Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrgae PvdA aan notaoverleg over de politie

Datum nieuwsfeit: 05-11-2001
Bron: Partij van de Arbeid
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 5 november 2001

BIJDRAGE VAN ARIE KUIJPER (PvdA) AAN HET NOTAOVERLEG OVER DE POLITIE

Er is nog steeds een aanzienlijke uitbreiding nodig van het aantal politieagenten. Vooral voor het tegenhouden van misdrijven, door zichtbaar toezicht op straat, in uitgaanscentra en in het openbaar vervoer. In de huidige kabinetsperiode hebben wij veiligheid tot speerpunt van ons beleid gemaakt. In het verkiezingsprogramma kiest de PvdA voor het, op gemeentelijk niveau, ontwikkelen van veiligheidsplannen. Burgers in de eerste plaats, maar ook gemeente, scholen, consultatiebureaus, kinderopvang, sportverenigingen, buurthuizen, woningcorporaties, midden- en kleinbedrijf, welzijns- en hulpverleningsinstellingen, politie en justitie dienen samen te zorgen voor een gemeentelijk veiligheidsplan.

De gemeente ondersteunt initiatieven van burgers om de veiligheid in de buurt te vergroten. Het rijk garandeert dat de betrokken landelijke instellingen meedoen. Dat is onze inzet.

De ministers Peper en De Vries hebben op voortvarende wijze de werving en opleiding van het in het regeerakkoord genoemde aantal van 3000 extra agenten gerealiseerd. De organisatie voor de extra werving en opleiding is dus beschikbaar. De ervaring heeft geleerd dat werving en opleiding van extra agenten pas daadwerkelijk ter hand wordt genomen na de totstandkoming van een nieuw regeerakkoord. Als dat straks ook weer gebeurt, betekent dit dat het jaar 2002 voor de politiesterkte een verloren jaar dreigt te worden. Daarom willen wij dat de uitbreiding van de politie in de volgende kabinetsperiode nu al wordt voorbereid. Ik wil de minister vragen om naast de reguliere werving en opleiding van agenten als gevolg van bijvoorbeeld vacatures, in overleg met de korpsbeheerders, in het jaar 2002 in ieder geval hetzelfde aantal extra politieagenten te werven en op te leiden als in 2001, dat zijn er 1200, en een constructie te zoeken waardoor de korpsen de met de werving gemoeide kosten voorfinancieren met de toezegging van de minister dat deze kosten in 2003 worden verrekend.

Ik praat dus over de werving van extra politieagenten, de goed geoliede machinerie van werving, selectie en opleiding mag niet stilvallen. Afhankelijk van het antwoord van de minister overweeg ik hierover in tweede termijn een motie in te dienen. Het belang van een kameruitspraak ligt in de zekerheid dat we een volgend kabinet, ongeacht de politieke samenstelling, steunen in het beschikbaar stellen van een extra budget voor het werven en opleiden van extra politieagenten.

Bijzonder veel waarde hechten wij aan mogelijkheden om burgers meer dan nu, de gelegenheid te geven om de veiligheid in de eigen buurt gestalte te geven. Aan het kabinet wil ik vragen, welke mogelijkheden zij ziet om bijvoorbeeld buurten een buurtgebonden budget te verstrekken om de ontwikkeling en realisatie van een veiligheidsplan mogelijk te maken? De komst van de wijkagent heeft in verschillende wijken geleid tot een hoger veiligheidsgevoel. Echter de continuïteit van de wijkagent staat ook onder druk. Niet zelden wordt de wijkagent ingezet bij speciale acties zoals de MKZ-crisis, de introductie van de Euro, het EK-voetbal, de extra beveiligingswerkzaamheden als gevolg van de aanslagen in Amerika e.d. Acht de minister dit gewenst in het licht van de noodzaak van de aanwezigheid van de wijkagenten?

Wanneer komt het onderzoek beschikbaar naar de buurtgebonden politiezorg waarop we inmiddels al meer dan een jaar wachten?

De politiesterkte wordt per regio bepaald op basis van allerlei behoeften. Zoals gezegd hecht de Partij van de Arbeid er veel waarde aan als burgers en organisaties de veiligheid in hun eigen stad gestalte geven. Zij doen dat op verschillende manieren. In Heerlen is gekozen voor de vorm van het project "Hartslag". In dat project werken gemeente, vervoerders (NS en Hermes), zorginstanties (GGD, CAD, RIMO, Mondriaan Zorggroep) en handhavingsinstanties (politie, spoorwegpolitie en OM) samen om te komen tot een integrale aanpak van de overlast en criminaliteit. Echter de politie moet de menskracht voor het project "Hartslag" halen uit de reguliere sterkte van de regiopolitie. Dat gaat vroeger of later wringen. Mijn fractievoorzitter heeft tijdens de algemene politieke beschouwingen reeds aandacht gevraagd voor dit project waar publieke en private partners samenwerken, en nu, tijdens dit NO, wil ik de minister vragen om dit project te steunen en tijdelijke capaciteit, voor de duur van drie jaar, beschikbaar te stellen. Het project "Hartslag" is zo'n project waar burgers, organisaties en gemeente samenwerken voor een veiliger omgeving.

De PvdA hecht er aan dat het doen van aangiften wordt vereenvoudigd. Wij verlangen van de politie dat ieder slachtoffer, 24 uur per dag, binnen één uur aangifte kan doen, hetzij op het bureau, hetzij telefonisch of via internet. Wij hebben om de aangiftebereidheid te vergroten, vorige week, samen met de VVD een twaalf puntenplan gepresenteerd. Collega Nicolai zal daar nader op ingaan en eventueel een motie indienen.

Onlangs werden wij onaangenaam getroffen door de mededeling dat één miljoen aangiften blijven liggen. Dat is niet acceptabel. Natuurlijk kan niet elke aangifte worden opgelost, niet in elke zaak is het bewijs rond te krijgen, maar de burger, van wie wij toch bij herhaling hebben gevraagd om in ieder geval aangifte te doen, moet erop kunnen rekenen dat daar waar mogelijk, aangiften worden opgenomen en onderzocht. We mogen er niet in berusten dat één miljoen aangiften blijven liggen. Wij hebben daarom ook vorige week vragen gesteld. Ik wil van de minister weten in welk tempo en in welke mate dit manco wordt verholpen. Hoe ligt de relatie tussen dit probleem en de benodigde capaciteit?

Van belang is ook het aantal opsporingswaardige zaken bij de politie die jaarlijks niet worden onderzocht door een gebrek aan capaciteit. Uit onderzoek blijkt dat we praten over (jaarlijks) 80.000 misdrijven en 200 onderzoeken naar criminele groeperingen en netwerken. Welke maatregelen zijn genomen om ook dit probleem op te lossen? Relevant daarbij is uiteraard de kennis, kunde en beschikbaarheid van de recherche. Volgens het rapport "Opsporing in uitvoering" van een tijdje geleden had het LSOP capaciteitsproblemen en geldgebrek, waardoor niet kon worden voldaan aan 40% van de aanvragen voor de opleiding en nascholing van rechercheurs. Als gevolg daarvan gingen regio's zelf opleidingen verzorgen of elders opleidingen zoeken. De uniformiteit in het hanteren van methoden komt daardoor onder druk te staan. Wij hebben reeds vaker kenbaar gemaakt daar bezwaar tegen te hebben. Nu wordt erkend dat de vraag naar rechercheopleidingen harder groeit dan het aanbod. Gewezen wordt op de gevolgen van de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden, de beleidsintensiveringen van de aanpak van de georganiseerde criminaliteit, het project zeden enz. Afgelopen week werden wij via de pers geconfronteerd met een bericht dat de Nederlandse recherche beneden alle peil functioneert. Volgens dat bericht bestaat er een rapport waarin zorgwekkende conclusies worden getrokken.

Een paar dagen later werd ons gemeld dat de recherche, als gevolg van de aanslagen in Amerika, zoveel tijd aan de rechtshulpverzoeken moet besteden waardoor de gebruikelijke, en overigens ook ernstige delicten niet meer kunnen worden opgepakt.

Gezien het grote aantal niet behandelde aangiften en niet opgepakte opsporingswaardige zaken, en gezien het belang van controleerbare en eenduidige opsporingsmethoden, maar ook gezien de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding van de recherche naar aanleiding van de aanslagen in de VS, vraag ik de minister nadrukkelijk wat de situatie met betrekking tot de rechercheopleiding en de kwaliteit van de Nederlandse recherche op dit moment is.

In de begroting 2002, is de nadruk gelegd op een "samenhangend beleid voor openbare orde en veiligheid" en het verbeteren van de internationale politie samenwerking.

Onderdeel van die samenhang is de aard en mate van informatieverzameling en informatie-uitwisseling. Elke regio ontwikkelt haar eigen automatiseringsprogramma's. De politie in Maastricht bijvoorbeeld heeft een programma (EMMI) ontwikkeld waarmee men gegevens kan uitwisselen met de politie in de grensstreek van België en Duitsland. De politie in Utrecht werkt met datzelfde doel met een programma uit Engeland (Lingeaunet). Dat programma mag overigens eigenlijk in Nederland niet gebruikt worden. Op het terrein van de automatisering zijn veel voorbeelden te noemen. Het kost in ieder geval handen vol geld en tussen de regio's onderling en tussen regio's en ministeries is informatie-uitwisseling daardoor onmogelijk. Al verscheiden malen (in 1994 en 1996) heeft men gepoogd standaards toe te passen en de informatievoorziening te stroomlijnen, maar dat is elke keer gesneuveld met de regionaal beleden autonomie, die werd gerechtvaardigd met de grote onderlinge verschillen. In 1999 heeft de politie 500 miljoen geleend om nu eindelijk tot de benodigde uniformiteit te komen. Ik wil het kabinet vragen wat de stand van zaken is. Kunnen wij er van uitgaan dat de verschillende geautomatiseerde systemen op elkaar worden afgestemd? Wanneer zal dat resultaat bereikt zijn?

In andere landen (Engeland en Canada) wordt gewerkt met het concept van de "informatiegestuurde opsporing". Door meer en beter gebruik te maken van informatie en bronnen is daar gebleken dat criminaliteit beter bestreden kan worden en veiligheid effectiever en efficiënter gerealiseerd kan worden. De verzamelde informatie wordt gebruikt om een accuraat beeld te krijgen, om de criminele samenwerkingsverbanden zichtbaar te krijgen, om een gedetailleerd beeld te krijgen van de potentiële daders, om de opsporingsstrategie te bepalen, om te kijken welk criminaliteitsprobleem wiens verantwoordelijkheid is, en wordt de prioritering en toewijzing geregeld. Nederland kent de analyse van de stelselmatige daderaanpak en de probleemanalyses, maar ik wil de minister vragen of de ervaring die elders inmiddels is opgedaan met deze informatiegestuurde opsporing, ook voordelen voor Nederland kent.

De Algemeen Christelijke Politiebond heeft onlangs een praktijkstudie gepresenteerd over de veiligheid van politiemedewerkers. Daaruit blijkt dat daar nog wat te verbeteren valt. Wij erkennen en accepteren dat politiemensen vanwege de aard van het werk meer veiligheidsrisico's lopen dan 'gewone' burgers, en wij weten ook dat de politieleiding veel doet om de risico's tot een minimum te beperken. Maar helaas blijkt uit de studie dat de politieorganisatie ook wel eens onvoldoende voorbereid blijkt te zijn op de specifieke calamiteiten of incidenten. Veelal wordt dan regionaal een ad hoc oplossing gezocht. Het onveiligheidsgevoel van politiemensen is ten opzichte van een peiling uit 1994 blijkbaar verder teruggelopen. Uit navraag blijkt dat onder politiemensen de behoefte en noodzaak bestaat om nadrukkelijk aandacht te besteden aan een landelijk afgestemd planmatige aanpak op het gebied van veilig werken bij de politie. Erkent het kabinet de uitkomst van het onderzoek van de Algemeen Christelijke Politiebond? Is de minister bereid om een landelijk afgestemd planmatige aanpak op het gebied van veilig werken bij de politie te realiseren? Zijn de budgetten, voor bijvoorbeeld technische middelen, voldoende om de politiemedewerkers met een aanvaardbaar risico op pad te sturen? Gezien de nieuwe risico's en dreigingen is het alleen maar urgenter dat hierover snel een standpunt wordt ingenomen en dat voorzieningen worden getroffen om het werk van de politiemannen en -vrouwen zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Enige tijd geleden heeft het kabinet toegezegd dat de politie-inspectie zal onderzoeken of de beroepsvaardigheden van de politie adequaat genoeg is. Ik wil de minister vragen hoe het met dat onderzoek staat, wanneer wij dat tegemoet kunnen zien en tot welke conclusie het onderzoek leidt.

Volgens het beleidsplan 1999-2002, moet bij de werving en het behoud in de organisatie, aandacht worden geschonken aan specifieke doelgroepen zoals o.a. allochtonen en vrouwen. Uit een uitzending van Zembla van 30 mei 200 bleek dat het verloop van allochtonen agenten groter was dan de aanwas. Wat is inmiddels de stand van zaken op dit moment?

En in het verlengde daarvan wil ik de regering vragen wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitval van vrouwen tijdens de opleiding en in dienst bij het korps? Meer specifiek vraag ik naar een reactie op de verhalen dat de veronderstelde machocultuur aanleiding is tot uitval. Bij de behandeling van de begroting 2000 kon het kabinet niet beantwoorden of de streefcijfers toen gehaald zijn, Desondanks zijn in de begroting 2002 hogere streefcijfers vastgesteld (25% vrouwen en 5% allochtonen). Hoe realistisch zijn deze streefcijfers als niet bekend is of de cijfers voor 2000 zijn gehaald? Hoe groot is de realiteit van het streefcijfer om 25% vrouwen in executieve dienst te hebben als er gelijktijdig bijgezegd wordt dat in veel regio's het aandeel van 25% op korte termijn niet haalbaar is? Het kabinet streeft ernaar om 4% vrouwen in leidinggevende functies te hebben. Moeten deze cijfers niet bijgesteld worden als uit een overzicht van 1998 blijkt dat de feitelijke situatie al ruim boven de 4% ligt?

Omdat de afgelopen jaren vooral de nadruk heeft gelegen op regelgeving, vindt het kabinet het nu tijd om de integriteit bij de politie 'diep in de organisatie te ontwikkelen en te verankeren'. De voorstellen (cursussen e.d.) kunnen we steunen.

Begin juni heb ik vragen gesteld over het feit dat onderzoeken 'stuk lopen' omdat vermoedelijke corrupte politie- of justitiefunctionarissen informatie doorverkopen aan criminelen.

Uit het antwoord blijkt dat over de periode 1996 t/m 2000 127 onderzoeken zijn verricht naar vermeend lekken. Dat heeft geleid tot 22 straffen. De overige zaken konden bewijstechnisch niet rond gemaakt worden. Uit het antwoord van het kabinet blijkt ook dat per jaar sprake is van een toename van het aantal lekken naar criminelen en het aantal onderzoeken naar lekken. Mijn fractie maakt zich daar ernstig zorgen over en wil van het kabinet weten welke structurele maatregelen het kabinet heeft genomen om het aantal lekken te verminderen.

Sinds de stelselwijziging is de politie onderverdeeld in 25 regionale regio's. Gaandeweg wordt meer en meer de discussie gevoerd over een meer en betere afstemming van veiligheidsgebieden. Daarnaast ervaren wij dat een aantal regio's veel regio-overschrijdende werkzaamheden heeft. In december 1998 heeft de Algemene Rekenkamer in een nogal onthutsend rapport gewezen op het feit dat, althans toen, geen enkele regio de financiële doelstellingen gekoppeld heeft aan operationele doelstellingen. En ook geen enkele regio heeft in de verantwoording een koppeling aangebracht tussen de operationele gegevens over onder meer prestaties en effecten en de financiële informatie. Op een viertal regio's na, werd door het regionaal college weinig initiatieven ontplooid ter sturing van het financieel beheer. In deze regio's is de betrokkenheid van het regionaal college bij het financieel bestuur en beheer beperkt en stelt het college zich in het algemeen passief op. Mijn fractie heeft een en ander maal de vraag gesteld of bijvoorbeeld de omvang van de politieregio Gooi- en Vechtstreek toereikend is om goed politiewerk af te leveren. Voor een goede dienstverlening is een minimale schaal vereist, die waarborgt dat de regio qua specialisme van alle markten thuis is. Welke factoren bepalen de minimaal gewenste omvang van korpsen. Kan de minister aangeven of de huidige regio-indeling nog voldoet? Zijn er argumenten om, op termijn, te komen tot een kleiner aantal regio's?

In het regeerakkoord is afgesproken dat de mogelijkheid dat de korpsbeheerder verantwoording voor zijn beleid aflegt aan een commissie van gemeenteraadsleden uit de regio nader zal worden uitgewerkt. Uit studie blijkt nu terecht dat het instellen van een commissie van raadsleden naast of in plaats van het regionaal college op allerlei bezwaren stuit en niet leidt tot een grotere democratische verantwoording en controle. Maar dat neemt niet weg dat, zeker met het oog op een goede lokale inbedding van het veiligheidsbeleid, er behoefte bestaat aan een grotere lokale inbreng. De nieuwe mogelijkheid, waarbij het beleidsplan niet kan worden vastgesteld, dan nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn geweest de prioriteiten terzake van de openbare orde en veiligheid in hun gemeente kenbaar te maken, geeft de gemeenteraden het formele recht zich met het beleid te bemoeien.

De sterkte van die bemoeienis wordt natuurlijk niet bepaald door formele regels maar veel meer door de actieve betrokkenheid van de gemeenteraad. Die betrokkenheid wordt ook bepaald door de wijze waarop de burgemeester zijn rol in het regionale college en zijn gemeenteraad vervult. Er zijn nog al wat aanwijzingen dat burgemeesters er in de regionale colleges met de pet naar gooien, dat wil zeggen de vergaderingen laten lopen en / of de stukken niet of nauwelijks lezen. Is de huidige wet goed genoeg voor bestuurders en politici om verantwoordelijkheid te kunnen en moeten neme? Wat is de voortgang van de wijziging van de Politiewet m.b.t. de regionale colleges? Aan de minister vraag ik ook, wat naar zijn indruk, de betrokkenheid van de gemeenteraad nu is.

De politie heeft een tijdje geleden het initiatief genomen om te komen tot een landelijk telefoonnummer waar niet spoedeisende politiehulp kan worden gevraagd. Sinds de invoering van het landelijke 0900- telefoonnummer wordt nogal geklaagd over de kwaliteit van de via dat nummer geleverde service. Er zijn lange betaalde wachttijden, te vaak wordt niet direct geholpen. Mijn fractie had het standpunt dat een betaald nummer kon worden ondersteund vanuit de gedachte dat er ook service geleverd zou worden. Inmiddels heeft de minister dit nummer buiten werking gesteld. Ik wil van de minister weten wat nu de reden van deze mislukking is geweest

De politie probeert de kritiek op het nummer wat af te zwakken door te verwijzen naar de minister van binnenlandse zaken; hij zou de invoering van het 0900-nummer min of meer hebben afgedwongen. Volgens ons is dit een van de kleine leugentjes om best wil uit het openbaar bestuur. Kan de minister hierop een duidelijke reactie geven?

Terecht worden een aantal specialisaties bij de politie heringevoerd, te denken valt daarbij aan vuurwapenspecialisatie, zedenspecialisatie enzovoort. Wat is inmiddels de kwaliteit van deze specialisaties? Leidt deze specialisatie tot verbrokkeling van kennis bij de korpsen?

Onlangs is een speciale politiedienst, de spoorwegpolitie, organisatorisch ondergebracht bij de KLPD. Ons bereiken inmiddels signalen dat dit heeft geleid tot een verminderde beschikbaarheid van de spoorwegpolitie. Kan de minister aangeven of de signalen juist zijn? Hebben de stations, waar voor de overheveling naar de KLPD de spoorwegpolitie aanwezig was, nog dezelfde bezetting? In hoeverre is sprake van verloop naar de reguliere politie en hoe wordt die overgang opgevuld?

Daarnaast bereiken ons steeds meer berichten dat de onveiligheid op stations toeneemt. In hoeverre is het bericht juist dat het lokaal bestuur en de regiopolitie dit als een exclusieve taak van de spoorwegpolitie en de NS ziet? Hoe is de samenwerking tussen gemeenten, NS, spoorwegpolitie en regiopolitie? Welke prioriteit geeft het kabinet aan de veiligheid op stations en in het openbaar vervoer?

Het ministerie van Justitie verwacht dat veiligheidszorg in Nederland steeds meer buiten bereik van de politie komt, zo blijkt uit een studie naar publiek-privaat toezicht. De publieke veiligheidszorg zal grote moeite hebben om aan nieuwe behoeften tegemoet te komen. Steeds meer spelen particuliere beveiligingsbureaus hierop in en kennen een stormachtige groei. Begin 1999 waren in Nederland ongeveer 26000 personen werkzaam in de private veiligheidsindustrie terwijl er ongeveer 43000 personen bij de politie in dienst zijn. Vorig jaar bleek uit een internationale vergelijking dat Nederland relatief nog weinig private beveiligingsbeambten kent. Reeds vorig jaar juni heeft de PvdA in een motie gevraagd om een kabinetsstandpunt over particuliere beveiliging maar die hebben we nog niet mogen ontvangen. Verwacht de minister een toename van de particuliere beveiligingsindustrie? Heeft de overheid voldoende zicht op de maatschappelijke ontwikkeling van deze particuliere beveiligingindustrie? Of zijn wij het zicht kwijt? Welke rol acht de minister weggelegd voor de particuliere beveiliging? . Er is blijkbaar een markt voor de private sector die inmiddels een fase van professionalisering heeft doorgemaakt. Sluit deze ontwikkeling aan bij de veiligheidsplannen van het kabinet? Wat is er kortom gebeurd met veiligheidszorg, tot voor kort onbetwistbaar de kerntaak van de overheid?

In Rotterdam en Den Haag is een gemeentelijke dienst handhaving opgericht met milieucontroleurs, parkeerwachters en toezichthouders met honderden medewerkers. Als we verder gaan met het uitbouwen van lokale verantwoordelijkheid voor handhaving en opsporing van klein ongerief dan worden het middelgrote veiligheidsorganisaties of een gemeentepolitie nieuwe stijl.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie