Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Borst over video Bin Laden en veiligheidsmacht Afghanistan

Datum nieuwsfeit: 14-12-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Algemene Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Algemene Zaken


1red10329
14-12-2001, NOS, Gesprek met MP, Nederland 3, 22.55 uur

VICE-MINISTER-PRESIDENT BORST, NA AFLOOP VAN DE WEKELIJKSE

MINISTERRAAD, OVER DE VIDEO VAN BIN LADEN EN DE
VEILIGHEIDSMACHT VOOR AFGHANISTAN

BRANDSMA:
Hebt u tijd gehad om die Eurokit op te halen?

BORST:
Nee, die heb ik niet opgehaald. Dat ga ik volgende week denk ik een keertje doen. Ik heb gehoord dat er hele lange rijen stonden, daar had ik ook al niet zo'n zin in.

BRANDSMA:
U hebt er niet eentje gehad van collega Zalm?

BORST:
Nee, zo gaat dat niet. Wij worden als normale mensen behandeld: zelf in de rij staan.

VIDEO BIN LADEN

BRANDSMA:
Ik wil het met u even hebben over die video van Bin Laden die gisteravond opeens te zien was. Bin Laden beweert op die video dat na de aanslagen in Nederland de belangstelling voor de Islam enorm gestegen is. Wat vond u daarvan?

BORST:
De belangstelling voor de Islam is inderdaad wel gestegen, in die zin dat ik bijvoorbeeld mijzelf nog eens wat literatuur heb aangeschaft om iets meer te weten van de Islam dan ik wist. De Koran die had ik al in de kast staan. Maar hij wekt de indruk dat wij zo'n beetje tot de Islam bekeerd geraken na 11 september. Dat is natuurlijk een hele vuige propagandistische bewering. Daar klopt natuurlijk niks van.

BRANDSMA:
Hoe zou hij daarbij komen?

BORST:
Hij heeft denk ik hier en daar wat opgepikt. Ik denk dat het een man is die hier en daar wat hoort en dan alles in propaganda omzet. Hij heeft misschien iets gehoord van Ede, van die jongeren die dan zouden hebben gejuicht. U kent dat verhaal: dat bleek ook allemaal anders te zitten. Dat is nogal in het nieuws geweest, ook internationaal. Hij heeft misschien van iemand gehoord dat de boeken over de Islam en de Korans in Nederland de winkel uit vlogen.

BRANDSMA:
Maar dat was niet alleen in Nederland?

BORST:
Dat was niet alleen in Nederland. Verder is Nederland natuurlijk ook een bekend land in de moslimwereld, omdat wij ­ en daar ben ik trots op ­ een land zijn waarin moslims



zichzelf kunnen zijn, hun geloof kunnen belijden, moskeeën kunnen bouwen. We zijn dus, denk ik, wel bekend in die kringen.

BRANDSMA:
Maar het is niet leuk dat Bin Laden juist Nederland noemt?

BORST:
Die Bin Laden daar willen we het liefst helemaal niets mee te maken hebben. Dat hij van alles vindt van Nederland dat totaal ongefundeerd is, dat is natuurlijk inderdaad vervelend.

BRANDSMA:
Er is nu een discussie gaande over de bewijskracht van die video. Met name in het Midden-Oosten wordt getwijfeld aan de bewijskracht die deze video zou opleveren. Wat vond u?

BORST:
Ik denk dat dit wel een echte video is, maar ik heb helemaal geen mogelijkheden om dat zelf te bewijzen. Daar wordt onderzoek naar gedaan. Ik vind dat op zichzelf een bevestiging van hoe goed we gewerkt hebben de afgelopen maanden door te kiezen vóór die strijd tegen het terrorisme en op zoek te gaan naar Bin Laden, want als deze video geen fake is, geen vervalsing, dan is het een heel helder bewijs dat hij er achter zit.

BRANDSMA:
Dat vindt u wel: datgene wat hij zegt bewijst echt dat hij er achter zit?

BORST:
Ja, daar ben ik echt van overtuigd. Nogmaals: als het geen vervalsing is.

VEILIGHEIDSMACHT AFGHANISTAN

BRANDSMA:
Die Taliban is bijna verslagen. 22 december treedt een interim-regering aan in Kabul. Dan zou er ook een internationale veiligheidsmacht moeten zijn. Met name in Kabul om die interim-regering te beschermen. Volgende week moet u een besluit nemen over of Nederland mee gaat doen aan die veiligheidsmacht. Wat vindt u? Moet Nederland meedoen?

BORST:
Ik vind dat wij mee moeten doen, bij voorkeur in een Europees verband. Ik vind het eigenlijk heel goed als ook de EU zich daar als zodanig zou manifesteren in die veiligheidsmacht. Het is een mooie gelegenheid om te laten zien dat we ook op dat gebied ­ buitenlands beleid, veiligheidsbeleid ­ ook een eenheid aan het worden zijn. Dat gaat natuurlijk nog langzaam, maar goed. Ik vind ook dat Nederlandse troepen daar aan deel moeten kunnen nemen, als er een helder mandaat is. Eigenlijk hebben wij als kabinet de Kamer deze week al geïnformeerd dat dit in principe ons voornemen is. Als we dat besluit begin volgende week definitief nemen, dan zullen we de Kamer natuurlijk ook meteen informeren. Dan kan er voor de kerstdagen ook nog een debat zijn in de Kamer.



BRANDSMA:
U zegt het vrij stellig: Nederland zou mee moeten doen. Wat zou Nederland kúnnen doen?

BORST:
Er is op dit ogenblik concreet aan ons gevraagd door Duitsland of wij samen met hen een eenheid van de Landmacht willen vormen, waarbij Nederland ongeveer een compagnie zou bijdragen, 250 à 300 man. Dat zou prima kunnen, omdat wij natuurlijk al een Duits-Nederlandse samenwerking hebben in militaire zin. Samen oefenen enzovoorts, dus wij zijn goed op elkaar ingespeeld en dat is belangrijk als je in zo'n ver vreemd land aan de gang gaat.

BRANDSMA:
Nu wordt Nederland wel verweten in de strijd tegen het terrorisme veel aan te bieden, graag mee te willen doen, maar eigenlijk weinig risico's te willen lopen. Geldt dat wat u betreft ook voor deelname aan deze veiligheidsmacht?

BORST:
Ik vind dat verwijt niet helemaal terecht, omdat het natuurlijk de Amerikanen waren die zelf wilden vechten, die dat ook zelf gedaan hebben en die aan andere landen allerlei ondersteunende taken vroegen. Dat hebben wij gedaan. Als wij die troepen ook naar die vredesmacht uitzenden, dan is dat militaire risico zeker aanvaardbaar, maar we moeten ons wel realiseren dat het niet helemaal zonder risico is. Je komt daar natuurlijk in een land waar toch nog allerlei onrust is en waar nog gewapende mensen rondlopen, dus je kunt niet garanderen dat niet enkele Nederlandse militairen een risico zullen lopen.

BRANDSMA:
Volgende week moet u dat besluit nemen, eerst het kabinet, dan de Tweede Kamer. Hoe moeilijk is het om zo'n besluit te nemen, voor een politicus?

BORST:
Alle besluiten over uitzendingen van militairen zijn besluiten waar we veel tijd aan besteden, waar we ook mee worstelen, want het is wel erg makkelijk om vanachter onze mooie vergadertafel te zeggen: onze jongens en meisjes gaan daar naar toe. Maar zij lopen het risico, dus je moet steeds afwegen: het belang van de zaak tegen het risico waaraan je je eigen militairen, Nederlanders, blootstelt. Maar ik vind dat als je A gezegd hebt, je ook B moet zeggen. Dit is nu een heel belangrijk moment voor Afghanistan. Die strijd tegen de Taliban heeft nu opgeleverd dat er een situatie is waarin er weer een nieuwe vreedzame regering zou kunnen komen. Dat is een moeilijk proces en we moeten ze helpen om inderdaad in Kabul het zo veilig te laten zijn dat die nieuwe regering zich aan zijn taak kan wijden.

BRANDSMA:
Als je meedoet aan de strijd tegen het terrorisme, dan moet je ook meedoen aan de veiligheidsmacht?

BORST:
Ja, dat heeft consequenties.
(Letterlijke tekst, ongecorrigeerd, LV)



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie