Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Algemene Raad 29 en 30 oktober 2001

Datum nieuwsfeit: 02-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitters van de Algemene Commissie
voor Europese Zaken en van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4 Den Haag Directie Integratie Europa
Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag
Datum 2 november 2001 Auteur G.A. Beschoor Plug
Kenmerk DIE/583/01 Telefoon 070-348 5005
Blad 1/7 Fax 070-348 6381
Bijlage(n) Concept Raadsconclusies E-mail (die@minbuza.nl)

Betreft Verslag Algemene Raad van 29 en 30 oktober 2001

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij aan te bieden het verslag van de Algemene Raad van 29 en 30 oktober 2001.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Verslag van de Algemene Raad van 29 en 30 oktober 2001

World Trade Organisation

De Raad besprak de stand van zaken bij de voorbereidingen van de vierde ministeriële WTO-conferentie te Qatar. Met de presentatie van nieuwe ontwerpteksten voor de ministeriële verklaring, een implementatiepakket en een verklaring inzake 'TRIP's and public health' door de Voorzitter Harbinson van de Algemene Raad van de WTO op 27 oktober, is de laatste beslissende fase aangebroken. Bij de lidstaten groeit het gevoel dat een akkoord over de lancering van een nieuwe handelsronde nu tot de reële mogelijkheden behoort. De teksten over landbouw, milieu en arbeidsnormen leveren voor de EU de meeste problemen op.

Staatssecretaris Ybema benadrukte in zijn interventie dat een succes in Doha nu meer dan ooit nodig is, hetgeen een flexibele opstelling - in het bijzonder jegens ontwikkelingslanden - vergt. Implementatie is een cruciaal dossier waarmee het vertrouwen van deze landen kan worden gewonnen. Hiertoe zou hun uitvoeringscapaciteit moeten worden versterkt. Nederland is tevreden met de nieuwe Harbinsonteksten, waarmee goede vorderingen worden gemaakt in het onderhandelingsproces. De landbouwtekst is bespreekbaar en op het moeilijke dossier TRIP's basismedicijnen neemt de EU een goede tussenpositie in.

Vervolgens nam de Raad de conclusies aan inzake een nieuwe WTO-ronde, die onder meer een herbevestiging van het onderhandelingsmandaat van oktober 1999 inhouden.

Stand van zaken andere Raadsformaties

Voorzitter Michel gaf een overzicht van de werkzaamheden van de andere Raadsformaties en wees in het bijzonder op de roadmap duurzame ontwikkeling.

Ik heb in dit kader gewezen op het streven 0,7% van het BNP te besteden aan officiële ontwikkelingssamenwerking (ODA), zoals laatstelijk benadrukt door de Europese Raad van Gotenburg. Op dit moment voldoen slechts vier lidstaten aan deze norm (Nederland, Zweden, Denemarken en Luxemburg). Ik memoreerde dat zowel in de Ecofin als in de OS raad wordt gesproken over het realiseren van deze doelstelling, die tevens past in het kader van herziening en versterking van de externe betrekkingen van de Unie. In dit verband heb ik de oproep van het voorzitterschap aan de lidstaten voor een tijdpad voor de realisering hiervan toegejuicht.

Statuut Europarlementariërs

De Raad stemde in met het compromisvoorstel van het voorzitterschap over de belastingen op de salarissen van de leden van het Europees Parlement. Het voorstel houdt in dat het salaris van Europarlementariërs wordt voldaan uit het communautaire budget en daarover een communautaire belasting wordt geheven. Lidstaten hebben de bevoegdheid in aanvulling daarop een nationale belasting te heffen. Het Europees Parlement zal zich nu hierover moeten uitspreken.

Financiering Europese politieke partijen

De Raad besprak de drie nog openstaande knelpunten van het voorstel van het voorzitterschap (democratiseringstoets, representativiteitstoets en giften aan derden). Een aantal lidstaten heeft aangegeven nog geen definitief standpunt te kunnen innemen in verband met nationaal overleg. Niettemin lijkt overeenstemming te bestaan over de democratiseringstoets. Enkele lidstaten zijn niet akkoord gegaan met het voorstel dat een partij gekozenen uit drie lidstaten moet hebben om voor financiering in aanmerking te komen (representativiteitstoets). Wel hebben zij hun eerdere positie, dat het volstaat gekozenen uit één lidstaat te hebben, verlaten. Inzake de mogelijkheid voor de politieke partijen giften van derden te ontvangen, bleef de Raad verdeeld. Het voorzitterschap heeft aangegeven met name op laatstgenoemd punt bilateraal overleg te zullen voeren, en streeft ernaar in de eerstvolgende Algemene Raad alsnog overeenstemming op bovenstaande punten te krijgen.

Middenoosten Vredesproces

Hoge Vertegenwoordiger Solana deed verslag van zijn recente bezoek aan de regio. Hij achtte het van belang dat de EU druk en kritiek bleef uitoefenen, enerzijds op Israël ten aanzien van invallen in de A-zones en buitengerechtelijke executies, en anderzijds op de Palestijnse autoriteit ten aanzien van de opsporing van de moordenaars van minister Zeevi. Hij stelde voor dat de Unie het conflict beter zou monitoren en bepleitte nauwe samenwerking met de VS.

De Raad bereikte overeenstemming over een verklaring ter herinnering aan de Conferentie van Madrid, tien jaar geleden.

Afrika

Ten aanzien van Zimbabwe bereikte de Raad overeenstemming over de activering van art. 96 van het Verdrag van Cotonou, zodat binnenkort kritische consultaties zullen worden geopend die tot opschorting van het verdrag kunnen leiden. Commissaris Nielson vroeg aandacht voor mogelijke negatieve effecten hiervan, al toonde hij begrip voor de overwegingen die binnen de Raad leefden. Zijn aarzelingen betroffen vooral de vrees voor een 'drempelverlagende werking' bij consultaties ex art. 96 (in eerdere gevallen zou de toestand aanzienlijk ernstiger zijn geweest) en voor verdere verslechtering van de EU-relatie met Zimbabwe. Hij was voorts van mening dat verschillende Afrikaanse landen, waaronder de Southern African Development Community (SADC), een dergelijke stap van de EU zouden betreuren.

Maar de Raad was unaniem in zijn oordeel dat de maat vol was. Ook ik heb aangegeven dat het geduld op was na maandenlange onderhandelingen met Zimbabwe, zowel door de EU (met de procedure ex art. 8 van het Verdrag van Cotonou) als door de Commonwealth (in het zogenaamde Abuja-proces). Daarin had Zimbabwe pas op het laatste moment schijnbare concessies gedaan, die het vervolgens niet uitvoerde. Ondertussen verslechterde de situatie in het land zienderogen met politiek geweld, verdere afbrokkeling van de rechtsorde en bedrijfsbezettingen. Ik heb gesteld de procedure ex art. 96 als het enige middel te zien om nu in een serieus gesprek met Zimbabwe te geraken teneinde de relaties te kunnen herstellen. Mijn collega Straw ondersteunde mijn betoog, waaraan hij nog toevoegde dat zijn laatste informatie erop wees dat ook uit de hoek van de SADC begrip zou bestaan voor de opstelling van de EU.

Ten aanzien van Eritrea heb ik spoedige terugkeer van de onlangs teruggeroepen EU-ambassadeurs bepleit, nu er bericht was dat President Isayas vertegenwoordigers van de EU zou willen ontvangen voor een démarche. De aanwezigheid van de ambassadeurs ter plaatse is ook met het oog op het vredesproces van belang. Eén van mijn collega's echter wenste de terugkeer van ambassadeurs op te houden totdat een specifieke datum voor deze démarche zou zijn overeengekomen. Het dossier wordt nu verder op ambtelijk niveau besproken en zal tijdens de volgende Algemene Raad opnieuw aan de orde worden gesteld.

De Raadsconclusies hebben voorts betrekking op het vredesproces rond de Grote Meren en op Burundi, maar daarover vond vanwege tijdgebrek geen inhoudelijke discussie meer plaats.

Follow-up aanslagen VS

Minister Michel verwees voor voortgang in de diverse antiterrorisme dossiers in de andere Raadsformaties naar het overzicht dat daartoe wordt bijgehouden. Hij herinnerde aan de impulsen die de informele Europese Raad van Gent aan het proces heeft gegeven. Hij noemde eveneens kort de ontmoeting die hij onlangs had gehad met de VN-vertegenwoordiger voor Afghanistan, Brahimi. Dezer dagen zal hij de Centraalaziatische landen bezoeken. Ook HV Solana verwees kort naar de contacten die hij had om te helpen zoeken naar politieke oplossingen voor Afghanistan.

Commissaris Patten kondigde aan dat en marge van de VN-ministeriële week in november as. de Samenwerkingsovereenkomst met Pakistan zal worden ondertekend. Hij stelde tenslotte een Commissiemededeling over de Centraalaziatische republieken in het vooruitzicht.

Westelijke Balkan

HV Solana kwam met enig goed nieuws terug uit Skopje, waar knopen waren doorgehakt over de preambule van de Grondwet. Die zou nu een verwijzing bevatten naar alle bevolkingsgroepen die in Macedonië leven. Ook over de plaats van de kerk was een doorbraak bereikt. Daarmee kwam afronding van de grondwetswijziging in zicht, volgens het overeengekomen tijdpad en mogelijk reeds in de eerste helft van november as. Uitstaande problemen betreffen nog de amnestieregeling en het gebrek aan overeenstemming tussen Skopje en het IMF, dat in de weg staat aan het verlenen van macro-financiële steun.

De Raad bereikte verder overeenstemming over de aanstelling van de opvolger van de EU-gezant in Skopje, Léotard, te weten de Fransman Le Roy.

Ook over Kosovo was sprake van een mate van optimisme nu de voorbereidingen voor de verkiezingen op 17 november as. gunstig verlopen. Er bestond voorts hoop dat Belgrado de Servische Kosovaren, die zich al wel in groten getale hebben laten registreren als kiezer, alsnog publiekelijk zal oproepen om ook daadwerkelijk ter stembus te gaan.

Tenslotte gaven HV Solana en Commissaris Patten een korte toelichting op de door hen voorgestelde refocus van het Stabiliteitspact, dat nauwer moet aansluiten op het Stabilisatie- en Associatieproces en regionaal ownership moet bevorderen. Deze aanpak kreeg bijval van verschillende lidstaten. De discussie hierover zal worden voortgezet.

EU beleidsprioriteiten

Minister Straw lichtte toe dat het VK dit onderwerp had geagendeerd om tot een betere beleidscoördinatie te komen tussen Raad en Commissie, en daarmee tot een beter en coherenter overzicht van de activiteiten van de EU. Voor 2002 zag het VK vier prioriteiten: terrorisme, economische hervormingen (inclusief een nieuwe WTO-ronde), uitbreiding en extern beleid (in het bijzonder het Middenoosten Vredesproces, Afghanistan, de Westelijke Balkan en de betrekkingen met Rusland).

Commissaris Patten stelde het eens te zijn met een versterking van de dialoog tussen Raad en Commissie. Er diende een betere coördinatie plaats te vinden tussen de presentatie van het werkprogramma van de Commissie en het jaarlijkse oriëntatiedebat over het extern beleid van de Raad. Tevens moet vroeg in het jaar 2002 worden gekeken naar de financiële gevolgen van de prioriteitstelling. Nieuwe prioriteiten zoals Afghanistan vergen financiële verschuivingen en daarmee wellicht lastige besluiten.

Ik heb het Britse initiatief krachtig ondersteund en heb gewezen op de talrijke nieuwe prioriteiten die het gevolg zijn van de aanslagen van 11 september, zoals de betrekkingen met Centraalazië en de wederopbouw van Afghanistan. Teneinde deze prioriteiten te kunnen opvangen binnen het plafond van Categorie IV van de EU-begroting, dienen de posterioriteiten scherper te worden geformuleerd. Verder dient de Unie werk te maken van de flexibilisering van de EU-begroting en moet de avondroodclausule spoedig worden geoperationaliseerd. Commissaris Patten viel mij hierin bij.

VN-mensenrechtenresolutie Iran

Onder 'diversen' vroeg mijn Italiaanse collega aandacht voor Iran in het licht van de ontwerp-mensenrechtenresolutie die de EU in de VN wil inbrengen. Hij vond dat er uit Iran positieve signalen kwamen - zowel op het terrein van terrorismebestrijding als van de mensenrechten - die een meer tegemoetkomende tekst zouden rechtvaardigen. Ik heb gesteld daarmee moeite te hebben, nu de mensenrechtensituatie in Iran nog verre van bevredigend is en geen verbetering laat zien. Het onderwerp zal in op ambtelijk niveau verder worden besproken.

Van de agenda verwijderde agendapunten

Het Belgisch voorzitterschap had in een eerder stadium besloten de agendapunten Europees Veiligheids- en Defensiebeleid, de relaties met Libanon en Algerije, alsmede het Raadsbesluit associatie Landen en Gebieden Overzee bij de EG, van de agenda af te voeren aangezien deze onderwerpen nog niet geheel rijp bleken te zijn voor bespreking in de Raad.

En marge van de Raad

En marge van de Algemene Raad werd de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de EU en Kroatië ondertekend. Kroatië is na Macedonië het tweede land in de Westelijke Balkan waarmee de EU een dergelijke overeenkomst sluit. De overeenkomst zal te zijner tijd aan Uw Kamer via de gebruikelijke procedures ter goedkeuring worden voorgelegd. De overeenkomst treedt pas in werking nadat hij door alle 15 lidstaten is geratificeerd.

En marge van de Raad kwamen ook de Samenwerkingsraden met Georgië, Armenië en Azerbaidjan bijeen. Deze raden vloeien voort uit de Partnerschap- en Samenwerkingsovereenkomsten die de Gemeenschap en de lidstaten met de drie Kaukasus landen hebben gesloten.

De samenwerkingsraden besteedden in het bijzonder aandacht aan de strijd tegen het terrorisme. Georgië, Armenië en Azerbaidjan verplichtten zich ondermeer om de VN Veiligheidsraadresolutie 1373 volledig te implementeren. Zij zullen daarbij maatregelen nemen om de financiering van het terrorisme te bestrijden.

De Unie drong voorts aan op volledige implementatie van de handelsparagrafen in de Partnerschap- en Samenwerkingsovereenkomsten en spoorde de landen aan om energiek economische, administratieve en sociale hervormingen door te voeren. In dit kader vroeg de Unie aandacht voor maatregelen om het investeringsklimaat in de drie landen te verbeteren.

In de politieke dialoog met Armenië en Azerbaidjan drong de EU aan op voortgang in de onderhandelingen om een duurzame politieke oplossing te vinden voor het conflict rond Nagorny Karabach. Dit conflict belast de stabiliteit in de regio. Azerbaidjan werd krachtig aangesproken op de beknotting van de media die onlangs heeft plaatsgevonden. Wil Azerbaidjan de relatie met de EU verbreden en verdiepen dan zal het moeten handelen volgens algemeen aanvaarde beginselen m.b.t. rechtsstaat en democratie.

In de dialoog met Georgië betreurde de Unie het oplaaiende geweld in Abchazië. Het voorzitterschap juichte de rol van de VN bij de oplossing van dit conflict toe en riep op tot het instellen van vertrouwenwekkende maatregelen.

Kenmerk
Blad /1

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie