Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Najaarsprognoses Europa voor kandidaat-lidstaten (2001-2003)

Datum nieuwsfeit: 21-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: European Commission
Zoek soortgelijke berichten
European Commission

DOC: FR EN DE DA ES PT NL IT SW FI EL

IP/01/1618

Brussel, 21 november 2001

Najaarsprognoses 2001 voor de kandidaat-lidstaten (2001-2003)

De internationale economische toestand is sedert de voorjaarsprognoses van de Commissie(1)
aanzienlijk verslechterd. De groei van het BBP in de kandidaat-lidstaten is voor 2001 en 2002 sterk naar beneden herzien, zij het minder dan voor de lidstaten. In 2003 zullen de buitenlandse voorwaarden weer gunstiger worden en mag dus een hogere groei worden verwacht. Dankzij de meer positieve externe factoren zal de inflatie afnemen van het hoge niveau van 2000. De werkloosheid neemt in 2001 weer toe en zal in de prognoseperiode niet afnemen wegens de voortdurende behoefte aan herstructurering van het bedrijfsleven en de zwakkere economische groei. De betalingsbalanssaldi zullen waarschijnlijk op het huidige peil blijven. De begrotingstekorten zullen groter worden onder invloed van de tragere groei, het anticyclisch begrotingsbeleid in sommige landen en de hoge transitieuitgaven.

De diensten van de Commissie bouwen geleidelijk hun prognosecapaciteit op om de kandidaat-lidstaten bij hun toetreding ten volle te kunnen integreren in de prognoseoefeningen voor de lidstaten. De voornaamste belemmering voor de opstelling van meer volledige en vergelijkbare prognoses blijft het gebrek aan voldoende gedetailleerde en tijdig beschikbare gegevens van de kandidaat-lidstaten.

Overzicht

De internationale toestand is sedert de voorjaarsprognoses 2001 van de Commissie aanzienlijk verslechterd. De economische groei in de EU voor 2001 en 2002 is sterk naar beneden herzien: van bijna 3 tot ongeveer
1,5%. De groeivertraging in de lidstaten die de voornaamste handelspartners van de kandidaat-lidstaten zijn, zal wellicht nog groter uitvallen. Positiever zijn de groeivooruitzichten van de voormalige Sovjet-Unie, en vooral Rusland, die zeer goed blijven ondanks de herziening naar beneden van de cijfers voor 2002. De verwachte relatief sterke herstelbeweging in de tweede helft van 2002 zal een snelle terugkeer tot een hogere groei in 2003 mogelijk maken.

De veranderde internationale vooruitzichten zullen uiteenlopende gevolgen hebben voor de kandidaat-lidstaten. Er zijn twee belangrijke kanalen: (i) de economische integratie in de EU via de internationale handel, verschuivingen in de allocatie van de productiecapaciteit en de internationale kapitaalstromen en (ii) de veranderingen van de ruilvoet.

De tragere economische groei in de wereld en met name bij de voornaamste handelspartners zal tot een sterke vertraging van de uitvoergroei leiden voor de 10 kandidaat-lidstaten, van bijna 12% in 2000 tot ongeveer 4% in 2001 en 2002, of dus tot minder dan de helft van wat werd verwacht in de voorjaarsprognoses.
* Een groot deel van de groeiende bedrijfssector in de kandidaat-lidstaten is in het bezit van buitenlandse, vaak in de EU gevestigde bedrijven. Ondanks de verslechterende financiële resultaten van deze bedrijven zijn er nog geen tekenen van een belangrijke vermindering van de activiteiten of de investeringen in de kandidaat-lidstaten. Integendeel, dankzij de relatief goede winstgevendheid van de meeste buitenlandse bedrijven in de kandidaat-lidstaten kunnen deze activiteiten worden gebruikt om de algemene financiële resultaten van het moederbedrijf te verbeteren. Daar een groot deel van de productie van deze bedrijven wordt uitgevoerd, zal dit de uitvoer van de kandidaat-lidstaten bevorderen.

* De internationale kapitaalstromen naar de opkomende markten zijn verminderd als gevolg van de verliezen van de investeerders op sommige van deze markten en de toegenomen onzekerheid in de wereldeconomie. De kandidaat-lidstaten die nog belangrijke structurele hervormingen of privatiseringen moeten uitvoeren of dichtbij een conflictgebied gelegen zijn, zoals Roemenië en Turkije, kunnen hierdoor bijzonder sterk worden getroffen. De meeste kandidaat-lidstaten zullen relatief gevrijwaard blijven van de stemming op de financiële markten in de opkomende economieën door de belangrijke hervormingen die zij ondernemen om geleidelijk te integreren in de gemeenschappelijke markt en door hun vooruitzicht op toetreding tot de EU.

* De ruilvoet van de kandidaat-lidstaten is in 2000 zeer ongunstig geworden, waardoor het positieve effect van de opmerkelijke uitvoerresultaten op de betalingsbalans grotendeels teniet is gedaan. De lagere waargenomen en verwachte prijzen voor aardolie en andere grondstoffen zullen een gunstig effect op de betalingsbalans hebben in 2001 en 2002.

Het gecombineerde effect is een aanzienlijke, maar in verhouding beperkte neerwaartse herziening van de groei van het BBP in de kandidaat-lidstaten, behalve Turkije, met ongeveer één procentpunt tot 3,1% in 2001 en 2002. De vertraging is het grootst in Polen, waar de groei van de binnenlandse vraag is verzwakt als gevolg van een slecht gecoördineerde beleidsmix, hetgeen heeft geleid tot zeer krappe monetaire voorwaarden. Tsjechië, Roemenië en Slovakije daarentegen zullen in 2001 en 2002 een hogere groei registreren dan in 2000, toen deze werd gedrukt door stringente beleidsmaatregelen en de tenuitvoerlegging van stabilisatieprogramma's om de macro-economische evenwichtigheden te herstellen. De hoogste groeipercentages in de prognoseperiode worden verwacht in Letland, Estland en Roemenië. De Baltische landen profiteren relatief meer van de hogere groei in Rusland en de toegenomen doorvoer van aardolie. Hoewel de aanvankelijke groeiversnelling in Roemenië in 2000 op gang was gebracht door budgettaire expansie, wordt verwacht dat een ernstig economisch hervormingsprogramma de groei zal ondersteunen.

De economische vertraging na de twee financiële crises in Turkije is veel ernstiger dan eerst was verwacht. Na de crisis van februari 2001 heeft Turkije zijn economisch programma drastisch herzien en zich geconcentreerd op snelle structurele hervormingen om de financiële markten te stabiliseren en de basis te leggen voor een houdbare macro-economische stabilisatie. De verwachte renteverlagingen zijn echter nog niet doorgevoerd, vooral wegens een hoge risicopremie en een gebrek aan vertrouwen op de financiële markten in het welslagen van het programma.

Door de zeer hoge rentevoeten was de regering gedwongen de niet-rente-uitgaven aanzienlijk te reduceren om verdere toename van de schuld te voorkomen, vooral in buitenlandse valuta. De binnenlandse financiële sector heeft zich nog niet hersteld van de crises en is niet in staat voldoende krediet te verlenen om het bedrijfsleven te financieren. Deze ontwikkelingen hebben tot een sterke inkrimping van de binnenlandse vraag met bijna 11% geleid. De uitvoer was niet voldoende in staat om voordeel te halen uit de depreciatie van de lira met meer dan 50%, wegens de hoge invoerinhoud van de uitvoer en de kredietbeperking. Gevolg is dat het BBP dit jaar naar verwachting met 6,75% zal afnemen. De toekomstige groeivooruitzichten hangen in hoge mate af van de tenuitvoerlegging van de structurele hervormingen en de perceptie op de markten.

In 2002 en 2003 zal de algemene economische situatie in Turkije naar verwachting geleidelijk verbeteren dank zij een lagere inflatie en de positieve effecten van de structurele hervormingen, die zouden moeten leiden tot lagere reële rentetarieven. De noodzaak een voorzichtig macro-economisch beleid te blijven voeren om de Turkse economie te stabiliseren, en een ongunstig internationaal klimaat zullen echter een snel herstel in de weg staan. De gebeurtenissen van 11 september hebben bovendien de economische onzekerheid in Turkije nog groter gemaakt. De inkomsten uit het toerisme zullen mogelijk ernstig te lijden hebben onder de aanhoudende spanningen in de regio en externe particuliere financiering zal waarschijnlijk slechts tegen hoge kosten kunnen worden verkregen.

In de beschouwde periode zal de groei in de overige kandidaat-lidstaten volledig worden gedragen door de toenemende binnenlandse vraag. Het gezinsverbruik zal naar verwachting worden ondersteund door een relatief sterke groei van de reële lonen. Niettemin blijven in bijna alle landen de reële lonen minder stijgen dan de productiviteit, zodat de arbeidskosten per eenheid binnen de perken blijven en de rentabiliteit verbetert. Dientengevolge zullen de investeringen waarschijnlijk sterk blijven stijgen, behalve in Polen, waar zij ongunstig worden beïnvloed door hoge, zij het dalende reële rentetarieven en lagere groeivooruitzichten. In sommige landen, zoals Bulgarije en Slovakije, profiteren de bruto investeringen in vaste activa ook van op de privatisering volgende grotere instromen van buitenlandse directe investeringen. Wegens de noodzaak de openbare financiën onder controle te houden, wordt van het overheidsverbruik geen belangrijke bijdrage tot de groei verwacht. In 2001 vormen Hongarije en Roemenië uitzonderingen doordat de overheid tracht de economie te stimuleren door hogere overheidsuitgaven.

De significante positieve bijdrage van de netto uitvoer tot de groei in 2000 zal in 2001 en 2002 negatief worden. De reële groei van de goederenuitvoer zal naar verwachting snel vertragen van gemiddeld meer dan 20% in 2000 tot iets minder dan 10% in 2001 en 6,5% in 2002. De relatief goede prestatie in 2001 is grotendeels gebaseerd op waargenomen gunstige ontwikkelingen in de eerste helft van het jaar. Verwacht wordt echter dat het effect van de wereldwijde economische vertraging zwaarder zal doorwegen in de tweede helft van 2001 en in 2002. De reële invoer zal waarschijnlijk worden ondersteund door de sterke binnenlandse vraag en sneller groeien dan de uitvoer. Ten gevolge van het hoge invoeraandeel van de export zal de reële invoerstijging niettemin ook belangrijk vertragen in vergelijking met de hoge stijgingspercentages van 2000.

De inflatie daalt onder de in 2000 waargenomen hoge niveaus, die grotendeels aan externe factoren waren toe te schrijven. Wegens de verwachte vermindering van de grondstoffenprijzen zal de ingevoerde inflatie gedurende de beschouwde periode waarschijnlijk afnemen en nieuwe vooruitgang bij de inflatiebestrijding mogelijk maken. In de landen die er reeds in zijn geslaagd hun inflatie tot een gematigd peil terug te brengen, zal de vooruitgang na 2001 niettemin hoogstwaarschijnlijk beperkt blijven ten gevolge van inhaaleffecten en relatieve prijsveranderingen. De verwachte daling van de gemiddelde inflatie van 9,2% in 2001 tot 5,7% in 2003 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de verwachte geleidelijke vermindering van de inflatie tot minder dan 10% in Roemenië, dat samen met Turkije nog de enige kandidaat-lidstaat met een hoge inflatie is. De inflatieverwachtingen voor Hongarije zijn herzien en liggen thans veel lager na de invoering van een nieuw wisselkoersstelsel en wijzigingen in de randvoorwaarden van het monetaire beleid.

De vertraging van de groei heeft negatieve effecten op de arbeidsmarkten. Daarnaast blijven er ten gevolge van de structurele hervormingen grote aantallen arbeidsplaatsen verloren gaan in Bulgarije, Litouwen en vooral Polen. Een belangrijke gemiddelde terugkeer tot werkgelegenheidsgroei wordt gedurende de beschouwde periode niet verwacht ten gevolge van de aanhoudende noodzaak tot herstructurering in de dichtstbevolkte landen. Dientengevolge zal de gemiddelde werkloosheid iets toenemen. Niettemin verhult het geheel van de arbeidsmarktontwikkelingen twee uiteenlopende trends. De werkgelegenheid zal blijven inkrimpen in een aantal landen, maar is toegenomen in Cyprus, Hongarije, Malta en Slovenië. Daardoor varieert de werkloosheid van minder dan 5% in Cyprus tot meer dan 18% in Bulgarije, Polen en Slovakije.

Ondanks de geringere uitvoerstijging ten gevolge van het ongunstigere internationale klimaat, en de sterke invoerstijging ten gevolge van de grote binnenlandse vraag, zullen de handelsbalanstekorten naar verwachting niet verslechteren omdat de lagere invoerprijzen voor olie en andere grondstoffen zullen resulteren in gematigde stijgingen in waarde. De daling van het betalingsbalanstekort in Polen ten gevolge van de inkrimping van de binnenlandse vraag is eveneens een factor die de lagere totale tekorten verklaart. Verwacht wordt zelfs dat de tekorten op de lopende rekening iets zullen verminderen omdat in een aantal landen de uitvoer van diensten snel groeit, vooral in het toerisme. In andere landen zal het toerisme waarschijnlijk negatief worden beïnvloed door de onzekerheid rond internationale reizen. In Malta zal het tekort op de lopende rekening naar verwachting vanaf 2001 weer op een normaler niveau komen na een opmerkelijke stijging tot 14,5% van het BBP in 2000, die grotendeels was toe te schrijven aan één enkel groot investeringsproject van een onderneming in buitenlands bezit, dat werd gefinancierd uit geherinvesteerde winst. De tekorten op de lopende rekening blijven vrij hoog in een aantal landen. Naar verwachting zullen deze tekorten houdbaar blijven aangezien de landen in kwestie vermoedelijk voldoende instromen van niet-schuldcreërend kapitaal, met name door buitenlandse directe investeringen, zullen blijven aantrekken.

Het gemiddelde tekort van de totale overheid is in 2000 toegenomen en zal naar verwachting in 2001 en 2002 nog verder stijgen(2) . Deze voor alle landen tezamen beschouwde ontwikkeling verhult lagere verwachte tekorten in de meerderheid van de kandidaat-lidstaten (Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Malta, Roemenië en Slovenië). De overheidstekorten in de meeste van de grotere landen nemen toe wegens diverse redenen, zoals de effecten van de economische vertraging, de anticyclische versoepeling van het begrotingsbeleid, versoepeling vóór de verkiezingen in sommige landen, met de overgang verband houdende uitgaven, zoals voor de herstructurering van ondernemingen of banken, alsmede de betere meting ten gevolge van de meer transparante administratie van de begrotingsuitgaven en -ontvangsten. Ondanks de steeds grotere transparantie van de openbare financiën zijn de vermelde tekorten niet volledig vergelijkbaar tussen de landen onderling en evenmin volledig in overeenstemming met de EU-definities. Naarmate de statistieken verder worden geharmoniseerd, zijn nog belangrijke herzieningen van de overheidstekorten mogelijk.

europa.eu.int/comm/economy_finance/publications/supplement_c_en .htm

(1)
De najaarsprognoses zijn gebaseerd op de gegevens tot 31 oktober 2001.

(2)
Gepoogd is om voor de tekorten van de totale overheid de ESER-95-definities zo dicht mogelijk te benaderen. Wegens methodologische problemen en bij gebrek aan gegevens is dit echter voor een belangrijk aantal landen nog niet mogelijk. Daardoor zijn de prognoses van de tekorten van de totale overheid niet volledig vergelijkbaar tussen de kandidaat-lidstaten onderling en met de EU.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie