Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nota van wijziging op het Belastingplan 2002 deel I

Datum nieuwsfeit: 09-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

De voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA Den Haag

Datum Uw brief Ons kenmerk (Kenmerk)

8 november AFP 2001-00827 M 2001

Onderwerp

Nota van wijziging op het Belastingplan 2002 deel I (28 013)

Hierbij bieden wij u aan de nota van wijziging op het voorstel van wet houdende wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002-I Arbeidsmarkt en inkomensbeleid).

De staatssecretaris van FinanciŽn,

De minister van FinanciŽn,

28 013 Wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 I Arbeidsmarkt en
inkomensbeleid)

NOTA VAN WIJZIGING

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

I.

In artikel I worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. Na onderdeel C wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Ca. Artikel 6.17 wordt als volgt gewijzigd:

In onderdeel c wordt "§ 340 (f 749)" vervangen door: § 113 (f 249).

B. Onderdeel J wordt als volgt gewijzigd:


1. In het eerste lid, wordt "11,399%" vervangen door: 10,920%.


2. In het in het derde lid opgenomen nieuwe derde lid van artikel 8.11 wordt in onderdeel a "14,484%" vervangen door: 13,875%, wordt in onderdeel b "17,568%" vervangen door: 16,829% en wordt in onderdeel c "20,652%" vervangen door: 19,784%.

C. Het in onderdeel P opgenomen artikel 8.21 wordt als volgt gewijzigd:


1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt "§ 7360" vervangen door: § 7692.


2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt "§ 3938" vervangen door: § 4060.


3. In het tweede lid, aanhef, wordt "als gevolg van het gaan verrichten van arbeid" vervangen door: als gevolg van het gaan verrichten van arbeid in het kalenderjaar of het voorafgaande kalenderjaar.


4. In het tweede lid, onderdeel e, wordt "§ 7360" vervangen door: § 7692.


5. In het tweede lid, tweede volzin, wordt "en de belastingplichtige" vervangen door: en deze periode direct voorafgaat aan het moment waarop de belastingplichtige is opgehouden bedoelde uitkeringen te genieten of bedoelde arbeid te verrichten en hij.


6. In het vierde lid, tweede volzin, onderdelen a, b en c, wordt na "in dat jaar" telkens ingevoegd: of het voorafgaande jaar.

D. Onderdeel Q komt te luiden:

Q. In artikel 9.3, tweede lid, wordt na onderdeel h, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:


i. de toetrederskorting.

E. In onderdeel R wordt "8.21, eerste lid, onderdeel b en derde lid" vervangen door: 8.21, eerste lid, onderdeel b en vierde lid.

II.

In artikel IA worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. Onderdeel A wordt als volgt gewijzigd:


1. In het eerste lid wordt "11,481%" vervangen door: 10,998%.


2. In het derde lid wordt "14,565%" vervangen door: 13,953%.


3. In het vijfde lid wordt "17,649%" vervangen door: 16,907%.


4. In het zesde lid wordt "percentage" vervangen door: bedrag.


5. In het zevende lid wordt "20,734%" vervangen door: 19,862%.


6. In het achtste lid wordt "percentage" vervangen door: bedrag.

III.

In artikel II worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. Onderdeel A wordt als volgt gewijzigd:


1. In het eerste lid wordt "Aan het eerste lid, wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:" vervangen door: Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel u door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:.


2. In het eerste lid, worden de onderdelen 1, 2 en 3 van het nieuwe onderdeel v vernummerd tot
1ļ, 2ļ respectievelijk 3ļ.



3. In het eerste lid, wordt in onderdeel v, onder 1ļ, tussen 'de werknemer' en 'de leeftijd van' ingevoegd: die loon uit tegenwoordige arbeid geniet.


4. In het eerste lid, wordt in onderdeel v, onder 2ļ, tussen 'de werknemer' en 'de leeftijd van' ingevoegd: die loon uit tegenwoordige arbeid geniet.


5. In het eerste lid, wordt in onderdeel v, onder 3ļ, tussen 'de werknemer' en 'de leeftijd van' ingevoegd: die loon uit tegenwoordige arbeid geniet.


6. In het tweede lid wordt "onderdeel u" vervangen door: onderdeel v.

B. In onderdeel C wordt "van het belastbare inkomen uit werk en woning" vervangen door: van het belastbare loon.

C. Onderdeel E wordt als volgt gewijzigd:


1. Het eerste lid komt te luiden:



1. In het tweede lid, aanhef, wordt "dienstbetrekking" vervangen door: arbeid. Voorts wordt het in het tweede lid, onderdeel b, genoemde percentage vervangen door: 10,920%.


2. In het in het derde lid opgenomen nieuwe derde lid van artikel 22a wordt in onderdeel a "14,484%" vervangen door: 13,875%, wordt in onderdeel b "17 568%" vervangen door: 16,829% en wordt in onderdeel c "20,652%" vervangen door:
19,784%.






IV.

In artikel IIA worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. Artikel IIA wordt als volgt gewijzigd:


1. In het eerste lid wordt "11,481%" vervangen door: 10,998%.


2. In het derde lid wordt "14,565%" vervangen door: 13,953%.


3. In het vijfde lid wordt "17,649%" vervangen door: 16,907%.


4. In het zesde lid wordt "percentage" vervangen door: bedrag.


5. In het zevende lid wordt "20,734%" vervangen door: 19,862%.


6. In het achtste lid wordt "percentage" vervangen door: bedrag.

V.

In artikel III worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. In onderdeel C, eerste lid, wordt "§ 2296" vervangen door: § 2400.

B. In het in onderdeel F opgenomen artikel 15a wordt in het eerste lid "§ 7360" vervangen door: § 7692 en wordt in het tweede lid, laatste volzin, "§ 2944" vervangen door: § 3077.

C. Na onderdeel G worden twee nieuwe onderdelen ingevoegd, luidende:

Ga. In artikel 17, tweede lid, wordt onder verlettering van onderdeel b in onderdeel c, na onderdeel a, een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:


b. met betrekking tot de niet in Nederland wonende zeevarende die aan de loonbelasting is onderworpen: 10 percent;.

Gb. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:


1. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid in respectievelijk eerste tot en met vierde lid, vervalt het eerste lid.


2. In het tot eerste lid vernummerde tweede lid, vervalt: en doet hij hiervan jaarlijks opgaaf aan de inspecteur.


3. Het tot tweede lid vernummerde derde lid wordt vervangen door:


2. De inhoudingsplichtige bewaart en registreert met betrekking tot het schip of de schepen waarop een of meer zeevarenden werkzaam zijn met betrekking tot wie de afdrachtvermindering zeevaart wordt toegepast:


a. afschriften van monsterrollen als bedoeld in artikel 33 van de Zeevaartbemanningswet;


b. afschriften van zeebrieven als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet;


c. indien het betreft zeeschepen die zijn bestemd voor sleep- en
hulpverleningswerkzaamheden op zee die worden gebezigd voor het verrichten van deze
werkzaamheden aan zeeschepen: afschriften van certificaten van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Schepenwet.


4. Het tot derde lid vernummerde vierde lid wordt vervangen door:


3. De inhoudingsplichtige legt vast met betrekking tot welke zeevarenden hij in het kalenderjaar de afdrachtvermindering zeevaart heeft toegepast, alsmede het schip of de schepen waarop die zeevarenden werkzaam zijn geweest onder vermelding van de periode waarin dit plaatsvond.


5. In het tot vierde lid vernummerde vijfde lid, wordt "de in het vierde lid bedoelde opgaaf na terugontvangst daarvan" vervangen door: de in het tweede lid bedoelde afschriften en de in het derde lid bedoelde vastleggingen. Vervolgens wordt "loonboekhouding" vervangen door: loonadministratie.


6. Na het tot vierde lid vernummerde vijfde lid, wordt een nieuw lid toegevoegd luidende:


5. Bij ministeriele regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de in het tweede en derde lid genoemde verplichtingen.

VI.

Na artikel V worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel VA

De Wet financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 8 komt als volgt te luiden:

Voor de heffing van de premie voor de
volksverzekeringen bij wege van aanslag wordt onder premie-inkomen verstaan het belastbare inkomen uit werk en woning, bepaald volgens de regels van hoofdstuk 3 van de Wet
inkomstenbelasting 2001. De toerekening van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen van de premieplichtige en zijn partner geschiedt overeenkomstig artikel 2.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001. In het geval de premieplichtige en zijn partner beiden belastingplichtig zijn, geldt de gemaakte keuze, bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, van die wet, zowel voor de heffing van de
inkomstenbelasting als voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen.

Artikel VB

De CoŲrdinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:


1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel cc, door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

dd. uitkeringen en verstrekkingen:


1. die in het jaar dat de werknemer de leeftijd van 58, 59 of 60 jaar heeft bereikt, niet meer belopen dan § 227 per jaar;


2. die in het jaar dat de werknemer de leeftijd van 61 of 62 jaar heeft bereikt, niet meer belopen dan § 454 per jaar;


3. die in het jaar dat de werknemer de leeftijd van 63 jaar of ouder heeft bereikt, niet meer belopen dan § 681 per jaar.


2. Aan artikel 6 wordt een lid toegevoegd, luidende:


14. De in het eerste lid, onderdeel dd, vermelde bedragen worden bij het begin van het
kalenderjaar bij ministeriŽle regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor van artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en vervolgens de nodig geachte afrondingen aan te brengen.

VII.

Na Artikel VI wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel VIA Overgangsrecht inkomstenbelasting

De in artikel 8.21, tweede en derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde
toetrederskorting geldt niet voor de
belastingplichtige die vůůr 1 juli 2001 reeds voldeed aan de in die leden omschreven voorwaarden.

VIII.

In artikel VII worden de volgende wijzigingen aangebracht:

In het derde lid, onderdeel a, wordt "13,709%" vervangen door: 13,133%, in onderdeel b wordt "16,019%" vervangen door: 15,346% en in onderdeel c wordt "18,342%" vervangen door:
17,571%.






IX.

Na artikel IX wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel IXA Samenloopbepaling

Ingeval de samenloop van wetten die in 2001 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in ťťn of meer
belastingwetten, niet of niet juist is geregeld, of als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten, herstelt Onze Minister van FinanciŽn dat bij ministeriŽle regeling.

X.

In artikel X worden de volgende wijzigingen aangebracht:

Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het eind door een komma, toegevoegd: met dien verstande dat artikel I, onderdeel Ca, artikel III, onderdeel Ga, en artikel VA terugwerken tot en met 1 januari 2001.

TOELICHTING

Deze nota van wijziging bevat wijzigingen die reeds in de nota naar aanleiding van het verslag zijn aangekondigd alsmede wijzigingen die nog niet daarin zijn meegedeeld. Kort aangeduid bevat deze nota van wijziging:

∑ De verlaging van de drempel voor dieetkosten met terugwerkende kracht tot en met
1 januari 2001;


∑ De aanpassing van een aantal bedragen en percentages aan het bedrag van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2002;

∑ Een verduidelijking van de regeling inzake de toetrederskorting;

∑ Enige aanpassingen in verband met de in het Staatsblad gepubliceerde Wet van 18 oktober 2001 tot wijziging van enkele
belastingwetten (herstel van enige
onjuistheden);

∑ Het herstel van foutieve verwijzingen;

∑ Een verduidelijking van de regeling inzake de onbelaste premie voor oudere werknemers;

∑ Een bijstelling in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2001 die betrekking heeft op de afdrachtvermindering voor zeevarenden;

∑ Een bijstelling in de Wet financiering volksverzekeringen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2001 in verband met de toerekening van gemeenschappelijke
inkomensbestanddelen van grensarbeiders;

∑ Een aanpassing van de CoŲrdinatiewet Sociale Verzekering in verband met de
introductie van de ouderenbonus;

∑ Een delegatiebevoegdheid om bij ministeriŽle regeling onjuistheden te herstellen die ontstaan als gevolg van samenloop van verschillende fiscale wetsvoorstellen die vůůr 1 januari 2002 in het Staatsblad zijn of zullen worden gepubliceerd.

Hierna wordt per onderdeel concreet aangegeven wat de wijzigingen inhouden.

Toelichting op de artikelen

Onderdeel I (Wet Inkomstenbelasting 2001)

Onderdeel A (artikel 6.17 van de Wet
inkomstenbelasting 2001)

In het kader van het Belastingplan 2001 is een bedrag van f 85 mln ingezet ter verruiming van de regeling voor buitengewone uitgaven. Voor f
50 mln had dat betrekking op een verruiming en verbreding van de dieetkostenregeling. De verruiming betrof de verhoging van de aftrek voor diŽten waarvoor aftrek mogelijk is met f
750 per dieet. Deze verruiming ad f 25 mln is in het Belastingplan 2001 opgenomen. De verbreding ad f 25 mln betrof de verlaging van het drempelbedrag van f 749, waardoor voor meer diŽten aftrek mogelijk wordt. Om te bepalen met welk bedrag de drempel kan worden verlaagd op basis van de beschikbare f 25 mln, was nader onderzoek nodig. Dat onderzoek heeft geleid tot de thans voorgestelde verlaging van het drempelbedrag tot § 113 (f 249). Omdat het hier gaat om beleid uit het Belastingplan 2001 wordt voorgesteld deze wijziging terug te laten werken tot en met 1 januari 2001. De verlaging van het drempelbedrag zal verder resulteren in een aanpassing van de dieettabel in de
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, welke eveneens terugwerkende kracht zal krijgen tot en met 1 januari 2001.

Onderdelen B, C, leden 1 en 4, Onderdeel II, onderdeel A, leden 1, 2, 3 en 5, Onderdeel III, onderdeel C, Onderdeel IV, onderdeel A, leden 1,
2, 3 en 5, Onderdeel V, onderdeel A en onderdeel B, Onderdeel VIII (artikelen 8.11 en 8.21 van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 22a van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikelen 5 en
15 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen)

Deze onderdelen betreffen de in de
artikelsgewijze toelichting bij artikel X van het wetsvoorstel reeds aangekondigde aanpassing van een aantal bedragen en percentages aan het bedrag van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2002.

Onderdeel C, leden 2, 3, 5 en 6 (artikel 8.21 van de Wet inkomstenbelasting 2001)

Met de wijziging in onderdeel C, tweede lid, wordt een fout in het wetsvoorstel hersteld. Abusievelijk was het bedrag 2001, exclusief inflatiecorrectie, opgenomen.

De wijziging in onderdeel C, derde lid, van artikel 8.21, tweede lid, aanhef, strekt ertoe te verduidelijken dat een recht op de
toetrederskorting alleen kan ontstaan in de situatie waarin de belastingplichtige in het kalenderjaar of het voorafgaande kalenderjaar arbeid is gaan verrichten en voldoet aan de voorwaarden van het tweede lid. Met deze wijziging wordt voorkomen dat ook als gevolg van het aanvaarden van arbeid in een verder verleden alsnog een recht op de toetrederskorting zou kunnen ontstaan.

De wijziging in onderdeel C, vijfde lid, van de tweede volzin van het tweede lid van artikel
8.21 strekt ertoe te verduidelijken dat de periode waarin de belastingplichtige een uitkering heeft genoten of gesubsidieerde arbeid heeft verricht als bedoeld in de eerste volzin direct voorafgaat aan de periode van zes maanden waarin hij is opgehouden een uitkering te genieten of ophoudt gesubsidieerde arbeid te verrichten.

Met de wijziging in onderdeel C, zesde lid, van het vierde lid, tweede volzin, van artikel 8.21 wordt verduidelijkt dat het recht op de tranche van het volgend jaar of het tweede volgende jaar vervalt indien in het jaar of het voorafgaande jaar niet meer aan de voorwaarden voor toekenning van de toetrederskorting wordt voldaan.

Onderdeel D (artikel 9.3 van de Wet
inkomstenbelasting 2001)

Deze wijziging betreft een aanpassing in het kader van de inwerkingtreding van de Wet van 18 oktober 2001, Stb. 491.

Onderdeel E (artikel 10.1 van de Wet
inkomstenbelasting 2001)

De wijziging van artikel 10.1 betreft een correctie van een foutieve verwijzing.

Onderdeel II (Wet Inkomstenbelasting 2001)

Onderdeel A, leden 4 en 6 (artikel 8.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001)

Deze wijziging betreft een redactionele aanpassing; hoewel een bedrag wordt gewijzigd is per abuis het woord percentage opgenomen.

Onderdeel III (Wet op de loonbelasting 1964)

Onderdeel A (artikel 11 van de Wet op de loonbelasting 1964)

De wijzigingen strekken ertoe de regeling inzake de belastingvrije premie die werkgevers aan werknemers van 58 jaar of ouder kunnen geven alleen betrekking te doen hebben op werknemers die loon uit tegenwoordige arbeid genieten. Het doel van de onderhavige bepaling is namelijk het stimuleren van de arbeidsparticipatie van ouderen. Dit doel wordt beter nagestreefd als de belastingvrije premie alleen verstrekt kan worden aan werknemers van 58 jaar of ouder die daadwerkelijk actief zijn in het arbeidsproces. Daarnaast worden enige redactionele aanpassingen voorgesteld.

Onderdeel B (artikel 20a van de Wet op de loonbelasting 1964)

Deze wijziging betreft een redactionele aanpassing.

Onderdeel C (artikel 22a van de Wet op de loonbelasting 1964)

Deze wijziging betreft een redactionele aanpassing.

Onderdeel IV (Wet op de loonbelasting 1964)

Onderdeel A, leden 4 en 6 (artikel 22a van de Wet op de loonbelasting 1964)

Deze wijziging betreft een redactionele aanpassing; hoewel een bedrag wordt gewijzigd is per abuis het woord percentage opgenomen.

Onderdeel V (Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen)

Onderdeel C (artikelen 17 en 18 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen)

De wijziging van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen strekt ter reparatie. Met ingang van 1 januari 2001 is artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen aangepast in verband met de wijziging van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 in het kader van de Belastingherziening 2001. De aanpassing van artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekering strekte ertoe de onbedoelde uitbreiding die de wijziging van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 voor onder meer zeevarenden meebrengt, ongedaan te maken. De aanpassing van het genoemde artikel
17, tweede lid, onderdeel a, bestond daaruit dat de tot dan toe geldende bepaling dat de afdrachtvermindering zeevaart ten aanzien van zeevarenden die aan de loonbelasting zijn onderworpen 40% van het loon bedraagt, alleen geldt indien de zeevarende in Nederland woont.

Hierbij is verzuimd ook onderdeel b, tweede lid, van artikel 17, Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen aan te passen. Op grond van dit onderdeel b geldt ten aanzien van
zeevarenden die niet aan de loonbelasting zijn onderworpen maar wel premieplichtig zijn voor de volksverzekeringen een afdrachtvermindering van
10% van het loon. Ten aanzien van de zeevarenden die wel aan de loonbelasting zijn onderworpen maar niet in Nederland wonen, is de
afdrachtvermindering zeevaart op grond van de wet met ingang van 1 januari 2001 niet meer van toepassing, ook niet in het geval de zeevarende wel premieplichtig is voor de
volksverzekeringen. Dit is niet beoogd.

Door de nu voorgestelde wijziging van artikel
17, tweede lid, onderdeel b, Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen geldt ten aanzien van laatstgenoemde groep een afdrachtvermindering zeevaart van 10% van het loon.

De hier voorgestelde aanpassing krijgt terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2001.

De wijziging van artikel 18 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen is ingegeven door de inwerkingtreding per 1 januari 2002 van enkele artikelen van de Zeevaartbemanningswet en het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart. Op grond van deze regelingen zal de kapitein niet langer verplicht zijn de monsterrollen en de wijzigingen daarin aan de onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat ressorterende Scheepvaartinspectie te doen toekomen. In plaats daarvan zendt de kapitein de monsterrollen aan de scheepvaartbeheerder. Deze laatste dient de monsterrollen en de wijzigingen te bewaren en op verzoek aan de
Scheepvaartinspectie te overleggen.

Een en ander heeft tot gevolg dat de
controlerende taak van het ministerie van Verkeer en Waterstaat niet meer voor de hand ligt en wordt verschoven naar de
Belastingdienst. Deze dient teneinde haar controlerende taak uit te kunnen voeren, te kunnen beschikken over monsterrollen, zeebrieven en certificaten van deugdelijkheid. De Belastingdienst zal samen met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat onderzoeken of door deze wijzigingen maatregelen met betrekking tot het toezicht nodig zijn en deze maatregelen vervolgens treffen.

Het vervallen van het eerste lid en de laatste zinsnede van het tot eerste lid vernummerde tweede lid van artikel 18, houdt verband met stroomlijning van de wijze van verrekening van de afdrachtvermindering zeevaart. Tot nu toe moest de inhoudingsplichtige vooraf een melding doen dat gebruik zou worden gemaakt van de afdrachtvermindering. De inhoudingsplichtige verrekende de afdrachtvermindering in de loop van het jaar extracomptabel met de af te dragen loonbelasting/premie volksverzekeringen. De verrekende bedragen werden na afloop van het jaar door middel van een afzonderlijke opgaaf kenbaar gemaakt aan de Belastingdienst.

In de voorgestelde werkwijze vervallen de melding vooraf en de opgaaf achteraf. Op de aangifte loonbelasting/premie volksverzekeringen kan de inhoudingsplichtige door middel van een afzonderlijke rubriek de afdrachtvermindering zeevaart in mindering brengen op de af te dragen bedragen. Deze werkwijze komt hiermee in lijn met de overige afdrachtverminderingen. Deze stroomlijning leidt tot een administratieve lastenverlichting voor de betrokken
inhoudingsplichtigen.

Onderdeel VI (Wet financiering
volksverzekeringen en CoŲrdinatiewet Sociale Verzekering)

Artikel VA (artikel 8 van de Wet financiering volksverzekeringen)

In de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) is in artikel 2.17 bepaald dat partners elkaar gemeenschappelijke inkomensbestanddelen mogen toerekenen.

In artikel 8 van de Wet financiering
volksverzekeringen (Wfv) is deze mogelijkheid voor partners eveneens mogelijk. Daarbij stelt artikel 8 echter wel de voorwaarde dat de partner premieplichtig moet zijn. In de praktijk leidt dit tot uitvoeringstechnische problemen. Immers indien een van de partners niet premieplichtig is, maar wel belastingplichtig kan geen volledige toerekening plaatsvinden voor de premieheffing volksverzekeringen, maar wel voor de heffing van de inkomstenbelasting. Alsdan doet zich de situatie voor dat er een andere heffingsgrondslag geldt voor de inkomstenbelasting dan voor de premies volksverzekeringen. Hetgeen zou noodzaken tot een verschillende aangifte in die situatie.

Het probleem kan zich met name voordoen bij grensarbeiders. Het gaat bijvoorbeeld om de situatie waarbij twee partners in Nederland wonen. Een van de partners geniet looninkomsten uit Duitsland en is niet premieplichtig voor de volksverzekeringen. De andere partner geniet looninkomsten uit Nederland en is wel
premieplichtig. De gemeenschappelijke
inkomensbestanddelen kunnen nu op grond van artikel 2.17, Wet IB 2001 worden toegerekend tussen de beide partners. Voor de premieheffing geldt echter dat toerekening op basis van artikel 8, Wfv niet mogelijk is voor de partner die niet premieplichtig is. Als de partners gehuwd zijn in gemeenschap van goederen, betekent dit dat de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen slechts voor de helft kunnen worden toegerekend aan de partner met inkomsten uit Nederland.

Ook de omgekeerde situatie kan zich voordoen. Partners wonen niet in Nederland, maar een van de partners heeft inkomsten uit Nederland en is premieplichtig. Voor deze situatie geldt hetzelfde probleem.

De geschetste problematiek wordt door het kabinet als niet gewenst beschouwd. Met de voorgestelde wijziging van artikel 8 Wfv wordt het mogelijk gemaakt dat de toerekening van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen gelijk is aan de keuze die de premieplichtige maakt in de inkomstenbelasting.

Artikel VB (artikel 6 van de CoŲrdinatiewet Sociale Verzekering)

In het Belastingplan 2002, deel I Arbeidsmarkt en inkomensbeleid, artikel II, onderdeel A, wordt voorgesteld om een premie die de werkgever aan een werknemer geeft die de leeftijd van 58 jaar of ouder heeft bereikt tot een bepaald bedrag buiten de belastingheffing te laten. Dit is een van de maatregelen die het kabinet voorstelt ten einde de arbeidsparticipatie van ouderen te bevorderen.

Met de voorgestelde wijziging van artikel 6 CoŲrdinatiewet Sociale Verzekering wordt bewerkstelligd dat een dergelijke ouderenbonus ook voor de premieheffing
werknemersverzekeringen buiten de heffing blijft.

Onderdeel VII (Overgangsrecht
inkomstenbelasting)

Artikel VIA Overgangsrecht inkomstenbelasting

Met de in artikel VIA opgenomen
overgangsbepaling wordt bewerkstelligd dat de toetrederskorting met ingang van 1 januari 2002 slechts wordt toegekend aan belastingplichtigen die vanaf 1 juli 2001 gaan voldoen aan de voorwaarden voor toekenning van de korting.

Onderdeel IX (Samenloopbepaling)

Artikel IXA Samenloopbepaling

Momenteel is een groot aantal fiscale
wetsvoorstellen aanhangig waarbij het streven is dat deze vůůr 1 januari 2002 in het Staatsblad zullen worden gepubliceerd. Tussen de
wijzigingen die in deze verschillende
wetsvoorstellen worden voorgesteld, kan samenloop ontstaan. Samenloop kan zich eveneens voordoen met in de loop van dit jaar tot stand gekomen fiscale wetgeving. Met betrekking tot de aanhangige fiscale wetsvoorstellen is nog niet duidelijk of en in welke vorm zij worden aangenomen. De voornoemde samenloop is derhalve deels onvoorzien. Onjuistheden die ontstaan door nog niet voorziene samenloop kunnen op grond van deze delegatiebepaling bij ministeriŽle regeling worden hersteld. Vorig jaar is in de Veegwet Wet inkomstenbelasting 2001 eveneens een dergelijke bepaling opgenomen. Dit heeft geresulteerd in de Regeling samenloop fiscale wetten 2001.

Onderdeel X (Inwerkingtreding)

Artikel X Inwerkingtreding

Met de wijziging wordt beoogd dat de
aanpassingen in artikel 6.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 17, tweede lid, onderdeel b, Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen en artikel 8 van de Wet financiering volksverzekeringen terugwerken tot en met 1 januari 2001.

De Staatssecretaris van FinanciŽn,

De Minister van FinanciŽn,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie