Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Achtergrond Wereldvoedseltop: vijf jaren later

Datum nieuwsfeit: 31-10-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
IZ. 2001/1800
datum
29-10-2001

onderwerp
Voorbereidende brief Algemeen Overleg Wereldvoedseltop 31 oktober 2001 TRC 2001/10799 doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

Zoals u wellicht reeds bekend, heeft de directeur-generaal van de FAO op 15 oktober jl. de FAO-Raad voorgesteld de Wereldvoedseltop uit te stellen tot medio 2002. Ten behoeve van het Algemeen Overleg met de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voorzien voor 31 oktober 2001, doe ik u hierbij desalniettemin toekomen, mede namens de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, de voorbereidende brief voor dit overleg. Zoals verzocht, zal de huidige brief nader ingaan op het onderwerp 'Wereldvoedseltop: vijf jaar later'.

Over de stand van zaken bij de opvolging van de Wereldvoedseltop bent u laatstelijk geïnformeerd op 3 september 2001. In de betreffende brief (kenmerk IZ/MS/2001.1405) met voortgangsrapportage wordt in hoofdstuk 9: Implementatie, Monitoring en Follow-van de Wereldvoedseltop, eveneens nader ingegaan op de 'Wereldvoedseltop: vijf jaren later'. In hoofdstuk 3 van genoemde voortgangsrapportage wordt een overzicht gegeven van de situatie op het gebied van voedselzekerheid in de wereld.

datum
29-10-2001

kenmerk
IZ. 2001/1800

bijlage

Achtergrond Wereldvoedseltop: vijf jaren later
Berekeningen van de FAO geven duidelijk aan dat bij ongewijzigd beleid de voornaamste doelstelling van de Wereldvoedseltop - halvering van het aantal ondervoede personen in 2015 - niet wordt gehaald. Het aantal hongerigen neemt gemiddeld per jaar wel af, maar te langzaam. Op basis daarvan heeft de directeur-generaal van de FAO vorig jaar het idee gelanceerd om 5 jaar na de Wereldvoedseltop, die gehouden werd in Rome, november 1996, stil te staan op het hoogste politieke niveau bij de uitvoering van het Actieplan en de beperkingen bij het bereiken van de doelstellingen ervan. Met het oog op de huidige trend heeft hij niet willen wachten tot 2006 wanneer een mid term review is voorzien, zoals vastgelegd in het Actieplan uit 1996. De FAO-Raad heeft het voorstel van de directeur-generaal van de FAO geaccordeerd om de bijeenkomst 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' te houden als onderdeel van de tweejaarlijkse algemene FAO Conferentie (2-13 november 2001) en hiervoor staatshoofden en regeringsleiders uit te nodigen.

Eind september 2001 heeft de Italiaanse regering de FAO verzocht de 'Wereldvoedseltop:
5 jaar later' uit veiligheidsoverwegingen buiten Rome, in Rimini te organiseren. De leden van de FAO-Raad hebben hiermee in een schriftelijke procedure ingestemd. Op 10 oktober 2001 heeft het gastland aan de FAO voorgesteld de 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' weer terug te verplaatsen naar Rome. Dit was ingegeven door het feit dat de autoriteiten niet meer bang zijn dat zich in Rome grootschalige en oncontroleerbare demonstraties zullen voordoen zoals destijds in Genua, tijdens de G8-top. Voorts bleek dat Italië terugschrok voor de hoge extra kosten, die het land op zich zou nemen. Terugkeer naar Rome werd door iedereen verwelkomd en door de Raad goedgekeurd.

Vervolgens heeft de directeur-generaal van de FAO vele consultaties gehouden met Permanente Vertegenwoordigers van lidstaten te Rome, waarna hij op 15 oktober 2001 heeft voorgesteld om de 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' uit te stellen tot 10-14 juni 2002. Als reden gaf de directeur-generaal van de FAO aan dat er na de gebeurtenissen van
11 september onvoldoende aandacht is voor de voedselproblemen in de wereld en dat ook steeds meer staatshoofden en regeringsleiders aangaven op eerdere toezeggingen voor deelname terug te komen, onder wie vrijwel alle Westelijke regeringsleiders. De tweejaarlijkse FAO-Conferentie zal daarom weer een 'gewoon' karakter krijgen. De geplande rondetafelbijeenkomsten, bijeenkomsten voor parlementariërs, NGO's en de gedachtewisseling van maatschappelijke groeperingen en regeringsvertegenwoordigers (multi-stakeholder dialogue) zullen eveneens geen doorgang vinden.

Op aandringen van Europese en OECD-landen zal in een schriftelijke procedure aan de leden van de Raad wel om uitstel van de 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' worden gevraagd, maar geen datum worden vastgelegd. Het voorstel om de uitgestelde 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' van 10-14 juni 2002 te houden zal worden besproken in de FAO-Raad van
30 oktober - 1 november 2001.

Deelname kamerleden aan de 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' In mijn brieven aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer, met nrs. IZ. 2001/1652 resp. IZ. 2001/1653 van 2 oktober 2001, nodigde ik hen uit Kamerleden voor te dragen voor deelname aan de delegatie naar de 31e FAO-Conferentie. Gezien het wegvallen van het onderdeel 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' en alle speciale bijeenkomsten die daarmee verband houden, waaronder de bijeenkomst voor parlementariërs, ligt het in de rede dat deelname van kamerleden eveneens wordt verschoven naar de nieuwe datum van de 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later'.

Agenda en doelstellingen 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' De doelstelling van de 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' is om een nieuw elan te geven aan de wereldwijde inspanningen om het aantal mensen dat honger lijdt terug te dringen. De directeur-generaal van de FAO heeft laten blijken dat het hem er vooral om gaat dat lidstaten politieke wil tonen. Door de aanwezigheid van staatshoofden en regeringsleiders hoopt hij voldoende aandacht van de internationale gemeenschap voor het probleem te kunnen genereren.

Naast meer politieke wil, beoogt de directeur-generaal van de FAO meer middelen voor rurale ontwikkeling te kunnen aantrekken. In ontwikkelingslanden neemt het aandeel van de overheidsbegroting voor landbouw sterk af evenals het aandeel van de landbouw in de hulpbesteding. Aandacht hiervoor is een van de speerpunten op de agenda van de 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later'. De lidstaten en het FAO-Secretariaat zijn het erover eens dat het Actieplan van de Wereldvoedseltop uit 1996 niet moet worden heropend. Tijdens de 'Wereldvoedseltop:
5 jaar' later zal de aandacht moeten uitgaan naar de follow-up en implementatie van de verplichtingen van het bestaande Actieplan.

Het is de bedoeling dat op de top een resolutie wordt aangenomen, die door voorgaande Raadszittingen grotendeels is voorbereid en waarvan nog onduidelijk is wanneer deze inhoudelijk zal worden afgerond.

Nederlandse positie bij de verdere uitvoering van het Actieplan van de Wereldvoedseltop
Hoewel Nederland de slechte vooruitzichten voor wat het halen van de genoemde doelstelling betreft onderschrijft, hebben Nederland en andere westerse landen in een vroeg stadium aangegeven dat het nog te vroeg is voor een dergelijke topconferentie. Immers, implementatie van het actieprogramma is in de meeste ontwikkelingslanden nog maar net gestart en de eerste cyclus van nationale rapportages over de verplichtingen is nog niet afgerond. Bovendien is in 1996 afgesproken om in 2006 een mid term review te houden.
Desondanks heeft de FAO-Raad besloten het voorstel van de directeur-generaal van de FAO voor het houden van de 'Wereldvoedseltop: 5 jaren later' te steunen. De inzet van Nederland en EU-partners is nu de 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later' zoveel mogelijk een succes te maken.

In de FAO-Raad in juni 2001 is onderhandeld over de tijdens de top aan te nemen resolutie. Nederland streeft naar een resolutie over de implementatie van het Wereldvoedseltop Actieplan die kort, bondig en helder is, de in 1996 aangegane verplichtingen bevestigt en zo mogelijk aangeeft wat de komende tijd anders en beter dient te gebeuren. Onderhandelingen over uitvoerige politieke verklaringen dienen zoveel mogelijk voorkomen te worden. Het is nog onduidelijk wanneer over de concepttekst verder wordt onderhandeld. De huidige tekst bevestigt onder andere de eerdere verplichtingen uit 1996, schetst het bredere kader waarin de vooruitgang tot stand moet komen en bevestigt de instelling van het nieuwe fonds voor landbouw en rurale ontwikkeling.

Begin 2001 is door de EU-lidstaten een paper opgesteld, met daarin vervat het EU-standpunt over de 'Wereldvoedseltop: 5 jaar later', en aan het FAO-Secretariaat aangeboden. In het paper gaat de EU in op de rol van FAO in de follow-up van de Wereldvoedseltop en de prioritaire aandachtspunten die in de komende vijf jaren (tot de voorziene tussentijdse evaluatie in 2006) centraal zouden moeten staan. In het paper wordt aandacht gevraagd voor het complexe karakter van honger en armoede. Armoede is niet alleen een gebrek aan inkomen en financiële middelen maar omvat ook factoren als kwetsbaarheid, geen toegang hebben tot voedsel, onderwijs en gezondheidszorg, drinkwater, land, werkgelegenheid en kredietfaciliteiten. Strategieën in individuele landen moeten zich dan ook toespitsen op die factoren die het grootste knelpunt vormen.

Voorts wordt het belang van het wereldwijde kader benadrukt en de samenwerking met andere internationale instellingen.

Nederland vindt dat analyse van honger en ondervoeding beter kan en moet. Meer aandacht dient te worden gegeven aan de oorzaken voor de langzame daling van het aantal ondervoede mensen. Menselijke oorzaken als politieke crisissen, gewapende conflicten en civiele onrust moeten prominenter als oorzaak worden onderkend. Ook de verdelingsproblematiek en onvoldoende 'governance' om armoede en ondervoeding onder gemarginaliseerde groepen als landlozen te verhelpen, verdient meer aandacht. Bovendien is meer aandacht nodig voor specifieke problemen op huishoudniveau die een beletsel zijn voor voldoende en veilige consumptie.
In veel ontwikkelingslanden is de landbouw nog steeds de drijvende kracht achter de economische ontwikkeling in het algemeen en achter plattelandsontwikkeling in het bijzonder. Beleid op het gebied van landbouw en rurale ontwikkeling is cruciaal in het streven naar voedselzekerheid. Duurzame productie van voedsel en markttoegang voor ontwikkelingslanden zijn daarbij belangrijke speerpunten. Voedselzekerheid is een belangrijk beleidsthema van de FAO, maar tegelijkertijd is er meer aandacht nodig voor nieuwe beleidsthema's als voedselveiligheid en innovatieve technologieën. De oproep van de FAO om vooral meer hulp te richten op landbouwontwikkeling - waartoe de FAO een nieuw fonds heeft opgezet - is daarom veel te algemeen en gaat onvoldoende in op de oorzaken. Het lage niveau van investeringen in de landbouw door overheden en particulieren is veelal een symptoom van onvoldoende 'good governance' die als achterliggende oorzaak zal moeten worden aangepakt. Zoals in de laatste voortgangsrapportage (brief IZ/MS/2001.1405 van 3 september 2001) is aangegeven, is Nederland, mede met het oog op deze discussie en de volgende ronde van rapportage van de lidstaten aan de FAO, voornemens om de landen waarmee Nederland structureel samenwerkt in deze sector te vragen om de rapportage die zij aan de FAO hebben verstrekt ook aan Nederland ter beschikking te stellen. Een dergelijke rapportage kan betrokken worden bij de dialoog tussen betrokken land en de internationale donorgemeenschap over effectieve steun aan voedselzekerheid in sectoren waarvoor voedselzekerheidsaspecten spelen.

Nederland is van mening dat de FAO meer aandacht dient te geven aan samenwerking met andere internationale organisaties zoals WHO, UNICEF, WFP, IFAD en de Wereldbank.
Ook de resultaten van internationale conferenties die dit jaar plaatsvinden (zoals LDC-III, UNGASS HIV/AIDS) moeten in de follow-up van de Wereldvoedseltop meegenomen worden. Bovendien dient de FAO in dit proces NGO's meer te betrekken.

Nederland en EU-partners willen niet dat de onderhandelingsresultaten van de Wereldvoedseltop uit 1996 worden opgebroken. Discussies die in andere fora reeds zijn gevoerd moeten worden vermeden.

Samenvattend onderstreept Nederland het belang van:
* een betere analyse van de oorzaken van armoede en ondervoeding;
* een betere meting van het aantal ondervoede wereldburgers;
* meer aandacht voor de grote, door mensen veroorzaakte, problemen die voedselzekerheid belemmeren;

* meer aandacht voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van voedselveiligheid en innovatieve technologieën;
* meer aandacht voor de samenwerking van de FAO met andere internationale organisaties;

* meer betrokkenheid van ngo's;

* landenspecifieke uitwerking van het mondiale actieprogramma met voorrang in de landen waar het probleem het grootst is.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst


---

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie