontwikkelen -en dus geen afgerond concept-verdrag- die moeten worden voorgelegd aan de eerstvolgende IGC . Tussen de afsluiting van de Conventie en het begin van de IGC moet voldoende tijd worden voorzien voor reflectie. De Conventie dient te worden gevoed vanuit de samenleving; daartoe zal een gestructureerd netwerk worden ontwikkeld, waarin niet-gouvernementele organisaties (NGO's) zullen participeren.

III Nadere uitwerking

Vragen

De contouren van de consensus roepen vragen op, zo veel is wel duidelijk geworden uit de gedachtenwisselingen tussen regering en parlement tot nu toe alsmede uit de adviesaanvraag van de Kamer aan de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV). Naar zich laat aanzien, raken die vragen onder meer aan

de waarde van het Conventie-model,

de samenstelling van de Conventie,

de betekenis van de resultaten en uitkomsten van de Conventie, en

de uiteindelijke besluitvorming over deze resultaten.

Hieronder wordt op die vragen nader ingegaan.

Waarde van het Conventiemodel: creativiteit en draagvlak door brede betrokkenheid

De regering is van mening dat organisatie van het beoogde maatschappelijke debat gebaat kan zijn met de instelling van een Conventie die input levert aan een latere IGC. Gebruikmaking van het Conventie-model kan leiden tot grotere publieke en parlementaire betrokkenheid bij de vormgeving van Europa dan wanneer slechts overleg plaatsvindt tussen regering en parlement over (vorderingen in) een IGC.

In een Conventie zal meer ruimte bestaan voor ontwikkeling, presentatie en behandeling van vernieuwende ideeën dan in een regerinsgconferentie. Er zal dus al sprake zijn van winst doordat de Conventie de ruimte biedt over alle opkomende ideeën te spreken.

Creativiteit en verbreding van de maatschappelijke betrokkenheid zijn beide bovendien gediend met uitwerking van de gedachte rond de Conventie een gestructureerd open netwerk te ontwikkelen. Het verdient aanbeveling dat een Conventie zich werkelijk openstelt voor de gedachten en wensen die in de samenleving leven, teneinde te vermijden dat het eindrapport een verzameling wordt van gedachten van insiders. Op deze wijze kan een Conventie een bijdrage leveren aan het inzichtelijk maken en het vermaatschappelijken van het politieke proces van Europese samenwerking.

Deze aspecten kunnen er, naar mening van de regering toe bijdragen dat grotere legitimiteit en een sterker draagvlak voor verdragsherzieningen bij de Europese burgers wordt bewerkstelligd. Deze opvatting wordt breed gedeeld, en is ook onderschreven door o.m. het Europees Parlement en de Commissie.

Samenstelling

Ten aanzien van de samenstelling van de Conventie meent de regering dat aan te bevelen is dat de voorbereiding van een IGC niet alleen plaatsvindt door een besloten groep regeringsvertegenwoordigers.

De regering acht het dan ook wenselijk dat ook andere belangrijke partijen dan vertegenwoordigers van de regeringen, zoals nationale parlementen, een plaats krijgen in de Conventie. Vanzelfsprekend dient de conventie wel op zodanige wijze te worden vormgegeven dat representativiteit, omvang en slagvaardigheid van de conventie met elkaar in evenwicht zijn. De hierboven weergegeven groeiende consensus (met name twee parlementariërs en een regeringsvertegenwoordiger per lidstaat en kandidaat-lidstaat alsmede een EP-lid per lidstaat) sluit hierbij aan.

Het lijkt de regering vooralsnog overigens een goede gedachte voor haar eigen vertegenwoordiger niet direct te denken aan een lid van de regering of een ambtenaar, al zal de regering wel willen meewegen welke keuze de andere lidstaten op dit punt maken. Op dit moment lijkt echter de benoeming van een onafhankelijke persoonlijkheid, met wie de regering alsdan uiteraard nauw voeling zal houden, goed aan op wat de Conventie moet zijn: een kraamkamer van ideeën, die de latere IGC levensvatbare opties aanreikt.

De aanwijzing van de parlementariërs is geheel een door het parlement te beslissen aangelegenheid. Zonder daaraan af te doen, zijn wellicht de volgende opmerkingen nuttig in de gedachtebepaling. De deelname van twee nationale parlementariërs per lidstaat zal uiteraard niet volledig de parlementaire diversiteit in elke lidstaat kunnen weerspiegelen. Daarom ware wellicht te overwegen te dien aanzien creatieve oplossingen te onderzoeken (plaatsvervangerschap, openbare hoorzittingen met het publiek voorafgaand aan Conventie-vergaderingen, openbaar vooroverleg met mede-parlementariërs en dito verslagbespreking, assistentie van buiten het parlement, enz.).

Vanzelfsprekend is de regering bereid er mede zorg voor te dragen dat het parlement ook kan beschikken over de documenten die besproken zullen worden in de conventie.

Gezien de ervaringen met bij voorbeeld de voorbereiding van het EU-handvest grondrechten en de COSAC, is de regering ervan overtuigd dat de nationale parlementen zeer goed in staat zijn representatieve en adequate vertegenwoordigers te sturen.

Status van de resulaten van de Conventie

Wat betreft de uitkomsten van de conventie meent de regering dat het wenselijk is dat de conventie uiteindelijk opties formuleert. De regering is geen voorstander van een uitkomst waarbij uiteindelijk één voorstel op tafel komt, omdat daarmee de onjuiste indruk zou kunnen ontstaan dat de conventie de rol en verantwoordelijkheid van de IGC overneemt. Het is naar Nederlands inzicht zeker niet de bedoeling dat de lidstaten voor een voldongen feit worden gesteld. Door het formuleren van opties en het bundelen van ideeën en suggesties draagt de Conventie bij aan een grondige inhoudelijke voorbereiding van de IGC op een wijze waarvoor een breed draagvlak bestaat. Daarbij blijft de eigen verantwoordelijkheid van de verschillende betrokken partijen duidelijk en onveranderd. In dit verband mag worden onderstreept dat noch de regeringen, noch de parlementen gebonden zullen zijn aan de uitkomsten van de Conventie.

De Conventie zal dus niet een forum worden waarbinnen wordt onderhandeld met als oogmerk het lichaam van waaruit de deelnemers zijn afgevaardigd, te binden. Bovendien zal over het resultaat, na beëindiging van het werk van de Conventie, vrijelijk door regeringen en parlementen gedebatteerd kunnen worden met het oog op de daarna door de regering te volgen lijn in de eigenlijke onderhandelingen in de IGC.

Besluitvorming

De Conventie zal de eigen werkwijze bepalen. Wel meent de regering dat de besluitvorming over het eindrapport op een juiste wijze moet plaatsvinden. Belangrijk is het dat de uit het gestructureerde netwerk en uit de Conventie zelf naar boven komende ideeën hun weg naar het eindrapport zullen kunnen vinden. Dat geeft de latere IGC de ruimte kennis te nemen van de ideeën die leven, rijp en groen, en daaruit die gedachten over te nemen die naar het inzicht van de lidstaten een plaats in de verdragen verdienen. Overigens zij opgemerkt dat onder de huidige lidstaten door sommige wordt gemeend dat binnen de Conventie, ingeval een stemming of peiling plaatsvindt, slechts de lidstaten een formele stem zouden moeten hebben. Anderen zouden dan slechts waarnemerstatus moeten hebben. Naar Nederlands inzicht is dat onderscheid evenwel niet werkelijk relevant, nu de Conventie juist ten doel moet hebben een veelheid aan ideeën en opties naar voren te halen en niet een uitonderhandelde tekst.

Voorts is van belang te onderkennen dat de werkzaamheden van de Conventie en de onderhandelingen in de eerstvolgende IGC twee onderscheiden fases zijn. Daartussen zit een periode waarin nadere reflectie en standpuntbepaling plaatsvindt door regeringen, parlementen en andere betrokkenen. Die periode moet niet te lang duren, teneinde het momentum van de Conventie vast te houden; tegelijk mag deze niet zo kort worden dat regeringen en parlementen niet ten gronde de merites van het eindrapport van de Conventie grondig kunnen bespreken voor de IGC begint.

Uiteindelijk zijn het de lidstaten die in de IGC onderhandelen over verdragswijzigingen. Ten aanzien van de voorbereiding op en stellingname in die IGC geldt zoals altijd de klassieke staatsrechtelijke verantwoordelijkheidsverdeling tussen regering en parlement. De resultaten van die IGC worden langs het gebruikelijke ratificatieproces aan nationale parlementen voorgelegd. Deze rol en bevoegdheidsverdeling kan niet worden aangetast door de inzet van een conventie.

IV Conclusie

De regering meent, concluderend, dat een Conventie voordelen kan hebben.

De Conventie biedt een kans aan meerdere spelers om een substantiële bijdrage te leveren aan het debat over de toekomst van Europa en de voorbereiding van de eerstvolgende IGC. De regering verwacht dat hierdoor de uiteindelijke resultaten van de IGC kunnen rekenen op grotere publieke herkenbaarheid en een breder draagvlak.

Voorts zal een opdracht aan de Conventie ideeën en opties te genereren ten behoeve van de latere IGC met zich brengen dat de deelnemers aan de Conventie niet in een onderhandelingssituatie komen te staan die hen staatsrechtelijk of politiek in een positie brengt die , althans in de Nederlandse context, niet wel verdedigbaar is.

Tenslotte zal de Conventie een methode kunnen blijken die niet alleen creativiteit en betrokkenheid vanuit de huidige lidstaten mobiliseert, maar ook de aanstaande lidstaten betrekt bij de vormgeving van wat straks ook hun Unie is en hen daardoor beter voorbereidt op het toekomstige lidmaatschap.

Kenmerk DIE2001/561
Blad /1

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie