Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vijfde nota, regionale informatie

Datum nieuwsfeit: 28-11-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van VROM
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

www.minvrom.nl

MINVROM: Vijfde nota, regionale informatie

L A N D S D E E L N O O R D

Landsdeel Noord omvat de provincies Drenthe, Friesland en Groningen. Hoofdopgave is om de ruimtelijk-economische ontwikkelingen te faciliteren en tegelijk de kernkwaliteiten van het Noorden .rust, ruimte, natuur en (cultuur)landschap- te behouden en te ontwikkelen. In 1998 hebben het rijk en het Noorden de afspraak gemaakt om in te zetten op een extra groei van de werkgelegenheid met tenminste 43.000 arbeidsplaatsen in de stedelijke gebieden. Deze afspraak is in het lange termijn scenario voor de ruimtebehoefte verwerkt, evenals de effecten van de mogelijke Zuiderzeelijn.

Bundeling van verstedelijking
Het rijk heeft een aantal gebieden aangewezen om de verstedelijking te bundelen. Het doel is de verhouding tussen gebundelde en verspreide verstedelijking tenminste gelijk te houden. Daarom moet in het landsdeel Noord tenminste 80% van de nieuwe werkgelegenheid en tenminste 60 % van de woningbouw een plaats krijgen in de bundelingsgebieden. Deze liggen in landsdeel Noord in vijf stedelijke netwerken. Deze netwerken zijn gelegen op de zogeheten .Noordas..

Ontwikkeling van stedelijke netwerken
In de stedelijke netwerken moet een daadkrachtige bestuurlijke samenwerking tot stand worden gebracht tussen gemeenten, provincies en kaderwet-gebieden. Er vindt afstemming plaats tussen de stedelijke netwerken en tussen de vier grootste steden van het Noorden: Groningen, Assen, Leeuwarden en Emmen.
Een belangrijke opgave van stedelijke netwerken is de ontwikkeling van centra. Centra vergroten de stedelijkheid en bieden naast wonen en werken, een breed scala aan voorzieningen (zorg, kunst, cultuur, sport, recreatie en overige diensten).

Groningen-Assen is benoemd als nationaal stedelijk netwerk met dienstverlening, culturele voorzieningen, ICT- en medische sector en biomedische technologie als belangrijke clusters. Leeuwarden zal als tweede hoofdstad van het Noorden financieel-economisch en ruimtelijk instrumenteel op gelijke voet worden behandeld als de hoofdsteden in het nationaal stedelijk netwerk Groningen-Assen.

Regionale stedelijke netwerken zijn:

De Westergozone
Dit netwerk bestaat uit Leeuwarden en Harlingen met belangrijke posities in hoger onderwijs, bank- en verzekeringswezen, agrarische dienstverlening, ICT en havenbedrijvigheid.

De Zuid-Friese Stedenzone
Dit netwerk bestaat uit Drachten, Heerenveen en Sneek. De nadruk ligt op grootschalige bedrijvigheid.

De Zuid-Drentse Stedenband
Dit netwerk bestaat uit Meppel, Hoogeveen, Coevorden, Emmen, Steenwijk en Harderberg. Er vindt afstemming plaats met Meppel/Cloppenborg. De nadruk ligt op industrie, overslag, dienstverlening en hoger beroepsonderwijs.

Eemsmond
Dit netwerk bestaat uit Eemshaven en Delfzijl. Er vindt afstemming plaats met het Duitse Eemsgebied. De nadruk ligt op havenontwikkeling en havengebonden industrie.

Zuiderzeelijn
De besluitvorming over de Zuiderzeelijn is twee weken uitgesteld. Het besluit over de Zuiderzeelijn zal nagezonden worden aan de Tweede Kamer en ingevoegd worden in deel 3 van de Vijfde nota.

Landelijk gebied
Het landelijk gebied wordt ontwikkeld als het groene en blauwe kapitaal van het Noorden. Daar is ruimte voor waterbeheer, landbouw, natuur, recreatie en behoud van cultuurhistorie. Afhankelijk van de specifieke kenmerken van gebieden worden deze functies in wisselende combinaties ontwikkeld. De provincies kunnen Provinciale Landschappen aanwijzen om de recreatieve en landschappelijke kenmerken te verbeteren en ontwikkelen. Suggesties die de Noordelijke provincies hiervoor hebben gedaan zijn: Het Fries-Gronings Wierden Landschap, Zuidwest - Friesland, Noord﷓Drente (onder andere Drentse Aa); Zuid﷓Drente (onder andere Zuidwest Drenthe), Zuidoost- Friesland, Zuidwest-Friesland, en Noord-Friese Wouden, Oude Veenkoloniën, Westerwolde, Oldambt en het Zuidelijk Westerkwartier.

Natuur
De ruimtelijke samenhang van grote eenheden natuur wordt versterkt door nieuwe robuuste ecologische verbindingen tussen Holterberg en het Drents Plateau en in de Natte As tussen de Zeeuws - Zuid-Hollandse Delta en het
Lauwersmeer.
Het rijk zet zich in internationaal verband in voor behoud en kwaliteitsverbetering van de Waddenzee, het Eems-Dollard gebied en van grensoverschrijdende landschappen en natuurgebieden in het grensgebied met Nedersaksen, in het bijzonder rond Westerwolde en in Zuidoost-Drenthe.

Landbouw
In de noordelijke open ruimte zijn mogelijkheden voor verdere schaal-vergroting in de landbouw. De grondgebonden landbouw speelt echter naast het produceren van voedsel ook een rol bij het beheer van het landelijk gebied. De cultuurhistorische waarden moeten behouden blijven. De zeekleigebieden leveren een vruchtbare ondergrond voor de voor goed renderende landbouw-sectoren die op zoek zijn naar ruimte, zoals boomteelt, bloembollen, vollegronds groenteteelt. Precisielandbouw (grote productie op een relatief klein oppervlak door een precieze toediening van mest-stoffen en gewasbescherming) biedt perspectieven om deze sectoren op milieuvriendelijke wijze in te passen.
In de zandgebieden wordt het kleinschalig landschap behouden. Daar wordt minder ingezet op schaalvergroting van de landbouw en meer op verbreding van de bedrijfsvoering. Projectlocaties voor glastuinbouw zijn voorzien bij Emmen en Berlikum. Ook bij Hoogezand-Sappemeer kunnen zich mogelijkheden voordoen.

Water
In landsdeel Noord zijn uitstekende perspectieven voor waterberging en drinkwater-voorziening. Bijzondere aandacht is bovendien nodig voor veiligheid langs het IJsselmeer en de Waddenzee. Voor de lange termijn wordt uitgegaan van een geleidelijke stijging van het IJsselmeerpeil. Provincies leggen in overleg met het rijk de begrenzing van de daarvoor benodigde ruimte vast. Tot dan is uitbreiding van bebouwing (m.u.v. van windturbines) in een zone van 100 meter binnendijks en 175 meter buitendijks niet toegestaan. Voor een meer geleidelijke overgang van het zoete IJsselmeer naar de zoute Waddenzee, wordt een verkenning uitgevoerd.

Waddenzee
Activiteiten die een aantasting kunnen opleveren voor de wezenlijke waarden en kenmerken van de Waddenzee worden getoetst aan de hoofddoelstellingen van het beleid dat is vastgelegd in de PKB Waddenzee. Om de recreatiedruk op de Waddenzee te beheersen wordt de capaciteit van jachthavens rond de Waddenzee en in het IJsselmeergebied zodanig gereguleerd, dat toename van de vaardruk op de Waddenzee wordt tegengegaan.

L A N D S D E E L W E S T
Landsdeel West omvat de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland. De verwachte ruimtevraag zet een grote druk op de ruimtelijke inrichting, van zowel de stedelijke als de groene ruimten. Maar tegelijk biedt deze dynamiek de mogelijkheid om de ruimtelijke kwaliteit te vergroten.
De centrale opgave van het landsdeel West is méér gezamenlijke regie te bereiken, gericht op een duurzaam evenwicht tussen stad en land. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor het stedelijk netwerk Deltametropool.
Bundeling van verstedelijking
Het rijk heeft een aantal gebieden aangewezen om de verstedelijking te bundelen. Het doel is de verhouding tussen gebundelde en verspreide verstedelijking tenminste gelijk te houden. Daarom moet in het landsdeel West tenminste 85% van de nieuwe werkgelegenheid en tenminste 80% van de woningbouw een plaats krijgen in de bundelingsgebieden. Deze liggen in landsdeel West in de Deltametropool en het regionaal stedelijk netwerk NoordWest 8: Alkmaar, Den Helder, Hoorn.
Deltametropool
Voor ruimtelijke ontwikkeling van de Randstad hanteert het kabinet het concept van de Deltametropool. De Deltametropool is het grootste stedelijk netwerk uit de Vijfde Nota. Het omvat onder meer de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere. Het is een stedelijk netwerk van internationaal niveau, dat concurreert met andere metropolitane gebieden in Europa. Het is voor de positie van Nederland van grote betekenis een dergelijk metropolitaan gebied met een internationaal niveau en uitstraling te ontwikkelen. De steden afzonderlijk zijn daarvoor te klein. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben samen met de andere steden van de Deltametropool veel meer te bieden dan elk afzonderlijk.
Voor de Deltametropool zijn zes toplocaties (Amsterdam Zuidas, Rotterdam Centraal, Den Haag Centraal, Utrecht Centraal, Schiphol en Almere) aangegeven en twintig belangrijke centra, waarvan de ontwikkeling onderling moet worden afgestemd.

Het kabinet kiest er in de Vijfde Nota voor de bestaande ruimtelijke structuur van de Deltametropool te versterken in de periode tussen nu en 2030. Dit betekent verbetering van de groenblauwe .Delta structuur. en bundeling van nieuwe verstedelijking op en aan de Randstadring. Als de economie en bevolking lange tijd flink blijven groeien gaat het daarbij tot 2030 om ruim 600.000 extra woningen, waarvan een relatief groot deel wordt gerealiseerd in bestaand bebouwd gebied (naar verwachting circa 190.000 woningen tussen 2010 en 2030). Daarnaast wordt er ca 7.000 hectare bedrijventerreinen aangelegd.

Almere
In Almere zal een zodanig groot deel van de verstedelijking worden gebundeld dat het zich ontwikkelt tot een grote stad (60 tot 70.000 woningen extra). In verband hiermee stelt het rijk samen met de gemeente Almere en de provincie Flevoland een integraal ontwikkelingsplan op. Wonen, werken, recreatie, groen, water, infrastructuur en andere bij een dergelijke groei passende voorzieningen zullen in samenhang worden uitgewerkt. Afstemming zal plaatsvinden met de provincies Noord-Holland en Utrecht en de gemeenten Amsterdam en Utrecht.

Voor de Zuidplaspolder stelt de regio een plan op waarin wonen, werken, recreatie, groen, water, infrastructuur en glastuinbouw opgenomen worden. Wanneer minder ruimte nodig zou zijn voor de glastuinbouw omdat er minder verplaatsingen naar de Zuidplaspolder plaats vinden, kan meer verstedelijking worden gerealiseerd. Tot 2020 wordt grootschalige verstedelijking ten noorden van het Noordzeekanaal, ten zuiden van de Oude Maas en in de Bollenstreek uitgesloten.

3-laags vervoerssysteem
Het vervoerssysteem in de Deltametropool zal een kwaliteits- en schaalsprong ondergaan die past bij de gewenste stedelijkheid van de metropool. Hierbij worden drie lagen onderscheiden:
1. Snelle (HST) verbindingen, inclusief de verbinding Utrecht- Den Haag/Rotterdam

2. Frequente verbindingen tussen de steden van de Deltametropool, inclusief een verkenning van een frequente,.Deltametro.
3. Fijnmazige stedelijke en .stadsgewestelijke. verbindingen.
Nationale Landschappen
Voor de water- en groenstructuur in de Deltametropool ontwikkelt het rijk samen met de regio de landschappelijke en recreatieve kwaliteiten van de Nationale Landschappen. Deze zijn op bij de PKB horende kaarten aangegeven. In de Nationale Landschappen mag in beginsel maar zeer beperkte uitbreiding van het stedelijk ruimtebeslag en het bebouwd oppervlak plaatsvinden. De provincies leggen een gedetailleerde begrenzing in het streekplan vast. In West Nederland zijn drie Nationale Landschappen aangewezen:

Het Groene Hart
Het Groene Hart is een samenhangend open gebied te midden van de stedenring, met verbindingen naar de aangrenzende niet-verstedelijkte gebieden van Kustzone, Heuvelrug, IJsselmeer en Rivierengebied. De opgave hier is een gebied te creëren waar inwoners en omwonenden .rust, ruimte en groen. vinden. Daartoe moet de bereikbaarheid en de toegankelijkheid van het Groene Hart worden vergroot. De grens van het Nationaal Landschap Groene Hart wordt aangepast om verstedelijking in de Zuidplaspolder, de Bloemendalerpolder en Rijnenburg mogelijk te maken.

Noord-Hollands Midden
Noord-Hollands Midden is een waardevol landschap van hooggelegen natte veenweidegebieden afgewisseld met laaggelegen droogmakerijen. De invloed van het water is overal merkbaar. Het gebied heeft een belangrijke functie als open groene ruimte voor de bewoners in het noorden van de Deltametropool. Het is de opgave om de kwaliteit van deze waardevolle .groene long. te versterken, waarbij stad, land en de overgangen daartussen aandacht verdienen.
Hoeksche Waard
De Hoeksche Waard is een grootschalig en open gebied aansluitend aan de zuidelijke verstedelijkingsring van de Deltametropool. Het gebied staat onder toenemende (stedelijke) druk. Om het open gebied ook een belangrijke functie als recreatief bruikbare ruimte te geven moet de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het gebied voor fietsers en wandelaars worden vergroot. Alleen in het gedeelte ten oosten van het HSL-tracé, buiten het Nationaal Landschap, wordt ruimte gereserveerd voor bedrijventerreinen.
Bufferzones
De bufferzones worden getransformeerd tot regionale parken. De grens van de bufferzone Den Haag . Leiden . Zoetermeer wordt aangepast ten behoeve van verstedelijking op het huidige marinevliegkamp Valkenburg. De grens van de bufferzone Haarlem . Amsterdam wordt aangepast ten behoeve van realisering van bedrijventerreinen. Natuur + cultuurhistorische waarden
De ruimtelijke samenhang van grote eenheden natuur wordt versterkt. Beoogde nieuwe robuuste ecologische verbindingen zijn de Nieuwe Hollandse waterlinie en Stelling van Amsterdam, en de Natte As tussen de Zeeuws-Zuid-Hollandse Delta en het Lauwersmeer in Groningen. Bijzondere natuurlijke waarden en cultuurhistorische elementen die kenmerkend zijn voor een landschap worden behouden en beschermd. Hiertoe behoren onder meer elementen uit de Belvedere gebieden Zeevang en Waterland, Vecht Plassengebied, Nieuwkoop - Harmelen Lopikerwaard-Krimpenerwaard, Den Haag-Wassenaar, Oude Aade, Zoeterwoude-Weipoort, Midden- Delfland en Alblasserwaard.

Landbouw
De landbouw heeft een unieke positie te midden van de grote steden. Deze positie wordt behouden en versterkt. In de droogmakerijen en veengebieden van het oude land verschuift het karakter van een op de agrarische productie gerichte functie naar een functie die meer gericht is op het beheer van het landelijk gebied. In Flevoland ligt het accent op voedselproductie. De grondgebonden landbouw is daar de drager van het open landschap. In het rivierengebied worden de ontwikkelingsmogelijkheden van de grondgebonden landbouw gehandhaafd en versterkt met in acht neming van de noodzaak meer ruimte voor water te bieden. De glastuinbouw wordt geherstructureerd, vooral in het Westland en in de omgeving van Aalsmeer.

Water
Rijk en provincies hanteren de strategie van functiecombinaties met water om de doelstellingen voor veiligheid, wateroverlast en zoetwatervoorziening te realiseren en gelijktijdig de ruimtelijke kwaliteit te verhogen.
Voor de gebieden met dikke veenpakketten wordt gekozen voor ruimtegebruik dat niet langer de bodemdaling volgt en versterkt. In diepe droogmakerijen moet ruimte gemaakt worden voor verstedelijking.
Voor de maatregelen die het rijk zal nemen om de verwachte hoge rivierafvoeren te verwerken zal een aparte PKB worden opgesteld. Als in 2002 wordt besloten noodoverloopgebieden aan te wijzen, zullen de ruimtelijke implicaties opgenomen worden in de PKB Rivierengebied. Voor de internationale stroomgebieden van Rijn en Maas worden uiterlijk in 2009 integrale beheersplannen opgesteld (conform de Europese kaderrichtlijn Water). Het rijk zal zorgdragen voor een integrale ruimtelijke inbreng in de plannen en voor doorwerking van het beleid.

In het kustfundament (duinen, zeedijken en zeewaarts begrensd door de .20 NAP lijn) moet voldoende ruimte beschikbaar zijn en blijven voor de versterking van de zeewering. De veiligheid tegen overstromingen moet worden gewaarborgd met behoud van de ruimtelijke identiteit en karakter van de gesloten kustlijn en de Zeeuws-Zuid-Hollandse Delta. Versterking dient te worden gecombineerd met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit met nadruk op natuur, landschap en recreatie. De kustvakken Hoek van Holland- Kijkduin en Den Helder . Callandsoog krijgen prioriteit. Tussen Kijkduin en Hoek van Holland wordt ruimte gereserveerd voor zowel landinwaartse als zeewaartse kustuitbreiding met uitsluitend een natuur-, veiligheids- en extensieve recreatiefunctie (zonder bebouwing en harde infrastructuur).

IJsselmeer
Het karakter van het IJsselmeergebied als grootschalig open gebied met bijzonder internationale natuur- en cultuurwaarden wordt beschermd. Uit een oogpunt van veiligheid is het nodig dat de bergingscapaciteit niet wordt aangetast. Daarom zijn grootschalige inpolderingen in het IJsselmeergebied uitgesloten. De ruimtelijke reservering voor een Markerwaard vervalt. Voor de lange termijn wordt uitgegaan van een geleidelijke stijging van het IJsselmeerpeil. In de periode dat de precieze begrenzing van de daarvoor benodigde ruimte door de provincies in overleg met het rijk wordt vastgelegd, is geen uitbreiding van andere bebouwing dan windturbines toegestaan in een zone van 100 meter binnendijks en 175 meter buitendijks.

Almere en Lelystad krijgen de mogelijkheid .net over de rand. van de primaire waterkering een nieuw waterfront te ontwikkelen. Onder voorwaarden wordt ruimte wordt geboden voor aanleg van nieuwe windturbines langs de strakke dijken en nabij de afsluitdijk. De aanleg van een randmeer bij Wieringen biedt op regionaal niveau mogelijkheden voor recreatie, waterhuishouding en ontgrondingen. Het initiatief daarvoor ligt bij de provincie.

L A N D S D E E L Z U I D

Landsdeel Zuid omvat de provincies Noord-Brabant, Limburg en Zeeland. De belangrijkste opgave voor Zuid-Nederland is om de positie in internationaal verband te versterken, en tegelijk de unieke kwaliteiten van het gebied zelf te waarborgen en te versterken. De scheiding tussen bebouwd en onbebouwd gebied is een kwaliteit die verloren dreigt te gaan. Dit is het gevolg van de hoge verstedelijkingsdruk in Noord-Brabant en Limburg. Daarnaast is er ruimte nodig voor rivieren en beken, het verbreden van duinen en dijken, landschap en natuur.

Bundeling van verstedelijking

Het rijk heeft een aantal gebieden aangewezen om de verstedelijking te bundelen. Het doel is de verhouding tussen gebundelde en verspreide verstedelijking tenminste gelijk te houden. Daarom moet in het landsdeel Zuid tenminste 70 % van de nieuwe werkgelegenheid en tenminste 65 % van de woningbouw een plaats krijgen in de bundelingsgebieden. Deze liggen in Zuid-Nederland in vijf stedelijke netwerken.

Ontwikkeling van stedelijke netwerken
In deze stedelijke netwerken moet een daadkrachtige bestuurlijke samenwerking tot stand worden gebracht tussen gemeenten, provincies en kaderwetgebieden. Een belangrijke opgave van stedelijke netwerken is de ontwikkeling van centra. Centra vergroten de stedelijkheid en bieden naast wonen en werken, een breed scala aan voorzieningen (zorg, kunst, cultuur, sport, recreatie en overige diensten). Het rijk stimuleert centrumvorming bij bestaande of nieuwe vervoersknooppunten; bijvoorbeeld het Nieuwe Sleutelproject in Breda. In Zuid-Nederland zijn twee nationale stedelijke netwerken benoemd:

Brabantstad
Hiertoe behoren in elk geval: .s-Hertogenbosch (zakelijke dienstverlening, handel en cultuurhistorie), Eindhoven (hightech en ICT), Tilburg (industriestad met Technology & Development), Breda (vervoerknooppunt zakelijke dienstverlening) en Helmond (moderne industrie en beroepsonderwijs).

Maastricht-Heerlen
Hiertoe behoren Maastricht (internationaal kennisdienstencentrum), Heerlen (ICT, technologie, techno-care), Sittard en Geleen (chemie en auto-industrie). Dit netwerk is onderdeel van het grensoverschrijdende stedelijk netwerk Maastricht/Heerlen . Hasselt/Genk . Aken . Luik.

Daarnaast zijn er drie regionale stedelijke netwerken benoemd:

Scheldemondsteden
Hiertoe behoren Vlissingen, Goes, Middelburg en Terneuzen. De nadruk ligt op profilering van de zeehavengebieden, stedelijke voorzieningen, toeristisch-recreatieve milieus en het kenniscentrum Hogeschool in Vlissingen.

Brabantse Buitensteden
Hiertoe behoren Bergen op Zoom (toeristisch en cultureel centrum) en Roosendaal (vervoersknooppunt het centrum voor (boven)regionale bedrijvigheid).

Venlo, Roermond, Venray, Weert
Hiertoe behoren Venlo (logistiek knooppunt met een sterke industrie) en Roermond (diensten en watertoerisme). Het netwerk als geheel biedt een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. Er vindt afstemming plaats met afstemming op Krefeld en Mönchen . Gladbach.

Nationale Landschappen
Buiten de bundelingsgebieden ontwikkelt en verbetert het rijk de landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve kwaliteiten van de Nationale Landschappen. Deze zijn op bij de PKB horende kaarten aangegeven. De provincies leggen een gedetailleerde begrenzing in het streekplan vast. De provincies kunnen daarnaast Provinciale Landschappen aanwijzen. Door de Zuidelijke provincies zijn hiervoor genoemd het Groene Woud in Midden Brabant en Midden Limburg (ten oosten van de Maas). De drie Nationale Landschappen zijn:

De Zeeuws-Zuid-Hollandse Delta
Dit gebied is uniek. De (voormalige) eilanden en zeearmen zijn bijzonder waardevol, zowel landschappelijk en cultuurhistorisch als voor natuur en recreatie. De recreatieve druk is de laatste decennia toegenomen. Met name de kuststrook is daarmee onder druk komen te staan. Ook water en met name veiligheid vragen om aanvullende maatregelen.

Het Limburgse Heuvelland
Heuvelland is een uniek, bijna buitenlands deel van het Nederlandse landschap. De plateaus, hellingen en beekdalen vormen tezamen een gaaf landschap. Van oudsher is het een belangrijk toeristisch-recreatief gebied. De recreatieve druk neemt toe. Door onder andere de ontwikkeling van de stedelijke centra en de aanleg van nieuwe infrastructuur en de aanwezigheid van een groeiende luchthaven is de vestigingskwaliteit van het gebied toegenomen, wat de vraag naar nieuwe woon- en werkgebieden heeft vergroot. Daarnaast vragen wateroverlast en erosie om een gerichte aanpak. Ook wordt uitwerking gegeven aan de ontwikkeling van het Drielandenpark.

Natuur
De ruimtelijke samenhang van grote eenheden natuur wordt versterkt door nieuwe robuuste ecologische verbindingen tussen de stroomgebieden van de Beerze en de Dommel, tussen Schinveld, Sittard en Susteren en in de Natte as tussen de Zeeuws . Zuid-Hollandse Delta en het Lauwersmeer in Groningen. Ook de verbinding tussen Mariapeel en Stippelberg wordt verkend.

Landbouw

In en rond de Peel wordt de ruimtelijke kwaliteit versterkt op basis van de Reconstructiewet. De komende jaren wordt de milieudruk verminderd door productievermindering in de intensieve veehouderij en concentratie van intensieve veehouderijbedrijven op specifieke vestigingslocaties. De grondgebonden landbouw krijgt hierdoor meer ruimte. Om het kleinschalig karakter van de zandgebieden te behouden wordt ingezet op verbreding van de bedrijfsvoering. In het rivierengebied worden de ontwikkelingsmogelijkheden van de grondgebonden landbouw gehandhaafd en versterkt, rekening houdend met de noodzaak water meer ruimte te bieden. Het vasthouden van water heeft geen negatief effect op de grondgebonden landbouw. In grote delen van de Zeeuws-Zuid-Hollandse Delta zijn problemen te voorzien voor de aanwezige akkerbouw door de toename van verzilting. Daarom moeten andere teelten en andere vormen van grondgebonden landbouw zoals melkveehouderij worden ondersteund. Belangrijk is dat dit ingepast worden in de bestaande cultuurhistorische elementen en structuren. Projectlokaties voor glastuinbouw zijn voorzien bij de Moerdijkse Hoek, Nieuwdorp en Californië/ Siberië (L).

Water
Ter bescherming van het land tegen overstromingen wordt aan de rivieren meer ruimte gegeven. De daarvoor benodigde ruimtelijke reserveringen worden in de komende jaren vastgelegd in een aparte PKB voor het rivierengebied. De Beleidslijn Ruimte voor de Rivier, die als doel heeft de bestaande ruimte van de rivier te behouden, wordt op enkele onderdelen aangepast. Zo wordt binnen strikte randvoorwaarden beperkt ruimte geboden aan experimenten met aan het water aangepaste bouwvormen. Rijk en provincies hanteren de strategie van functiecombinaties met water om de doelstellingen aangaande veiligheid, wateroverlast en zoetwater-voorziening te realiseren en gelijktijdig de ruimtelijke kwaliteit te verhogen. Voor de internationale stroomgebieden van Rijn, Maas en Schelde worden uiterlijk in 2009 integrale beheersplannen opgesteld (conform de Europese kaderrichtlijn Water). Het rijk zal zorgdragen voor een integrale ruimtelijke inbreng in deze plannen en voor doorwerking van het beleid.

Zeeuwse kust
In het Zeeuwse kustfundament (duinen, zeedijken en zeewaarts begrensd door de .20 NAP lijn) moet voldoende ruimte beschikbaar zijn en blijven voor de versterking van de zeewering. De veiligheid tegen overstromingen moet worden gewaarborgd met behoud van de ruimtelijke identiteit en karakter van het estuarium van de Zeeuws-Zuid-Hollandse Delta. Versterking van het kustvak Cadzand .Breskens heeft prioriteit. Versterking dient te worden gecombineerd met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit met nadruk op natuur, landschap en recreatie.

Infrastructuur
Onderzocht wordt op welke wijze de aansluiting van Brabantstad en Maastricht-Heerlen op het internationale HST-netwerk verbeterd kan worden. Voor het goederenvervoer per spoor wordt maximaal gebruik gemaakt van de Betuweroute en IJzeren Rijn.

L A N D S D E E L O O S T
Landsdeel Oost omvat de provincies Gelderland en Overijssel. Belangrijk ruimtelijk kenmerk is de positie van het landsdeel tussen de Deltametropool enerzijds en Noord- en Zuid-Nederland en het Duitse achterland anderzijds. Gebundelde inzet van de stedelijke en economische dynamiek, transformatie van het bestaand stedelijk gebied en meervoudig ruimtegebruik zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te kunnen vergroten en de ruimtevraag te kunnen accommoderen. Anderzijds zijn er maatregelen nodig om de aantasting van natuur en landschap door intensieve veehouderij, recreatieve bebouwing en versnippering ten gevolge van infrastructuur te stoppen.

Bundeling van verstedelijking
Het rijk heeft een aantal gebieden aangewezen om de verstedelijking te bundelen. Het doel is de verhouding tussen gebundelde en verspreide verstedelijking tenminste gelijk te houden. Daarom moet in het landsdeel Oost tenminste 60% van de nieuwe werkgelegenheid en tenminste 50 % van de woningbouw een plaats krijgen in de bundelingsgebieden. Deze liggen in landsdeel Oost in vijf stedelijke netwerken.

Ontwikkeling van stedelijke netwerken
In de stedelijke netwerken moet een daadkrachtige bestuurlijke samenwerking tot stand worden gebracht tussen gemeenten, provincies en kaderwetgebieden. Een belangrijke opgave van de stedelijke netwerken is de ontwikkeling van centra. Centra vergroten de stedelijkheid en bieden naast wonen en werken, een breed scala aan voorzieningen (zorg, kunst, cultuur, sport, recreatie en overige diensten). Het rijk stimuleert centrumvorming bij bestaande of nieuwe vervoersknooppunten; bijvoorbeeld het Nieuwe Sleutelproject in Arnhem. In Oost- Nederland zijn twee netwerken benoemd als nationaal stedelijk netwerk:

Arnhem-Nijmegen
In dit netwerk vindt internationale afstemming plaats met Emmerik en Kleef. De nadruk ligt op kennisinstellingen met kansen voor de IT sector, gezondheidszorg, attracties, commerciële dienstverlening en internationaal vervoer van goederen en personen.

Twente
Dit netwerk bestaat uit Enschede, Hengelo, Almelo met internationale afstemming op Gronau, Osnabrück en Münster. De nadruk ligt op hightech metaal-electro industrie, industriële diensten, leasure en de kennis- en ICT-sector.

Daarnaast zijn er drie regionale stedelijke netwerken: Stedendriehoek
Dit netwerk bestaat uit Apeldoorn, Deventer, en Zutphen. In dit netwerk ligt de nadruk op dienstverlening en kennisontwikkeling.

Zwolle-Kampen
In dit stedelijk netwerk ligt de nadruk op dienstverlening, onderwijs en gezondheidszorg.

WERV
Dit netwerk bestaat uit Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal. De nadruk ligt op research centra en kennisintensieve bedrijven.

Nationale Landschappen
Buiten de bundelingsgebieden ontwikkelt en verbetert het rijk de landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve kwaliteiten van de Nationale Landschappen. Deze zijn op bij de PKB horende kaarten aangegeven. De provincies leggen een gedetailleerde begrenzing in het streekplan vast. De provincies kunnen daarnaast Provinciale Landschappen aanwijzen. Door de oostelijke provincies zijn genoemd: Vecht Regge, Twente, IJssel Delta, Noordwest-Overijssel, Gelderse Poort, Achterhoek (onder andere Graafschap en
Winterswijk).
In landsdeel Oost zijn er twee Nationale Landschappen aangewezen; Rivierengebied en de Veluwe.

Nationaal Landschap Rivierengebied
Het rivierengebied met het gave landschap van rivieren, uiterwaarden, oeverwallen en kommen vormt een karakteristiek stuk Nederland. Het landschap kenmerkt zich door een grote mate van openheid, met belangrijke cultuurhistorische en archeologische waarden. Het gebied vormt een oase van rust, groen en ruimte tussen de stedelijke netwerken Deltametropool, Brabantstad en Arnhem-Nijmegen. Het oorspronkelijk open landschap staat onder druk door doorsnijdingen van infrastructuur. Daarnaast speelt er een groot aantal vraagstukken op het gebied van water en veiligheid tegen overstromingen. Ook de recreatieve betekenis van het rivierengebied kan verder worden vergroot.

Nationaal Landschap de Veluwe
De Veluwe is toegevoegd aan de zes eerder voorgestelde Nationale Landschappen. Het is een voor West-Europa bijzonder bosgebied van formaat met een grote rijkdom aan landschappen. Het is van grote betekenis voor de natuur, waardevol vanuit cultuurhistorie en het is ook een van de drukst bezochte recreatieve gebieden van Nederland. Het versterken van de kwaliteiten van en de samenhang tussen natuur, landschap en recreatie, het afwegen van de belangen van natuur en recreatie en bijvoorbeeld het militaire gebruik van delen van de Veluwe, vormen de belangrijkste opgaven.

Natuur
De ruimtelijke samenhang tussen grote eenheden natuur wordt versterkt door nieuwe robuuste ecologische verbindingen tussen de Veluwe en Duitsland, de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug, en tussen de Holterberg en het Drents Plateau Ook de verbinding tussen Winterswijk en omgeving Ruurlo wordt verkend.

Landbouw

In grote delen van de zandgebieden in Gelderland en Overijssel wordt de komende jaren de milieudruk verminderd door productievermindering in de intensieve veehouderij en concentratie van intensieve veehouderijbedrijven op specifieke vestigingslocaties. De grondgebonden landbouw krijgt hierdoor meer ruimte. Om het kleinschalig karakter van de zandgebieden te behouden wordt ingezet op verbreding van de bedrijfsvoering. Het vasthouden van water heeft geen negatief effect op de grondgebonden landbouw. In het rivierengebied worden de ontwikkelings-mogelijkheden van de grondgebonden landbouw gehandhaafd en versterkt, rekening houdend met de noodzaak meer ruimte voor water te
bieden.
Projectlokati es voor glastuinbouw zijn voorzien bij IJsselmuiden en Bergeden.

Water
Ter bescherming van het land tegen overstromingen wordt aan de rivieren meer ruimte gegeven. De daarvoor benodigde ruimtelijke reserveringen worden de komende jaren vastgelegd in een aparte PKB voor het rivierengebied. Rijk en provincies hanteren de strategie van functiecombinaties met water om de doelstellingen aangaande veiligheid, wateroverlast en zoetwatervoorziening te realiseren en gelijktijdig de ruimtelijke kwaliteit te verhogen. Voor de internationale stroomgebieden van Rijn en Maas worden uiterlijk in 2009 integrale beheersplannen opgesteld (conform de Europese kaderrichtlijn Water). Het rijk zal zorgdragen voor een integrale ruimtelijke inbreng in deze plannen en voor doorwerking van het beleid. Het Rijnstrangengebied en de Ooypolder zijn in het Kabinetsstandpunt .Anders omgaan met water. genoemd als potentiële retentiegebieden.

Randmeer Noordoostpolder
Voor de aanleg van een nieuw randmeer Noordoostpolder wordt op initiatief van het rijk een haalbaarheidsonderzoek en een maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd. De ruimtelijke reservering voor het nieuwe randmeer is aangegeven op de PKB kaart.

Infrastructuur
Uitgangspunten voor het infrastructuurbeleid zijn benutten en beprijzen en waar nodig bouwen. Er wordt gestreefd naar behoud en verbetering van de bereikbaarheid op de Oost-West en de Noord-Zuid gerichte (inter)nationale hoofdverbindingen. Belangrijk zijn de Betuwelijn en HSL-Oost. Voor de aanleg van de Hanzelijn is ruimte gereserveerd, en ook voor de mogelijke doortrekking van het Twente-Mittelandkanaal en de A18. Onderzocht wordt op welke wijze de aansluiting van Twente op het internationale HST-netwerk verbeterd kan worden. Voor het goederenvervoer per spoor wordt maximaal gebruik gemaakt van de
Betuweroute.

Voor meer informatie:
Ministerie Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Persvoorlichting wonen/ruimte of milieu
Naam voorlichter Jeroen Hommels
Telefoonnummer 070 339 19 94

28 nov 01 16:43

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie