Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

2de ronde algemene beschouwingen PvdA gemeente Heumen

Datum nieuwsfeit: 13-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Gemeente Heumen
Zoek soortgelijke berichten
Gemeente Heumen

13-11-2001

2de ronde algemene beschouwingen PvdA

ALGEMENE BESCHOUWINGEN 2002 tweede termijn

Voorzitter, leden van de raad,

De gemeenteraad is dit jaar getracteerd op een gedegen en uitgebreide beantwoording van onze algemene beschouwingen in eerste termijn. Soms wat kort door de bocht maar door de bank genomen met intelligente antwoorden, zo viel binnen onze fractie te beluisteren. En dat moet u, gemeentesecretaris, wel positief opvatten. Tijdens de begrotingsborrel kwam duidelijk naar voren dat de nieuwe aanpak van het primaire proces zijn vruchten afwerpt. Het werken met werkplannen slaat zo goed aan dat het resultaat niet alleen in de begroting zelf zichtbaar was maar ook nu in de beantwoording. Wij sluiten ons aan bij de complimenten die gemaakt zijn in de richting van de ambtelijke organisatie.

Voorzitter, vanmiddag stellen wij een aantal zaken opnieuw aan de orde omdat wij vinden dat de beantwoording daar niet, nauwelijks of onvoldoende op ingaat. Om te beginnen onze vraag naar een balans over de (bijna) afgesloten raadsperiode. "Niet in de juiste stemming" vinden wij geen sterk argument voor het achterwege laten van zo'n terugblik. Geen politiek testament maar een evaluatie, een reflectie op alles wat tot nu toe is ondernomen op basis van het collegeakkoord 1998-2002. U hebt gelijk als u naar voren brengt dat het college onlangs in de personele sfeer gewijzigd is maar wij wijzen erop dat veel van het oorspronkelijke programma toen al opgepakt was en dat het programma na het opzeggen van het vertrouwen in de PvdA en het toetreden van de VVD vrijwel niet gewijzigd is. Reflecteren op inhoud blijft, ondanks andere gezichten, heel goed mogelijk en ook noodzakelijk. Maar u houdt de boot af. Successen betitelt u als op de borstklopperij en tekortkomingen laat u liever over aan criticasters. Over leermomenten zwijgt u. Waarom zoveel terughoudendheid? Toch niet omdat u werkelijk vindt (in antwoord op een vraag van GroenLinks) dat het college geen politieke verantwoording hoeft af te leggen omdat de gemeenteraad bij alle keuzes uiteindelijk het laatste woord heeft gehad. Het laatste woord is betrekkelijk. De VVD spreekt in eerste termijn zelfs over toneelstukken "gehuld in een waas van vermoedens, onuitgesproken opvattingen en vertrouwelijkheid". Misschien wat zwaar aangezet maar zeker met een kern van waarheid. Niettemin zegt u, enigszins ingetogen, de indruk te hebben op de goede weg te zitten en spreekt u over een positieve cultuurverandering die zich o.a. kenmerkt door meer helderheid en een opener houding. Toch gaat deze openheid bij de beantwoording niet verder dan een paar voorzichtige opmerkingen over hoofdlijnen. Om vervolgens snel aan te sluiten bij - wat u noemt- het vrij complete beeld dat het CDA in eerste termijn schetst. Op onderdelen is deze verwijzing op z'n minst opmerkelijk te noemen. Het CDA suggereert bijv. ten onrechte dat de milieustraat onze inwoners op kosten jaagt als je onze tarieven vergelijkt met die in andere gemeenten terwijl niet gesproken wordt over het principe van de vervuiler betaalt en over de beoogde milieueffecten. Ook maakt het CDA, als het gaat over de vernieuwde Rijksweg, melding van een onvoldoende transparante communicatie bij de besluitvorming. Weet u wat het CDA hier bedoelt: het geblunder van het college rond de aanbesteding of de waanzin/de hoogmoed van het CDA zelf om de Rijksweg aanvankelijk te willen veranderen in een kostbare tunnel of misschien wel allebei? Wat te denken van de twijfels over interactieve beleidsvorming en de opmerking over uitholling van taak en verantwoordelijkheid van de gemeenteraad terwijl deze vorm van beleidsontwikkeling juist een van de pijlers was onder uw collegeaccoord. Wij stellen vast dat u kiest voor een merkwaardig soort vermenging van successen en tegenvallers. Ook hebben wij de indruk dat u onuitgesproken een voorschot neemt op de evaluatie van het interactief beleid. Wij zien de startnotitie en de voorstellen over de toekomstige aanpak van interactieve beleidsvorming met meer dan normale belangstelling tegemoet.

Voorzitter, Over afhandeling van brieven van burgers hebben wij in eerste termijn niet gesproken. De afgelopen drie jaren wel en telkens kregen wij de verzekering dat deze afhandeling de noodzakelijke aandacht had en steeds minder problemen gaf. Nu worden wij onaangenaam getroffen door uw reactie op de opmerking van DGH. Het probleem bestaat nog steeds en hoe. Hoe is dat mogelijk? Een probleem dat al jaren speelt terwijl u in de beantwoording schrijft "onlangs hebben we dit probleem in de speciale belangstelling van de organisatie gebracht". En wat blijkt, binnen de organisatie worden afspraken hieromtrent niet of nauwelijks nagekomen. Er zijn weer nieuwe afspraken gemaakt, het wordt opnieuw onder de aandacht gebracht en er wordt op bijgestuurd. Het klinkt veelbelovend maar na de zoveelste keer niet echt overtuigend. Wij vinden dat in een klantgerichte organisatie, waar burgers serieus genomen worden, postafwikkeling vlekkeloos moet verlopen. Wij stellen voor dat de raad, om de voortgang op de voet te kunnen volgen, periodiek geinformeerd wordt over de nieuwe aanpak en de resultaten van die aanpak. Het is niet acceptabel over een jaar weer te horen dat het nog steeds problemen geeft.
Klantgerichtheid is ook aan de orde bij de openstelling van het gemeentehuis. Waar in het collegeaccoord gesproken wordt over de zaterdagmorgen en/of de koopavond, wordt nu gedacht aan een uitbreiding van de openstelling op een doordeweekse middag. Meer van hetzelfde denken wij. In onze ogen zijn er nogal wat burgers, waarschijnlijk steeds meer, die behoefte hebben aan andere openingstijden dan de reguliere ochtend of de middag. Wij verzoeken het college een en ander te heroverwegen.

Voorzitter, inmiddels heeft ons een notitie bereikt over de invoering van het duaal stelsel in deze gemeente. Een beetje laat maar de notitie bevat in elk geval een duidelijk plan van aanpak. Wat onmiddellijk opvalt is, dat de uitvoering en voortgang van eerdere voorstellen, die door de raad zijn gedaan over bestuurlijke vernieuwing door het college zijn aangehouden. Het maakt een stuk duidelijker wat u indertijd bedoelde met "in eigen tempo". Het verklaart ook waarom in de begroting alleen rekening is gehouden met extra raadsleden. Concrete voorstellen en maatregelen over de invoering van het duaal stelsel in onze gemeente moeten nog ontwikkeld worden. Wil de gemeenteraad echter na de verkiezingen zijn -nieuwe- eigen verantwoordelijkheid waar kunnen maken dan moet de raad ook verzekerd zijn van financiele middelen. Hoewel exacte kosten op dit moment nog niet bekend zijn, lijkt het ons niet meer dan vanzelfsprekend om alvast een bedrag van bijv. 20.000 euro in de begroting mee te nemen zodat de raad straks verzekerd is van financiele ruimte voor ambtelijk ondersteuning, voor eigen onderzoek en eventueeel voor een eigen rekenkamer.

Ronduit teleurstellend vinden wij de reactie van het college op onze opmerkingen over communicatie en betrokkenheid. Een van de grote uitdagingen van deze raadsperiode is versterking van de relatie tussen burger en gemeente, vastgelegd in de centrale opgave van het collegeaccoord. Wij hebben uw suggestie om de resultaten van de burgerenquete nog eens ter hand te nemen opgepakt. Volgens deze enquete voelt in Heumen 65% van de respondenten zich redelijk tot zeer betrokken bij de gemeente; in andere onderzochte gemeente 75%. De betrokkenheid bij het eigen dorp of de woonkern ligt hoger: 76% is redelijk tot zeer betrokken.
In Heumen is 46% niet of nauwelijks geinteresseerd in onderwerpen die te maken hebben met de plaatselijke politiek; in andere gemeenten ligt dit percentage opvallend lager; geen 46 maar 20%. In Heumen vindt 57% dat het gemeentebestuur de burger onvoldoende betrekt bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Ook valt te lezen dat burgers juist erg aangesproken worden door instrumenten die burgers of belangengroepen betrekken bij en invloed geven op de ontwikkeling van beleid; meer traditionele instrumenten, zoals inspraak- en informatiebijeenkomsten zijn veel minder in trek. Hoewel u deze gegevens kent, bent u niet in staat of bereid antwoord te geven op de vraag of het gelukt is interesse en vertrouwen van de burgers in het gemeentelijk beleid te vergroten en of het college een open dialoog tussen inwoners en gemeente heeft weten te realiseren. Misschien omdat u vindt dat de enquete geen verandering registreert; het is een soort nulmeting. Maar we krijgen wel heel duidelijke informatie over hoe onze burgers denken over de gemeente en over invloed voor burgers. De cijfers zijn in onze ogen overduidelijk. De betrokkenheid bij de gemeente is in vergelijking met andere gemeenten laag en de interesse voor onderwerpen uit de plaatselijke politiek is zelfs opvallend laag. Bovendien heeft meer dan de helft van onze inwoners het gevoel onvoldoende betrokken te worden bij beleidsontwikkeling. De afstand tussen burgers en bestuur is in onze gemeente groter dan elders.
Voorzitter, wij trekken uit deze cijfers de volgende conclusies:
1. Een burgerenquete heeft vooral zin als het ook een vervolg krijgt. Deze enquete moeten we zien als een nulmeting en over bijv. twee jaar houden we een nieuwe enquete. Door nu onze ambitie te formuleren, uitgedrukt in te realiseren percentages, kunnen we straks precies meten inhoeverre we vooruitgang hebben weten te realiseren.
2. Je neemt burgers echt serieus als je de resultaten van een burgerenquete ook serieus neemt. Hetgeen betekent dat we meer dan nu het geval is burgers gaan betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Wij hebben de overtuiging dat wanneer wij burgers meer aanspreken op hun mogelijkheden, burgers dan des te beter hun verantwoordelijkheid kennen. In eerste termijn hebben wij al aangegeven hier een belangrijke wisselwerking te zien.Voor ons is het dan ook onbegrijpelijk hoe u in de beantwoording reageert met een simpele verwijzing naar burgers die ergens een huis willen bouwen en een buurman die dat niet wil. Met zo'n simplificatie verwijst u vervolgens naar de grenzen van de representatieve democratie. Wij spreken in dit verband liever over de houdbaarheid van de representatieve democratie. Wanneer wij niet in staat zijn vertrouwen te geven aan de burgers, zullen burgers geen vertrouwen hebben en krijgen in de politiek.

3. Het project Kernbeleid sluit uitstekend aan bij de hogere betrokkenheid van onze inwoners bij het eigen dorp of de woonkern. Het lijkt ons verstandig na het vaststellen van de woonvisie te bezien inhoeverre een apart plan van aanpak wenselijk is.

Voorzitter, naar aanleiding van interessante opmerkingen van het CDA over de brede school, schrijft het college in haar antwoord dat zij niet de noodzaak inziet om in het Heumense een brede school te realiseren. Immers in Heumen hoeven we geen onderwijsachterstanden te bestrijden.
We zijn het eens met het college dat bestrijding van onderwijsachterstanden de achtergrond is van het ontstaan van de brede school. De brede school is een instrument bij uitstek om ontwikkelingskansen van kinderen te optimaliseren. Optimaliseren hoeft naar ons idee niet bij het absolute minpunt te beginnen. Juist de wisselwerking tussen ouders, buurt, school, verenigingen en instellingen is waardevol voor de ontwikkeling van onze kinderen. De school is het ankerpunt in de wijk waar ouders en buurtgenoten elkaar kunnen ontmoeten. In onze ogen zou de school, ook buiten schooltijden, open moeten staan voor initiatieven uit de buurt. Hetzelfde geldt voor het schoolplein. Ook hier moet buiten schooltijd gespeeld kunnen worden. Een brede school biedt verder volop mogelijkheden voor de sociale binding in de wijk. Indertijd bij de bouw van de Tovercirkel heeft de PvdA in commissieverband haar ideeën over de mogelijkheden van een brede school in discussie gebracht. Helaas vonden we toen geen steun voor onze ideeën. Nu ook het CDA pleit voor het concept brede school in Heumen lijkt de tijd rijp voor nieuwe initiatieven. Wij verzoeken het college hierin het voortouw te nemen en in overleg te treden met de schoolbesturen.
Wat betreft de buitenschoolse opvang willen wij in herinnering brengen dat bij de start is afgesproken dat de raad na een jaar een evaluatie voorgelegd zou krijgen. Voordat we op voorhand conclusies gaan trekken over de buitenschoolse opvang is het goed deze evaluatie af te wachten.
We zijn overigens geschrokken van de falende samenwerking tussen de 6 Nijmeegse en de 2 Heumense openbare scholen in STOPOZOG verband. Een falende samenwerking in organisatorische zin heeft na enige tijd onvermijdelijk invloed op de kwaliteit van het onderwijs. We kunnen het ons niet permitteren een afwachtende houding aan te nemen.In samenspraak met de beide openbare scholen en het STOPOZOG bestuur zal het college alle zeilen moeten bijzetten om uit deze schadelijke impasse te geraken.

Nu duidelijk is dat het fonds sociale infrastructuur ook de wijkgerichte budgetten omvat vinden wij dat ook voldoende bekendheid gegeven moet worden aan de mogelijkheden die dit fonds biedt aan buurtverenigingen en buurtinitiatieven.

Sporten is gezond en stimuleert mensen om elkaar te ontmoeten en samen te zijn. Sport werkt verbroederend en karaktervormend. Kortom sport verhoogt de kwaliteit van de samenleving. We zijn van mening dat goed bewegingsonderwijs op de basisscholen hierin een belangrijk vertrekpunt is. Juist dit punt was onderdeel van ons subsidieverzoek in het kader van de breedtesportimpuls. Sportverenigingen spelen een essentiele rol als het gaat om het promoten van beweging van onze inwoners. Voor de gemeente is een rol weggelegd als bouwer van dwarsverbanden, bijv. tussen verenigingen en de SWOG als het gaat over onze 55 plussers. Er is volop werk aan de winkel, dus college neem deze uitdaging aan want hier kunt u alleen maar successen behalen.

In de beantwoording wekt het college de indruk dat de eerste wijziging op de onlangs door de raad aangenomen strategische toekomstvisie onder de veelzeggende titel "Van groei naar bloei" wordt doorgevoerd. Het vooruitzicht voor de toekomst wordt plotseling in een ander perspectief geplaatst: van minder groei naar meer bloei. Wij denken dat deze perspectiefwijziging niet gunstig is voor de beeldvorming. De oorspronkelijke titel spreekt ons meer aan.
De laatste weken is er een dispuut ontstaan tussen de Nijmeegse wethouder Depla en de omringende gemeenten in de persoon van burgemeester Wilbers van Ubbergen over het bouwen in kleine kernen en het type woningen . Wij denken dat Depla wel eens meer gelijk zou kunnen hebben dan wij hem als gemeente willen geven. De gemeente Heumen heeft ook relatief weinig sociale huurwoningen gebouwd en wel veel woningen in het duurdere marktsegment, waardoor ongetwijfeld veel mensen zonder binding in deze gemeente zijn komen wonen en veel oorspronkelijke inwoners, waaronder jongeren en starters elders een woning hebben moeten betrekken. Om een einde te maken aan verwarrende discussies stellen wij voor een eenvoudig onderzoek te doen naar de herkomst van de 6400 huishoudens in de gemeente Heumen. Het kan geen al te moeilijke klus zijn om via een korte vragenlijst te achterhalen wat de binding was met de gemeente toen men zich hier vestigde.

We onderschrijven de visie van het college dat de bouwmogelijkheid tot 2004 vol zit. Bovendien is ook al een deel van de capacteit daarna vastgelegd in plannen. Door onduidelijkheid over het nieuwe streekplan na 2006 en de reikwijdte van het contourenbeleid uit de 5e nota over de R.O is de verdere toekomst zeer onzeker.Het college merkt dan ook terecht op dat in het licht van deze onzekerheid een discussie over nieuwe uitbreidingslocaties rijkelijk voorbarig is. Dat is ook steeds de opvatting van de PvdA geweest. Overigens merken wij op dat deze argumentatie in de volle breedte geldt, m.a.w. niet alleen voor Heumen Noord- Noord maar ook voor het gebied tussen Malden en Molenhoek: voor geen van deze gebieden hoeven bouwplannen te worden ontwikkeld. Ook vinden wij dat de procedure in de juiste volgorde afgewerkt moet worden; eerst vaststellen of en zo ja hoeveel behoefte er bestaat aan nieuwe planologische ruimte, daarna nagaan inhoeverre deze wens/behoefte correspondeert met het streekplan en als dat allemaal positief uitvalt dan pas komt de plek aan de orde. Wat ons betreft hebben alle potentiele locaties in zo'n procedure eenzelfde status. Maar zoals gezegd, dat is allemaal nog lang niet aan de orde. Door het recente publiciteitsoffensief van het CDA lijkt het een actuele/nijpende kwestie maar in feite schept het CDA alleen maar meer verwarring en houdt m.b.t het gebied tussen Malden en Molenhoek een enorme slag om de arm. De PvdA is duidelijk; wij zijn geen voorstander van bebouwing van dit gebied.

In reactie op een vraag van DGH over bij elkaar brengen van wonen en werken geeft het college aan, in het kader van het reparatieplan voor het Bestemmingsplan Buitengebied, te zoeken naar ruimere bebouwingsmogelijkheden langs drukke hoofdverkeerswegen, zoals bijv. de Rijksweg. Wij vinden dit een verontrustend initatief. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is op dit punt consensus bereikt. Wat zijn de motieven voor het college om deze overeenstemming te doorbreken.

Tot slot, we zijn zeer ingenomen met de toezegging van het college om in samenspraak met verschillende betrokkenen, belanghebbenden en belangstellende inwoners te komen tot een totaalplan voor de hoek Kasteelsestraat - Schoonenburgseweg in Overasselt.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie