Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op kamervragen over mogelijke fraude in het HBO

Datum nieuwsfeit: 23-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

persbericht

Nummer:
160

Directie:
voorlichting

23-11-2001

Status:
informatie

Kamervragen hbo

Hieronder treft u de antwoorden aan op de kamervragen van Hamer (PvdA) en Lambrechts (D66) aan minister Hermans van OCenW over de mogelijke fraude in het hoger beroepsonderwijs

Vraag 1

Is het waar dat u op dit moment een onderzoek laat uitvoeren naar de wijze waarop hogescholen de declaratie voor de kosten van een opleiding aan buitenlandse studenten verrichten?

Vraag 2

Wordt dit onderzoek ingesteld, omdat het vermoeden van het verrichten van onrechtmatige handelingen zoals onterechte inschrijvingen en declaraties bestaat?

Zie voor de motivering voor het aanvullende onderzoek mijn brief van 14 november jongstleden.

Vraag 3.

Is het waar dat ambtenaren van uw ministerie al in juni 2001 op de hoogte zijn gesteld van mogelijk onterechte declaraties van hogescholen voor buitenlandse studenten?

Vraag 4

Waarom wordt nu pas een onderzoek ingesteld en waarom is dit niet al in juni jl. gebeurd?

Het ministerie van OCW heeft op 24 juni 2001 een brief ontvangen, waarin gewag wordt gemaakt van mogelijke fraude. Deze brief verwijst tevens naar een onderzoek uit te voeren door Hobéon Management Consult bv.

Bij de beoordeling van deze brief zijn de volgende elementen in de overwegingen betrokken:

* De beschuldiging van fraude was gebaseerd op enkele voorbeelden, zonder concrete aanwijzingen welke hogescholen het betrof. Overigens zijn dergelijke beschuldigingen al eens eerder (bij brief van 15 oktober 1996) bij wijze van klacht door Delta University geuit: het betrof een verondersteld oneigenlijk gebruik van door de overheid ter beschikking gestelde bekostiging en studiefinanciering met een oneerlijke concurrentie als gevolg.
* Het Hobéon onderzoek, waar genoemde brief naar verwijst (zie overigens ook het antwoord op vraag 8) zou pas eind 2001 worden afgerond.

Begin september 2001 is een afspraak gemaakt, waarbij door het ministerie het verzoek is gedaan om met nadere bewijzen te komen. Deze informatie is in een brief van 9 september jl. omschreven. Dit heeft geleid tot een eerste verkennend gesprek op 12 oktober jl.. In dit gesprek is enige concrete informatie getoond; de briefschrijvers wilden evenwel deze informatie niet achterlaten. Daarmee was het onmogelijk om op korte termijn tot een beoordeling van de kwaliteit van deze bewijslevering te komen. In de daarop volgende weken is over het verslag van het gesprek enkele malen overleg gevoerd. Tevens is toegezegd dat een tweede en afrondend gesprek gevoerd zou worden. Dit gesprek is grondig voorbereid en ¿ mede naar aanleiding van brieven en faxen naar uw Kamer - op 14 november jl. gevoerd. In dat gesprek is concrete informatie ter beschikking van de accountantsdienst gesteld en kon de kwaliteit en het belang daarvan beter beoordeeld worden. Dit heeft geleid tot de conclusie dat een nader onderzoek gewenst was. Daarover heb ik uw kamer op dezelfde dag geïnformeerd.

Vraag 5.

Is het waar, dat onmiddellijk na het op de hoogte stellen van ambtenaren van uw ministerie, zij de hogescholen op de hoogte hebben gesteld van een melding van fraude? Was u daarvan op de hoogte? Is vervolgens nog verdere actie ondernomen?

In de brief aan uw Kamer van 13 november jl. wordt melding gemaakt van de mogelijkheid dat bij een instelling sporen zouden zijn gewist daags na het gesprek van 12 oktober jl. op het ministerie, omdat men op de hoogte zou zijn gesteld van de inhoud van het gesprek. Deze beschuldiging is reeds eerder door betrokken briefschrijvers geuit. Daaropvolgend intern onderzoek heeft ¿ zoals aan de briefschrijver is gemeld ¿ geen enkele aanwijzing opgeleverd die zou kunnen wijzen op het doorgeven van informatie uit voornoemd gesprek.

In de afgelopen dagen is de opsteller van de brief tot de conclusie gekomen dat de beschuldiging van met name genoemde ambtenaren niet juist is gebleken en heeft hiervoor verontschuldigingen aangeboden. De opsteller van de brief is er op gewezen dat over deze gang van zaken een klacht kan worden ingediend, die in dat geval volgens een vastgelegde procedure zorgvuldig behandeld zal worden. Op 21 november jl. is schriftelijk op het bestaan van deze regeling gewezen en gevraagd of men een formele klacht wilde indienen. Op dezelfde dag heeft betrokkene te kennen gegeven geen beroep te willen doen op voornoemde klachtenregeling. Ik zie geen grond voor verdere actie.

Vraag 6

Is de veronderstelling van diegenen die de vermeende fraude melden juist dat het hier zou kunnen gaan om onterechte declaraties in de orde en grootte van 100 miljoen per jaar?

De eerste voorbereidende stappen van het onderzoek zijn reeds gezet. In dit stadium kan nog niet aangegeven worden wat de realiteitswaarde is van de beschuldigingen.

Vraag 7.

Heeft de accountantsdienst van uw ministerie die in opdracht van u het onderzoek gaat verrichten, ook toegang tot de boekhouding van het particuliere bureau, eigendom van Euroforum, dat genoemd wordt als zijnde de "begeleider" van de vermeende fraude? Zo nee, welke mogelijkheden heeft u dan om het onderzoek zorgvuldig en betrouwbaar uit te voeren?

De accountantsdienst van het ministerie heeft geen toegang tot de boeken van Euroforum op grond van het feit dat Euroforum een private onderneming is. Het onderzoek bij de HBO instellingen kan voldoende informatie opleveren om conclusies te kunnen trekken. Tevens zullen bij dit boekenonderzoek eventuele financiële transacties met Euroforum onderzocht worden. Bij constatering van malversaties met betrekking tot derden zoals Euroforum wordt het Openbaar Ministerie ingelicht, zodat langs die weg actie kan worden ondernomen.

Vraag 8

In wiens opdracht is het onderzoek door het bureau Hobeon naar de HBO-Masters uitgevoerd? Was dit onderzoek al om diezelfde reden ingesteld? Ondersteunt de uitkomst van dit onderzoek de verdenking van regelmatige en doelbewuste onterechte declaraties door hogescholen? Zo neen, waaruit blijkt dit dan?

Het Hobeon-onderzoek vindt plaats in het kader van de verkenning van financieringsarrangementen voor masteropleidingen in het HBO, zoals aangekondigd in de nota `Naar een open hoger onderwijs¿. De opdracht is 11 oktober jl. verstrekt door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Vraag 9

Kunt u de Kamer voornoemd onderzoek doen toekomen, evenals de informatie die voor hem aanleiding vormt om een onderzoek in te stellen?

De verwachting is dat het onderzoek over enkele weken wordt opgeleverd. Dan zal het rapport aan de Kamer ter beschikking worden gesteld.

Vraag 10

Kunt u snel in ieder geval binnen een maand, duidelijkheid geven over wat er aan de hand is, toegespitst op de hogescholen waar nu de verdenking op valt?

Een dergelijk onderzoek vraagt een zorgvuldige voorbereiding, uitvoering en rapportage met inzet vanuit verschillende disciplines (zoals deskundigheid in het omgaan met grote administratieve gegevensbestanden). Daarnaast is toepassing van het principe van hoor en wederhoor een vereiste.

Op grond van het bovenstaande is een (tussen)rapportage over ongeveer een

maand het maximaal haalbare.

Vraag 11

Kunt u ons gelet op het ontstane beeld per ommegaande op bovenstaande vragen antwoord geven?

Bij deze.

27-11-2001
Ministerie van OCenW
Europaweg 4
Postbus 25000
2700 LZ Zoetermeer
T: 079 323 23 23
F: 079 323 23 20
E: (info@minocw.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie