Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage PvdA aan notaoverleg over gewasbeschermingsbeleid

Datum nieuwsfeit: 12-11-2001
Bron: Partij van de Arbeid
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 12 november 2001

BIJDRAGE VAN JAAP JELLE FEENSTRA (PvdA) AAN HET NOTAOVERLEG ZICHT OP GEZONDE TEELT(GEWASBESCHERMINGSBELEID)

BESTRIJDINGSMIDDELEN: NOODZAKELIJKE KWAAD

De nota Zicht op gezonde teelt (ZGT) bevat het gewasbeschermingsbeleid tot 2010 en is de opvolger van het Meer jaren programma gewasbescherming (MJPG) voor de periode 1990-2000.

Het MJPG stond sterk in de publieke en politieke belangstelling; dat geldt nu ook weer voor deze nieuwe beleidsnota. Deze belangstelling heeft alles te maken met het onderwerp, met de eigenschappen van bestrijdingsmiddelen. Het handelt hier per definitie om biologisch actieve stoffen. En juist vanwege het biologisch actieve karakter van bestrijdingsmiddelen zijn er effecten en risico's van bestrijdingsmiddelengebruik op de volksgezondheid, op arbeidsomstandigheden, op het natuurlijk milieu. Effecten en risico's die vragen om een zorgvuldig beleid en een spaarzaam gebruik, om preventie en resistentie, om innovatie en alternatieven.

Naast deze bedreigende kant van het bestrijdingsmiddelengebruik staat in veel gevallen de noodzaak en afhankelijkheid van tal van middelen, ten gunste van ziektebestrijding, preventief dan wel correctief, van het veiligstellen en vergroten van de opbrengst, van kwaliteit en houdbaarheid.

Deze mix van noodzakelijk kwaad en onvermijdelijke noodzaak, van bedreigingen voor gezondheid en milieu en van kansen voor productie en economie geeft het beleid een onlosmakelijke spanning mee. Een spanning die indringend én oprecht vertolkt wordt door telers en milieugroepen, door landbouworganisaties en waterleidingbedrijven. Een spanning die wordt overgebracht op werkbezoeken en gesprekken, op locatie en in deze Kamer. Deze spanning geeft het beleid ook zijn onvervreemdbare dynamiek, in tal van debatten, doorwerkend in de chemie tussen de woordvoeders. Want het gaat om grote belangen en eenvoudige oplossingen zijn er dus niet - niet de ene kant op, niet de andere kant op. Voor de PvdA ligt de oplossing in het realiseren van een evenwichtig én voortschrijdend, uitnodigend én navolgbaar beleid, vanuit de alledaagse praktijk van vandaag naar de realiseerbare doelstellingen van morgen.

VASTGELOPEN BELEID

In de overgang van vandaag naar morgen, van het oude naar het nieuwe beleid, van MJPG naar ZGT, bestaat de kern van het debat uit drie onderdelen: de afwikkeling van de saneringsoperatie uit het MJPG, het vastlopende toelatingsbeleid en de ergerlijke vertragingen binnen het Europees beleid.

SANERING BEZWAARLIJKE MIDDELEN

Wat het eerste punt betreft: 10 jaar geleden is in het MJPG afgesproken dat de zgn. kanalisatiestoffen, stoffen die niet aan de gestelde milieucriteria voldeden, niet onmiddellijk zouden worden gesaneerd of tussentijds zouden komen te vervallen maar tot 2000 zouden mogen worden gebruikt om dan te worden gesaneerd. Het MJPG en de Bestuursovereenkomst zijn hier duidelijk over. Dit was een betekenisvolle afspraak want LTO had eerder de doelstelling van het MJPG bestreden, maar was bereid die nu over te nemen en zelf uit te voeren onder voorwaarde dat de overheid van de eerder in het MJPG voorgestelde heffing zou afzien. Dat is vervolgens ook gebeurd, in nauwe samenwerking tussen CDA en PvdA; het MJPG is het verantwoorde product van CDA en PvdA, het duo Pronk/Faber van vandaag bestond toen uit Alders/Gabor. Ook in de Kamer zijn toen deze samenhangende afspraken vastgelegd. In de motie Feenstra-Roosen van Pelt is vastgelegd dat het College Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB) zou worden losgemaakt vanuit improductieve verstrengeling tussen de departementen en verzelfstandigd tot een onafhankelijk deskundig orgaan, dat inhoudelijk zou oordelen op basis van de door de politiek aangereikte criteria. Zo is geschied. In de motie Roosen van Pelt-Feenstra is vastgelegd dat de realisatie van de notadoelstelling zou worden vastgelegd in een Bestuursovereenkomst met de sector. Zo is geschied. En in deze Bestuursovereenkomst is met vastgelegd dat de kanalisatiestoffen in 2000 zouden komen te vervallen. Bij het sluiten van de markt leert men de kooplieden kennen; via een motie is een wetswijziging geëist om landbouwkundig onmisbaar genoemde middelen langer overeind te houden. Deze motie leek eerst een redelijk ruime steun te krijgen, maar felle reacties vanuit de samenleving deden deze aanvankelijk ruime meerderheid slinken tot één stem.

De PvdA heeft zich bij de afwikkeling van deze oude afspraak tamelijk hard opgesteld vanwege het uitgangspunt afspraak = afspraak, vanwege het milieu want deze stoffen voldeden niet aan de milieucriteria, maar ook vanwege de innovatieve bedrijven, die inmiddels geïnvesteerd hadden in het bijstellen van hun bedrijfsvoering en gerekend hadden op het wegvallen van deze middelen. Het alsnog overeind houden van deze zogenaamd onmisbare middelen leek sociaal, maar is het voor de koplopers zeker niet. Het Kabinet heeft de krappe kameruitspraak zeer fair uitgevoerd. Er kwam een Wetsvoorstel landbouwkundige onmisbaarheid. Uiteindelijk bleek geen van de fabrikanten op basis van deze onmisbaarheidregeling een toelating te hebben aangevraagd en verkregen. Daarmee kwam de door ons vastgehouden sanering alsnog tot stand. Want als de markt niet levert, wordt het beleid leeg. De uitkomst komt dus uiteindelijk overeen met onze lijn, maar dat wil niet zeggen dat we gelukkig zijn met het verloop. Ten eerste, de PvdA hecht veel waarde aan commitment in het politiek debat en aan afspraken tussen overheid en sector. En, ten tweede, de sector is in weerwil van de vele, juist door haar behaalde successen voor een breed publiek langdurig en indringend neergezet als een bedrijfstak die maar niet los kan komen van milieubezwaarlijke middelen. Er is veel negatieve energie gestoken in een onproductieve exercitie en een vermijdbare negatief beeld. De PvdA had deze energie liever positief gericht op een succesvolle overschakeling van oud MJPG- naar het nieuwe ZGT-beleid, in echte oplossingen!

TOELATING

Het tweede probleem in het bestrijdingsmiddelendebat is het vastgelopen toelatingsbeleid. Nederland saneert vanaf 1991 haar middelenbestand. Dat lijkt gunstig voor het milieu maar als er gelijktijdig nauwelijks biologische methoden en minder schadelijke chemische middelen worden toegelaten, dan stagneert de innovatie en kan een grotere inzet van minder specifieke middelen netto een grotere milieubelasting opleveren. Want, volgens Bartje: waar af gaat en niet bijkomt, mindert! Het is niet terecht daar het CTB de schuld van te geven; het CTB is afhankelijk van het aanbod. Het CTB moet besluiten tot voortgaande sanering als nieuwe aanvragen of verlengingsaanvragen niet voldoen aan de wettelijke criteria voor doelmatigheid, volksgezondheid, arbeidsomstandigheden en milieu. Het CTB kan bij fabrikanten geen innovaties afdwingen of verplichten. En deze onbalans gaat wringen, zeker als aan de aanbodzijde de fabrikanten geen verlengingsaanvragen indienen voor de kleine Nederlandse markt, zeker als fabrikanten nieuwe aanvragen aanhouden tot de Europese geharmoniseerde toelating rond is.

Het CTB heeft wel te maken met een grote werkachterstand en juridisering van haar werkzaamheden. Deze problemen zijn niet eenvoudig via meer inzet van middelen en menskracht op te lossen. Wel via prioriteitstelling in het werkprogramma en het geven van een wettelijke grondslag daaraan, zoals vorige week in een amendement van PvdA en VVD is gebeurd. Hier kom ik nog over te spreken.

TRAAG EUROPA

Dat brengt me bij het derde probleem: het trage Europa. De Europese lijst zou in 2003 gereed zijn, maar dit proces verloopt ergerlijk traag. Dat wordt nu wel 2008 of nog later, met een afronding rond 2012. Het Nederlandse toelatingsbeleid liep vanwege ons gevoelige, natte milieu én ons intensief gebruik vooruit de EU, om vanaf 2003 weer gelijk op te lopen; hetgeen acceptabel is, ook als onderdeel van een actieve milieudiplomatie. Echter een gat van 7 à 10 jaar geeft economische verstoring, ongewenste grenseffecten en uitlokking tot illegaal gebruik.

NIEUW BELEID

Tegen de achtergrond van deze vraagstukken is er alle reden om het gewasbeschermingsbeleid vandaag indringend met elkaar te bespreken.

En daar komt bij dat er in de afgelopen 10 jaar veel bereikt is. Dat verdient gesignaleerd en gewaardeerd worden, dat verplicht naar de toekomst.

Ten tweede, het doel van verwaarloosbare risico in 2010 is nog niet veiliggesteld. De noodzaak voor een actief beleid is nog steeds groot. Per eenheid product gaan we wel efficiënt om met bestrijdingsmiddelen, maar het totale volume en onze intensiteit levert nog steeds een te grote druk op water en bodem op. De milieudruk is nog steeds te hoog (zie CIW, zie drinkwatersector).

Ten derde, de consument stelt in toenemende mate hoge kwaliteitseisen aan product en productiewijze vanwege gezondheid en milieu. Ook deze vraagzijde vergt uit welbegrepen eigenbelang om het verduurzamen van de landbouw.

En, ten vierde, er is zorg en onzekerheid over inhoud en richting van het beleid, in nationaal en in Europees verband. Dat moet worden opgehelderd; het beleid moet worden losgetrokken en perspectief bieden.

De PvdA bepleit geen rust, maar wel het organiseren van meerjarige zekerheid als basis voor veranderingen en navolgbare ambities.

Het nieuwe beleid kent veranderingen. Het MJPG was sectorgericht, ZGT werkt bedrijfsgericht. Het MJPG was stofgericht, het ZGT werkt teeltsysteem gericht. Het MJPG kende een kwalitatieve doelstelling, ZGT stelt nu een kwalitatieve aanpak voor, met geïntegreerde gewasbescherming op gecertificeerde bedrijven. De PvdA deelt deze benadering. Op bedrijfsniveau moeten individuele boeren en tuinders worden gestimuleerd hun bedrijfsvoering te richten op duurzaamheid.

De PvdA waardeert de nota als inzet vanuit LNV en VROM. Maar het is wel een late inzet, die niet naadloos aansluit bij MJPG waardoor veel - vermijdbare
- onzekerheid is ontstaan bij boeren en tuinders. Het ontbreken van heldere kaders heeft ook bijgedragen aan het onverkwikkelijke debat over onmisbare middelen.

DOELSTELLINGEN

PvdA heeft ook vragen over de doelstellingen. Allereerst over het MJPG. Wij sluiten ons niet bij het negatieve oordeel over het MJPG, zoals weergegeven in antwoord 16. Het MJPG had als hoofddoel 50% vermindering van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Dat is gehaald en verdient als zodanig voluit gewaardeerd te worden. De PvdA sluit zich aan bij de woorden van de voorzitter van CUO, Servaas Huijs. De hoofddoelstelling is voor een belangrijk deel gehaald. In de CUO-evaluatie wordt geconcludeerd dat het verbruik van gewasbeschermingsmiddelen met 52% is gedaald, de milieubelasting naar oppervlakte- en grondwater met 51%. De overall doelstelling van -50% voor verbruik en emissies is daarmee gehaald. Verhalen achteraf dat daarmee de afhankelijkheid van chemie niet is verminderd of dat het resultaat vooral is te danken aan de grondontsmetting, doen aan het halen van deze -50% niets af.

De PvdA bepleit: je moet het beleid afmeten aan de toen vastgelegde doelen;
-50% is gehaald en dat mag je voluit een succes noemen. En je moet voor een volgend beleidsplan meer zorgvuldig naar de nieuwe doelen kijken. Wat formuleren we nu om over 10 jaar te bereiken en op afgerekend te worden?

Vanuit deze ervaring zet de PvdA vraagtekens bij de drie doelstellingen van vermindering milieuemissies + vermindering gebruik chemische middelen + betere naleving. Minder gebruik is geen doel, maar veeleer een middel ten gunste van minder milieudruk. Betere naleving/handhaving is geen doel, maar veeleer een algemeen uitvoeringsaspect dat bij tal van beleidsterreinen prioriteit verdient. Resteert één echte inhoudelijke doelstelling die feitelijk te vertalen, te monitoren en dus afrekenbaar is, namelijk vermindering milieudruk van MTR naar VR in 2010, waarbij we de (wettelijke) aspecten van volksgezondheid en arbeidsomstandigheden missen. Wil het Kabinet nog eens naar doelstelling kijken?

ZGT wil haar doel bereiken door het volledig uitvoeren en doorwerken van het bestaande toelatings- en reductiebeleid. Inkrimping van het pakket vindt plaats door toetsing aan de criteria, in Europa en in Nederland. Dit saneringsproces mag doorgaan; ook Doornbos van LTO zei dat in de hoorzitting. Bedrijven erkennen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, bedrijven willen ín de samenleving werken, hebben een "license to produce" nodig, ook als dat betekent dat bezwaarlijke middelen wegvallen. De PvdA waardeert deze verantwoordelijke en evenwichtige LTO-opstelling. De sanering moet ook doorgaan om de doelen te halen. Saneren kan ook een positieve stimulans zijn om minder bezwaarlijke chemische middelen en andere mechanische en biologische methoden te ontwikkelen, zoals het Kabinet aangeeft . Akkoord maar dan moet de toelating wel werken, aan beide kanten. Als bij de achterdeur veel middelen wegvallen moet er bij de voordeur ook de nodige nieuwe oplossingen worden geboden. Anders ontstaat er een onbalans. Deze onbalans gevoegd bij de een groter beleidsgat t.o.v. het trage EU-beleid geeft feitelijk economische verstoring, ongewenste grenseffecten en nodigt uit tot illegaal gebruik. En er zijn meer feiten. Bestrijdingsmiddelenbeleid raakt ook mensen, mensen op de bedrijven, mensen in de sector, en een groeiende onbalans in het toelatingsbeleid tussen voor- en achterdeur én een groeiend beleidsgat tussen Nederland en het buitenland leidt tot onzekerheid en onbegrip. Uit ZGT blijkt geen enkele zorg of betrokkenheid bij mensen op dit punt; de PvdA vindt de nota een koel en kil beleidsgeschrift. Wij bepleiten dat we nu dit debat aan de vooravond van een nieuwe beleidsperiode van 10 jaar gebruiken om te voorkomen dat mensen afhaken, dat we geen rust maar wel meerjarige zekerheid bieden én over waar het moeilijk wordt, maar ook waar perspectief zit. Zo'n diepte-investering inclusief verstandshuwelijken is nodig om het beleid los te trekken en met en voor de mensen weer tot gezamenlijk beleid te maken.

Er zijn bedreigingen, ook voor de sector. In 2003 vervalt door de Europese harmonisatie een aanzienlijk pakket van 500 beschikbare middelen. Maar er is ook perspectief. Het Kabinet geeft aan dat in Europa 85 nieuwe stoffen zijn aangemeld, voor 80 zijn de dossiers compleet, er zijn 15 nieuwe stoffen volledig beoordeeld en op Bijlage-I geplaatst, bij het CTB zijn 36 aanvragen voor een voorlopige toelating in behandeling, Nefyto wijst op 50 nieuwe aanvragen.

CONSUMENTENACTIES

Zorg en betrokkenheid leeft ook bij de consument: is wat ik eet wel veilig en gezond? Kan en mag ik vertrouwen op de kwaliteit van producten vanuit Nederland, vanuit Europa maar ook geïmporteerd van buiten Europa? Ook de consument moet zekerheid en perspectief worden geboden. Het Kabinet antwoordt dat uit de residumonitor blijkt dat geïmporteerde producten onveiliger zijn dan producten die in ons land zijn geteeld. En voor beide geldt dat aan de nationale normstelling voor voedselveiligheid wordt voldaan. Akkoord maar hier geldt ook weer een verschil tussen feiten en beelden. Het Kabinet verwijst hier naar de feiten, maar bij de consument leven ook beelden. En beelden kunnen heel indringend en bepalend zijn. Het zijn net ziekten: ze komen per paard en gaan per voet! De PvdA bekritiseert sterk de reeks van publicaties van Consumentenbond en SNM over eerst gif op snijbloemen, toen gif op fruit, weer later over gif op aardbeien. Natuurlijk ontzeggen we deze organisaties niet hun recht én zelfs plicht om aandacht te vragen voor bezwaarlijke bestrijdingsmiddelen, residuen op voedsel en mogelijke lange termijneffecten en combinatie-effecten. Maar wij spreken deze organisaties wel aan op de wijze wáárop conclusies worden gepresenteerd en vervolgens in de media worden overgenomen. Natuurlijk staat in de onderliggende rapporten wel aangegeven dat gewerkt is met niet-wettelijk verplichte scherpe normen. Maar dergelijke niet onbelangrijke nuanceringen vallen in de vertaling naar persbericht en vervolgens krantenkop weg. De consument schrikt en ouders onthouden uit zorg en verantwoordelijkheid hun kinderen fruit en aardbeien, dat is het resultaat. Kind én badwater worden ver weggegooid!

Voor dit soort ongenuanceerde schrikbeelden leggen wij de eerste verantwoordelijkheid bij deze organisaties, die zeer wel weten hoe de pers werkt en berichten overneemt, maar ook bij de media zelf die onvoldoende kritisch deze berichten analyseren en weergeven. Uit de beantwoording van het Kabinet blijkt ook een ander beeld, maar dan zijn we al maanden verder, is het leed al geschied. Je zult maar net een mooie partij aardbeien klaar hebben en de kabinetsreactie is zo genuanceerd dat het geruststellende antwoord de voorpagina's niet haalt. Dit roept wel een vraag aan het Kabinet op: hoe bereik je kritisch en secuur de consument? Want achter schreeuwende krantenkoppen en paniekreacties schuilen ook serieuze vragen, die nu volledig overstemd worden: resteert er druk op de gezondheid, met name van gevoelige en kwetsbare groepen? De minister van VWS geeft in haar brief van 29 oktober 2001 aan dat, indien sprake is van een overschrijding van de maximale residulimieten, de acceptabele dagelijkse inname bijna nooit overschreden wordt. De werkelijke situatie is veel gunstiger dan SNM en CB schrijven. Op basis van deze geobjectiveerde en genuanceerde wijze willen wij dit belangrijke debat voortzetten.

EUROPEES EN NATIONAAL BELEID

De PvdA steunt het algemene harmonisatiebeleid gericht op een Europese lijst van toelaatbaar te achten stoffen én het daarbinnen bedoelde nationale beleid gericht het beoordelen van toelaatbare middelen vanuit deze Europese stoffenlijst. Anders gezegd, wat vanuit de Europese stoffenlijst op de Griekse rotsen of het Spaanse zand kan, kan nog niet in de Nederlandse polder.

Om die reden hebben we uiteindelijk het amendement-Van Ardenne bij de Biocidenrichtlijn ook niet gesteund. Want daarmee werd feitelijk bepleit het nationale beleid in te leveren en nog alleen de Europese planning te volgen. Zoals het Kabinet ook al aangaf, is dat inhoudelijk noch politiek noch juridisch gewenst.

Wel bepleiten wij dat het EU-beleid wordt versneld, neergelegd in de motie Feenstra-Schreijer. Het Kabinet geeft aan dat daarop in de Landbouwraad van november 2000 en oktober 2001 ook is aangedrongen. De Nederlandse interventie werd breed ondersteund door de overige lidstaten; dat is mooi. Minder mooi is dat de Commissie zich zal inzetten om verdere vertraging te voorkomen. Daar kunnen we ons niet bij neerleggen. We hebben allemaal zo onze contacten in Brussel; laat zowel Kabinet als Kamer maar ook LTO en SNM haar netwerk en mogelijkheden gebruiken om de lidstaten en de EU op tempo te brengen. Graag een reactie van het Kabinet.

HERPRIORITERING

Maar waar het tempoverschil erg groot wordt en blijft, bepleiten wij een andere oplossing, zoals neergelegd in ons amendement-Biocidenrichtlijn: beoordeel nationaal versneld stoffen met een groot risicoprofiel en sluit voor de overige stoffen met een laag risicoprofiel aan op de Europese besluitvorming.

In ZGT werd de stagnatie bij CTB niet opgelost terwijl ons amendement ook een juridische basis biedt voor de prioritering van het CTB. De nieuwe werklast moet het weer mogelijk maken saneren enerzijds en toelaten anderzijds in balans te brengen. Zonder zo'n wettelijke grondslag dreigt de goedbedoelde CTB-prioritering vast te lopen in het juridiseringsmoeras. Ook hiervoor biedt ons amendement een oplossing. Het amendement verbindt als in een verstandshuwelijk PvdA en VVD; onze prioriteitenlijstjes zijn inhoudelijk hetzelfde, ze kennen echter wel een verschillende prioriteitenvolgorde. Voor de PvdA weegt een voortvarende sanering van bezwaarlijke middelen zwaarder, maar de VVD is het daarmee niet oneens. Voor de VVD weegt het beleidsgat naar Europa toe zwaarder, maar deze zorg deelt de PvdA. En voor beiden geldt: we kunnen geen rust organiseren, wel zekerheid! Zekerheid over het doorzetten van het nationaal beoordelen van bezwaarlijke middelen, zekerheid over het volgen van de Europese besluitvorming voor de overige, minder bezwaarlijke middelen en zekerheid door de herprioritering een wettelijke basis te geven, in het belang van saneren én innoveren.

Het CTB moet nu beginnen een indeling naar risicoprofiel te maken voor de A, B en C-lijsten. Het Kabinet kan dan dit voorstel overnemen, de Kamer kan desgewenst dit voorstel nog bespreken. Minister Pronk vond het amendement inhoudelijk, politiek en juridisch een verbetering, zeker in relatie tot het eerdere amendement-Van Ardennne, maar vreesde een politisering van het debat over de lijsten. Dat lijkt me niet terecht. Dat heb ik in de toelichting ook aangegeven. Ten eerste, zonder de mogelijkheid van een debat in de Kamer krijgen de lijsten wel een erg ambtelijk-technocratisch karakter én een mogelijk debat is ook een druk op zorgvuldigheid. Maar, nog belangrijker: indien de Kamer een debat over de lijsten wil, dan gaat het niet over het verplaatsen van appeltjes van de ene naar de andere mand op basis van milieu- of sectorbelangen maar uitsluitend over de risicoprofielindeling. En je moet van goeden huize komen om anders dan CTB en Kabinet te menen dat deze risico-inschatting tot een andere indeling moet leiden.

De PvdA waardeert dat de VVD zich verantwoordelijk heeft getoond, zich niet eenzijdig heeft opgesteld. Want recente debatten leren dat eenzijdigheid niets oplevert. Het amendement sluit ook aan op de aanbevelingen van de voormalige Commissie Alders, die in zijn brief van 23 oktober ook pleit voor versnelling van de toelating van innovatieve stoffen + juridische zekerstelling van de herprioritering van + uitbreiding van het systeem van toelatingen uit. Ik kom hier nog op terug.

In de richting van de andere fracties: wij nemen aan dat de anderen niet de minst bezwaarlijke middelen als eerste willen herbeoordelen of een nog grotere afstand tussen Nederland en Europa willen bepleiten, hetgeen morgen bij de stemmingen een zeer brede steun voor het amendement mag betekenen.

CERTIFICERING

In ZGT wordt geïntegreerde teelt door gecertificeerde bedrijven voorgesteld. Partijen worden verantwoordelijk voor de geïntegreerde gewasbescherming. Maar wie wordt verantwoordelijk voor de certificering: de overheid of de sector? Dit is volstrekt niet duidelijk. Wordt certificering de "license to produce", de basis voor het handhavingsbeleid of is certificering bedoeld als kwalitatief onderscheid op de markt?

Uit de antwoorden maken wij op dat de certificering vanuit de markt begint, aanvullend en bovenwettelijk is, voortbordurend op bestaande certificaten als MilieuKeur, Milieu Programma Sierteelt, Certerra en Skal. Maar ook dat bij onvoldoende vooruitgang bij de evaluatie in 2004 het gebruik van chemische middelen wettelijk beperkt wordt tot de gecertificeerde bedrijven. Hierover merkt het CBL op: certificering is voor het bovenwettelijk onderscheid, dus niet generiek als basis voor handhaving. Graag een toelichting.

Certificering kan wel worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door financiële en fiscale regelingen, zoals DOA en VAMIL, en door het overheidsaankoopbeleid te richten op uitsluitend gecertificeerde bedrijven. Staat het Kabinet deze aanpak ook voor?

CERTIFICERINGSSCHEMA'S: GROEN POLDEREN OF DESKUNDIGEN

Certificatieschema's worden uitgewerkt door een College van Deskundigen. De ervaringen m.b.t. Groen Polderen rond bestrijdingsmiddelen is niet van dien aard dat wij hier zullen bepleiten dat alle belangengroepen hierbij betrokken moeten worden. Voorkom een uitkomst op basis van onderhandelingen, belangen en mistige compromissen. Ook bij het NMP4 hebben wij aangegeven: graag Groen Polderen en graag convenanten, maar het is geen must, geen verplichting. Oordeel van geval tot geval. Hier staat de PvdA staat een aanpak met materiedeskundigen voor, met deskundigen vanuit CTB, PD, Wageningen etc. die certificeringsschema's opstellen op basis van geïntegreerde teeltmethoden, milieuvriendelijke landbouwmethoden en de "best practical means".

Een breed samenwerkingsverband van VEWIN, NAV, NAJK, CLM e.a. heeft al een goede en innovatieve aanzet opgesteld voor het invullen van een geïntegreerde teeltstrategie, vanuit zowel landbouw- als milieubelangen en met oog op en gevoel voor de praktijk: de nota Telen met toekomst. Zo'n stapsgewijze en deskundige invulling staat de PvdA ook voor ogen, inclusief "off label use".

Graag een reactie van het Kabinet op beide punten: de opstelling van certificatieschema's door materiedeskundigen en een invulling volgens het Telen met toekomst-model.

WETTELIJKE VERRUIMINGEN

Bijlage-I stoffen kunnen onder vergelijkbare omstandigheden een wederzijdse erkenning krijgen.

Brussel werkt aan een tijdelijke regeling voor "essential uses" en Nederland heeft voor 8 stoffen claims ingediend.

Het huidige toelatingsbeleid kent al de mogelijkheid van voorlopige toelatingen. Een knelpuntenaanpak zou de Kamer voor deze behandeling worden voorgelegd.

Het huidige toelatingsbeleid kent reeds een derden-gebruik; wat onder vergelijkbare omstandigheden voor linksdraaiende sla is toegestaan, kan het CTB ook voor rechtsdraaiende sla toestaan. Het Kabinet kondigt wel een vereenvoudiging van de uitbreidingstoelatingen aan.

En het huidige beleid kent geen alternatieventoets, waarbij alleen het minst schadelijke middel wordt toegelaten. Wel komt zo'n alternatieventoets in Brussel aan de orde .

De PvdA staat open voor wettelijke verruimingen. Maar voorkom eenzijdigheid want dat loopt vast in het publieke en politieke debat. Daarom vragen wij van het Kabinet: werk deze mogelijkheden in samenhang uit, bijvoorbeeld werk belemmeringen rond voorlopige toelatingen weg maar regel dan ook een alternatieventoets bij certificering of receptuur. Graag een reactie.

RECEPTUUR

In ZGT wordt gesteld dat certificering het ook mogelijk zou maken middelen, die niet aan de milieueisen voldoen, toch toe te laten. Maar als alle bedrijven straks gecertificeerd worden, mogen bezwaarlijke middelen dan ook door iedereen en altijd worden toegepast? Waarom is voor noodsituaties niet voorzien in een receptuursysteem voor het toepassen van soms noodzakelijke, maar bezwaarlijke correctiemiddelen? Een receptuursysteem voorkomt het regulier verstrekken van dergelijke middelen en het beperken van de toepassing tot ultieme noodsituaties. Het Kabinet geeft aan dat er theoretisch een aantal modellen denkbaar zijn, dat er vragen van uitvoeringstechnische en financiële aard zijn en dat vooralsnog het huidige beleid voldoende effectief is. Maar nu bestaat er alleen een wettelijke ontheffing bij onvoorziene teeltbedreigende situaties. Receptuur kan snel en gericht werken zonder op deze zware wettelijke voorziening te moeten terugvallen. Receptuur kan geïntegreerde telers ook een extra zekerheid bieden voor ultieme bedreigingen. Receptuur kan snel en simpel werken, eenduidig en zonder financiële claims. Receptuur kan aansluiten bij de categorie-indeling van Telen met toekomst, voor knelpunten die met "off label use" niet zijn op te lossen. Daarom vragen wij toch vanuit het Kabinet een nadere reactie en uitwerking van zo'n receptuursysteem.

AANVULLENDE VOORSTELLEN

Naast het lostrekken van de toelating en het op tempo brengen van Europa moeten ook andere trajecten met kracht worden ingezet.

GROOTWINKELBEDRIJVEN

Het Kabinet heeft aangegeven dat ook markt- en ketenpartijen een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van het gestelde doel en dat marktpartijen de vraag naar deze producten moeten stimuleren. Daarbij speelt certificering weer een belangrijke rol. Bedrijven die het goed, schoon en veilig doen moeten herkenbaar zijn, gegarandeerd betrouwbaar en mogen voor hun onderscheiden hogere kwaliteit dan ook een hogere prijs bedingen. Dit raakt
- inderdaad - als eerste verantwoordelijkheid de markt- en ketenpartijen in de markt zelf, maar het Kabinet mag zich hierbij wel wat meer pro-actief opstellen. Het aantal Albert Heijn's in deze wereld is zeer wel te overzien en aan één tafel bijeen te brengen. Wil het Kabinet hier met de grote inkoop- en verkooporganisaties en grootwinkelbedrijven eens indringend over spreken? Organiseer draagvlak en afzet voor een hogere kwaliteit, betrouwbaar en zichtbaar voor de consument met een hogere prijs voor de producent.

HANDHAVING

Handhaving is voor de PvdA een beleidsprioriteit, vanuit bestuurlijk-juridische overwegingen. Wat we hebben afgesproken en vastgelegd in wet- en regelgeving moet ook zo door iedereen worden nageleefd, ook om doelen te bereiken en om economische redenen. Want als het ene bedrijf investeert in de bedoelde beleidsrichting, dan moet de "free rider" niet het concurrentievoordeel van niet investeren, dus lagere productiekosten en ook nog afzet worden geboden. Kortom, handhaving moet. Ook het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel bepleit het verbeteren van de handhaving. En daar is ook reden toe, want de antwoorden stellen ons niet gerust; 21% van de telers gebruikt verboden middelen, 23% handelt in strijd met de gebruiksvoorschriften, 24 tot 32% overtreedt de Bestrijdingsmiddelenwet.

Wij vragen van het Kabinet een gerichte inspanning, juist ook om de voorlopers te beschermen tegen "free riders"-gedrag. Als dit extra capaciteit en middelen vraagt, is de PvdA daartoe bereidt. Deze percentages moeten taakstellend worden verlaagd. Kan hier in bijvoorbeeld 5 jaar ook 50% reductie worden bereikt?

ACHTERLOPERS

Koplopers worden gestimuleerd, het peloton wordt op tempo gebracht. Maar welke gerichte inspanning is specifiek bedoeld voor de achterhoede? De VEWIN vraagt aandacht voor deze groep; 20% van de bedrijven veroorzaakt 80% van de milieudruk. Om welke bedrijven, teelten of momenten per jaar gaat het? Past hier een persoonlijke benadering, een sluitende aanpak van handhaving én voorlichting?

En de VEWIN vraagt aandacht voor de niet landbouwbestrijdingsmiddelen. Dit klein gebruik (2 à 3%) heeft grote negatieve gevolgen voor de drinkwatervoorziening.

De drinkwaterbedrijven zijn nu 500 miljoen gulden in 10 jaar kwijt aan het wegfilteren van bestrijdingsmiddelen uit het water. Kunnen zij deze kosten vergoed krijgen of verhalen? Op alle drie punten graag een reactie van het Kabinet.

BIOTECHNOLOGIE

Er is veel discussie over de mogelijkheid dat genetische modificatie ook kan bijdragen aan beter uitgangsmateriaal en dus een mindere inzet van bestrijdingsmiddelen. In de antwoorden wordt ook op deze mogelijkheid gewezen. Zijn daarvan al voorbeelden, wat verwacht het Kabinet? Graag toelichting.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie