Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nota Integriteit Financiële sector en terrorismebestrijding

Datum nieuwsfeit: 16-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financien
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief (Kenmerk)

Ons kenmerk

16 november 2001

FM 2001-01905 M

Onderwerp

Nota Integriteit FinanciŽle sector en terrorismebestrijding

Bij brief van het kabinet dd 5 oktober 2001 is aan de Tweede kamer het actieplan Terrorismebestrijding en veiligheid gepresenteerd. Hoofdstuk 5 van het actieplan heeft betrekking op de integriteit van de financiŽle sector en terrorismebestrijding. In dit hoofdstuk is een dertiental actiepunten geÔdentificeerd die bijdragen aan het traceren van relaties tussen financieringsstromen en terroristische activiteiten. Het laatste actiepunt van dit hoofdstuk (33) bevat de toezegging dat over de meer specifieke uitwerking van deze punten op korte termijn een nota "Integriteit financiŽle sector en terrorismebestrijding" zal worden uitgebracht. Deze nota van de Minister van FinanciŽn en Minister van Justitie treft u hierbij aan.

DE MINISTER VAN FINANCIEN, DE MINISTER VAN JUSTITIE,
Nota Integriteit FinanciŽle sector en terrorismebestrijding


1. Inleiding................................................................................................................................... 2


2. Aanpassingen financiŽle toezichtwetgeving................................................................. 5

2.1. Inleiding............................................................................................................................. 5

2.2. Integriteit als toezichtsdoelstelling....................................................................... 6

2.3. Toezicht op trustmaatschappijen en financieringsmaatschappijen.................. 8

2.4. Versterking toezicht money transfers.................................................................. 12

2.5. Versterking toezicht op identificatie en op meldplicht...................................... 13

2.6. Voorwetenschap en koersmanipulatie................................................................... 15


3. Wetgeving rond geldstromen......................................................................................... 15
3.1. Inleiding........................................................................................................................... 15

3.2. Internationale coŲrdinatie witwasbestrijding..................................................... 16

3.2.1. Taakomschrijving FATF................................................................................................. 16

3.2.2. Belangrijkste aandachtspunten van de FATF................................................................... 17

3.2.3. 3e mutual evaluation van Nederland door de FATF........................................................... 20

3.2.4. Overige relevante internationale fora................................................................................ 22

3.3. Bevriezing financiŽle middelen.................................................................................. 22

3.3.1. Internationaal................................................................................................................ 22

3.3.2. Nationaal...................................................................................................................... 24

3.3.3. Toekomstige maatregelen.............................................................................................. 25

3.4. Uitbreiding van identificatie- en meldplicht............................................................ 26

3.4.1. Uitbreiding meldplicht Wet MOT en identificatieplicht Wif 1993.......................................... 27

3.4.2 Aanpassing Wif 1993...................................................................................................... 29

3.5. Effecten aan toonder................................................................................................. 30

3.6. Strafbaarstelling witwassen.................................................................................. 31

3.7 Het misbruiken van corporate entities.................................................................... 32

3.8 Centraal Rekeningenregister................................................................................... 32


4. Handhaving, uitvoering en informatie-uitwisseling................................................... 35
4.1. Inleiding........................................................................................................................... 35

4.2 FinanciŽle toezichthouders........................................................................................ 35

4.3 Versterking FIOD-ECD-financieel rechercheren.................................................... 37

4.4. Openbaar Ministerie..................................................................................................... 44

4.5. Rechtsprekende macht............................................................................................... 45

4.6. Versterking Financieel expertisecentrum (FEC).................................................... 46

4.7 Vergroten effectiviteit van de handhavingsketen inzake de bestrijding van het witwassen en de financiering van terrorisme....................................................................................... 49

4.8. Dekkend systeem FIU' s................................................................................................ 54


5. Budgettaire aspecten........................................................................................................ 55

6. Slotoverwegingen.............................................................................................................. 56
Bijlage 1: overzicht actiepunten en beleidsvoornemens........................................ 58

Bijlage 2: Brief Minister van FinanciŽn aan Ecofin en Europese Commissie......... 64

Bijlage 3: Persbericht FATF naar aanleiding van de uitbreiding van het mandaat met de bestrijding van de financiering van het terrorisme..................................................... 69



1. Inleiding






Bij brief van het kabinet dd 5 oktober 2001 is aan de Tweede kamer het actieplan Terrorismebestrijding en veiligheid gepresenteerd. Hoofdstuk 5 van het actieplan heeft betrekking op de integriteit van de financiŽle sector en terrorismebestrijding. In dit hoofdstuk is een dertiental actiepunten geÔdentificeerd die bijdragen aan het traceren van relaties tussen financieringsstromen en terroristische activiteiten. Het laatste actiepunt van dit hoofdstuk (33) bevat de toezegging dat over de meer specifieke uitwerking van deze punten op korte termijn een nota "Integriteit financiŽle sector en terrorismebestrijding" zal worden uitgebracht. Deze nota van de Minister van FinanciŽn en Minister van Justitie treft u hierbij aan.

Het is van groot belang om adequate aandacht te besteden aan de integriteit van de financiŽle sector, gelet op de geldstromen die daar omgaan. Nederland kent ruim 3400 financiŽle instellingen en de geldstromen die samenhangen met internationale financiŽle transacties zijn enorm: alleen al in het tweede kwartaal van 2001 bedroeg het inkomend kapitaalverkeer, samenhangend met effecten-transacties, derivaten en overige financiŽle transacties , 76 miljard euro en het uitgaande 69 miljard euro .

Het thema terrorismebestrijding dient in een bredere context te worden geplaatst. Immers, gelijk aan overige criminaliteit begint terrorisme ook bij preventie, toezicht, bestuurlijk optreden en eindigt het bij strafrechtelijke opsporing, vervolging en uitvoering van opgelegde sancties. Dit betekent dat effectieve terrorismebestrijding alleen maar mogelijk is indien adequate wet- en regelgeving aanwezig is en de verantwoordelijke organisaties adequaat zijn toegerust, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin, om criminaliteit in brede zin te kunnen aanpakken. Terrorismebestrijding vormt derhalve een onderdeel van het bredere thema criminaliteitsbeheersing en moet ook vanuit die optiek worden benaderd. De ruimere naamgeving en de inhoud van deze nota brengen dit tot uitdrukking. In een aantal opzichten bouwt deze nota daarom ook voort op de nota Integriteit FinanciŽle sector van 1997 .

Het opvoeren van de strijd tegen het witwassen draagt zonder meer bij aan de bestrijding van de financiering van het terrorisme. Omdat de bestrijding van het witwassen en van de financiering van terrorisme niet ťťn op ťťn loopt, is naast het opvoeren van de strijd tegen het witwassen specifieke actie nodig voor de bestrijding van het terrorisme.

Het traceren van de relatie tussen financieringsstromen en terroristische activiteiten is van eminent belang voor de bestrijding van terrorisme. Het afsnijden van de financiŽle voeding van terrorisme en het (mede) via financiŽle kanalen opsporen van terroristische activiteiten vereist een geÔntegreerde aanpak die, gelet op de genoemde volumes van de geldstromen, op meerdere nationale en internationale pijlers dient te berusten.

Het doel van deze nota is derhalve om niet slechts de acties 20 tot en met 32 uit het genoemde hoofdstuk van het actieplan afzonderlijk te bespreken, maar om deze te plaatsen in een samenhangende en intensieve aanpak. De belangrijkste uitgangspunten zijn de volgende.

Een eerste uitgangspunt voor een effectieve aanpak is een systematische ontsluiting van de financiŽle stromen in een economie. Daartoe dient voorzien te zijn in een adequate financiŽle toezichtwetgeving, die instellingen weliswaar in staat moet blijven stellen om concurrerend te opereren, maar tegelijkertijd ook voldoende diepte en breedte moet hebben om de financiŽle sector in den brede te bestrijken.

Dit uitgangspunt berust niet alleen op de bestrijding van terrorisme, maar komt evenzeer voort uit de doelstellingen van financieel toezicht, te weten de bescherming van de belangen van de consumenten, de werking van de financiŽle markten en de integriteit van de financiŽle sector. Ook kan terrorisme aan andere vormen van criminaliteit gerelateerd zijn, voor de bestrijding waarvan informatie uit de financiŽle sector relevant kan zijn.

Een tweede uitgangspunt is dat er adequate wet- en regelgeving bestaat om informatie die uit financiŽle stromen beschikbaar komt op een goede manier te kunnen gebruiken voor de opsporing en vervolging van terrorisme. Dit uitgangspunt dient voldoende breed te worden opgevat; immers ongebruikelijke en verdachte geldstromen zijn niet steeds gelijk te stellen met geldstromen die aan terrorisme zijn gerelateerd.

In de derde plaats zal er sprake moeten zijn van een effectieve handhaving en uitvoering van de hierboven genoemde wet- en regelgeving. Elk van de bij de handhaving betrokken organisaties dient over de deskundigheid en de slagkracht te beschikken om de toebedeelde taken op het gebied van toezicht, opsporing en vervolging uit hoofde van bovengenoemde regelgeving te vervullen. Een goede samenwerking en coŲrdinatie zijn daarbij essentieel.

Deze drie uitgangspunten vormen tevens de hoofdopbouw van de nota.

In hoofdstuk 2 staat de financiŽle toezichtwetgeving centraal, in het bijzonder enkele actuele aanpassingen daarvan in het licht van de bestrijding van terrorisme.

Hoofdstuk 3 richt zich op de wetgeving rond ongebruikelijke en verdachte geldstromen, zowel vanuit het perspectief van financiŽle sancties als uit dat van opsporing en vervolging van verdachte geldstromen.

In hoofdstuk 4 staat de handhaving van de wetgeving uit de hoofdstukken 2 en 3 centraal. In het licht van de bestrijding van terrorisme is er voor gekozen om het accent van dit hoofdstuk te leggen op de strafrechtelijke handhavingsketen.

De hoofdstukken 5 en 6 bevatten tenslotte de budgettaire consequenties en enkele slotoverwegingen. In het licht van de recente gebeurtenissen en de daaruit voortvloeiende dynamiek heeft deze nota ten dele het karakter van een tussenstand; niettemin is beoogd het overheidsbeleid in een meerjarig perspectief te plaatsen.

In deze hoofdstukken van de nota zijn zowel de eerdergenoemde actiepunten 20 tot en met 32 in een systematisch kader ingedeeld, als de diverse hieraan gerelateerde beleids- en wetgevingstrajecten.

De minister van FinanciŽn heeft daarnaast een tiental bilaterale gesprekken gevoerd met de meestbetrokken organisaties: Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), De Nederlandsche Bank (DNB), Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK), Politie, Openbaar Ministerie, Binnenlandse Veiligheidsdienst, FIOD-ECD, Raad voor de Rechtspraak i.o., Nederlandse Vereniging van Banken en Verbond van Verzekeraars.

Behalve steun voor de voornemens uit het actieplan hebben deze gesprekken op zichzelf ook nieuwe ideeŽn en denkrichtingen opgeleverd. Dit betreft in het bijzonder de verbetering van de effectiviteit van antiwitwas-wetgeving, verbetering van de kaders voor onderlinge informatie-uitwisseling en de versterking van de strafrechtelijke handhavingsketen. Deze drieslag (actieplan, gerelateerde wetstrajecten, output uit gespreksronde) heeft als leidraad gefungeerd bij de totstandkoming van deze nota en de onderwerpen die daarin aan de orde komen.

Voor een systematisch overzicht van de onderwerpen, de daaraan gerelateerde follow-up en de relatie met de punten uit het actieplan terrorismebestrijding zij verwezen naar bijlage 1.

Aan het welslagen van de bovengenoemde integrale aanpak liggen nog twee andere voorwaarden ten grondslag. In de eerste plaats is dat de internationale dimensie van de verschillende initiatieven en acties. Waar dit per onderwerp aan de orde is, zal deze worden geschetst.

In de tweede plaats vloeit uit de aard van de nota en de inbedding in het actieplan voort dat de regelgeving en het beleid vanuit de overheid centraal staat. Zonder nadere toelichting zou dit de jarenlange samenwerking tussen overheid en financiŽle instellingen op het terrein van integriteit en criminaliteitsbestrijding tekort doen. Juist in de uitzonderlijke situatie na de recente terreuraanslagen hebben ook de financiŽle instellingen zelf uitzonderlijke inspanningen geleverd. Ook in het vervolg zal de eerste verantwoordelijkheid liggen bij de financiŽle instellingen en de mensen die er werkzaam zijn, op basis van het kader dat de overheid door middel van deze nota biedt. Dit was het geval bij het verschijnen van de eerdere Integriteitsnota in 1997 , maar geldt nu ook onverminderd.

Een speciaal aspect betreft de rol van de BVD. De BVD neemt in het gehele stelsel van het bestrijden van terrorisme een afzonderlijke plaats in, met name gericht op het voorkomen van terroristische acties. Op basis van het bijzondere wettelijk kader van de BVD en de internationale samenwerking is de BVD in staat financiŽle stromen in kaart te brengen die zicht geven op netwerken en individuen, aansturingsmechanismen en financiering in het kader van terrorisme. De activiteiten van de BVD vinden veelal plaats in een fase dat nog geen zicht is op een concreet strafbaar feit en het optreden van politie en justitie nog niet direct is geÔndiceerd. Ter versterking van de effectiviteit van de BVD zal bezien worden of de gegevensuitwisseling met het MOT en de financiŽle toezichthouders (DNB, STE, PVK) kan worden verbeterd. In de paragrafen 4.6 en 4.7 wordt hier specifieke aandacht aan besteed.

Tot slot een korte plaatsbepaling van deze nota en haar inhoud in Koninkrijksverband. Nederland, Aruba en de Nederlandse Antillen behouden ieder hun eigen verantwoordelijkheid bij de uitvoering van het toezicht op de financiŽle sector. De Europese verordeningen zijn niet van toepassing op de Nederlandse Antillen en Aruba. De Nederlandse Antillen en Aruba zijn wel gehouden om uitvoering te geven aan VN-resoluties. Naar aanleiding van de gebeurtenissen op 11 september is de bestaande samenwerking tussen Nederland en de Antillen en Aruba bij de bestrijding van het internationaal terrorisme geÔntensiveerd.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in de tweede helft van oktober een bezoek gebracht aan de Nederlandse Antillen om te bespreken op welke gebieden nog nauwer samengewerkt kan worden. Door de Nederlandse Antillen wordt geinventariseerd op welke terreinen technische bijstand van Nederland gewenst is. De minister van BZK heeft aangegeven positief te staan tegenover een dergelijk verzoek. Aan de regering van Aruba is eveneens gevraagd te inventariseren op welke terreinen Nederland kan bijdragen aan het totstandkomen van maatregelen ter bestrjding van terrorisme. Over de zgn zwarte lijsten is er contact tussen DNB en de Centrale Bank Antillen.

Daarnaast hadden de Nederlandse Antillen en Aruba zich reeds via de OESO gecommitteerd om hun fiscale wetgeving aan te passen aan de internationale normen en om maatregelen te nemen gericht op het transparanter maken van wet- en uitvoeringspraktijk. Ook zullen ze een effectieve informatie-uitwisseling met OESO-landen tot stand brengen. Op deze gebieden heeft Nederland eveneens aangegeven bereid te zijn tot het leveren van technische bijstand.

Eveneens vindt er nauwe samenwerking plaats tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba ten aanzien van de implementatie van de aanbevelingen die de Financial Action Task Force (FATF) heeft gedaan om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme tegen te gaan.

(bestand is door fouten en tabellen niet converteerbaar naar platte tekst)
Zie het origineel http://www.minfin.nl/default....0A042FX3X62625X44 .

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie