Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Aannemen evaluatierapport van ZonMW over CVA ketenzorg

Datum nieuwsfeit: 27-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

MINISTERIE VWS minvws.nl

Min VWS: speech minister - aannemen evaluatierapport

Speech van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dr. E. Borst-Eilers, bij het aannemen van het evaluatierapport van ZonMW over de CVA ketenzorg experimenten. Den Haag, Nieuwspoort, 27 november 2001. Wijzigingen voorbehouden. Alléén de uitgesproken tekst geldt!

Inleiding In het Noordoosten van het land is een groepje CVA-patiënten dat regelmatig bij elkaar komt en dat zichzelf met een knipoog 'de getroffenen' noemt. Als ze onder elkaar zijn praten ze over hun CVA in de trant van: 'toen ik getroffen werd, was ik gewoon aan het werk' of 'voordat ik werd getroffen, ging ik twee uur per dag sporten'. Ik vind het knap dat deze patiënten hun lot met behulp van een beetje humor proberen te accepteren.

Want er valt natuurlijk niets te lachen als je 'een beroerte' krijgt, zoals dat in de volksmond heet. Het is een ingrijpende gebeurtenis. Het verandert je leven totaal en niet in positieve zin. En ook voor de levenspartner betekent CVA een ingrijpende verandering en een zware belasting. Daarom is het belangrijk dat we er voor zorgen dat de kwaliteit van leven van toekomstige CVA-patiënten er zo min mogelijk op achteruit gaat. Het gaat ook om véél patiënten: 27.000 gevallen per jaar, van wie tweederde (18.000) na een half jaar nog in leven is.

Aanleiding voor het onderzoek Toen ik begin jaren negentig als bijzonder hoogleraar verbonden was aan het AMC, werd daar één van de eerste initiatieven genomen om de CVA-zorg te verbeteren. In die tijd was het zo dat patiënten met een hartinfarct wél met gierende ambulance naar het ziekenhuis werden gebracht, terwijl men voor patiënten met een herseninfarct veel minder scherp door de bocht ging. Het beeld was: die kunnen wel wat langer wachten want er is nog niets aan te doen.

Geleidelijk werd echter steeds duidelijker dat het wel degelijk zoden aan de dijk zet om snel de juiste aanpak in te zetten. Hoe minder tijd je verliest hoe groter de kans dat er nog enig herstel mogelijk is.

Het AMC nam daarom toen al het initiatief voor een bescheiden vorm van CVA-ketenzorg, onder meer door patiënten onmiddellijk op te nemen, binnen een uur te onderzoeken, de juiste behandeling in te stellen en direct afspraken te maken over de revalidatie. Ook elders in het land liepen er toen al soortgelijke initiatieven. Veel van die projecten scoorden veelbelovende resultaten. Langzaam maar zeker werd duidelijk dat er op het gebied van CVA-zorg veel te winnen was.

Dat riep natuurlijk meteen de vraag op hoevéél er dan te verbeteren viel en hoe je dat het beste kon aanpakken. Daarom heb ik vier jaar geleden, na overleg met de Tweede Kamer, het initiatief genomen om drie CVA ketenzorgprojecten te laten starten. Daar is meteen aan gekoppeld een onderzoek naar de effectieviteit van de CVA-ketenzorg.

Reactie op resultaten De resultaten van dat onderzoek liggen nu voor ons. En ik ben er erg blij mee. CVA-ketenzorg werkt! De zorg gaat er in al zijn facetten op vooruit. En belangrijker nog: de patiënt heeft er baat bij.

Ik heb dit voorjaar tijdens een werkbezoek aan het Reinier de Graaf Ziekenhuis in Delft zelf gezien hoe goed het werkt. Het ziekenhuis neemt patiënten zo snel mogelijk op en observeert ze vervolgens twee dagen lang intensief. Meteen daarna komen de fysiotherapeut, de ergotherapeut en de logopedist eraan te pas. Die snelle aanpak scheelt al een slok op een borrel: het herstel wordt direct professioneel ondersteund.

Maar ik was nog het meest onder de indruk van de logistiek die volgt als de patiënt na pakweg twee weken het ziekenhuis verlaat; op weg naar revalidatiecentrum, verpleeghuis of naar huis. Een transmuraal CVA-verpleegkundige blijft dan de behandeling coördineren en begeleidt de patiënt bij iedere overgang naar een nieuwe vorm van zorg. Zo loodst zij de patiënt soepel door de verschillende vormen van intra- semi- en extramurale zorg. Zij zorgt dat overdracht van de ene professional naar de andere degelijk en zonder misverstanden verloopt.

Het is niet gemakkelijk om CVA-zorg goed te organiseren want er komen nog al wat behandelaren bij kijken: van huisarts tot neuroloog, van fysiotherapeut tot logopedist en van revalidatie-arts tot thuiszorgmedewerker. Ik vind het een sterk staaltje van logistiek als je al die verschillende vormen van zorg zó goed op elkaar af kunt stemmen.

Wat moet er nu gebeuren? Ik zei het al eerder: nu we weten hoe het moet, moeten we zorgen dat iedereen het goede voorbeeld volgt. Gelukkig hebben veel zorgverleners de onderzoeksresultaten van vandaag niet afgewacht. Ze zijn zelf al begonnen met het adopteren van deze vorm van ketenzorg. Inmiddels zijn er al stroke units in zestig ziekenhuizen, met daaraan verbonden een flink aantal stroke services.

Dit is mede te danken aan de Hartstichting, die zorgde dat de opgedane kennis snel werd verspreid, zodat de ontwikkeling van de stroke services in een hogere versnelling kwam.

Maar, hoewel ik blij ben met deze resultaten: we zijn er nog niet. Er kan nog méér en het kan nog béter. We moeten deze onderzoeksresultaten nu regionaal en landelijk verspreiden én gebruiken. Niet als blauwdruk, maar als 'voorbeeld van de ideale CVA-ketenzorg', zoals uit het onderzoek naar voren komt. Iedere regio kan er dan een eigen invulling aan geven. En dat is nodig, want elke samenwerking staat op zich en kent zijn eigen dynamiek. Wat wel geüniformeerd kan én moet worden, is het medisch handelen. Ik hoop dat de huisartsenstandaard snel geactualiseerd zal worden en dat de neurologen snel overeenstemming zullen bereiken over hun protocol.

Gelukkig ligt er al een goede voorzet voor het uitventen van CVA-ketenzorg, in de vorm van het implementatieplan van ZonMW, waar ook deze beide punten zijn opgenomen. Wat ik een compliment waard vind, is dat het plan ontstond uit overleg met zo goed als alle betrokkenen. Daaruit blijkt dat er voor CVA-ketenzorg een zeer breed draagvlak is. Van patiënt tot neuroloog, van huisarts tot verzekeraar. Iedereen is het er over eens dat de zorg rond CVA-patiënten beter moet. En iedereen wil er zijn steentje aan bijdragen. Een betere basis is er volgens mij niet. Inschieten die bal! Alle wetenschappelijke resultaten helpen de patiënt niet zo lang zijn arts en verpleegkundige die niet toepassen.

Wat is mijn bijdrage? U wilt natuurlijk ook graag horen wat ik als minister doe en vooral ga doen om de verbetering van de CVA-zorg kracht bij te zetten. Ik zet even een paar zaken op een rijtje: 1. Ten eerste komt er via het nog lopende ZON programma 'transmurale zorg' geld beschikbaar voor de verdere implementatie van de CVA-ketenzorg. Het geld gaat onder meer naar het initiatief voor benchmarking en het kwaliteitsinstituut CBO wil een bijdrage leveren aan CVA- doorbraakprojecten.

2. Ten tweede krijgt de verpleeghuissector meer mogelijkheden om CVA-patiënten te revalideren. Staatssecretaris Vliegenthart is namelijk tijdens het onderzoekstraject al vooruitgelopen op de resultaten door een speciaal tarief te laten ontwerpen voor CVA-patiënten in verpleeghuizen. Dit is onlangs ingevoerd. 3. Ten derde is de invoering van productprijzen, de zogenoemde Diagnose Behandel Combinaties, in de ziekenhuizen inmiddels zo ver gevorderd, dat ik nu geld beschikbaar ga stellen voor de ontwikkelfase van transmurale DBC's; dat wil zeggen een tarief voor de hele zorgketen. Het CVA-model kunnen we daarvoor goed gebruiken. De CVA-behandeling kan daardoor voorop gaan lopen in de nieuwe DBC-financiering. En dat zal de invoering van de ketenzorg versnellen en vergemakkelijken. 4. Ten vierde zal de invoering van het nieuwe verzekeringsstelsel, dat het kabinet ontworpen heeft, te zijner tijd de CVA-ketenzorg een flinke stap vooruit helpen. Onder meer doordat het probleem van de financiering in twee compartimenten dan uit de wereld is. Maar ook omdat het nieuwe zorgstelsel goed past bij ketenzorg. Het stelt de wens van de patiënt centraal en biedt meer mogelijkheden om de kwaliteit van de zorg te optimaliseren. 5. Tot slot zal ik samen met andere betrokkenen - CVA-zorg als voorbeeld aandragen voor andere vormen van zorg die van een soortgelijke ketenaanpak kunnen profiteren. Denkt u daarbij aan zorg voor grote doelgroepeen, zoals COPD- of diabetespatiënten.

Ik zet me hier graag voor in, want er valt veel te winnen. De zorg voor CVA-patiënten verbetert aanzienlijk, ze hoeven minder lang in het ziekenhuis te blijven, ze zijn meer tevreden over de behandeling, en hun levenskwaliteit blijft zo goed als onder de omstandigheden mogelijk is. En dat alles zonder dat de zorg per saldo duurder wordt, al is dat niet het belangrijkste.

Afsluiting Ik begon met de gierende ambulance, en daar wil ik ook mee eindigen. Het is belangrijk dat ook het publiek er van doordrongen raakt dat een beroerte om snel ingrijpen vraagt. Actieve publieksvoorlichting maakt dan ook deel uit van het implementatieplan.

Zoals ik al zei is het vandaag een belangrijke dag voor de CVA-zorg. U gaat straks samen met alle betrokkenen debatteren over hoe CVA-ketenzorg in heel Nederland snel gemeengoed kan worden. Daar verwacht ik veel van en ik blijf graag op de hoogte van uw vorderingen.

Ik wens u allen veel succes en een inspirerend debat straks.

-0-0-0-

27 nov 01 13:49

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie