Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad - ECOFIN

Datum nieuwsfeit: 06-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: European Union
Zoek soortgelijke berichten
European Union

2382. Raad - ECOFIN Press Release: Brussels (06-11-2001) - Press: 401 - Nr: 13474/01
---
13474/01 (Presse 401)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2382e zitting van de Raad


- ECOFIN -

Brussel, 6 november 2001

Voorzitter:

de heer Didier REYNDERS

Minister van Financiën van het Koninkrijk België

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

VERGRIJZING VAN DE BEVOLKING: CONSEQUENTIES VOOR DE OVERHEIDSUITGAVEN


- CONCLUSIES *

EVALUATIEMETHODEN VOOR DE OUTPUT GAPS

*

RISICOKAPITAAL

*

STATISTISCHE VEREISTEN BETREFFENDE DE EMU - CONCLUSIES


*

IERLAND: FOLLOW-UP VAN DE AANBEVELING VAN 12 FEBRUARI 2001 -

CONCLUSIES

*

BELASTINGREGELING VOOR ONDERNEMINGEN - NAAR EEN INTERNE MARKT ZONDER

BELASTINGBELEMMERINGEN

*

BELASTINGEN OP AUDIOVISUELE PRODUCTEN EN MUZIEKOPNAMES


*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

*

ECOFIN

*


-
Zesde BTW-Richtlijn - afwijking voor Spanje *
-
Accijns op tabaksfabrikaten *

-
Uitbreiding van de garantie aan de EIB *

TELECOMMUNICATIE

*


-
.eu-topniveaudomein voor internet *


---

Voor meer informatie: tel. 02/285.84.15 of 02/285.74.59

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België
:

de heer Didier REYNDERS

minister van Financiën

Denemarken
:

de heer Michael DITHMER

staatssecretaris van Economische Zaken

Duitsland:

de heer Hans EICHEL

minister van Financiën

de heer Caio KOCH-WESER

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Griekenland
:

de heer Nikos CHRISTODOULAKIS

minister van Economische Zaken en Financiën

Spanje
:

de heer José FOLGADO BLANCO

staatssecretaris van Economische Zaken, Energie en Midden- en Kleinbedrijf

Frankrijk
:

de heer Jean-Pierre JOUYET

directeur van de Schatkist

Ierland
:

de heer Charlie McGREEVY

minister van Financiën

Italië
:

de heer Giulio TREMONTI

minister van Economische Zaken en Financiën

Luxemburg
:

de heer Jean-Claude JUNCKER

minister-president, minister van Financiën

de heer Henri GRETHEN

minister van Economische Zaken

Nederland
:

de heer Gerrit ZALM

minister van Financiën

de heer Wouter Jacob BOS

staatssecretaris van Financiën

Oostenrijk
:

de heer Alfred FINZ

staatssecretaris, ministerie van Financiën

Portugal
:

de heer Guilherme OLIVEIRA MARTINS

minister van Financiën

de heer Vasco LAVRADOR

staatssecretaris van de Schatkist en van Financiën

Finland
:

de heer Sauli NIINISTÖ

minister van Financiën

Zweden
:

de heer Sven HEGELUND

staatssecretaris, toegevoegd aan de Minister van Financiën

Verenigd Koninkrijk
:

mevrouw Dawn PRIMAROLO

Thesaurier-Generaal


* * *

Commissie
:

de heer Frits BOLKESTEIN

lid

de heer Pedro SOLBES MIRA

lid


* * *

Overige deelnemers
:

de heer Philippe MAYSTADT

president van de Europese Investeringsbank

de heer Johnny ÅKERHOLM

voorzitter van het Economisch en Financieel Comité

de heer Jean-Philippe COTIS

voorzitter van het Comité voor Economische Politiek

VERGRIJZING VAN DE BEVOLKING: CONSEQUENTIES VOOR DE OVERHEIDSUITGAVEN


- CONCLUSIES

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het door het Comité voor economische politiek (CEP) opgestelde verslag over de budgettaire uitdagingen die uitgaan van de vergrijzing. Het verslag, dat op verzoek van de Raad is opgesteld, geeft een overzicht van de prognoses met betrekking tot de consequenties van de vergrijzing voor de overheidsuitgaven ten behoeve van pensioenen, gezondheidszorg en langetermijnbejaardenzorg tot het jaar 2050, en draagt een aantal mogelijke indicatoren aan om op basis van deze prognoses de algemene houdbaarheid van de situatie van de overheidsfinanciën op lange termijn te onderzoeken.

In het verslag wordt een aantal belangrijke uitdagingen onderkend, die voortvloeien uit de grote veranderingen die zich de komende decennia in de omvang en samenstelling van de bevolking van de lidstaten zullen voordoen. De Raad merkt op dat alle langetermijnprognoses met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd, maar dat de vergrijzing grote gevolgen voor de overheidsfinanciën met zich mee zal brengen op het stuk van de uitgaven voor pensioenen, gezondheidszorg en langetermijnbejaardenzorg.

Met betrekking tot de pensioenen laten de prognoses van het CEP zien dat de vergrijzing, ondanks de hervormingen in de jaren '90, tussen nu en 2050 in de meeste lidstaten kan leiden tot een substantiële stijging van de overheidsuitgaven, namelijk met 3 tot 5 BBP-percentpunten; voor een aantal lidstaten laten deze prognoses zelfs grotere stijgingen zien. De opzet van de
openbarepensioenstelsels is van cruciaal belang bij het bepalen van de omvang van de budgettaire consequenties van de vergrijzing. De Raad merkt op dat een grotere arbeidsparticipatie, vooral onder vrouwen en oudere werknemers, kan bijdragen tot een vermindering van de druk die door stijgende pensioenuitgaven als gevolg van de vergrijzing wordt veroorzaakt, maar dat zo'n grotere participatie op zichzelf onvoldoende is om een stijging van de uitgavenniveaus te voorkomen.

Met betrekking tot de gezondheidszorg neemt de Raad er nota van dat de vergrijzing op de lange termijn tussen nu en 2050 tot een stijging van
1 à 2 BBP-percentpunten zou kunnen leiden. Ofschoon de prognoses voor de overheidsuitgaven ten behoeve van gezondheidszorg en langetermijnbejaardenzorg in belangrijke mate afhankelijk zijn van de toegepaste methodologie en de onderliggende hypotheses, blijkt toch dat de lidstaten waarvoor zowel voor de gezondheidszorg als voor de langetermijnbejaardenzorg prognoses beschikbaar zijn, in de komende vijftig jaar geconfronteerd kunnen worden met een stijging van de uitgavenniveaus van rond 2 tot 4 BBP-percentpunten.

De Raad benadrukt dat het, gelet op de verwachte begrotingsdruk die de komende decennia door de vergrijzing zal worden veroorzaakt, een cruciale uitdaging is om, onder meer door vermindering van de overheidsschuld, voor een houdbare situatie van de overheidsfinanciën te zorgen en dat de lidstaten daar zo snel mogelijk werk van moeten maken. Uit het verslag blijkt dat de budgettaire implicaties van de vergrijzing in bijna alle lidstaten aanzienlijk zullen zijn.

In het licht van het bovenstaande neemt de Raad met belangstelling nota van de indicatoren die door het CEP voorgesteld worden om het totaaleffect van de vergrijzing op de houdbaarheid van de situatie van de overheidsfinanciën te meten. Met deze indicatoren wordt in de eerste plaats beoogd vast te stellen of het via het huidige begrotingsbeleid mogelijk zal zijn om een houdbare situatie van de overheidsfinanciën te verzekeren en het stabiliteits- en groeipact op langere termijn te respecteren; in de tweede plaats dienen de indicatoren om vast te stellen in hoeverre er tot een begrotingsaanpassing moet worden overgegaan om dit doel te bereiken. De voorgestelde indicatoren zouden op nuttige wijze aangevuld kunnen worden met indicatoren voor de pensioenverplichtingen. De Raad onderkent echter tegelijkertijd dat bij een alomvattende beoordeling van de fiscale duurzaamheid rekening moet worden gehouden met alle typen overheidsuitgaven en met veranderingen in de inkomsten uit de belasting op pensioenen.

Op basis van dit verslag:


- concludeert de Raad dat dit verslag een waardevolle bijdrage levert aan de tijdens de Europese Raden van Laken en Barcelona te bespreken verslagen over de pensioenen, gezondheidszorg en langetermijnbejaardenzorg. Met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel kunnen de pensioenprognoses tevens gebruikt worden in het kader van de open coördinatiemethode op het gebied van de pensioenen;


- is de Raad van mening dat de door het CEP ontwikkelde indicatoren om de houdbaarheid van de situatie van de overheidsfinanciën in relatie tot de vergrijzing te meten, moeten worden beschouwd als een waardevolle eerste stap, waarop verder moet worden voortgebouwd; daartoe verzoekt hij het EFC en de Commissie om in samenwerking met het CEP te bestuderen hoe deze indicatoren in de toekomst kunnen worden gebruikt bij de beoordeling van de stabiliteits- en convergentieprogramma's. Conform hetgeen door de Europese Raad van Göteborg is overeengekomen, zouden de veelomvattende strategieën van de lidstaten om het hoofd te bieden aan de economische en budgettaire uitdaging van de vergrijzing, tezamen met de stabiliteits- en convergentieprogramma's moeten worden ingediend en in het kader van het multilaterale toezicht moeten worden bestudeerd. De resultaten van de werkzaamheden zouden in de globale richtsnoeren voor het economisch beleid moeten worden opgenomen;
- verzoekt de Raad het CEP zijn gemeenschappelijke prognosewerkzaamheden op EU-niveau om de 3 tot 5 jaar te herhalen, en de nodige maatregelen te nemen om de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de prognoses te verbeteren. Tevens verzoekt de Raad het CEP zijn werkprogramma met betrekking tot de economische en budgettaire implicaties van de vergrijzing voort te zetten.

EVALUATIEMETHODEN VOOR DE OUTPUT GAPS

De Raad heeft nota genomen van een verslag van het Comité voor Economische Politiek en van de werkzaamheden van het Economisch en Financieel Comité betreffende de evaluatiemethoden voor de output gaps. Het verslag beveelt een nieuwe op een factoranalyse van de productiemiddelen (inputs) gebaseerde methode aan om een percentage voor niet-inflatoire potentiële productie te bepalen. Deze aanpak wordt potentieel nuttiger geacht dan de thans gebruikte louter statistische technieken om rekening te houden met de structurele wijzigingen en de effecten van de hervormingen van de arbeidsmarkt.

De Raad heeft in het bijzonder opgemerkt dat de Commissie zich voorbereidt om overeenkomstig de aanbeveling in het verslag van het CEP de evaluatiemethode op basis van de productiefunctie te gebruiken vanaf het begrotingsjaar 2002-2003, parallel aan het thans gebruikte evaluatiesysteem. Voorts heeft de Raad het CEP verzocht voort te gaan met zijn onderzoek van de evaluatiemethoden ten einde de "productiefunctie"-methode te verfijnen, en het resultaat van deze werkzaamheden in de loop van het volgende jaar aan de Raad voor te leggen.

De in het verslag van het CEP voorgestelde technische verbetering van de thans door de Commissie gebruikte methode voor de berekening van de potentiële productie en de output gaps is van groot belang voor verscheidene aspecten van de analyse van de economische situatie en kan daarom van nut zijn bij het begrotingstoezicht. Dankzij deze nieuwe instrumenten zou met name een uitvoerige analyse van de onderliggende economische situatie mogelijk moeten zijn, met de mogelijkheid van een grondiger evaluatie van de economische vooruitzichten op middellange termijn, zodat de passende beleidsvormen beter kunnen worden omschreven en een begrotingsevenwicht of
-overschot kan worden gehandhaafd.

RISICOKAPITAAL

De Raad heeft geluisterd naar een presentatie door Commissielid BOLKESTEIN en Commissielid SOLBES van de mededeling van de Commissie die een tussentijdse evaluatie bevat van de uitvoering van het actieplan voor risicokapitaal dat door de Europese Raad van Cardiff van 1998 is aangenomen, een en ander met het oog op de afronding uiterlijk vóór 2003, zoals in Lissabon werd afgesproken.

Dit derde voortgangsverslag bestrijkt met name de evolutie van de markt, het regelgevingskader, de fiscale knelpunten, het ondernemerschap en de openbare financiering; deze gebieden behoren, op het regelgevingskader na, in hoofdzaak tot de bevoegheid van de lidstaten. Met betrekking tot de vraagstukken betreffende het regelgevingskader, die voor een groot gedeelte worden bestreken door het Actieplan Financiële Diensten, zal een afzonderlijk voortgangsverslag aan de Raad van de maand december worden voorgelegd.

De presentatie door de Commissie werd afgerond met een uiteenzetting van de president van de EIB, die meedeelde dat wat betreft de hem door de Europese Raad opgelegde doelstelling om in een periode van drie jaar 12 miljard euro te investeren, tot nu toe 8,3 miljard euro is vastgelegd; een belangrijk deel daarvan is bestemd voor het beleid inzake onderzoek en ontwikkeling in de Unie.

In de mededeling van de Commissie wordt opgemerkt dat het bedrag aan in de Europese Unie geïnvesteerd risicokapitaal weliswaar spectaculair is toegenomen, maar dat ondanks deze toename de kloof tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie nog groter dreigt te worden indien Europa geen extra inspanning levert.

De Raad luisterde naar de opmerkingen van de verschillende delegaties en nam nota van het verslag van de Commissie en van de bij de uitvoering van het Actieplan geboekte vooruitgang. In dit verband wees de voorzitter erop dat de uitvoering van het Actieplan onverwijld moet worden voortgezet, met name door van de werkzaamheden rond verschillende dossiers inzake de structurele hervorming van de financiële diensten af te ronden.

STATISTISCHE VEREISTEN BETREFFENDE DE EMU - CONCLUSIES

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het vierde voortgangsverslag van het Economisch en Financieel Comité over de informatieverplichtingen in de EMU. Het verslag geeft een overzicht van de voortgang bij de uitvoering van het actieplan inzake statistische vereisten betreffende de EMU (EMU-actieplan), dat in september 2000 door de Raad ECOFIN is bekrachtigd, alsmede bij de uitvoering van het oorspronkelijke verslag van het Monetair Comité over de informatieverplichtingen in de EMU, dat in januari 1999 door de Raad ECOFIN is bekrachtigd. De ministers besloten dat het vierde voortgangsverslag openbaar zal worden gemaakt.

De Raad nam nota van de verdere vooruitgang die is geboekt in het kader van het EMU-actieplan (inzake kwartaalcijfers van nationale rekeningen, kwartaalcijfers van overheidsfinanciën, arbeidsmarktstatistieken, kortetermijnbedrijfsstatistieken en statistieken inzake buitenlandse handel). Er staan nu voldoende middelen ter beschikking om het actieplan uit te voeren. De Raad nam er tevens nota van dat Frankrijk, Italië en Spanje nog veel werk moeten verrichten om ervoor te zorgen dat de beoogde 80% van de gegevens van de lidstaten in de aggregaten voor de eurozone binnen de aanbevolen termijnen gehaald wordt. Ook ten behoeve van de analyses per land dienen verscheidene andere landen, met name Griekenland, Ierland, Luxemburg en Portugal, zich meer in te spannen.

Wat het oorspronkelijke verslag van het Monetair Comité betreft, moet er nog een aantal acties worden ondernomen. Het actuele karakter van de sleutelindicatoren moet met name verder worden verbeterd, zodat de EMU-statistieken de normen van de VS inzake beschikbaarheid en actualiteit in de loop van de komende vijf jaar benaderen. Dit verslag benadrukte tevens de noodzaak van een bredere statistische basis in verband met diensten, een beter evenwicht tussen de prioriteiten inzake snelheid, nauwkeurigheid en kwaliteit van de statistieken en de verzameling van gegevens voor een snelle opstelling van Europese aggregaten.

De Raad benadrukt dat de kwaliteit van de gegevens over grensoverschrijdende betalingen op peil moet worden gehouden. De betrokken lidstaten wordt verzocht hun regelingen voor de verzameling van betalingsbalansen aan te passen aan de vereiste hogere rapportagedrempels en de verschuiving van de rapportagelast van de banken naar de ondernemingen.

De Raad concludeert dat een aantal lidstaten zich nog meer moet inspannen om hun verplichtingen uit hoofde van het EMU-actieplan na te komen, teneinde de statistische basis voor de economische en monetaire beleidsvorming in de EMU/EU te verbeteren. De arbeidsmarktstatistieken verdienen hierbij bijzondere aandacht. Voorts is de Raad van mening dat de lidstaten nog een aantal gecoördineerde acties moeten ondernemen, om de in het oorspronkelijke verslag van het Monetair Comité gesignaleerde tekortkomingen weg te werken. De ministers verzoeken de bureaus voor de statistiek in de lidstaten de noodzakelijke maatregelen voorrang te verlenen. De Raad verzoekt in het najaar van 2002 een follow-upverslag in te dienen.

IERLAND: FOLLOW-UP VAN DE AANBEVELING VAN 12 FEBRUARI 2001 -

CONCLUSIES ( 1)

De Raad ECOFIN heeft heden een verslag van de Commissie over de economische en budgettaire ontwikkelingen in Ierland in 2001 besproken. Het verslag werd door de Commissie voorgelegd in antwoord op een verzoek in de op 12 februari 2001 door de Raad aan Ierland gerichte aanbeveling. In deze aanbeveling, waarmee beëindiging werd beoogd van het door de Ierse begrotingsplannen voor 2001 veroorzaakte gebrek aan overeenstemming met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid, werd er bij de Ierse regering op aangedrongen tijdens het lopende begrotingsjaar compenserende begrotingsmaatregelen te nemen.

In het verslag van de Commissie wordt geconcludeerd dat de uitvoering van de begroting in 2001 enkele van de aan de aanbeveling ten grondslag liggende zorgpunten weerspiegelt. De uitgaven zijn beheerst gebleven, mede door besluiten om onverwachte uitgaven te compenseren met bezuinigingen elders in de begroting.

Bovendien dragen twee na de aanbeveling genomen maatregelen, namelijk een spaarregeling met belastingvoordelen en een belastingterugvorderingsregeling, bij tot vermindering van de spanning aan de vraagzijde op korte termijn, zoals in de aanbeveling werd verzocht. Naar het oordeel van de Commissie impliceren onverwachte ontwikkelingen waardoor het tempo van de economie terugloopt en de inflatiedruk derhalve vermindert, vóór alles dat het in de aanbeveling gesignaleerde gebrek aan overeenstemming tussen de Ierse begrotingsplannen en het doel van economische stabiliteit voor dit jaar minder groot is geworden. Tot dergelijke ontwikkelingen behoren de landbouwcrisis (vooral mond- en klauwzeer), de vertraging in de Amerikaanse en de wereldeconomie en thans de nasleep van de recente tragische gebeurtenissen in de VS. De Commissie vindt evenwel dat de ervaring met de oververhitting van de Ierse economie blijvende waakzaamheid ten aanzien van de ontwikkeling van de begrotingskoers rechtvaardigt. In het verslag wordt geconcludeerd dat na de sterke vermindering van het algemene overheidsoverschot die voor dit jaar in geactualiseerde en structurele termen wordt verwacht, verdere beperking van het Ierse structurele begrotingsoverschot in 2002 moet worden vermeden.

De Raad ECOFIN neemt nota van het verslag van de Commissie en deelt de voornaamste conclusies daarvan. De Raad is het erover eens dat rekening houden met de veranderende economische situatie van belang is, maar benadrukt dat blijvende waakzaamheid ten aanzien van de begrotingskoers in Ierland gezien de ervaring met oververhitting geboden is. In dit verband neemt de Raad er nota van dat zijn aanbevelingen tot op zekere hoogte zijn opgevolgd. De Raad neemt er nota van dat in Ierland een in het algemeen neutrale begrotingskoers moet worden aangehouden en is van oordeel dat uit een hierop gebaseerde begroting voor 2002 nogmaals zou blijken dat de begrotingspolitiek in Ierland op stabiliteit is gericht en derhalve de aanbeveling van de Raad volgt. De Raad zal de begrotingskoers voor 2002 beoordelen wanneer de komende bijwerking van het Ierse stabiliteitsprogramma wordt besproken.

BELASTINGREGELING VOOR ONDERNEMINGEN - NAAR EEN INTERNE MARKT ZONDER

BELASTINGBELEMMERINGEN

De Raad heeft nota genomen van een presentatie door Commissielid BOLKESTEIN van een mededeling van de Commissie betreffende de belastingregeling voor ondernemingen: "Naar een interne markt zonder belastingbelemmeringen".

De mededeling brengt een aantal belastingbelemmeringen in kaart die de grensoverschrijdende economische activiteit binnen de interne markt hinderen, stelt een strategie voor om die belemmeringen uit de weg te ruimen en bevestigt tegelijk dat de lidstaten bevoegd zijn voor de vaststelling van de tarieven voor de vennootschapsbelasting.

Volgens de Commissie zijn maatregelen op twee niveaus nodig om voornoemde belemmeringen op te heffen:

fS gerichte maatregelen ten aanzien van vraagstukken als de uitbreiding van de richtlijnen betreffende dividenden en fusies, grensoverschrijdende verliesverrekening, verrekenprijzen en verdragen inzake dubbele belasting,
fS op langere termijn, het instellen van één geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting voor de activiteiten van ondernemingen in de gehele Europese Unie.

Om een breed en grondig debat over dit dossier op gang te brengen, geeft de Commissie verschillende mogelijke werkwijzen aan voor het bepalen van een geconsolideerde heffingsgrondslag.

Tot besluit van een rondvraag waarbij de delegaties hun eerste reacties op de mededeling van de Commissie konden uiten, heeft de Raad het Comité van permanente vertegenwoordigers, de Groep belastingvraagstukken en de Groep op hoog niveau opgedragen deze mededeling te bespreken ter voorbereiding van een debat in de Raad.

BELASTINGEN OP AUDIOVISUELE PRODUCTEN EN MUZIEKOPNAMES

Op verzoek van de voorzitter van de Raad Cultuur heeft de Raad zich verdiept in de wenselijkheid van een onderzoek naar de gevolgen van een aantal belastingmaatregelen voor de audiovisuele sector.

De Raad heeft er nota van genomen dat de Commissie, wat de indirecte belastingen betreft, verslag zal uitbrengen over de toepassing van verlaagde BTW-tarieven tot eind 2002. Voorts zal de Commissie, in overeenstemming met het Verdrag en met inachtneming van de mededingingsregels, aandacht besteden aan de gevolgen van de maatregelen die door de lidstaten worden toegepast of overwogen met het oog op de ontwikkeling van deze sector.


* * *

Bij de koffie na de maaltijd met de EVA-landen (zie doc. 13662/01 Presse 407) heeft het voorzitterschap de lidstaten informatie verstrekt over de werkzaamheden die daags voordien in de Eurogroep zijn verricht met betrekking tot de volgende onderwerpen: het gebruikelijke algemene overzicht van de economische situatie, met bijzondere nadruk op de groeivooruitzichten, de begrotingssituatie en de te volgen strategie (met uiteenzettingen door verschillende lidstaten: België, Griekenland, Ierland en Luxemburg), alsmede de vraagstukken betreffende de omschakeling naar de euro.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

De documenten waarvan het nummer wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad
ue.eu.int. Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst.

ECOFIN

Zesde BTW-Richtlijn - afwijking voor Spanje

De Raad heeft een beschikking vastgesteld houdende machtiging van het Koninkrijk Spanje tot het toepassen van een maatregel die afwijkt van artikel 11 van Zesde Richtlijn 77/388/EEG betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting.

Bij deze afwijking (van het bepaalde in artikel 11, A, punt 1, sub a), van de Zesde BTW-Richtlijn) wordt Spanje, voor de levering van goederen of diensten die de verwerking van vrijgesteld beleggingsgoud omvatten, tot en met 31 december 2004 gemachtigd tot het in de maatstaf van heffing opnemen van de waarde, overeenkomend met de dagprijs voor beleggingsgoud, van het in het eindproduct verwerkte goud.

(doc. 12704/01)

Accijns op tabaksfabrikaten

De Raad heeft in afwachting van het advies van het Europees Parlement geconstateerd dat er een politiek akkoord bestaat (op basis van een compromis van het voorzitterschap) over de wijziging van Richtlijn 92/79/EEG, Richtlijn 92/80/EEG en Richtlijn 95/59/EEG wat de structuur en de tarieven van de accijns op sigaretten en andere tabaksfabrikaten betreft.

De nieuwe bepalingen strekken ertoe de aanzienlijke verschillen die tussen de lidstaten nog steeds bestaan op het stuk van de belasting van tabaksproducten, te verminderen en door een verdere harmonisatie van de door de lidstaten toegepaste belastingtarieven bij te dragen tot een vermindering van fraude en smokkel in de Gemeenschap.

Uitbreiding van de garantie aan de EIB

De Raad heeft twee besluiten aangenomen:


- een besluit tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op buitengewone leningen voor concrete milieuprojecten in het gebied rond de Oostzee in Rusland in het kader van de Noordelijke Dimensie;
- een besluit tot wijziging van Besluit 2000/24/EG met het oog op de uitbreiding van de aan de Europese Investeringsbank verleende garantie van de Gemeenschap tot leningen voor projecten in de Federale Republiek Joegoslavië.

Het eerste besluit bepaalt dat de EIB in aanmerking komt voor een uitzonderlijke garantie van de Gemeenschap van 100% voor de leningen in het kader van deze buitengewone maatregel, onder het algemene plafond van 100 miljoen euro, rekening houdend met de zeer specifieke omstandigheden van deze financieringsmaatregel voor de uitvoering van milieuprojecten in het Russische kustgebied van de Baltische Zee, met name in Sint-Petersburg en Kaliningrad.

Het tweede besluit bepaalt dat de globale garantie die door de Gemeenschap wordt verleend voor de leningen van de EIB voor projecten buiten de Gemeenschap, wordt uitgebreid tot de Federale Republiek Joegoslavië voor een bedrag van 350 miljoen euro, en dat de plafonds voor de leningen dienovereenkomstig worden opgetrokken.

(doc. 12722/01 en doc. 12927/01)

TELECOMMUNICATIE

.eu-topniveaudomein voor internet

De Raad heeft zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoering van het .eu-topniveaudomein voor internet.

Het voorstel voor een verordening strekt ertoe het topniveaudomein (TLD) ".eu" in te voeren, zoals is voorzien in het initiatief e-Europa dat door de Raad tijdens zijn bijeenkomst in Lissabon op 23 en 24 maart 2000 is bekrachtigd, met name om de elektronische handel te versnellen. Het voorstel wil tevens de kenmerken en de voorwaarden voor de invoering en de werking van het register vaststellen.

(doc. 12171/01)


---
Footnotes:

( 1) Ter gelegenheid van de goedkeuring van de conclusies wees de voorzitter op het bijzonder belang van deze goedkeuring. De aanbeveling aan Ierland is immers de eerste aanbeveling krachtens artikel 99, lid 4, van het Verdrag, en aangezien het Verdrag geen nadere toelichtingen geeft betreffende de procedure die moet worden gevolgd wanneer een dergelijke aanbeveling is gedaan, is het mogelijk dat de procedure die in dit eerste geval is gevolgd - met een verslag van de Commissie en conclusies van de Raad - ook in latere gevallen zal worden toegepast.

---

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie