Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage Dijksma aan overleg over wet op onderwijstoezicht

Datum nieuwsfeit: 05-11-2001
Bron: Partij van de Arbeid
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 5 november 2001

BIJDRAGE VAN SHARON DIJKSMA (PvdA) AAN HET WETGEVINGSOVERLEG OVER DE WET OP HET ONDERWIJSTOEZICHT

Inleiding

In het Regeerakkoord hebben we vastgelegd dat de rol van de onderwijsinspectie zal worden versterkt ter wille van een onafhankelijk oordeel over de kwaliteit van het onderwijs dat scholen en onderwijsinstellingen bieden. In 1999 verscheen de regeringsnota Variëteit en waarborg, die een uitwerking vormde van dit voornemen. Er werd een onderscheid gemaakt bij de gevolgen voor scholen die langdurig beneden de maat presteren. Zou het falen de wettelijke deugdelijkheidseisen betreffen, dan zou de minister in laatste instantie kunnen overgaan tot sancties in de bekostiging. Zou het falen de overige kwaliteitseisen betreffen, dan zou de minister kunnen overgaan tot vormen van extra ondersteuning. Over deze nota belegde de Kamer in het voorjaar van 2000 een nota-overleg en op basis van het debat van destijds heeft de regering nu, helaas met vertraging, de Wet op het onderwijstoezicht aan de Kamer aangeboden.

Kwesties

De discussie heeft zich tot nu toe vooral gericht op drie aspecten:


* Allerlei betrokkenen, vooral uit het bijzonder onderwijs maakten er bezwaar tegen dat de inspectie zich niet alleen zou gaan bezighouden met de deugdelijkheidseisen, die gelden als bekostigingsvoorwaarden, maar ook zou gaan letten op andere aspecten van kwaliteit, zoals het pedagogisch klimaat en de leerlingenzorg.

* Bij de Vereniging van de Rijksinspectie van het Onderwijs klinkt bezorgdheid over de proportionaliteit van het toezicht: de omvang van de inspectie is bepaald niet toereikend om elke school eens per jaar te bezoeken terwijl zoiets wel noodzakelijk is om de betrouwbaarheid van de rapportages te garanderen. Vandaag verscheen er in de Trouw zelfs een artikel waaruit blijkt dat heel veel scholen slechts eens per vier jaar een onderwijsinspecteur over de vloer krijgen.

* De ministeriële verantwoordelijkheid mag meer op afstand komen te staan van de inspecties, maar uiteindelijk zou de minister wel degelijk het laatste woord hebben over het toetsingskader en de Kamer moet hem daarop vervolgens kunnen aanspreken.

Onze fractie deelt niet de bezwaren tegen bemoeienis van de inspectie met de aspecten van kwaliteit, maar we dringen er bij de minister wel op aan dat hij een toereikende omvang van de inspectie en een heldere ministeriële verantwoordelijkheid garandeert. Maar daar kom ik later nog op terug. Ik wil mijn inbreng beginnen met een aantal opmerkingen over de inhoud van het wetsvoorstel. Daarna zal ik kort ingaan op het openbaar maken van de onderzoeksresultaten door de inspectie. Vervolgens is de ministeriële verantwoordelijkheid aan de orde. Mijn vierde onderwerp betreft het mysterieuze begrip proportioneel toezicht, waarbij ik de omvang van de huidige inspectie meteen maar even meeneem. Tenslotte wil ik afronden met enkele opmerkingen over derde partijen die wel een rol spelen in het onderwijs, maar niet door de inspectie kunnen worden aangesproken.

De inhoud van het wetsvoorstel

De leden van de PvdA-fractie zijn zoals gezegd verheugd met het feit dat de nota Variëteit en Waarborg nu een vervolg krijgt en de regering het wetsvoorstel heeft ingediend. De versterkte rol van de inspectie vormt in onze ogen een noodzakelijke tegenhanger van de vergroting van de autonomie van scholen en onderwijsinstellingen. Dit kan ertoe bijdragen dat ouders en/of leerlingen in positie worden gebracht om schooldirecties rechtstreeks aan te spreken die een ondeugdelijk beleid voeren.

De PvdA-fractie is met de regering van mening dat men de kwaliteit van het onderwijs breder dient op te vatten dan tot uitdrukking komt in de huidige bekostigingsvoorwaarden. Wij vinden bijvoorbeeld dat een school faalt, indien de kerndoelen behaald worden, maar het pedagogisch klimaat allerbelabberdst is. De vrijheid van onderwijs kan geen excuus vormen om een dergelijk falen met een mantel der liefde toe te dekken. Uit de Nota naar aanleiding van het verslag wordt niet helemaal helder op welke wijze dit pedagogisch klimaat wordt gemeten, dat geldt ook voor de andere aspecten van kwaliteit. Ook de proeve van het toezichtskader zoals de Kamer dit eerder heeft ontvangen is op dit punt onduidelijk. Kunnen de bewindslieden alsnog een indruk geven op welke wijze zij menen dat bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat meetbaar moet worden gemaakt? Of laat u het achterste van uw tong bewust niet zien omdat de regering wil afwachten wat er uit het overleg tussen de inspectie en de partners in het onderwijs komt bij het streven naar concensus rondom het toezichtskader?

De leden van de PvdA fractie vinden het een goede zaak dat instellingen in eerste instantie zelf inhoud geven aan de kwaliteit van het onderwijs. Die gedachte is ook uitgangspunt van het wetsvoorstel zoals dat nu bij ons voorligt. Een goede onderwijskwaliteit kan men op verschillende manieren bereiken. In het notaoverleg over Variëteit en Waarborg kwam de zinsnede "er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden" herhaaldelijk naar voren. In mijn schriftelijke inbreng heb ik een andere metafoor gebruikt: zoals men een kok waardeert om de kwaliteit van zijn gerechten en niet omdat hij het kookboek zo stipt volgt, zo kunnen ook scholen op verschillende manieren tot een kwalitatief goed onderwijs komen. Deze parallel reikt echter verder. Als de kwaliteit van de gerechten telkens tekortschiet, kan het zinvol zijn om het kookboek er maar eens bij te pakken, omdat daarin recepten staan die tenminste tot een goed resultaat leiden. Zo kan ook de onderwijsinspectie hulp bieden aan onderwijsinstellingen, die er telkens niet in slagen onderwijs van voldoende kwaliteit te realiseren, zonder dat er één enkel didactisch ideaalplaatje wordt opgedrongen.

Mag ik de minister vragen waarom er voor gekozen is om de aspecten van kwaliteit in een bijlage bij het wetsvoorstel te voegen? Welke juridische status heeft deze bijlage? Er kunnen heel goede redenen zijn om een dergelijke bijlage niet op te nemen in de tekst van het wetsvoorstel, maar zeker nu mijn collega Cornielje op dit punt een amendement heeft ingediend wil ik graag een nadere uitleg van de regering.

Tijdens het notaoverleg over de nota Variëteit en Waarborg heeft de PvdA-fractie destijds gesuggereerd dat er een aanpak zou kunnen worden ingevoerd analoog aan de artikel 12-status, zoals deze wordt gehanteerd bij gemeenten en in dit geval het rijk extra ondersteuning geeft aan een school maar de school in ruil daarvoor zekere bevoegdheden zou moeten overlaten aan het rijk. Nu kunnen we een dergelijke constructie niet één op één vertalen naar het onderwijs, maar de PvdA wil wel dat in de wet meer duidelijkheid wordt geschapen omtrent het begrip 'stimulerende maatregelen'. Om die reden hebben wij samen met D66 een amendement ingediend waarbij helder wordt gemaakt waaruit die stimulerende maatregelen kunnen bestaan. Graag een reactie van de regering op dit amendement.

De vertrouwensinspecteurs vormen een apart onderdeel van de Toezichtswet. Ik wil gegarandeerd zien dat aan elke school een vertrouwensinspecteur wordt verbonden (zie mijn amendement). Welke taken krijgen deze vertrouwensinspecteurs nu in de toekomst? In de voorliggende wet staat een hele passage waarbij het begrip seksuele intimidatie voorop staat. Zal de vertrouwensinspecteur ook worden ingeschakeld bij andere vormen van intimidatie, zoals extreme vormen van pesten en fysiek geweld?

Openbaarmaking van gegevens

Toen Trouw en een tijdje later de Volkskrant zijn begonnen met hun 'ranking lists' om de kwaliteit van scholen te openbaren was het huis, bijna letterlijk, te klein en alle kranten overigens totaal uitverkocht. Ouders en leerlingen willen nu eenmaal weten hoe hun school 'het doet' en daar hebben zij recht op. De PvdA heeft altijd bezwaar gemaakt tegen onderzoeken op kwaliteit die enkel gebaseerd zijn op zak- en slaagpercentages en aantallen zittenblijvers. De kwaliteit van een school moet worden gemeten aan de hand van de toegevoegde waarde die een school leerlingen biedt. Op welke wijze zal de inspectie het meten van die 'toegevoegde waarde' ter hand nemen? De leden van de PvdA-fractie vinden het zonder meer een goede zaak dat inspectierapporten worden openbaar gemaakt. Indien de kwaliteit van het onderwijs bij een school of instelling tekortschiet, zal geheimzinnigheid niet bijdragen aan een oplossing. De mogelijkheid van een klachtprocedure waarborgt daartegenover dat de inspectie niet lichtvaardig tot een oordeel zal komen. Ik hoop wel dat de toegankelijkheid van de gegevens die straks op het net worden gepubliceerd voorop staat. Ouders en leerlingen hebben geen mallemoer aan onleesbare rapporten.

De ministeriële verantwoordelijkheid

De inspectie stelt jaarlijks een jaarwerkplan vast. En uit de antwoorden van de minister blijkt dat de Kamer deze jaarwerkplannen steeds zal ontvangen, zodat zij zelf ook onderwerpen kan aandragen die nader onderzoek vergen. Waarom stelt de minister dit jaarplan overigens niet zelf vast? Is dat om de onafhankelijkheid van de Inspectie maximaal te kunnen waarborgen? Ook het Toezichtskader wordt volgens het huidige wetsvoorstel niet door de minister goedgekeurd. Mijn fractie heeft daar bezwaren tegen. Natuurlijk is het van belang dat het Toezichtskader in goed overleg met partners uit het onderwijs door de inspectie wordt opgesteld. Maar de Kamer moet de minister kunnen blijven aanspreken op de inhoud van dit Toezichtskader. Niet om ons er tegenaan te bemoeien als dat niet nodig is. Ook niet om bij voorbaat een flinke vinger in de pap te hebben. Wel om de vinger aan de pols te houden want dat is onze taak.

Proportioneel toezicht

De leden van de PvdA-fractie beschouwen zelfevaluatie als waardevolle instrumenten voor de beoordeling van de onderwijskwaliteit, maar zij menen dat dit instrument het afleggen van schoolbezoeken zeker niet overbodig kan maken. In principe zou de inspectie elk schoolgebouw eens per jaar moeten bezoeken teneinde te beoordelen of de zelfevaluaties een getrouw beeld van de onderwijssituatie geven. De personeelscapaciteit van de inspectie schiet daartoe echter tekort. Vandaag kunnen we in de Trouw daarover een zeer kritisch artikel lezen. Ik heb begrepen dat er 15 miljoen extra nodig is om de inspectie elke school tenminste een keer per jaar te laten bezoeken. Op de 50 miljard moet dat toch geregeld kunnen worden? We hebben om dit alvast in de wet te verankeren van harte het amendement van mevrouw Lambrechts meegetekend. Het begrip 'proportioneel toezicht' mag geen verdoezelingstactiek zijn om te verhullen dat de capaciteit van de inspectie tekort schiet. Natuurlijk heeft de éne school meer controle nodig dan een ander, maar dat neemt niet weg dat ook goede scholen baat hebben bij adviezen van de inspectie.

Consequenties voor andere partijen

De PvdA-fractie vraagt zich af of dit wetsvoorstel ook consequenties heeft voor de rol van de inspectie ten opzichte van derden zoals de schoolbegeleidingsdiensten en de SLOA-instellingen. In het verleden was er bij de inspectie bijvoorbeeld een aparte dienst die zich bezig hield met het toezien op de schoolbegeleiding. Is dit soort expertise nog wel voldoende paraat? Hoe wordt bijvoorbeeld toegezien op iets als de kwaliteit van intercultureel onderwijs? Kunnen de bewindslieden verklaren welke rol zij de inspectie in dezen toebedenken? Zal de inspectie ook gemeenten die in schoolbesturen participeren erop aanspreken indien het lokale onderwijsbeleid ondeugdelijk blijkt?

Tot slot

De bemoeizucht vanuit Zoetermeer en Den Haag met het onderwijs is in het afgelopen jaar kleiner geworden. Autonomie en deregulering zijn de nieuwe mantra's in het onderwijs en daar staan wij voor. Maar 50 miljard aan overheidsuitgaven in het onderwijs rechtvaardigen een sterke inspectie die op gepaste wijze toeziet op de kwaliteit van het onderwijs. Op die manier houden we het draagvlak voor verdergaande investeringen in het onderwijs ook hoog. Want de mensen willen immers weten wat er met hun geld gebeurt.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie