Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng SP bij behandeling begroting provincie Utrecht

Datum nieuwsfeit: 12-11-2001
Bron: SP-fractie Provinciale Staten Utrecht
Zoek soortgelijke berichten

vergadering Provinciale Staten Utrecht, 12 november 2001. Begroting 2002.

MdV,

We hebben het vandaag alleen maar over de vraag of de afspraken die in mei bij de behandeling van de kadernota gemaakt zijn ook correct verwerkt zijn in de begroting en of de Staten zich kunnen vinden bij de invulling van de beleidsmatige marges. Een debat dat je bijna aan de boekhouders van de fracties zou kunnen overlaten. Maar dat gevoel heb ik wel vaker bij debatten in deze zaal.

Het gaat bijvoorbeeld over de afspraken die vorig jaar gemaakt zijn over oud voor nieuw. Daaronder versta ik: het kappen van dor hout, dus het stoppen met zaken waar geen behoefte meer aan is, om op die manier geld vrij te maken voor nieuw beleid. Oud voor nieuw is dus niet het stoppen met activiteiten waar juist wél behoefte aan is, dat heet bij de SP gewoon bezuinigen. Zo worden het experimentenkrediet volkshuisvesting en het ETO-fonds zonder enige inhoudelijke motivatie verlaagd en het budget voor projecten tegen werkeloosheid opgeheven. Bij het voornemen om het budget voor ecologisch onderzoek te verlagen worden wél inhoudelijke argumenten aangevoerd, maar dat zijn argumenten die juist tégen de verlaging pleiten. Ook vinden er bij oud-voor-nieuw een aantal vestzak-broekzak transacties plaats. Bijvoorbeeld een bezuiniging van f 20.000 op communicatie, die er elders in de begroting weer tonnen bij krijgt. Als ik het vandaag over bedragen heb druk ik die trouwens in guldens uit, want het is nog geen 1 januari en de SP is niet zo'n liefhebber van de Euro. Net als een meerderheid van de Nederlandse bevolking trouwens.

Maar terug naar de oud-voor-nieuw operatie.
Ik vind dit dus geen sterke uitwerking van een op zich nuttige aanpak. En gedeputeerde Robbertsen is dat met mij eens.
Ik citeer de notulen van de statencommissie R&G van 1 oktober: "De heer Robbertsen bevestigt dat er per dienst een taakstelling is opgegeven. Overigens had een andere systematiek zijn persoonlijke voorkeur gehad. Zijns inziens zijn er teveel taken door het oud-voor-nieuw beleid weggehaald, die een externe doorwerking hebben. Zijn voorkeur ging ernaar uit om bij voorkeur op interne effecten te snijden. In eerste instantie wilde GS bezuinigen op de apparaatskosten gaan verhalen, maar dit bleek niet mogelijk te zijn." Voorzitter, deze heldere en openhartige analyse, wellicht ingegeven door het feit dat de heer Robbertsen binnenkort de elders de overheid gaat dienen, maakt mij nieuwsgierig naar het standpunt van de andere gedeputeerden in deze kwestie. Onderschrijven die zijn visie en zo ja, hoe is het dan mogelijk dat vervolgens in collegiaal bestuur wel dit soort voorstellen worden gedaan? Robbertsen heeft gelijk dat het hanteren van de kaasschaaf bij oud voor nieuw niet deugt. Het is feitelijk een laffe methode die geen echte keuzen maakt.

Op één punt is de SP-fractie het niet met de heer Robbertsen eens: dat is dat er onvoldoende mogelijkheden waren om op interne kosten te besparen. Ik beperk me hier tot drie voorbeelden, maar ik ben bereid om deze lijst op verzoek in de tweede termijn aan te vullen.
- het terugbrengen van het aantal gedeputeerden van vijf levert minstens een miljoen op jaarbasis op; voor de motivatie verwijs ik naar de algemene beschouwingen na de verkiezingen in 1999.
- als de wachtgelden van statenleden beperkt worden tot die leden, waar daadwerkelijk sprake is van loonderving, en als voor deze leden bovendien een sollicitatieplicht wordt ingevoerd, kan er per vier jaar ongeveer een half miljoen bespaard worden.
- en als de statenleden bereid zouden zijn om zelf de koffie door te geven bij de avondvergaderingen van statencommissies, kan daarmee f 10.000 op personeelskosten bespaard worden.

Dit waren alleen nog maar oud-voor-nieuw mogelijkheden op het gebied van de bestuurskosten. Maar er zijn ook heel veel kosten die hier beschouwd worden als "externe kosten", maar waarvan ik ten sterkste betwijfel of de inwoners van de provincie Utrecht er ooit iets van zullen merken als deze worden afgeschaft. Bijvoorbeeld de jaarlijkse geldstromen in de richting van de IPO- en randstadlobby's in Brussel. En het grootste deel van de gelden voor communicatie.

Daarmee kom ik op de uitvoering van motie 7 bij de kadernota. Of beter gezegd: het niet uitvoeren van motie 7.
De argumentatie hiervoor is buitengewoon zwak, met name voor de onderdelen communicatie en Europa. De commissie B&M heeft de afgelopen twee jaar bij herhaling geconstateerd dat het communicatiebeleid versnipperd is, dat er een stroom aan bladen en blaadjes wordt uitgegeven. En wat doet het college?
Dat gooit er f 500.000 structureel extra bovenop.
Plus nog eens een miljoen aan projectbudgetten communicatie voor de strategische plannen. Het bureau Quorum, ook geen goedkope club trouwens, bracht mei jl. haar advies uit over het communicatiebeleid van de provincie Utrecht, en daar lees ik op pagina 9: "Het is natuurlijk goed mogelijk de communicatie in de richting van de burgers sterk op te voeren. Er kunnen grote bedragen worden geïnvesteerd in het intensiveren van de communicatie door gebruik te maken van advertenties, reclamespots op regionale radio en tv, uitbreiden van de faciliteiten van de website, lanceren van periodieken, reclameborden langs de weg, verspreiding van affiches, promotiefilms e.d. De vraag is echter of de ontvanger van al die boodschappen daarop zit te wachten en of die provinciale zendingsdrang zijn betrokkenheid bij de provincie zal vergroten." Voorzitter, wat moet ik hier als eenvoudig statenlid aan toevoegen?

In een oudere provinciale nota, namelijk "Uitgangspunten communicatiebeleid" uit november 1996, wordt gesteld: "communicatie is tweerichtingsverkeer". Zeker weten voorzitter, daarom wil de SP-fractie op dit thema een motie indienen. Hij gaat over de bereikbaarheid van onze provinciale medewerkers. In het collegeprogramma staat dat die beter moet worden. Als er niet opgenomen wordt op het provinciehuis, als niemand weet of degene die je zoekt aanwezig is, of als er eindeloos wordt doorverbonden, is dat geen blijk van grote klantvriendelijkheid. Een onderzoek naar de telefonische bereikbaarheid in het voorjaar leverde geen beste uitslag op. Wat ons betreft komt hierin snel verandering.

In juli jl. verscheen bij de dienst Ruimte en Groen een prima handleiding "Wij zijn bereikbaar!". Er lopen op dit moment gesprekken om deze spelregels ook bij andere diensten in te voeren. Wat ons betreft gebeurt dit ook op korte termijn. De SP-fractie vind echter alleen het uitgeven van een boekje te vrijblijvend, wat ons betreft gaan GS ook periodiek meten en rapporteren over de resultaten. Daarom dien ik de volgende motie in:
(motie bereikbaarheid).

Wij hebben een brief ontvangen van de ondernemingsraad, die aanleiding geeft voor enkele opmerkingen: Wat is de reactie van GS op de stelling van de OR dat een aantal bezuinigingsmaatregelen op de apparaatskosten eerst aan haar hadden moeten voorgelegd, voordat ze in de begroting werden opgenomen? Overigens is de SP-fractie, in tegenstelling tot de OR, van mening dat er nog wel degelijk bezuinigingen mogelijk zijn op de apparaatskosten, zij het niet door reorganisaties, maar door het optimaliseren van werkprocessen. Wij onderschrijven de stelling van de OR dat er niet bezuinigd moet worden op de schoonmaak, beveiliging en catering. Het is overigens veelzeggend dat deze diensten, die 6 jaar geleden zijn uitbesteed en waar juist de mensen in de lagere salarisgroepen werken, al vele keren door de wringer gehaald zijn. Misschien dat GS deze aanpak nu eens kunnen toepassen op haar eigen budgetten.

Voorzitter,
Ik sluit af met het onderwerp prestatie indicatoren en dat doe ik aan de hand van een voorbeeld. Vorige week ontvingen we een persbericht met de kop "Provinciale Kunstbus blijft rijden", dat onbedoeld het nut van indicatoren goed illustreert. GS willen volgend jaar 42.000 subsidie geven voor de Kunstbus, die 55-plussers op een veilige en comfortabele manier naar het theater of een concert brengt. Van de bus hebben afgelopen jaar 775 mensen gebruik gemaakt. Voorzitter, ik kon het niet nalaten om 42.000 te delen door 775 en daar komt uit f 54,20 per retourrit per passagier. Aanzienlijk meer dan de subsidie voor collectief vraagafhankelijk vervoer van Mobinet, Traxx en dergelijke. Vervoer dat bovendien, in tegenstelling tot de kunstbus, van deur tot deur gaat. Het persbericht vervolgt: "GS vinden het van belang dat deze provinciale service blijft bestaan omdat de Kunstbus ervoor zorgt dat een kwetsbare groep mensen in de Utrechtse samenleving kan blijven deelnemen aan het culturele uitgaansleven. Vanwege de provinciale subsidie kan worden volstaan met een bescheiden eigen bijdrage van FL. 7,50,-." Voorzitter deze argumentatie geldt ook voor de gehandicapten die gebruik maken van het CVV, maar die betalen het strippentarief en dat is meestal meer. Kan het college aangeven wat haar argumenten zijn om de kunstbus te handhaven, in plaats van deze te integreren met het CVV? Wat ons betreft kan het tarief dan f7,50 blijven, maar dan voor iedereen die onderweg is naar een culturele bestemming.

Voorzitter, tenslotte: binnenkort gaan wij over op het duale stelsel. De staten zullen zich meer gaan richten op hun controlerende taak, GS op het besturen. Prestatie indicatoren kunnen bij die controle een grote rol spelen. Maar dan moeten het wel prestatie indicatoren zijn waar de staten iets aan hebben. Daarom wil ik de volgende motie indienen:
(motie prestatie-indicatoren).

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie