Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Waarschuwing voor aandelenleaseproducten

Datum nieuwsfeit: 14-12-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Stichting Toezicht Effectenverkeer
Zoek soortgelijke berichten
Stichting Toezicht Effectenverkeer


Pers- en Nieuwsberichten

14 december 2001

Waarschuwing tegen aandelenleaseproducten

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) waarschuwt beleggers tegen het gebruik van aandelenleaseproducten. Aandelenleaseproducten zijn samengestelde producten waarbij aandelen gefinancierd worden met een geldlening. De STE heeft onderzoek uitgevoerd naar deze producten. Daarbij is in het bijzonder gekeken naar de reclame-uitingen van aanbieders van aandelenleaseproducten.

Uit het onderzoek is gebleken dat het beleggen met geleend geld veelal geen rendement of zelfs een negatief rendement oplevert. Dat komt doordat de opbrengst van het leaseproduct vaak niet opweegt tegen de kosten die gepaard gaan met dit product (de over de lening te betalen rente en de administratiekosten). Indien uitgegaan wordt van een historisch rendement van 8 % per jaar dan is de kans veelal 90 % dat er geen winst wordt behaald met de door de STE onderzochte producten.

De STE constateert dat reclame-uitingen van aandelenleaseproducten vaak onvoldoende duidelijk maken dat consumenten met deze producten beleggen met geleend geld. De STE heeft er bij de aanbieders van de producten op aangedrongen deze reclame-uitingen aan te passen.

In de Herziene Nadere Regeling 1999 van de STE, die vanaf 1 januari 2002 van kracht wordt, zijn de reclameregels voor aanbieders van financiële producten aangescherpt. Voor producten waarbij met geleend geld wordt belegd geldt dat in advertenties over die producten dit aspect nadrukkelijk moet worden vermeldt. Daarbij moeten beleggers erop worden gewezen dat ze het risico lopen hun inleg te verliezen of zelfs schulden te kunnen overhouden.

Het beleggen via aandelenleaseproducten heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Deze vorm van beleggen geldt op dit moment als een van de meest populaire vormen van beleggen in ons land. Het product heeft een omvang van circa f 8 miljard gulden.

Voor meer informatie:
Stichting Toezicht Effectenverkeer, persvoorlichting Berber Kroon / Werner van Bastelaar telefoon 020 - 55 35 541 Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

25 oktober 2001

joint work between THE cesr and the ecb on securities clearing and settlement systems

The Governing Council of the European Central Bank (ECB) and the Committee of European Securities Regulators (CESR) agreed to conduct joint work on issues of common interest in the field of securities clearing and settlement systems.

A framework for co-operation in the field of securities clearing and settlement systems was approved by the Governing Council of the ECB and the CESR. It sets out a procedure to conduct this joint work.

A Working Group, composed of representatives of the ECB and the 15 EU national central banks and representatives of the CESR, will start its work in the near future. Mr. Jean-Michel Godeffroy, Director General of the ECB, and Prof. Eddy Wymeersch, Chairman of the Belgian Commission Bancaire et Financière, will co-chair the Group.

This process will lead to the establishment of standards and/or recommendations for securities settlement systems and for central counterparties at the European level.

Common standards will contribute to creating a level playing-field for the providers of securities clearing and settlement services and to overcoming the significant heterogeneity within the legislative frameworks of European countries.

The fruitful experience of the Joint Task Force of the Committee on Payment and Settlement Systems (CPSS) of the G10 central banks and the International Organization of Securities Commissions (IOSCO) encourages co-operation at the European level between central banks and securities regulators in this field. The CPSS-IOSCO recommendations represent a valid starting-point for assessing the need to adopt more stringent recommendations at the EU level.

For further information, please contact:
Fabrice Demarigny
Secretary General of the CESR
17 place de la Bourse
75082 PARIS CEDEX 02
FRANCE
Tel. +33 1 53 45 63 61
Fax +33 1 53 45 63 60
E-mail: (fdemarigny@europefesco.org)

Daniela Russo
European Central Bank
Kaiserstrasse 29
60311 Frankfurt am Main
GERMANY
Tel. +49 69 1344 7421
Fax. +49 69 1344 7488
E-mail: (daniela.russo@ecb.int)

---

22 oktober 2001

Convenant STE en DNB over coördinatie toezicht.

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en de Nederlandsche Bank (DNB) hebben een convenant gesloten om effectiever toezicht te houden op financiële instellingen. De STE en DNB hebben in het convenant, dat vandaag om 16.00 uur wordt ondertekend, afspraken gemaakt op het gebied van informatie-uitwisseling en coördinatie van het toezicht. Deze afspraken voorzien er onder meer in dat de toezichthouders waar mogelijk gezamenlijk onderzoek verrichten bij financiële instellingen. Ook is afgesproken dat bij niet gezamenlijke onderzoeken de toezichthouders relevante informatie zullen uitwisselen.

De wetten op grond waarvan de STE en DNB het toezicht uitoefenen leiden in de praktijk tot een situatie waarbij instellingen met beide toezichthouders te maken krijgen. De STE en DNB zijn er zich van bewust dat in veel gevallen het werkterrein van deze wetten zich uitstrekken tot dezelfde of aan elkaar gelieerde instellingen.

De afspraken in het convenant moeten de effectiviteit van het toezicht bevorderen en er ook voor zorgen dat een overlap van toezichtinspanningen zo veel mogelijk wordt voorkomen, waardoor de belasting voor de onder toezicht staande instelling wordt beperkt.

Het convenant zal jaarlijks worden geëvalueerd. De integrale tekst kunt u hier downloaden.

Persvoorlichting STE
Werner van Bastelaar 020 - 55 35 541
Persvoorlichting DNB
Benno van de Zaag
Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

19 oktober 2001

STE waarschuwt beleggers tegen NewWorld Investments BV

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) waarschuwt beleggers niet in te gaan op aanbiedingen van effecten door NewWorld Investments BV uit Middelburg. In het belang van de bescherming van de beleggers doet de STE een openbare waarschuwing uitgaan.

NewWorld Investments BV biedt in Nederland via een brochure en via de website www.newworld-investments.com effecten aan in de vorm van schuldbrieven zonder daarbij een prospectus beschikbaar te stellen. Op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 is het verboden om zonder prospectus buiten besloten kring effecten aan te bieden. NewWorld Investments BV is niet vrijgesteld van dit verbod. De STE heeft van dit verbod ook geen ontheffing verleend.

De brochure is uitgegeven onder de naam "Groei naar vermogen!". Deze brochure wekt de indruk dat het om een prospectus gaat. De brochure voldoet echter niet aan de wettelijk gestelde eisen voor een prospectus. Ook wordt er in de brochure geen verwijzing gemaakt naar een prospectus.

Een prospectus geeft de belegger informatie over onder meer de financiële positie en de vooruitzichten van de onderneming. Ook beschrijft een prospectus welke rechten en verplichtingen aan effecten zijn verbonden. Verder moet een prospectus een mededeling bevatten van een (externe) accountant waarin staat dat het voldoet aan de wettelijke vereisten uit de Wte 1995.

NewWorld Investments BV biedt in haar brochure en via de website particulieren en rechtspersonen de mogelijkheid te beleggen in schuldbrieven onder de naam Result en Result Plus. De belegging zou zijn gekoppeld aan onroerend goed in Costa Rica, geeft een vast rendement van 10% per jaar en kent een looptijd van tien jaar. Het beleggend publiek wordt dringend geadviseerd niet op deze aanbiedingen in te gaan.

Persvoorlichting
Werner van Bastelaar 020 - 55 35 541
Berber Kroon 020 - 55 35 554
Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

18 oktober 2001

Final Consultation by CESR on the harmonization of conduct of business rules

The Committee of European Securities Regulators (CESR) has issued the following documents for a second round of public consultation:
* the revised proposal for harmonisation of conduct of business rules (ref. CESR/01-015);

* the revised paper on the categorisation of investors (ref. CESR/01-014).

The original proposal for the harmonisation of conduct of business rules (ref. FESCO/00-124b) has been amended following the previous consultation conducted by the Forum of European Securities Commissions (Fesco). An inventory of all comments received was made publicly available on the Fesco web-site (ref. FESCO/01-109). The process of revision of the initial proposal has been described in a cover-note and an explanation of major changes and reasons for change has been given in an annex.

The following are the major changes introduced in the revised European investor protection regime:

* The categorisation of investors has been amended to upgrade the large companies and other institutional investors to the category of professional investors.


* Two different regimes apply to the investment firm-client relationship for investor protection, depending on whether the customer is classed as retail or professional.


* The "retail regime" now includes the areas of cold calling, grey markets and advice.


* Furthermore, CESR proposes to identify a regime to apply to "counterparty relationships".

CESR will consult publicly, both at national and EU level. Each member will organise national consultation and CESR will arrange open sessions with industry and investors associations. The consultative documents are available on CESR's web-site (www.europefesco.org) with the invitation to submit contributions directly to CESR.

In view of the EUs timetable for the Investment Services Directive, CESR would value receiving comments preferably by 15 November 2001, or at the latest by the end November.

For further information, please contact:
Fabrice DEMARIGNY, Secretary General :
Tel : + 33 1 53 45 63 61
Fax : + 33 1 53 45 63 60
E-Mail : (fdemarigny@europfesco.org)
Home Page : www.europefesco.org

---

12 september 2001

Docters van Leeuwen voorzitter comité Europese effectentoezichthouders

De bestuursvoorzitter van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), mr. A.W.H. Docters van Leeuwen, is gekozen tot voorzitter van het Committee of European Securities Regulators (CESR, comité van Europese effectentoezichthouders). De verkiezing van de heer Docters van Leeuwen vond gisteren plaats in Parijs tijdens de eerste vergadering van het comité. Het voorzitterschap geldt voor een periode van twee jaar. De heer Docters van Leeuwen volgt de heer Georg Wittich op, voorzitter van de Duitse effectentoezichthouder. CESR vervangt het forum van Europese effectentoezichthouders (FESCO, Forum of European Securities Commissions). Leden van de CESR zijn de voorzitters van de nationale effectentoezichthouders van 17 Europese landen (de landen van de Europese Unie, plus Noorwegen en IJsland)

De oprichting van het Committee of European Securities Regulators komt voort uit de aanbevelingen die door de Commissie Lamfalussy zijn gedaan over de hervorming van het effectentoezicht in Europa. De Commissie Lamfalussy stelt de oprichting voor van twee comités op het gebied van het effectentypisch toezicht nl. het European Securities Committee (een comité op het niveau van hoge ambtenaren van elke EU-lidstaat) en het Committee of European Securities Regulators. Tijdens de Europese Top van maart 2001 in Stockholm zijn de voorstellen van oprichting van de comités aanvaard. In juni 2001 heeft de Europese Commissie de besluiten tot oprichting van beide comités gepubliceerd.

Voor meer informatie:
Persvoorlichting
Werner van Bastelaar 020 55 35 541
Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

4 september 2001

STE start met toezicht op openbare biedingen

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) houdt vanaf 5 september 2001 toezicht op openbare biedingen in Nederland. Vanaf deze datum zijn de oude gedragsregels inzake openbare biedingen van de Sociaal-Economische Raad (SER) `één-op-één' (dus zonder noemenswaardige wijzigingen) overgeheveld naar de Wet Toezicht Effectenverkeer 1995. In 2002 zal deze nieuwe wet- en regelgeving voor openbare biedingen worden geëvalueerd aan de hand van ervaringen van de STE.

Voor de uitoefening van de nieuwe toezichtstaak heeft de STE een nieuwe afdeling openbare biedingen in het leven geroepen. Tevens heeft de STE de Commissie Openbare Biedingen ingesteld. In deze Commissie hebben naast het bestuur van de STE negen externe deskundigen zitting. Zij adviseren het bestuur van de STE op het gebied van beleidsmatige en strategische aspecten van het toezicht op openbare biedingen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de Commissie bij actuele overnamebiedingen voor advies zal worden ingeschakeld. De externe commissieleden zijn:

Prof. mr. M.W. den Boogert
Dr. F.J.G.M. Cremers
Prof. mr. S.E. Eisma
J. den Hoed RA
Prof. mr. P.C. van den Hoek
Drs. A.G. Jacobs
Prof. mr. M.J.G.C. Raaijmakers
Prof. mr. G. van Solinge
Drs. J.B.M. Streppel

Bij openbare biedingen is er sprake van een tot het publiek gericht bod door een persoon of instelling op alle effecten (meestal aandelen) van een onderneming. Hierbij geldt voor zowel de bieder als voor de onderneming op wie geboden wordt (de doelvennootschap) een aantal gedragsregels ter bescherming van de aandeelhouders tot wie het bod wordt gericht. Zo moet de bieder bijvoorbeeld een biedingsbericht beschikbaar stellen waarin hij uitgebreide informatie geeft over het hoe en waarom van het openbaar bod, en de aandeelhouders vervolgens voldoende tijd geven om op basis van dit biedingsbericht een goede afweging te kunnen maken. De doelvennootschap heeft de verplichting om een aandeelhoudersvergadering te beleggen waarin het bestuur zijn standpunt met betrekking tot het bod gemotiveerd aangeeft.

Het toezicht op openbare biedingen berustte voorheen bij de SER (zelfregulering), waarbij de beurs (Euronext) een rol speelde bij het beoordelen van biedingsberichten. Door de verharding en internationalisering van openbare biedingen werd het wenselijk geacht het toezicht over te hevelen naar de STE, omdat de STE meer mogelijkheden tot controle en sancties heeft (waaronder het opvragen van informatie, het geven van aanwijzingen en het opleggen van boetes en dwangsommen) en de bevoegdheid heeft om op te treden tegen buitenlandse partijen.

Indien de bieder ten behoeve van zijn bod nieuwe aandelen uitgeeft, zal Euronext de toezichthouder blijven voor een eventueel beursprospectus. Omdat de beoordeling van het beursprospectus door Euronext en de beoordeling van het biedingsbericht door de STE afzonderlijke taken zijn die in de praktijk goed op elkaar afgestemd moeten zijn, hebben de STE en Euronext een gezamenlijk convenant opgesteld waarin de noodzakelijke informatie-uitwisseling wordt geregeld. De SER zal een belangrijke rol blijven vervullen bij de bescherming van belangen van werknemers bij openbare biedingen die in Nederland plaatsvinden.

Voor meer informatie:

Persvoorlichting
Werner van Bastelaar 020 55 35 541
Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

2 augustus 2001

De Nederlandsche Bank (DNB) en de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) treden gezamenlijk op tegen Plentiumproduct

De STE waarschuwt beleggers niet in te gaan op aanbiedingen van effecten door de firma Plentium Trust NV (Plentium), gevestigd in Antwerpen.

DNB brengt onder de aandacht van het publiek dat Plentium de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992) overtreedt. Tussenpersonen die hebben bemiddeld in dit product hebben de Wtk 1992 eveneens overtreden.

Plentium trekt gelden aan van het Nederlandse publiek door het aangaan van obligatieleningen waarbij tevens een aandeel in Plentium kan worden verkregen. Voor dit product is echter geen prospectus algemeen verkrijgbaar gesteld door Plentium. Beleggers worden geïnteresseerd om de overwaarde van hun huis te investeren door middel van het product van Plentium. Het te investeren geld moet worden overgemaakt naar een Bank in Florida. Daarbij wordt een rendement gegarandeerd van 5,9% per jaar. Tevens verwacht Plentium een interim dividend uit te kunnen keren van 2% per maand.

Plentium overtreedt bij de aanbieding van het Plentiumproduct zowel de Wte 1995 als de Wtk 1992.

De STE adviseert het beleggend publiek niet op de aanbiedingen van Plentium in te gaan.

In verband met de hiervoor aangehaalde overtredingen hebben de STE en DNB lasten onder dwangsom opgelegd aan Plentium. De genoemde lasten onder dwangsom zijn op 2 augustus 2001 gepubliceerd door middel van advertenties in een aantal landelijke dagbladen.

Persvoorlichting
Namens de STE: Berber Kroon 020 55 35 54.
Namens DNB: Benno van der Zaag 020 524 29 00
Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

16 juli 2001

De Stichting Toezicht Effectenverkeer gaat hard optreden tegen cliëntenremisiers die zich niet houden aan de voor hen geldende wettelijke bepalingen en regelingen zoals vastgelegd in de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) en de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 (NR '99) van de STE.

Cliëntenremisiers zijn vrijgestelde effecteninstellingen die uitsluitend cliënten mogen aanbrengen bij onder toezicht staande effecteninstellingen of beleggingsfondsen. De
cliëntenremisiers/tussenpersonen mogen bijvoorbeeld geen effectenorders van deze cliënten doorgeven of gelden van cliënten onder zich houden. In de praktijk blijkt dat cliëntenremisiers zich niet altijd aan deze regels houden. Handhaving van genoemde regelgeving heeft thans hoge prioriteit bij de STE. Bij overtreding van regels heeft de STE de mogelijkheid de registratie van een cliëntenremisier door te halen of te weigeren of een boete of dwangsom op te leggen

Cliëntenremisiers zijn veelal (assurantie-) tussenpersonen die tegen vergoeding cliënten werven voor een onder toezicht staande effecteninstelling. Een cliëntenremisiers mag geen andere effectendiensten aanbieden, zoals het adviseren bij een effectentransactie waarvoor hij een transactie-gerelateerde fee ontvangt. Op het moment dat een cliëntenremisier wel andere effectendiensten aanbiedt aan cliënten is hij vergunningplichtig, en dus in overtreding van de Wte 1995.

Cliëntenremisiers zijn vrijgesteld van de vergunningplicht, omdat het aanbrengen van cliënten slechts een eenvoudige effectendienst is. Zij worden echter wel geregistreerd door de STE.

De STE gaat meer nadrukkelijk kijken naar de reclame-uitingen van cliëntenremisiers. Hierin moet duidelijk worden vermeld dat de door de cliëntenremisiers aangeprezen producten worden aangeboden en verkocht door een met naam genoemde onder toezicht staande effecteninstelling. Ook moet duidelijk zijn dat de cliëntenremisier de klant slechts in contact brengt met de aanbieder van het product.

De STE benadrukt verder dat effecteninstellingen die via cliëntenremisiers cliënten krijgen aangebracht, zelf de verantwoordelijkheid dragen voor het naleven van alle regels van de NR '99, zoals het opstellen van een cliëntenprofiel.

De STE evalueert momenteel de regels met betrekking tot cliëntenremisiers. Mogelijk wordt in de toekomst de regels aangescherpt.

---

5 juli 2001

Aanbieding rapport Op weg naar de Financiële Bijsluiter

De Raad van Financiële Toezichthouders (RFT) heeft donderdag 5 juli het rapport `Op weg naar de Financiële Bijsluiter' aangeboden aan Minister Zalm van Financiën. De Financiële Bijsluiter, die door de RFT op verzoek van minister Zalm is ontwikkeld, heeft als doel consumenten een adequate afweging te laten maken bij de aanschaf van complexe financiële producten.

De RFT is steeds meer overtuigd geraakt van nut en noodzaak van de Financiële Bijsluiter. Het onderzoek dat de Raad door het NIPO heeft laten verrichten, maakt duidelijk dat in het proces van keuzevorming over financiële producten belangrijke verbeteringen kunnen worden aangebracht.

De Raad is de representatieve organisaties van financiële instellingen en een aantal andere betrokken organisaties, waaronder de Consumentenbond, erkentelijk voor de constructieve medewerking bij de voorbereidende werkzaamheden. In de komende periode worden de concept-regels Financiële Bijsluiter nog voor consultatie voorgelegd. In het najaar 2001 zal de Raad de Minister nader informeren over de risico-indicator, die onderdeel moet uitmaken van de Financiële Bijsluiter en over een te voeren voorlichtingscampagne.

De RFT adviseert de minister om de Financiële Bijsluiter vanaf 1 januari 2002 in te voeren en deze per 1 juli 2002 verplicht te stellen.

De RFT, bestaande uit de Pensioen- en Verzekeringskamer, de Nederlandsche Bank en de Stichting Toezicht Effectenverkeer, is met ingang van 1 augustus 1999 operationeel. De Raad beoogt het beleid en de regelgeving op niet-sectorspecifieke terreinen van het financiële toezicht intensiever te coördineren. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks in de volgorde PVK, DNB, STE en is momenteel in handen van prof.dr. A. Schilder RA.

Voor vragen en nadere informatie:
Benno van der Zaag, woordvoerder namens de RFT. Telefoon: 020 524 2900.

---

5 juli 2001

STE waarschuwt beleggers tegen World Investment & Trading Group Inc.

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) waarschuwt beleggers niet in te gaan op aanbiedingen van effecten door de firma World Investment&Trading Group Inc.

Bij de STE is bekend geworden dat World Investment&Trading Group Inc., gevestigd te Nassau (Bahamas), in Nederland effecten aanbiedt in de vorm van rechten van deelneming in beleggingsfondsen, zonder daarvoor een prospectus beschikbaar te stellen. Op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 is het verboden om zonder prospectus buiten besloten kring effecten aan te bieden. World Investment&Trading Group Inc. is niet vrijgesteld van dit verbod. De STE heeft van dit verbod ook geen ontheffing verleend.

De firma heeft een brochure uitgegeven onder de naam "De Balans tussen Risico en Rendement", maar deze brochure kwalificeert niet als prospectus. Een prospectus geeft de belegger informatie over onder meer de financiële positie en de vooruitzichten van de onderneming. Ook beschrijft een prospectus welke rechten en verplichtingen aan effecten zijn verbonden. Verder moet een prospectus een mededeling bevatten van een (externe) accountant waarin staat dat het voldoet aan de wettelijke vereisten uit de Wte 1995.

World Investment&Trading Group Inc. biedt in haar brochure particulieren en rechtspersonen de mogelijkheid te beleggen in eigen beleggingsfondsen: het 40 Parts Fund, het Dow Fund, het Valuta fund, het Stock Index Funds en het Euro-American Hedge Funds. Het beleggend publiek wordt dringend geadviseerd niet op deze aanbiedingen in te gaan.

De STE is belast met het toezicht op het effectenverkeer in Nederland. De STE oefent op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 toezicht uit op effecteninstellingen en aanbieders van effecten. In de wet is vastgelegd waar effecteninstellingen en aanbieders van effecten aan moeten voldoen. De STE heeft daarbij tot doel de belegger te beschermen tegen kapitaalvragers, tegenintermediairs en tegen andere beleggers. Daarnaast is het de taak van de STE om toe te zien op een eerlijke, transparante en efficiënte marktwerking.

In de Wet toezicht effectenverkeer 1995 is onder artikel 3 lid 1 en lid 2 de volgende bepaling opgenomen: het is verboden in of vanuit Nederland buiten een besloten kring bij uitgifte effecten aan te bieden dan wel zodanige aanbieding door middel van advertenties of documenten in het vooruitzicht te stellen. Dit verbod is niet van toepassing indien ter zake van een aanbod een prospectus algemeen verkrijgbaar is dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

De STE adviseert beleggers die willen ingaan op aanbiedingen van effecten die niet aan de Nederlandse effectenbeurs Euronext Amsterdam zijn genoteerd, vóóraf bij de STE te informeren of de desbetreffende onderneming bekend is bij de STE. Beleggers kunnen daartoe contact opnemen met de STE Toezichtslijn (0900-540 0540).

Persvoorlichting

Werner van Bastelaar (020) 553 55 41

Berber Kroon (020) 553 55 7

Afdeling Voorlichting en Communicatie
Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

27 juni 2001

Internationale internet surfdag effectentoezichthouders

IOSCO, de internationale organisatie van effectentoezichthouders, heeft op 23 april jongstleden de tweede jaarlijkse internet surfdag georganiseerd. Door medewerkers van 41 effectentoezichthouders zijn in 34 landen ongeveer 27.000 websites bekeken. Er is onder andere gekeken naar misleidende reclame op het gebied van effectendiensten en het aanbieden van effectendiensten zonder vergunning. De internet surfdag is erop gericht om bescherming van beleggers en vertrouwen in de markt te bevorderen door misbruik van het internet op effectengebied tegen te gaan.

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) heeft, net als vorig jaar, deelgenomen aan de internationale internet surfdag van IOSCO. In totaal werden door 5 medewerkers 2016 websites bekeken, waarvan 60 websites aanleiding geven tot nader onderzoek. Het onderzoek naar het aanbieden van effectendiensten via het internet maakt deel uit van de reguliere toezichtstaken van de STE.

Stichting Toezicht Effectenverkeer
Persvoorlichting: Werner van Bastelaar 020-55 35 541, Berber Kroon 020-55 35 573

Voor meer informatie over de IOSCO International Internet Surf Day kunt u contact opnemen met Peter Clark, IOSCO Secretary General, Madrid: 00-34 6 50 37 88 98

Hieronder volgt het originele persbericht van IOSCO.

IOSCO TECHNICAL COMMITTEE
SECOND INTERNATIONAL INTERNET SURF DAY

The Chairman of the Technical Committee of the International Organisation of Securities Commissions (IOSCO), David Brown, announced today that IOSCO members conducted their second annual International Internet Surf Day aimed at increasing investor protection and market confidence. An expanded number of regulators from IOSCOs membership participated in this second annual Surf Day.

The surf coordinated the efforts of 41 securities and futures regulators from 34 countries around the world. Regulators concentrated on fraudulent solicitation of investors, manipulation, the circulation of false or misleading information and insider trading.

During the Surf Day, approximately 300 individuals from the 41 participating authorities visited more than 27,000 websites, totalling approximately 1,200 hours of global participation. Of these sites, more than 2,400 were identified for follow-up review on the basis of possible fraud, market abuse and unauthorised financial activities, including approximately 300 sites that involved cross-border activity. That review is now under way and could result in further investigation and possible enforcement action.

Commenting on the second annual International Internet Surf Day, David Brown said: " IOSCO is continuing its co-operative enforcement efforts to combat the use of the Internet as a means to defraud potentially millions of people. Last year, the IOSCO International Surf Day proved to be a creative and effective technique for jointly monitoring and detecting illegal activity on the Internet. This year, the number of regulators participating in the Surf Day increased significantly, demonstrating the international regulatory communitys commitment to work together to address the challenges posed by the Internet."

For further information about IOSCO International Internet Surf Day, contact Peter Clark, IOSCO Secretary General, in Madrid, at +34 6 50 37 88 98

---

14 juni 2001

STE waarschuwt beleggers voor effectenbemiddelaars Graves, Stanley & Peabody en Liberty Capital International Limited

Effectenbemiddelaars zonder vergunning benaderen beleggers ongevraagd en agressief met effectendiensten

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) waarschuwt beleggers tegen aanbiedingen van effectendiensten van de volgende twee effecteninstellingen:

* Graves, Stanley & Peabody Limited (GSP) gevestigd op de Bahamas
* Liberty Capital International Limited (LIBERTY) gevestigd op Antigua.

Bij de STE is bekend geworden dat genoemde instellingen effectendiensten aanbieden in Nederland zonder dat zij daar de wettelijk verplichte vergunning van de STE voor hebben. Tevens benaderen zowel GSP als LIBERTY beleggers ongevraagd en agressief per telefoon om effectendiensten aan te bieden (zogenaamd "cold calling"). GSP en LIBERTY overtreden daarmee de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995).

De STE heeft van beleggers meerdere klachten en meldingen over GSP en LIBERTY gekregen. Beleggers zijn naar de mening van de STE meermalen en agressief benaderd met het verzoek om via genoemde instellingen te beleggen. Ook de Belgische effectentoezichthouder, de `Commissie voor het Bank- en Financiewezen', heeft het publiek gewaarschuwd voor Liberty wegens het aanbieden van financiële diensten zonder de daartoe vereiste vergunningen.

Liberty heeft niet gereageerd hebben op schriftelijke waarschuwingen van de STE. De reactie van GSP is voor de STE evenmin aanleiding om van een publieke waarschuwing af te zien.

De STE ontraadt het beleggend publiek - gelet op de geconstateerde overtredingen - met deze partijen in zee te gaan. De STE raadt beleggers aan om, alvorens gebruik te maken van de diensten van effecteninstellingen en aanbieders van effecten, bij de STE te informeren of een instelling een vergunning heeft om effectendiensten in Nederland aan te mogen bieden, of onder een vrijstelling valt. Het telefoonnummer van de Toezichtslijn van de STE is : 0900 540 0540. Het register met vergunninghouders (Wte-register) is ook te raadplegen op deze website.
De STE oefent op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 toezicht uit op effecteninstellingen en aanbieders van effecten. In de wet is vastgelegd waar effecteninstellingen en aanbieders van effecten aan moeten voldoen. De STE heeft daarbij tot doel de belegger te beschermen tegen kapitaalvragers, tegen intermediairs en tegen andere beleggers. Daarnaast is het de taak van de STE om toe te zien op een eerlijke, transparante en efficiënte marktwerking.

Persvoorlichting:

Werner van Bastelaar (020) 553 5541,
Berber Kroon (020 ) 553 5573

Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

14 mei 2001

Persbericht jaarverslag Raad van Financiële Toezichthouders

'De werkzaamheden van de Raad van Financiële Toezichthouders (RFT) strekken zich inmiddels uit over een breed front. Naast de directe betrokkenheid bij abstracte onderwerpen als de solvabiliteitsnormen voor financiële conglomeraten heeft de Raad concrete consumentenzaken ter hand genomen, zoals het realiseren van een centraal aanspreekpunt voor consumenten, de zogeheten Toezichtslijnen. De consument kan bovendien de invoering van financiële bijsluiters bij complexe financiële producten tegemoet zien. Zonder naar volledigheid te streven, noem ik nog de integriteitsbewaking. Ook op dat terrein heeft de Raad de nodige activiteiten ontplooid.
Al met al constateer ik dat de Raad in haar nog korte bestaan tot volle tevredenheid functioneert. Voor een groeiend aantal onderwerpen is de Raad een vaste gesprekspartner geworden voor de belangrijkste partijen in de financiële sector'.

Deze woorden sprak prof. dr. A. Schilder RA, voorzitter van de Raad van Financiële Toezichthouders, naar aanleiding van het eerste jaarverslag van de Raad dat hij samen met de andere bestuursleden, mr.A.W.H. Docters van Leeuwen en mr. D.E. Witteveen, op dinsdag 15 mei heeft gepresenteerd.

Het RFT-jaarverslag in het kort:
De RFT heeft in de verslagperiode (augustus 1999 - december 2000) onder meer de volgende activiteiten ondernomen:

Consumentenzaken
· Er is een centraal aanspreekpunt voor consumenten gerealiseerd. Dit centrale aanspreekpunt heeft onder de naam Toezichtslijnen vorm gekregen door middel van een intensieve samenwerking van de individuele helpdesks bij de Pensioen- & Verzekeringskamer, De Nederlandsche Bank en de Stichting Toezicht Effectenverkeer en is in het najaar 2000 van start gegaan.
· In de verslagperiode zijn voorbereidingen getroffen voor de invoering van een financiële bijsluiter voor complexe financiële producten. Deze bijsluiter die per 1 januari 2002 moet zijn ingevoerd, beoogt de consument in staat te stellen een goede afweging te maken of het product bij diens wensen past. Een zogenoemde risico-indicator, een beschrijving van het te verwachten rendement en de bijkomende kosten maakt onderdeel uit van de financiële bijsluiter.

Groepstoezicht
· De Raad heeft in januari 2000 de 'Contourennota inzake een veranderend toezicht op financiële conglomeraten' aan het Ministerie van Financiën toegezonden. Deze nota bevat voorstellen om het aanvullend toezicht op financiële conglomeraten te versterken. Vervolgens hebben consultatiegesprekken plaatsgevonden tussen de Raad en vertegenwoordigers van het bank- en verzekeringswezen. Uitkomst van deze gesprekken was het besluit om een extern onderzoek te laten uitvoeren naar de op te stellen solvabiliteitsnormen voor financiële conglomeraten. Dit onderzoek, uitgevoerd door het consultancybureau Oliver, Wyman & Company, is vorige week voor publicatie vrijgegeven. · De Raad heeft in november 2000 advies aan de Minister van Financiën uitgebracht over de wijze waarop het beleid en de uitvoering terzake van verklaringen van geen bezwaar voor deelnemingen in en van financiële instellingen kan worden vereenvoudigd en verduidelijkt.

Integriteitstoezicht
· De Raad heeft samen met het Ministerie van Financiën een Beleidsregel voor de toetsing van de betrouwbaarheid van beleidsbepalers opgesteld. De Beleidsregel, die op 21 april 2000 in werking is getreden, geeft inzicht in de elementen (persoonlijke eigenschappen, financiële en criminele antecedenten) die een toezichthouder in zijn afweging betrekt bij het vaststellen van de betrouwbaarheid van een kandidaat-beleidsbepaler. · Voorts heeft de Raad advies aan de Minister van Financiën uitgebracht over het concept-wetsvoorstel Actualisering en Harmonisatie van Financiële Toezichtswetten. Deze wet moet het integriteitstoezicht een bredere wettelijke basis geven.

Effectentypisch toezicht
· De Raad heeft de Minister van Financiën geadviseerd over de reikwijdte van het begrip 'effectentypisch toezicht' en de raakvlakken met het sectorale toezicht.

Bemiddeling bij financiële diensten
· De Raad heeft een eerste inventarisatie gemaakt van het veld waarop personen en instellingen actief zijn die bemiddelen bij financiële diensten. Inmiddels loopt een aanvullend extern onderzoek. Het onderzoek dient als basis voor het advies dat de Minister van Financiën aan de Raad heeft gevraagd over mogelijke verbeteringen van het regelgevend kader inzake financiële bemiddeling.

De RFT, bestaande uit de Pensioen- & Verzekeringskamer, De Nederlandsche Bank en de Stichting Toezicht Effectenverkeer, is met ingang van 1 augustus 1999 operationeel. De Raad beoogt het beleid en de regelgeving op niet-sectorspecifieke terreinen van het financiële toezicht intensiever te coördineren. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks in de volgorde PVK, DNB, STE. Dientengevolge neemt op 1 augustus mr. A.W.H. Docters van Leeuwen het voorzitterschap van prof. dr. A. Schilder RA over.

Voor vragen en nader informatie kunt u zich wenden tot Benno van der Zaag, woordvoerder namens de RFT. Telefoon: 020 - 524 2900. Ook kunt u dit nummer bellen indien u een exemplaar van het jaarverslag wilt bestellen.
Het jaarverslag is te raadplegen op de volgende websites: www.pvk.nl, www.dnb.nl, www.ste.nl en op onze downloadpagina.
---

Onderzoeksrapport over financiële conglomeraten gepubliceerd

Vandaag is een onderzoeksrapport over het risicoprofiel en de kapitaaltoereikendheid van financiële conglomeraten door de vijf opdrachtgevers, de Pensioen- & Verzekeringskamer, De Nederlandsche Bank, de Stichting Toezicht Effectenverkeer, de Nederlandse Vereniging van Banken en het Verbond van Verzekeraars, voor publicatie vrijgegeven.
Het rapport Study on the risk profile and capital adequacy of financial conglomerats is uitgevoerd door het consultancybureau Oliver, Wyman & Company (OWC). Op de websites van de vijf opdrachtgevers valt het rapport te raadplegen.
De resultaten van het onderzoeksrapport zullen een rol spelen bij de verdere discussie over het toezicht op financiële conglomeraten. De opdracht tot het onderzoek is een vervolg op het overleg tussen de vijf opdrachtgevers over de Contourennota inzake een veranderend toezicht op Financiële Conglomeraten van de Raad van Financiële Toezichthouders (januari 2000) en een nota van het Ministerie van Financiën aan de Tweede Kamer Toezicht op Financiële Conglomeraten (juli 2000). De Raad van Financiële Toezichthouders (RFT) is het overlegorgaan van de Pensioen- & Verzekeringskamer, De Nederlandsche Bank en de Stichting Toezicht Effectenverkeer.

De belangrijkste conclusies naar aanleiding van het rapport:
* De uitkomsten van het onderzoek bevestigen dat de huidige behandeling van kapitaaltoereikendheid van financiële conglomeraten in het Nederlandse toezicht voorshands adequaat is. Deze behandeling heeft gestalte gekregen in het Protocol van De Nederlandsche Bank en de Pensioen- & Verzekeringskamer. Het OWC-rapport biedt daarnaast nuttige aanknopingspunten voor onderzoek naar de verdere ontwikkeling van het groepsbrede toezicht. Daarbij zullen verdere internationale ontwikkelingen worden bezien, zoals de totstandkoming van een EU-richtlijn inzake financiële conglomeraten, de herziening van het Bazelse Kapitaal Akkoord en een mogelijke herziening van kapitaalseisen in de verzekeringssector in EU-verband.

* Nader onderzoek is gewenst naar het gebruik van kapitaalallocatiemodellen bij financiële conglomeraten, zowel in technische als in beleidsmatige zin, en de mogelijke functie daarvan in het toezicht. Dit onderzoek dat een lange termijn karakter heeft, zal door de toezichthouders en de representatieve organisaties gezamenlijk ter hand worden genomen.
* Nader onderzoek is gewenst naar de impact van niet onder toezicht staande werkmaatschappijen op het risicoprofiel van de holding van het financiële conglomeraat. De opdrachtgevers zijn voornemens hiervoor externe expertise in te schakelen. Dit onderzoek zou over circa één jaar moeten zijn afgerond.

* De uitkomsten van het onderhavige OWC-onderzoek zullen verder worden besproken in een dit najaar te organiseren seminar.

Het rapport is opgenomen op de websites van de vijf opdrachtgevers:

www.pvk.nl, www.dnb.nl, www.ste.nl, www.nvb.nl, www.verzekeraars.nl

Voor vragen kunt u zich wenden tot:
Hein Blocks, namens de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) 020 550 2888
Hennie Zoontjes, namens het Verbond van Verzekeraars 070 333 8698 Benno van der Zaag, namens de Raad van Financiële Toezichthouders (RFT) 020 - 524 2900

---

STE pakt misleidende reclame-uitingen bij aandelenleaseproducten aan

De Stichting Toezicht Effectenverkeer(STE)gaat hard optreden tegen misleidende reclame-uitingen door aanbieders van aandelenleaseproducten. De STE heeft bij de presentatie van haar jaarverslag reeds laten weten hoge prioriteit te geven aan het toezicht op reclame-uitingen(1). De toezichthouder laat nu weten dat reclame-uitingen over aandelenleaseproducten het komende half jaar intensief onder de loep genomen worden.
De STE constateert dat aanbieders van aandelenleaseproducten door de aard van deze producten soms onvoldoende invulling geven aan de zorgplicht die zij als financiële instelling dienen te vervullen(2). Aandelenleaseproducten zijn samengestelde producten waarbij aandelen gefinancierd worden door middel van een geldlening. Deze constructie brengt met zich mee dat de doorzichtigheid van het resultaat op de belegging voor de belegger aanzienlijk beperkt wordt. De aankoop van aandelenleaseproducten kan - afhankelijk van het startmoment van de lease en de daarop volgende ontwikkelingen van de beurskoersen - een aanzienlijk negatief resultaat opleveren.
Het beleggen via aandelenleaseproducten heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Deze vorm van beleggen geldt op dit moment als een van de meeste populaire vormen van beleggen met een omvang van minstens f 10 miljard gulden.
Aan de aanpak van misleidende reclame-uitingen wordt internationaal gezien hoge prioriteit gegeven. De STE vindt dat Nederland daarbij gelijke tred dient te houden.

(1)De Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999 stelt ten aanzien van reclame-uitingen onder meer het volgende: Een effecteninstelling verstrekt haar cliënten op passende wijze de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de adequate beoordeling van de door de effecteninstelling aangeboden diensten en de financiële instrumenten waarop die diensten betrekking hebben. De informatieverstrekking is inhoudelijk juist en niet misleidend.

(2)De Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999 stelt ten aanzien van de zorgplicht onder meer het volgende: Een effecteninstelling handelt in het belang van haar cliënten, geeft bij de uitvoering van de opdrachten van haar cliënten voorrang boven haar eigen belang en onthoudt zich van handelingen die de adequate functionering van de effectenmarkten of het vertrouwen van beleggers daarin kunnen schaden.

Nadere informatie
Werner van Bastelaar (020) 553 5541 / Berber Kroon (020) 553 5573
---

16 maart 2001

Publieke waarschuwing STE tegen J.P. Turner & Company

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) waarschuwt beleggers niet in te gaan op aanbiedingen van effectendiensten door de firma J.P. Turner & Company L.L.C. (JP Turner).
Bij de STE is bekend geworden dat JP Turner, gevestigd te New York (USA), effectendiensten aanbiedt in Nederland zonder daar de wettelijk verplichte vergunning voor te hebben van de STE, of onder een vrijstelling daarvan te vallen. Tevens benadert JP Turner klanten ongevraagd per telefoon om effectendiensten aan te bieden (zogenaamd "cold calling"). Hiermee handelt JP Turner in strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995).
Bij de STE zijn meerdere klachten en meldingen over JP Turner binnengekomen. JP Turner heeft naar de mening van de STE personen veelvuldig en agressief telefonisch benaderd. Verder blijkt dat JP Turner effecten heeft aangekocht zonder dat daar een overeenkomst voor was gesloten.
Gezien het feit dat JP Turner niet gereageerd heeft op schriftelijke waarschuwingen van de STE, vaardigt de STE hierbij een publieke waarschuwing uit.
Het beleggend publiek wordt dringend geadviseerd om niet met deze partij in zee te gaan.
De STE raadt beleggers aan om, alvorens gebruik te maken van de diensten van effecteninstellingen en aanbieders van effecten, bij de STE te informeren of een instelling een vergunning heeft om effectendiensten in Nederland aan te mogen bieden, of onder een vrijstelling valt. Het telefoonnummer van de Toezichtslijn van de STE is : 0900 540 0540. Het register met vergunninghouders (Wte-register) is ook te raadplegen op deze website.
De STE oefent op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 toezicht uit op effecteninstellingen en aanbieders van effecten. In de wet is vastgelegd waar effecteninstellingen en aanbieders van effecten aan moeten voldoen. De STE heeft daarbij tot doel de belegger te beschermen tegen kapitaalvragers, tegen intermediairs en tegen andere beleggers. Daarnaast is het de taak van de STE om toe te zien op een eerlijke, transparante en efficiënte marktwerking.

Voor nadere persinformatie kunt u bellen met
Werner van Bastelaar (020) 553 55 41
Afdeling Voorlichting en Communicatie

Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

7 februari 2001

Europese gedragsregels voor bescherming beleggers

Het forum van Europese toezichthouders op effectenverkeer (Forum of European Securities Commissions, FESCO) heeft met de publicatie van het document Harmonisatie van de gedragsregels voor bescherming van de belegger een belangrijke stap voorwaarts gezet naar de harmonisatie van Europese toezichtregimes. Het document is tot stand gekomen onder voorzitterschap van STE-bestuurslid Jacob Kaptein en wordt vandaag middels onderstaand persbericht door FESCO openbaar gemaakt. Het harmoniseren van gedragsregels die een effecteninstelling in acht neemt in relatie met klanten heeft hoge prioriteit voor de Europese Commissie. Het wordt beschouwd als een voorwaarde om te komen tot verdere ontwikkeling van een Europese markt. Het doel van de harmonisatie van gedragregels is een goede bescherming aan de Europese belegger te bieden en tegelijkertijd te komen tot meer concurrentie, efficiëntie en transparantie. In het document zijn de regels die binnen de verschillende lidstaten gehanteerd worden, geharmoniseerd. Voor Nederland betekent dit met name dat de gedragsregels die de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) hanteert (beschreven in de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999) meer gedetailleerd zijn uitgewerkt.
Voor effecteninstellingen heeft de harmonisatie als voordeel dat de instellingen in alle FESCO-lidstaten met dezelfde regelgeving aan de slag kunnen.
In alle FESCO-lidstaten worden marktpartijen gevraagd te reageren op het document. Daar is een periode van drie maanden voor uitgetrokken. In Nederland zorgt de STE voor deze consultatie. FESCO zal alle reacties uit de consultatieronde bezien en verwerken om vervolgens met een definitief document te komen. Lidstaten hebben vervolgens een inspanningsverplichting om de geharmoniseerde gedragsregels te implementeren.
Bijgaand treft u het originele FESCO-persbericht.

FESCO Consultative Paper on "the Harmonisation of Core Conduct of Business Rules for Investor Protection" (ref. FESCO/00-124b)

During its last meeting in Vienna, FESCO members decided to start a consultation process on their proposal for the harmonisation of conduct business rules for investor protection (ref. FESCO/00-124b) (see www.europefesco.org, section "Consultative Papers"). The area of investor protection and particularly the harmonisation of article 11 of the Investment Services Directive (ISD) are considered by FESCO members one of the major obstacles to the effective cross-border provision of investment services. Conduct of business regimes adopted at domestic level are still different throughout the European Economic Area (EEA). The harmonisation of conduct of business rules has been considered by the Financial Services Action Plan and by a recent Communication from the European Commission on upgrading the ISD, as a priority for the achievement of an integrated securities market and an effective passport for investment firms. A FESCO expert group, chaired by Jacob Kaptein, Commissioner of the Dutch STE, has worked intensively in this area and, after a comparison of different regimes throughout FESCO members, FESCO has:
- adopted in March 2000 a paper on the "Implementation of article 11 of the ISD: Categorisation of investors for the purpose of conduct of business rules" (00-FESCO-A) following an intense period of consultation. It provides criteria and procedures to implement an appropriate differentiation between categories of investors; among others, these criteria were endorsed by the European Commission in its recent Communication on the interpretation of article 11 of the ISD, which was widely welcomed by FESCO members;

- and agreed to start a consultation on an new paper on "The harmonisation of core conduct of business rules for investor protection" (ref. FESCO/00-124b).
These two documents are intended to be complementary and part of the same exercise, aimed at providing a harmonised framework for the provision of investment services throughout EEA. First, intermediaries have to categorise their clients on the basis of the criteria laid down in the FESCO document; then, depending on the outcome, either the retail or the professional regime will apply.
The elaboration of these documents is a significant contribution to the EU Action Plan for Financial Services developed by the European Commission. In line with the conclusions of the Lisbon European Council, this will contribute to enhancing investor confidence and, therefore, to the implementation of efficient and transparent financial markets in Europe.
The today's consultative paper is intended to be exhaustive: it covers the provision of services to non-professional clients, as well as the services rendered to professional investors. Furthermore, it provides principles and rules on all aspects of the provision of the investment services, as defined in Section A of the Annex to the ISD, but, where appropriate, it covers non-core services.
The document is open to public consultation for a period of 3 months.
---

2 februari 2001

Toezichthouders Euronext sluiten overeenkomst

Stichting Toezicht Effectenverkeer / De Nederlandsche Bank

MEMORANDUM OF UNDERSTANDING ON REGULATION, SUPERVISION AND OVERSIGHT OF THE EURONEXT GROUP

The Belgian, Dutch and French authorities involved in the regulation, supervision and oversight of Euronext, the merger of the exchanges of Amsterdam, Brussels and Paris, have agreed on a Memorandum of Understanding that will ensure a co-ordinated approach of their respective powers and responsibilities. This approach provides a common and efficient regulatory framework for the progressive integration of Euronext.
It is the first multilateral Memorandum of Understanding designed to regulate a multi-jurisdictional cash and derivatives exchange. The memorandum is open to additional national authorities, should Euronext be enlarged to other exchanges.
The Memorandum of Understanding echoes a common letter of the Ministers of Finance of Belgium, France and the Netherlands of 19 January 2001 on the regulation of Euronext and establishing a dialogue between the Ministries.
The memorandum comprises two parts. The first part deals with the regulation and supervision of the regulated markets operated by Euronext. The main objective of this part is that the signatory authorities agreed to co-operate in order to set up a coherent regulatory framework that will foster the efficiency of the regulatory system on the securities markets involved. Such is of importance to maintain the integrity of Euronext's regulated markets and thereby ensure the confidence of investors.
The second part deals with the clearing activities of Euronext, handled by Clearnet. The basic objective of this part of the memorandum is to ensure that the competent authorities involved in the clearing will closely work together in the supervision and oversight of the clearing house and its systems, based upon a common adequate and effective supervisory and oversight framework as well as co-ordinated action-plans.
For co-ordinating the activities coming from both parts of the memorandum, two Committees will be set up.
The memorandum will take effect in February 2001.

Dit is een gezamenlijk persbericht van de verantwoordelijke Belgische, Franse en Nederlandse financiele toezichthouders betrokken bij Euronext.

Voor meer persinformatie:
Stichting Toezicht Effectenverkeer
Persvoorlichting drs. Berber Kroon / Werner van Bastelaar Telefoon 020 55 35 200

Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

03 januari 2001

De STE benoemt de heer Henk Bruggeman als projectleider risicomanagement en de heer Ed Broekhuizen als controller

De heer mr. drs. H. (Henk) F.W. Bruggeman (1956) is per 1 januari in dienst getreden bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) als projectleider risicomanagement. Bruggeman komt van KPMG Financial Services in Amsterdam waar hij adviseur was op het gebied van financieel risicomanagement. Hij begon zijn loopbaan in 1980 bij Bank Mees & Hope (later MeesPierson) en stapte in 1995 over naar KPMG. Bruggeman werkte ook twee jaar als risicomanager voor ABP/Treasury.

De heer T.E. (Ed) Broekhuizen (1960) is per 1 januari bij de STE in dienst getreden als controller. Broekhuizen komt van F. van Lanschot Bankiers NV. waar hij werkzaam was als controleleider Interne Accountantsdienst. Broekhuizen werkte van 1986 tot 2000 bij F. van Lanschot Bankiers NV. Voor die periode werkte hij van 1978 tot 1986 als assistent accountant bij Dijker & Doornbos Accountants.

Nadere persinformatie:
Werner van Bastelaar - tel. (020) 55 35 541

Communicatie & VoorlichtingInformatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540

---

20 december 2000

Waarschuwing tegen het aanbieden van effecten zonder prospectus door FinResult BV

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) waarschuwt beleggers niet in te gaan op aanbiedingen van effecten door FinResult BV (FinResult) uit Middelburg. De STE constateert dat FinResult schuldbrieven in Nederland aanbiedt zonder dat er een prospectus is. Op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) is FinResult daartoe wel verplicht.
Een prospectus geeft de belegger informatie over onder meer de financiële positie en de vooruitzichten van de onderneming. Ook beschrijft een prospectus welke rechten en verplichtingen aan effecten zijn verbonden. Verder moet een prospectus een mededeling bevatten van een (externe) accountant waarin staat dat het voldoet aan de wettelijke vereisten uit de Wte 1995.
De STE is belast met het toezicht op het effectenverkeer in Nederland. Dat is vastgelegd in de Wte 1995. Deze wet stelt als doel het goed functioneren van de effectenmarkten alsmede het beschermen van beleggers op deze markten.
In het kader van die bescherming geeft de STE informatie aan beleggers over instellingen die in of vanuit Nederland effecten aanbieden. Op grond van de Wte 1995 heeft de STE de bevoegdheid beleggers te waarschuwen tegen instellingen die handelen in strijd met deze wet. De STE adviseert beleggers die willen ingaan op aanbiedingen van effecten die niet aan de Nederlandse effectenbeurs Euronext Amsterdam (voorheen AEX) zijn genoteerd, vóóraf bij de STE te informeren of de desbetreffende onderneming bekend is bij de STE. Beleggers kunnen daartoe contact opnemen met de Toezichtslijn STE (0900-54000540).

Nadere persinlichtingen:
Werner van Bastelaar (020) 553 55 41
Communicatie & Voorlichting

Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

12 december 2000

Waarschuwing tegen het aanbieden van effecten zonder prospectus door Stichting World United

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) heeft geconstateerd dat de Stichting World United, gevestigd in Den Haag, in Nederland schuldbrieven aanbiedt zonder dat zij een prospectus algemeen verkrijgbaar heeft gesteld. Evenmin heeft zij een prospectus gedeponeerd bij de STE. Een prospectus dient te voldoen aan de eisen van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) en voorziet de belegger van informatie over onder meer de solvabiliteit van de onderneming, de vooruitzichten en over de rechten en verplichtingen die aan de effecten zijn verbonden. Voorts dient het prospectus een mededeling te bevatten van een (externe) accountant dat het voldoet aan de wettelijke vereisten.
De STE adviseert (potentiële) beleggers niet in te gaan op aanbiedingen van effecten door de Stichting World United Inc. De STE is belast met het toezicht op het effectenverkeer in Nederland uit hoofde van de Wte 1995. De Wte 1995 heeft tot doel de goede functionering van de effectenmarkten en de positie van de belegger op deze markten te waarborgen. In het kader van laatstgenoemde doelstelling verstrekt de STE ook informatie aan het publiek over instellingen die zich bedrijfsmatig bezighouden met het aanbieden van effecten in of vanuit Nederland.
Op grond van de Wte 1995 heeft de STE de bevoegdheid om beleggers te waarschuwen tegen instellingen die in strijd handelen met de Wte 1995. De STE raadt een ieder aan die wil ingaan op aanbiedingen van effecten die niet aan Euronext Amsterdam zijn genoteerd, vóóraf bij de STE te informeren of de desbetreffende onderneming bekend is bij de STE. U kunt daartoe contact opnemen met de STE Beleggers Informatie (0900-54000540; f 0,75 per gesprek).

Nadere persinlichtingen:
Werner van Bastelaar (020) 553 55 41
Communicatie & Voorlichting

Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

8 december 2000

De STE benoemt de heer Jaap Koelewijn bij Research

De heer dr. J. (Jaap) Koelewijn (1956) treedt per 1 januari a.s. in dienst bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) als eerstverantwoordelijke voor research. De heer Koelewijn studeerde economie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Na enige jaren in het onderwijs gewerkt te hebben werd hij wetenschappenlijk medewerker bij de vakgroep financiering en belegging van de economische faculteit van de VU. Hij promoveerde in 1992 op een dissertatie over het bedrijfseconomisch toezicht op banken. In 1992 trad Koelewijn in dienst bij Pierson, Heldring en Pierson als senior aandelenanalist Europese financiële waarden. Van juli 1996 tot eind 1999 was hij hoofd strategie, respectievelijk hoofd research bij IRIS, het samenwerkingsverband van Robecogroep en Rabobank. In het afgelopen jaar werkte hij als zelfstandig adviseur.

Nadere persinformatie:
Werner van Bastelaar - tel. (020) 55 35 200
Communicatie & Voorlichting

Informatie voor beleggers: STE Toezichtslijn: 0900-5400540
---

7 december 2000

De STE benoemt de heer Werner van Bastelaar bij Communicatie & Voorlichting

De heer W. (Werner) P.J. van Bastelaar (1963) is per 1 december jl. in dienst getreden bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer, als woordvoerder van de STE en eerstverantwoordelijke voor Communicatie & Voorlichting. De heer Van Bastelaar was werkzaam bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) te Rijswijk (Z-H). Bij het COA werkte hij van 1995 tot 1999 als persvoorlichter, van 1999 tot 1 december jl. als hoofd van de afdeling Communicatie & Voorlichting. Voordien was de heer Van Bastelaar in diverse functies werkzaam in de journalistiek. Hij werkte onder meer bij het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) in Amsterdam, als parlementair verslaggever voor de regionale omroepen en bij het juridisch persbureau Cerberus in Den Haag.
---

29 november 2000

Benoeming van de heer P.P.F. van der Linde bij Toezicht Markten bij de STE

De heer P. (Peter) P.F. van der Linde (1949) is per 1 november jl. in dienst getreden bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer, bij de Afdeling Toezicht Markten. De heer Van der Linde was werkzaam bij het Philips Pensioenfonds op de afdeling Effecten en Leningen/Beheer Vastrentende Waarden. Voordien was hij in diverse functies werkzaam bij de toenmalige AMRO bank. De heer Van der Linde was Voorzitter en is inmiddels erelid van de Commissie Vastrentende Waarden van de Vereniging van Beleggingsanalisten (VBA). Daarnaast was hij lid, en is hij inmiddels waarnemend lid van de European Bond Commission van de European Federation of Financial Analysts' Societies. De heer Van der Linde was tevens lid van de Commissie Goslings, die werd ingesteld door de Optiebeurs.

---

21 november 2000

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) heeft vastgesteld dat centra, die in Nederland faciliteiten aanbieden voor daghandel in effecten, de zogenoemde 'day trading centers', onder de vergunningplicht vallen. Een 'day trading center' (DTC) treedt volgens de STE op als tussenpersoon (effectenbemiddelaar) bij de totstandkoming van transacties in effecten als bedoeld in artikel 1, onder b, eerste lid van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995). De klanten van een DTC, de 'day traders' zelf , vallen als zij voor zichzelf handelen niet onder de vergunningsplicht. Aanleiding voor de bekendmaking van dit standpunt zijn enkele recente initiatieven om binnenkort dergelijke centra in Nederland te openen. In de VS, alsmede in enkele andere Europese landen, is eveneens een vergunningplicht voor DTC's van kracht.
'Day trading' is een fenomeen dat zijn oorsprong heeft in de VS en voortkomt uit de mogelijkheden die door het internet en specifiek ontwikkelde software geboden worden. Daghandelaren ('day traders') kunnen met behulp van professionele handels- en informatiesystemen, die door of namens een effecteninstelling ter beschikking wordt gesteld, vrijwel rechtstreeks op geselecteerde effectenbeurzen transacties verrichten. Zij hanteren hierbij een handelsstrategie die in de regel is gericht op het regelmatig behalen van kleine winstmarges door het frequent kopen én verkopen van effecten. In principe worden na het sluiten van de markt geen posities ingenomen. Door middel van een elektronisch handels- en informatiesysteem kan een 'day trader' voor eigen rekening effectenorders rechtstreeks ter uitvoering inbrengen. Een 'day trading centre' (DTC) stelt, tegen een financiële vergoeding deze software ter beschikking, in de regel in combinatie met een werkplek. Door het aanbieden of verrichten van deze diensten treedt een DTC op als effectenbemiddelaar. Volgens de Wte 1995 is een effectenbemiddelaar degene die als tussenpersoon 'beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam is bij de totstandkoming van transacties in effecten'. Deze begrippen staan centraal als toetsingcriteria of er sprake is van een vergunningplichtig DTC.

Day trading brengt grote financiële risico's met zich mee. Onderzoek in de VS, waar ruim 130 DTC's actief zijn, heeft aangetoond dat het merendeel van de klanten van DTC's structureel verliezen leiden. De STE zal daarom aandacht besteden aan dit risico. DTC's zullen potentiële klanten op de risico's van daghandel dienen te wijzen. Ook zal de STE zelf de Nederlandse beleggers waarschuwen voor de risico's van day trading

---

7 november 2000

PERSBERICHT VAN DE RAAD VAN FINANCIËLE TOEZICHTHOUDERS (RFT)

DNB, STE en VK stroomlijnen informatievoorziening aan consument

De Nederlandsche Bank (DNB), de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en de Verzekeringskamer (VK) hebben drie Toezichtslijnen geopend. Vragen van consumenten over financiële producten, diensten of instellingen komen voortaan altijd op de juiste plek terecht. Ook als in eerste instantie naar het verkeerde adres is gebeld. En de Toezichtslijn zorgt natuurlijk voor een antwoord. De huidige drie helpdesks blijven, elk met een eigen telefoonnummer, bestaan maar zij gaan nauwer samenwerken en opereren onder de gezamenlijke noemer 'Toezichtslijn' . Een consument die met vragen zit, kan deze uiteraard ook schriftelijke of per mail stellen.
De Toezichtslijnen zijn bestemd voor een breed publiek. Iedereen in Nederland die spaart, leent, belegt, een verzekering of een pensioen heeft, kan er met vragen of opmerkingen terecht. Zij verschaffen globale informatie over financiële producten en diensten. DNB richt zich daarbij op banken, beleggingsinstellingen of wisselkantoren, de STE op het effectenverkeer en de VK op verzekeraars en pensioenfondsen. 'Als ik een rekening open bij bank X, wat gebeurt er dan met mijn geld als die bank failliet gaat?', is bijvoorbeeld een veelgestelde vraag aan de helpdesk van DNB. De STE wordt gevraagd naar regels over effectenbemiddeling en krijgt een vraag als ' Iemand wil voor mij gaan beleggen. Kan dat en waar moet ik op letten?. Bij de helpdesk van de VK komen vragen aan de orde als "Ik heb een oude polis. Met welke verzekeraar moet ik daarvoor contact opnemen?' of ' Vroeger heb ik pensioen opgebouwd via bedrijf X. Waar kan ik nu terecht voor mijn pensioen?''. De helpdesks zijn nog relatief jong, maar gezien het grote aantal vragen voorzien zij in een behoefte bij een breed publiek (consumenten, notarissen, adviesbureaus etc). De Toezichtslijnen geven geen advies bij het maken van een keuze voor een concreet financieel product. Evenmin spreken zij een waardering uit over de instellingen die onder hun toezicht staan. Een consument die een klacht heeft over een instelling die onder toezicht staat, wordt geadviseerd zich te richten tot de desbetreffende geschillencommissie of ombudsman. De toezichthouders gebruiken de klachten voor de uitvoering van hun toezichthoudende taak, maar treden niet op als geschillenbeslechters. Zij spelen geen bemiddelende rol, maar wijzen wel de weg.

DNB VK STE
Toezichtslijn* 0900-520-0520 0900-530-0530 0900-540-0540 Website www.dnb.nl www.pvk.nl www.ste.nl
e-mail (toezichtslijn@dnb.nl) (toezichtslijn@pvk.nl) (toezichtslijn@ste.nl) Adres Postbus 98
1000 AB Amsterdam Postbus 929
7301 BD Apeldoorn Postbus 11723
1001 GS Amsterdam


* De Toezichtslijnen kunnen op werkdagen worden gebeld van 09.00 tot 17.00 uur. De kosten bedragen 75 cent per gesprek.
---

Amsterdam, 14 juli 2000

Waarschuwing tegen aanbieden effectendiensten in Nederland zonder vergunning

Op 15 mei jl. heeft de STE in het algemeen gewaarschuwd tegen het beleggen via speciale constructies zoals maatschap, commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma.
Het is gebleken dat ondanks deze waarschuwing één van de aanbieders nog steeds aanbiedt om met particuliere beleggers een commanditaire vennootschap (c.v.) aan te gaan om daarmee gelden te gaan beleggen. Het betreft de heer L.A. Niemantsverdriet, geboren te Vlaardingen op 1 april 1949. Bij een dergelijke constructie is geen sprake van een vermogensscheiding en lopen de beleggers een risico. De heer Niemantsverdriet heeft dan ook niet de vereiste vergunning op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995). Bekend is dat de heer Niemantsverdriet zijn product, dat hij een vermogensadvies c.v. noemt, in ieder geval aanbiedt via de Stichting Beleggingen Via Structurele Vermogensadvisering. De STE adviseert het beleggend publiek niet met de heer Niemantsverdriet of de genoemde instelling in zee te gaan.
De STE is belast met het toezicht op het effectenverkeer in Nederland. De Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) heeft tot doel de effectenmarkten zo goed mogelijk te laten functioneren en de positie van de belegger te beschermen. In het kader van laatstgenoemde doelstelling verstrekt de STE ook publieke informatie over instellingen die zich bezig houden met effectenbemiddeling en vermogensbeheer.
De STE raadt een ieder aan, die met een instelling in zee wil gaan, vóóraf bij haar te informeren of de betreffende instelling is opgenomen in het register dat de STE houdt van de instellingen die in Nederland hun diensten op het effectengebied mogen aanbieden. Het speciale telefoonnummer van de STE voor consumenten is 020-5535535. Het register kan overigens ook worden geraadpleegd via deze website
---

Amsterdam, 7 juli 2000

Benoeming J. Vroegop tot bestuurslid van de STE

De minister van Financiën heeft ingestemd met de tijdelijke benoeming van de heer J. Vroegop (62) tot bestuurslid van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), in verband met de vacature die is ontstaan door het overlijden van drs A.L. Touw RA.
De heer Vroegop heeft eerder deel uitgemaakt van het bestuur en wel in de periode 1 februari 1998 tot 15 september 1999. Daarna trad hij toe tot de Raad van Toezicht van de STE, welk college hem thans uit zijn midden heeft voorgedragen.

---

Amsterdam, 5 juli 2000

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) heeft kennis genomen van de uitspraak van het Hof d.d. 30 juni 2000 inzake de klacht van de STE ex artikel 12 Strafvordering betreffende de uitoefening van personeelsopties door een Philips-bestuurder. De STE stelde daarbij aan de orde de vragen:

* of het vertrek van de heer Pieper bij Philips als een bijzonderheid in de zin van artikel 46 Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995, verbod gebruik voorwetenschap) zou moeten worden aangemerkt;

* of die bijzonderheid als koersgevoelig is aan te merken.
De STE vond het instellen van deze procedure nodig omdat zij op die twee punten volledige duidelijkheid nastreeft.
De uitspraak van het Hof draagt bij tot de gewenste duidelijkheid daar waar het vertrek van de heer Pieper als een bijzonderheid in de zin van de wet wordt aangemerkt.
Ten aanzien van de koersgevoeligheid kan aan de hand van deze uitspraak worden vastgesteld dat deze naar het oordeel van het Hof afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. In de onderhavige kwestie heeft het Hof het vertrek van de bestuurder niet als koersgevoelig aangemerkt, omdat:

* het hier niet ging om een bestuursvoorzitter noch om een bestuurslid met een overwegende positie en, in samenhang daarmee,
* over het vertrek van de heer Pieper al enige bekendheid bestond; naar het oordeel van het Hof was alleen het tijdstip van vertrek nog onzeker.

Nadere informatie:
Drs. Harman Korte - 020 5535200

---

16 mei 2000

De Europese effectentoezichthouders hebben tijdens hun vergadering in Napels (Italië) op 4 en 5 mei 2000 een document aanvaard waarin de wederzijdse erkenning van prospectussen in de Europese landen verder wordt vergemakkelijkt. Hierdoor wordt het voor uitgevende instellingen mogelijk om in Europees verband serie-uitgiftes te doen. Het is de bedoeling dat dit rapport een bijdrage levert aan de discussie rond de modernisering van de Europese prospectus richtlijn (80/390/EC)
Het persbericht van FESCO is bij dit persbericht gevoegd. Het rapport is op te vragen via de website van FESCO, www.europefesco.org

Fabrice Demarigny, Secretary General van FESCO
telefoon: (00 33) 1 53 45 6361

---

15 mei 2000

Waarschuwing inzake beleggen via speciale constructies zoals maatschap, commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma

De STE heeft vastgesteld dat steeds vaker instellingen via een bepaalde juridische constructie effectenbemiddeling en individueel vermogensbeheer aanbieden. De instelling gaat daarbij per individuele belegger een aparte maatschap, commanditaire vennootschap (c.v.) of vennootschap onder firma (v.o.f.) aan. Met het geld van de belegger worden, binnen zo'n constructie, effecten aangekocht, al dan niet in samenspraak met de belegger. Alle tot nu toe door de STE beoordeelde constructies voldeden niet aan de vereisten van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995).

Nadelen beleggen in effecten via speciale constructies De beherend vennoot kan niet alleen over de geld- en effectenrekening beschikken, maar ook schulden maken namens de c.v. of de v.o.f. Bij een v.o.f. is de belegger met zijn gehele privé-vermogen aansprakelijk voor deze schulden; hij kan dus aanmerkelijk méér verliezen dan het bedrag van zijn inleg. Bij een c.v. is de belegger slechts aansprakelijk voor schulden tot het bedrag van de inleg als hij kan worden aangemerkt als "stil vennoot". Opgemerkt wordt dat niet alleen schuldeisers van de commanditaire vennootschap maar ook de (privé)schuldeisers van de beherend vennoot schulden kunnen verhalen op het kapitaal dat door de stille vennoot is ingebracht. Als de beherend vennoot nog andere c.v.'s is aangegaan, kan een schuldeiser van een bepaalde c.v. ook alle overige c.v.'s aanspreken. De stille vennoot loopt dus ook het risico zijn inleg te verliezen indien die andere c.v.'s schulden maken. Op het moment dat de stille vennoot zich bemoeit met het beleggingsbeleid of indien zijn naam voorkomt in de naam van de c.v., is hij voor schulden met zijn gehele bezit aansprakelijk.

Waarschuwing geldt niet voor o.a. scheepvaart- vastgoed- en film-c.v.s Het voorgaande moet goed onderscheiden worden van c.v.'s die tot doel hebben het investeren in met name onroerend goed, schepen of films. Bij de deelneming in deze c.v.'s is dikwijls in fiscale zin sprake van ondernemen omdat de stille vennoot bij de belastingheffing in beginsel gebruik kan maken van de ondernemersfaci-liteiten, zoals een investeringsaftrek en een stakingsvrijstelling. Binnen deze c.v's is geen sprake van effectenbemiddeling of beheer van individuele effectenportefeuilles.

'

---

Amsterdam, 7 april 2000

Waarschuwing tegen het aanbieden van effectendiensten zonder vergunning door Zwitserse effectenbemiddelaars
Bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE ) zijn feiten bekend dat Lake Advisory House GmbH, statutair gevestigd in Immensee, en First Equity Trust AG, statutair gevestigd te Pratteln, beide in Zwitserland, in Nederland effectenbemiddelingsdiensten aanbieden zonder dat deze instellingen beschikken over de daartoe vereiste vergunning van de STE.
Lake Advisory House GmbH is een Zwitserse onderneming die bemiddelingsdiensten aanbiedt bij het aangaan van forex (valuta)-transacties. Lake Advisory House benadert potentiële beleggers via telefonische colportage. Deze wijze van ongevraagde telefonische benadering is verboden bij wet (Wet toezicht effectenverkeer 1995).
First Equity Trust AG is een Zwitserse onderneming die bemiddelingsdiensten aanbiedt bij de zogenaamde plaatsing van effecten. Ook First Equity AG benadert daartoe potentiële beleggers ongevraagd via telefonische colportage vanuit Spanje en Zwitserland. De STE vraagt het publiek haar te informeren indien men recentelijk benaderd is door Lake Advisory House GmbH of door First Equity Trust AG (telefoonnummer: 020 - 55 35 236 of 55 35 243). Het beleggend publiek wordt geadviseerd niet met deze instellingen in zee te gaan. In de sectie Beleggers, publiceert de STE een lijst met andere instellingen waarvoor het advies geldt daar niet mee te handelen.
Het beleggend publiek die met een instelling in zee wil gaan, wordt aangeraden vóóraf bij de STE te informeren of de desbetreffende instelling is opgenomen in het register dat de STE houdt van de instellingen die in Nederland hun diensten op het effectengebied mogen aanbieden. Het telefoonnummer van de STE is 020 - 55 35 200. Het register kan overigens ook worden geraadpleegd via de STE website.
---

Amsterdam, 17 maart 2000

FESCO Categorisation of Investors for the Purpose of Conduct of Business Rules

De Europese effectentoezichthouders hebben tijdens hun vergadering in Amsterdam op 28 en 29 februari 2000 een belangrijke stap gezet in hun streven naar een verdergaande uniformering van de Europese regelgeving voor financiële dienstverlening.
FESCO, the Forum of European Securities Commissions, heeft een rapport gepubliceerd: "categorisation of investors for the purpose of conduct of business rules".
In dit rapport worden diverse categoriën van beleggers onderscheiden die elk een andere graad van bescherming vereisen. Met betrekking tot professionele beleggers wordt een lichter regime van bescherming voldoende geacht, omdat er van wordt uitgegaan dat deze op basis van hun ervaring en kennis, een goede inschatting kunnen maken van de risico's. Voorts zijn de administratieve lasten voor effecteninstellingen dan lager, met alle kostenvoordelen van dien. Om te worden erkend als "professional" dienen grote, institutionele en particuliere beleggers aan bepaalde criteria inzake balanstotaal, omzet, gemiddeld personeelsbestand, ervaring in beleggen en aantal transacties per kwartaal te voldoen.
In de nog nader uit te werken gedragsregels per categorie belegger zal de zorgplicht van de effecteninstelling, waarmee de belegger zaken doet, worden beschreven.

De integrale versie van de rapporten is op te vragen via de web-site van FESCO, www.europefesco.org.

Nadere inlichtingen:
Bert Canneman 020 - 55 35 203
Fabrice Demarigny, Secretary General of FESCO (33) 1 53 45 6361
---

Amsterdam, 27 december 1999

Invoering bestuurlijke boetes en dwangsommen per 1 januari 2000

Per 1 januari 2000 wordt het handhavingsinstrumentarium van de STE uitgebreid. Op die datum worden de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) en de Wet melding zeggenschap in beursgenoteerde vennootschappen 1996 (Wmz 1996) gewijzigd en krijgt de STE de mogelijkheid om boetes en dwangsommen op te leggen voor vrijwel alle overtredingen van de Wte 1995 en de Wmz 1996. De STE krijgt voorts de bevoegdheid om de opgelegde sancties te publiceren.

Met deze aanvulling van het reeds bestaande handhavingsinstrumentarium zal de STE een aantal overtredingen direct en effectief kunnen aanpakken. Voorts wordt door de invoering van de bestuurlijke boete en dwangsom het strafrechtelijke apparaat ontlast. Voorbeelden van overtredingen zijn het aanbieden van effectenbemiddeling zonder vergunning, het niet nakomen van rapportageverplichtingen en het niet voldaan aan de meldingsplicht Wmz. Per overtreding zal worden bekeken of het nieuwe instrumentarium zal worden ingezet en zo ja, welk instrument wordt toegepast, de boete of de dwangsom. De STE is vrij om de hoogte van de dwangsom vast te stellen; deze dient in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging. De hoogte van de boete is vastgelegd in bijlagen bij de Wte 1995 en Wmz 1996. Aan elke overtreding is een vast tarief gekoppeld. De wet geeft een aantal tarieven, variërend van f 1.000,- tot f 192.000,--. Deze bedragen worden vermenigvuldigd met een zogeheten draagkrachtfactor, variërend van 1 tot en met 5, afhankelijk van het eigen vermogen van de instelling.

Met de invoering van de boetes en dwangsommen zal de STE intern een functiescheiding doorvoeren tussen de functionaris die de overtreding constateert en de functionaris die het opleggen van de boete of dwangsom voorbereidt.

De boete of dwangsom zal worden opgelegd bij beschikking. Tegen de beschikking staat bezwaar en beroep open. Bezwaar dient te worden aangetekend bij de STE. Van de beslissing op bezwaar kan in beroep worden gegaan bij de rechtbank in Rotterdam met de mogelijkheid van hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Het is niet mogelijk dat voor dezelfde overtreding een bestuurlijke boete en een strafrechtelijke sanctie wordt opgelegd. De STE heeft hiervoor afspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie om af te stemmen of een bestuursrechtelijke danwel strafrechtelijke sanctie moet worden opgelegd.

---

NIEUWE REGELGEVING

Op 1 februari 1999 is een nieuw en uniform toezichtkader voor de gehele effectensector in werking getreden. Vanaf deze datum vallen ook de tot een erkende effectenbeurs (Amsterdam Exchanges N.V.) toegelaten effecteninstellingen onder direct toezicht van de STE. Het van kracht worden van de nieuwe regelgeving waarin dat toezichtkader is uitgewerkt, vormt het sluitstuk van de overheveling van de zelfregulering van AEX naar het wettelijk toezicht van de STE. De nieuwe regelgeving is neergelegd in een algemene maatregel van bestuur op grond van de Wet toezicht effectenverkeer (het bij Besluit van 20 juli 1998 gewijzigde Besluit toezicht effectenverkeer) en met name in de daarop gebaseerde Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 (Nadere Regeling 1999). Meer informatie treft u aan in het informatiememorandum van 26 januari 1999.

---

Informatiememorandum
OWC Rapport
STE Jaarverslag 2000
Toezichtslijn STE
Wenken voor beleggers
WTE-Register
Jaarverslag 2000 Raad van Fininaciële Toezichthouders

© Copyright 1998 STE, Alle rechten voorbehouden. Algemene disclaimer

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie