Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Arrest Hoge Raad, Vakbond Varkenshouders tegen de Staat

Datum nieuwsfeit: 16-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
trcjz/2001/16269
datum
16-11-2001

onderwerp
arrest Hoge Raad in zaak NVV/Staat m.b.t. de Wet herstructurering varkenshouderij
doorkiesnummer

bijlagen
1

Geachte Voorzitter,

Met deze brief informeer ik u over het arrest van de Hoge Raad d.d. 16 november 2001 in de civiele procedure van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders c.s. tegen de Staat met betrekking tot de Wet herstructurering varkenshouderij (hierna Whv). Het arrest is in afschrift bij deze brief gevoegd.

datum
16-11-2001

kenmerk
trcjz/2001/16269

bijlage

De Hoge Raad bevestigt - kort gezegd - de rechtmatigheid van de in de Whv neergelegde instrumenten. Deze hebben met name tot doel te komen tot een reductie van de omvang van de varkensmestproductie in Nederland. In zijn algemeenheid acht de Hoge Raad de instrumenten van de 1e en 2e generieke korting en het verval van zogenoemde 'latente' productieruimte in overeenstemming met het recht. Een schadeloosstelling daarvoor is in beginsel niet aan de orde. Het arrest doet recht aan het in 1997 door het kabinet ingezet-te beleid en de destijds door het kabinet gemaakte juridische beoordeling. Tevens wordt helderheid geschapen in een lang slepende kwestie. Immers, het arrest van de Hoge Raad herstelt integraal het instrumentarium van de Whv, waarop door verschillende procedu-res van de sector gedurende enige jaren een hypotheek heeft gerust. Dat noopte mij - tezamen met de infractieprocedure voor het EG-Hof in verband met een onvoldoende implementatie van de EG-Nitraatrichtlijn - in 1999 tot een nadere bezinning op het mest-beleid. Deze heeft, als bekend, geleid tot de recent door beide Kamers der Staten-Generaal aanvaarde wijziging van de Meststoffenwet. Het arrest zie ik als een belangrijke ondersteuning van mijn beleid, omdat alle instrumenten voor de oplossing van de mest-problematiek overeind zijn gebleven. De combinatie van deze instrumenten verzekert een effectieve realisatie van de beleidsdoelstellingen.

In cassatie waren in essentie drie rechtsvragen met betrekking tot de Whv aan de orde, te weten:
1. strijd met de algemene rechtsbeginselen;
2. strijd met het EG-recht, in het bijzonder de gemeenschappelijke marktordening voor varkens;
3. strijd met het in artikel 1 van het Eerste protocol bij het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de individuele vrijheden (hierna: EVRM) gewaarborgde ongestoorde genot van eigendom.

De Hoge Raad oordeelt daarover kort samengevat als volgt:

Ad 1:
Overeenkomstig vaste jurisprudentie van de Hoge Raad laat artikel 120 van de Grondwet de rechter geen vrijheid om de inhoud van een wet in formele zin te toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Ad 2:
Hoewel de Whv gevolgen kan hebben voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening in de sector varkensvlees, leidt dit in het licht van de jurisprudentie van het EG-Hof niet om die reden tot onverenigbaarheid met het gemeenschapsrecht. De Whv streeft immers andere doelstellingen na dan de gemeenschappelijke marktordening, in het bijzonder het terugbrengen van de milieubelasting door overmatige mestproductie. Evenmin is sprake van verboden in- of uitvoerbeperkingen in de zin van de artikelen 28 en 29 van het EG-Verdrag of van strijdigheid met de door artikel 43 van het EG-Verdrag gewaarborgde vrijheid van vestiging.

Ad 3:
Artikel 1 van het Eerste protocol bij het EVRM en de jurisprudentie van het Mensenrechtenhof in Straatsburg daaromtrent bieden geen grond om de Whv buiten toepassing te laten ten aanzien van varkenshouders die door de bestreden maatregel slechts getroffen zijn in mestproductierechten of varkensrechten die ingevolge de wet aan hen zijn toegekend en die zij niet op andere wijze tegen betaling hebben verworven.
Bij de Whv is geen sprake van ontneming van eigendom maar van regulering van het gebruik van eigendom. De Whv strekt ertoe om bedrijfsactiviteiten te beperken ter verwezenlijking van onder meer de genoemde milieudoelstelling. De overdraagbaarheid van de productierechten ontneemt aan de maatregelen niet het karakter van aan de bedrijfsvoering opgelegde beperkingen. Deze beperkingen zijn rechtmatig wanneer er sprake is van een 'fair balance' tussen het algemeen belang enerzijds en de bescherming van individuele rechten anderzijds. Dit vereist een redelijke mate van evenredigheid tussen de gebruikte middelen en het nagestreefde doel. Aan het vereiste van 'fair balance' is niet voldaan als sprake is van een individuele en buitensporige last voor de betrokken persoon. Bij de beoordeling hiervan komt de wetgever een ruime beoordelingsmarge toe. De Hoge Raad acht bij de Whv ten algemene deze 'fair balance' niet geschonden gelet op: 1) de zwaarwegende doelstellingen die met de Whv worden nagestreefd, 2) de beoordelingsruimte voor de wetgever, 3) het feit dat het in beginsel niet ongerechtvaardigd is om de kosten verbonden aan maatregelen ter beperking van schade aan het milieu en andere maatschappelijke belangen voor rekening te laten van de bedrijven die die schade veroorzaken, 4) het feit dat de productierechten over het algemeen om 'niet' zijn verkregen, en 5) de getroffen voorzieningen in het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij om onbillijkheden van overwegende aard weg te nemen.
Het gerechtshof te Arnhem, waarnaar de Hoge Raad de zaak heeft verwezen, zal evenwel nog hebben te onderzoeken of de bestreden maatregelen van de Whv voor de individuele eisers in de onderhavige procedure in verband met bijzondere, niet voor alle varkenshouders geldende feiten en omstandigheden een individuele en buitensporige last vormen en de desbetreffende bepalingen van de Whv om die reden voor hen buiten toepassing moeten worden gelaten, althans voorzover niet is voorzien in een adequate financiële compensatie.

Het arrest van de Hoge Raad betekent dat de maatregelen van de Whv onverkort kunnen worden toegepast. Dit geldt in principe ook voor de 2e generieke korting, die in verband met het - thans door de Hoge Raad vernietigde - arrest van het gerechtshof te Den Haag van 20 januari 2000 tot op heden nog niet was doorgevoerd. Ik zal mij beraden over de betekenis van het arrest van de Hoge Raad voor de 2e generieke korting en over de func-tie van die korting in het geheel van instrumenten voor de aanpak van de mestproblema-tiek. Uw Kamer zal op dat punt nader worden geïnformeerd.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst

Bijlage:
Het arrest (Niet in elektronische vorm beschikbaar)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie