Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Veelgestelde vragen Servicelijn

Datum nieuwsfeit: 14-12-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Activering en uitstroom Inkomenswaarborg Handhaving Adequate uitvoering

Servicelijn

Veelgestelde vragen aan de Servicelijn
Onderwerpen: Abw, Kinderopvang, Wiw, ID-banen en Wsw

Onderwerp: Abw

Schriftelijke waarschuwing bij verwijtbaar gedrag. Is er ingeval van het geven van een schriftelijke waarschuwing in verband met verwijtbaar gedrag sprake van recidive?

Antwoord
Ja. Immers er is sprake van recidive indien er binnen 12 maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw sprake is van verwijtbaar gedrag enz. (zie artikel 5 lid 2 van het Maatregelenbesluit Abw, IOAW en IOAZ). Ingeval van een schriftelijke waarschuwing is er wel sprake van verwijtbaarheid doch er wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing (dus de verwijtbaarheid blijft).
Het is ook mogelijk om een schiftelijke waarschuwing te geven wanneer de inlichtingeplicht is geschonden en er een boete opgelegd kan worden.
Als de informatieplicht geschonden is, bijvoorbeeld als het inlichtingenformulier pas na de vastgestelde termijn van verzuim is ingeleverd en er geen benadelingsbedrag is vastgesteld, dan kan er een schriftelijke waarschuwing gegeven worden. Dit is echter niet verplicht. Bij een tweede keer schending van de inlichtingenplicht binnen 2 jaar en er geen benadelingsbedrag is vastgesteld, dan moet er een boete van 100,- gegeven worden. Er is immers sprake van herhaalde verwijtbaarheid.

Heffingskorting minstverdienende partner: Een Tunesische man verblijft in Nederland. Hij ontvangt de norm voor een alleenstaande plus een toeslag (totaal 70 %). Zijn vrouw en de kinderen verblijven in Tunesie. De man heeft een VT ontvangen. Dit is de algemene heffingskorting van de minstverdienende partner ad fl. 290,-- per maand (eigenlijk bestemd voor de vrouw).
Hoe dient de Abw-uitkering van de man te worden vastgesteld?

Antwoord
Bij de bepaling van het recht op en de hoogte van de bijstandsuitkering dient te worden uitgegaan van de feitelijke situatie. De man ontvangt derhalve terecht de norm voor een alleenstaande plus toeslag. De man beschikt daadwerkelijk over de VT die aan zijn vrouw is toegekend. De VT dient derhalve als middelen te worden aangemerkt.
De in het buitenland verblijvende vrouw blijft overigens o.g.v. het territorialiteitsbeginsel (art. 7 Abw) in het kader van de bijstandsverlening geheel buiten beeld.

Verjaringstermijn ook bij een als lening verstrekte uitkering. Geldt de verjaringstermijn als bedoeld in artikel 306 boek 3 BW ook indien het in de vorm van een geldlening verstrekte bijstand betreft?

Antwoord
Neen. De verjaringstermijn als bedoeld in artikel 306 boek 3 BW geldt uitsluitend voor een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling, voor zover er in overige bepalingen van boek 3 BW geen meer specifieke bepaling inzake onverschuldigde betaling van toepassing is. Indien bijstand is verstrekt in de vorm van een geldlening (of borgstelling) is echter artikel 307 lid 1 van boek 3 BW van toepassing (HR, 26 maart 1999, JVB, nr. 22). Blijkens dit artikel verjaart een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot het geven of doen - waarvan sprake is bij een geldlening (of borgstelling) - door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Kortom, is er binnen de termijn van vijf jaar geen sprake van een handeling waardoor de verjaring is gestuit, dan is het nog openstaande bedrag van de vordering na afloop van die vijf jaren verjaard.

Onderwerp: Kinderopvang

Recht op kinderopvang bij WSF. Een alleenstaande moeder met een kind jonger dan 5 jaar volgt een studie waarbij de WSF van toepassing is. De gemeente verstrekt aanvullende algemene bijstand op de studietoelage die zij ontvangt op grond van de WSF. Kan zij gebruik maken van de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders?

Antwoord
Allereerst is de gemeente meegedeeld dat in deze situatie ten onrechte algemene bijstand is verstrekt: op grond van artikel 9, lid 2 onder b Abw heeft degene die onderwijs of een beroepsopleiding volgt als bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering geen recht op algemene bijstand. Betrokken is dus uitgesloten van het recht op algemene bijstand en behoort daarom ook niet tot de doelgroep van de regeling kinderopvang.
In de toelichting op artikel 2 van de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders is specifiek vermeld dat alleenstaande ouders die een studietoelage ontvangen op grond van de Wet op de studiefinanciering niet onder de doelgroep vallen, omdat zij geen Abw ontvangen.

Bij beëindiging bijstand nog recht op kinderopvang. Een alleenstaande ouder heeft een Abw-uitkering en parttime werk, en kan om die reden in aanmerking komen voor kinderopvang in het kader van de regeling kinderopvang. Betrokkene gaat in september studeren en krijgt dat WSF. De bijstand wordt dan beëindigd. Kan betrokkene dan nog in aanmerking komen voor kinderopvang?

Antwoord
In art. 2 lid 1 van de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders 2001 is bepaald wie tot de doelgroep behoort. Aangezien betrokkene ouder is dan 18 jaar en in september vanwege het volgen van een studie met WSF geen algemene bijstand meer ontvangt en dit niet het gevolg is van het uitstromen naar betaalde arbeid, voldoet zij niet meer aan de subsidievoorwaarden (zie in het bijzonder artikel 2 lid 1 sub a, b en d van de Regeling).

Onderwerp: Wiw

Overschotten uit het vast budget. In artikel 18, tweede en derde lid van het Besluit uitvoering en financiering WIW wordt gesproken over overschotten op het vaste budget.
Moeten deze overschotten worden toegevoegd aan het budget voor scholing en activering?

Antwoord
In artikel 18, tweede lid van het Besluit uitvoering en financiering WIW wordt ingegaan op de situatie dat de gemeente door een efficiënte inzet van middelen voor de realisatie van de dienstbetrekking geld overhoud op het normbedrag, dat voor de betreffende dienstbetrekking bij het rijk kan worden berekend. De som van de overschotten die de gemeente op deze wijze creëert op het vaste budget mag de gemeente in het daarop volgende jaar besteden in het kader van de WIW of de WSW. Dit betekent dat de middelen kunnen worden toegevoegd aan het scholings- en activeringsbudget, maar dat de gemeente er ook voor kan kiezen om extra dienstbetrekkingen of werkervaringsplaatsen te realiseren of de middelen in te zetten voor de WSW. De besteding van deze middelen moet wel worden verantwoord.
In artikel 18, derde lid van het Besluit uitvoering en financiering WIW wordt ingegaan op de situatie dat de gemeente minder dienstbetrekkingen realiseert dan op grond van het beschikbare vaste budget mogelijk zou zijn geweest.
In de wijziging van het Besluit uitvoering en financiering WIW van december 2000 (Staatsblad 612 @ doorlink) is geregeld dat de niet bestede middelen door de gemeente worden toegevoegd aan het scholings- en activeringsbudget van het daarop volgende jaar. Dit betekent dus dat deze middelen alleen maar kunnen worden toegevoegd aan het scholings- en activeringsbudget en overeenkomstig de systematiek van dat budget moeten worden verantwoord.

Tekorten op het vast budget.
Als de kosten voor de dienstbetrekkingen meer bedragen dan de normbedragen en het vast budget wordt overschreden kan de gemeente dit dat financieren uit het scholings- en activeringsbudget?

Antwoord
Het budget dat aan de gemeente wordt toegekend als vast budget voor de realisatie van dienstbetrekkingen is een absoluut maximum. Als de kosten van de gemeente voor de realisatie van dienstbetrekkingen dit bedrag overschrijden, dan is dit voor rekening van de gemeente zelf. Als de som van de normbedragen van de dienstbetrekkingen die op grond van de toegekende subsidie voor het vaste budget kunnen worden gerealiseerd is dit in alle gevallen voor rekening van de gemeente. Als het vast budget wordt overschreden door dat meer dienstbetrekkingen zijn gerealiseerd dan op grond van het toegekende budget mogelijk is, dan is dit ook voor rekening van de gemeente. Een uitzondering geldt alleen voor de situatie waarin en voor zover de gemeente in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar een overschot op grond van artikel 18, tweede lid Besluit uitvoering en financiering WIW heeft gerealiseerd en deze middelen, dan wel middelen uit de WSW, heeft toegevoegd aan het vast budget voor het betreffende subsidiejaar.

Aanspraak op werkervaringsplaats.
Kan een persoon die niet gedurende minimaal een jaar als werkloos werkzoekende ingeschreven heeft gestaan bij Arbeidsvoorziening in aanmerking komen voor een werkervaringsplaats?

Antwoord
Om in aanmerking te kunnen komen voor een werkervaringsplaats moet op grond van de WIW aan enkele voorwaarden worden voldaan. De eerste voorwaarde is dat een persoon een langdurig werkloze of een jongere moet zijn.
Als langdurig werkloze wordt aangemerkt de persoon die gedurende minimaal een jaar zonder onderbreking bij Arbeidsvoorziening ingeschreven heeft gestaan als werkloos werkzoekende. Op grond van de Regeling langdurig werklozen WIW kan in specifieke situaties een persoon worden gelijkgesteld aan een langdurig werkloze. Zo kan bijvoorbeeld op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel d van de genoemde regeling een persoon worden gelijkgesteld aan een langdurig werkloze als deze persoon staat ingeschreven als werkloos werkzoekende en naar het oordeel van Arbeidsvoorziening heeft kunnen aantonen dat hij gedurende een jaar of langer zonder onderbreking werkloos werkzoekende is geweest en in voldoende mate heeft getracht arbeid te vinden.

De tweede voorwaarde is dat de betrokken persoon bij de administratieve intake na de inschrijving als werkloos werkzoekende moet zijn ingedeeld in fase 3 of 4 en dat door Arbeidsvoorziening een verklaring moet zijn verstrekt aan de gemeente dat de betrokkene is aangewezen op arbeid ingevolge de WIW (de WIW-verklaring).

Onderwerp: ID-banen

Beëindiging WIW-dienstbetrekking of ID-baan.

1. Mag een persoon die overstapt van een WIW-dienstbetrekking naar een ID-baan ook een hoger loon ontvangen dan betrokkene in de WIW-dienstbetrekking kreeg? Dit in verband met het feit dat loonschalen niet altijd aansluiten bij de hoogte van het loon in de WIW en de werkgever dus moet kiezen voor een hoger of een lager loon in de ID.

2. Wanneer ex-banenpoolers uitstromen naar een ID-baan, is dat vaak voor een overeenkomst die aangegaan wordt voor de periode van 1 jaar. Zij er waarborgen ingebouwd voor het geval het contract na 1 jaar niet wordt verlengd?

Antwoord

1. In de ID-regeling is een uitzonderingsbepaling opgenomen voor ex-WIW-werknemers. Zij mogen netto-netto overstappen. De bedoeling van deze bepaling is dat zij er niet op achteruit dienen te gaan. Hoewel het ook niet de bedoeling is dat ze er onmiddellijk op vooruit gaan, ligt het in de rede om bij de vaststelling van het beginsalaris de naastgelegen loonschaal te nemen die gelijk of hoger ligt aan het WIW-salaris.

2. In de WIW is bepaald dat de gemeenten de mogelijkheid hebben om een terugkeergarantie te bieden. Deze garantie geldt voor maximaal 1 jaar. Daarnaast ligt het in de rede om ex-banenpoolers die vanuit hun huidige werkplek doorstromen naar een ID-baan bij dezelfde werkgever onmiddellijk een dienstverband voor onbepaalde tijd te geven. De bepaling dat eenmalig een contract voor bepaalde tijd mag worden afgesloten, is in principe voor deze personen niet van toepassing. De werkgever weet immers hoe de werknemer functioneert.

Vanuit ID-baan in de WAO.
Wanneer een persoon met een ID-baan na een jaar ziekte in de WAO komt, moet de gemeente de werkgever dan blijven subsidiëren?

Antwoord
Ja. De dienstbetrekking blijft immers nog minimaal een jaar in stand. In veel CAO's is geregeld dat de werknemer een aanvulling krijgt op zijn WAO-uitkering. Dit bedrag kan de werkgever bij de gemeente blijven declareren. Over het bedrag dat overblijft omdat de werknemer een WAO-uitkering krijgt, kunnen gemeente en werkgever nadere afspraken maken, bijvoorbeeld over vervanging of reïntegratie.

Onderwerp: Wsw

Wat te doen met kosten WSW-ers voor daadwerkelijke plaatsing.
1. Kunnen de kosten die de gemeente maakt voor WSW-ers met een begeleid werken indicatie, nog voordat sprake is van een daadwerkelijke plaatsing, ten laste worden gebracht van het WSW-budget?

2. Wat is het verschil tussen het begrip arbeidsinpassing, zoals genoemd in het besluit Arbeidsinpassing, en het begrip bemiddeling?

Antwoord

1. De gemeente heeft bestedingsvrijheid van het WSW-budget. Het is echter wel zo dat een geïndiceerde die nog geen arbeidsovereenkomst heeft in het kader van begeleid werken, niet meetelt in de taakstelling van de gemeente. De gemeente zou bij een toeleidingstraject van een geïndiceerde naar een begeleid werken-plaatsing bijvoorbeeld ook kunnen putten uit algemene middelen of uit het budget scholing en activering van het Werkdeel van het FWI
2. In de WSW wordt over arbeidsinpassing gesproken als het gaat om Begeleid Werken (dus werk buiten het SW-bedrijf, maar binnen de WSW). Wanneer men spreekt over bemiddeling gaat het om bemiddeling naar niet-gesubsidieerde arbeid.

___________ zoek

zoek Home Links Sitemap E-mail
actueel

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie