Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Oliemaatschappijen houden via pomphouders prijzen hoog

Datum nieuwsfeit: 18-12-2001
Vindplaats van dit bericht
Bron: Nederlandse Mededingingsautoriteit
Zoek soortgelijke berichten
Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa)

Persbericht 01-46

Den Haag, 18 december 2001

NMa: oliemaatschappijen houden via afspraken met pomphouders prijzen kunstmatig hoog

De Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) heeft vastgesteld dat de grote oliemaatschappijen (Shell, BP, Esso, TotalFina en Texaco) via een stelsel van afspraken met zelfstandige pomphouders de prijs van benzine, diesel en LPG kunstmatig hoog houden. Aangezien alle oliemaatschappijen een steunsysteem voor pomphouders op nagenoeg identieke wijze toepassen, heeft dit tot gevolg dat de pomphouder niet wordt geprikkeld om een lagere prijs dan de landelijke adviesprijs van zijn leverancier te rekenen. Dit gebrek aan onderlinge concurrentie betekent voor de consument hogere prijzen en bemoeilijkt toetreding tot deze markt.
Deze afspraken tussen oliemaatschappijen en pomphouders zijn zogenaamde verticale afspraken. Deze vallen onder de Europese groepsvrijstelling voor verticale afspraken. Aangezien de Europese vrijstellingen naar de Mededingingswet doorwerken, zijn ze niet verboden. Omdat het cumulatieve effect van deze afspraken volgens de NMa op de Nederlandse markt sterk mededingingsbeperkend is, heeft de directeur-generaal van de NMa heden aan de oliemaatschappijen zijn voornemen aangekondigd het effect van deze vrijstelling buiten werking te stellen. Hierdoor gaan de afspraken alsnog onder het kartelverbod vallen en zou bij voortzetting van deze afspraken sprake zijn van een overtreding van het kartelverbod, waarvoor de NMa een boete of sanctie kan opleggen.

Markt
De Nederlandse markt kenmerkt zich door een dicht stelsel van benzinestations langs de snelwegen, provinciale en lokale wegen. Benzine (Euro95, diesel en LPG) is een product waarmee men zich niet kan onderscheiden per merk (homogeen product). Bovendien is benzine weinig gevoelig voor prijsveranderingen: bij een hogere prijs blijft de vraag stabiel.
Het marktaandeel van marktleider Shell ligt in Nederland veel hoger dan dat van marktleiders in omringende landen en ook het verschil met nummer twee (BP) is in Nederland veel groter. Toetreding van nieuwkomers tot deze markt is al zeer beperkt door de schaarste aan nieuwe locaties en de strenge milieu-eisen.
Prijsvorming op de brandstoffenmarkt is zeer transparant. Alle oliemaatschappijen baseren hun inkoopprijs op dezelfde internationale notering. De verschillen tussen de adviesprijzen van de verschillende oliemaatschappijen zijn marginaal. Shell maakt wijziging van de adviesprijs openbaar via haar website.
De grote oliemaatschappijen Shell, BP, Esso, TotalFina en Texaco hebben de meeste pompstations, waarbij drie typen zijn te onderscheiden: het station is eigendom van de oliemaatschappij en wordt ook door de oliemaatschappij geëxploiteerd; het station is eigendom van de oliemaatschappij en wordt door een zelfstandige pomphouder geëxploiteerd; het station is eigendom van de pomphouder en wordt tevens door hem geëxploiteerd. Het onderzoek van de NMa heeft zich gericht op benzineleveranties via de twee laatstgenoemde typen, die samen 41 % van de totale afzet van benzine en diesel in Nederland voor hun rekening nemen.

Steunsysteem
De oliemaatschappij sluit met de zelfstandige pomphouders exclusieve afnamecontracten af, waardoor pomphouders vaak voor lange tijd zijn gebonden aan hun leverancier. Tevens geeft de oliemaatschappij een adviesprijs af voor de verkoop van Euro95, diesel en LPG. Voor de pomphouders zijn standaardmarges afgesproken, waarmee voor de pomphouder vaststaat welk deel naar hemzelf en welk deel naar de oliemaatschappij gaat voor iedere verkochte liter. De marge voor de oliemaatschappij ligt hoger dan die voor de pomphouder. Voor sommige pomphouders zijn additionele kortingen afgesproken. In vergelijking met het buitenland blijken deze marges op de benzineprijzen in Nederland het hoogst te liggen. Deze hogere brutomarge kan maar ten dele worden verklaard door hogere kosten in Nederland, zoals bijvoorbeeld de milieu- en loonkosten.

Alle oliemaatschappijen kennen steunsystemen. Door een systeem van steunkortingen stelt de oliemaatschappij de pomphouder in staat prijsverlagingen van concurrenten te volgen. Dit steunsysteem staat in het contract dat de oliemaatschappij met de pomphouder afsluit. Steun wordt in beginsel gegeven op basis van staffels, waarin per kortingsbedrag op de adviesprijs staat aangegeven hoeveel de bijdrage van de oliemaatschappij en van de pomphouder bedraagt. Uit onderzoek is de NMa gebleken dat steun niet wordt verleend in die gevallen wanneer de pomphouder zelf zou besluiten om zijn verkoopprijzen te verlagen. Dit betekent in de praktijk dat geen enkele pomphouder vrijwillig zijn prijzen naar beneden zal bijstellen. Steun wordt verleend als de pomphouder aan de oliemaatschappij meldt dat een pompstation in de buurt de prijzen heeft verlaagd waardoor zijn omzet gevaar loopt. De oliemaatschappij verleent de steun voor de duur van de actie onder voorwaarde dat de pomphouder de korting doorgeeft aan de consument. Zodra de concurrent zijn actie heeft beëindigd stopt de steunsituatie. Uit onderzoek is de NMa gebleken, dat dergelijke steunacties veelvuldig en voor lange(re) periodes voorkomen. Bij de steunverlening is er centrale sturing van de oliemaatschappij. Het gevolg van dit steunsysteem is, dat enerzijds de oliemaatschappij een sterke grip heeft op de prijs die de pomphouder rekent en anderzijds dat de pomphouder niet gestimuleerd wordt om met de prijs te stunten. Hij weet immers dat hij geen extra omzet zal generen, omdat hij ervan uit mag gaan dat omliggende pompstations zijn prijsverlaging kunnen en zullen volgen. Oliemaatschappijen bieden hiermee tevens bescherming aan hun eigen pompstations. Voor nieuwe toetreders werpt dit systeem naast de bestaande hoge drempels nog een extra drempel op. Dit betekent dat de consument door deze afspraken over de afgelopen periode aanzienlijk meer heeft betaald dan onder normale competitieve omstandigheden.

Sommige pomphouders die een pompstation exploiteren dat eigendom is van een oliemaatschappij hebben een contract waarbij de oliemaatschappij hen een vast ondernemersinkomen garandeert: bij een lagere omzet dan vooraf ingeschat, past de oliemaatschappij bij; bij een hogere omzet wordt de winst grotendeels afgeroomd. Hiermee is de prikkel om van de adviesprijs af te wijken nog geringer. Door het gecombineerde effect van de gehanteerde steunsystematiek, de transparantie van de markt, het geringe aantal partijen, de eigenschappen van het product benzine en de hoge toetredingsdrempels voor nieuwkomers is het effect van de afspraken tussen oliemaatschappijen en pomphouders dat de mededinging op de Nederlandse markt sterk wordt beperkt.

Procedure
Omdat voor verticale relaties zoals tussen de oliemaatschappijen en pomphouders een Europese vrijstelling van toepassing is, zijn deze afspraken daarmee ook vrijgesteld van het kartelverbod. De NMa heeft echter geconstateerd dat de gevolgen van de afspraken tussen oliemaatschappijen en pomphouders een sterk concurrentiebeperkend effect hebben op de Nederlandse markt. In een situatie waarbij de NMa mededingingsbeperkingen van deze aard vaststelt die alleen effect hebben op de Nederlandse markt heeft de d-g NMa de mogelijkheid de doorwerking van de Europese vrijstelling naar het Nederlandse kartelverbod buiten toepassing te verklaren. Het voornemen daartoe heeft hij heden aan de betrokken partijen gemeld. Zij kunnen vervolgens hun zienswijze daarop geven. Daarna neemt de NMa een definitief besluit. In de tussentijd zal de NMa de ontwikkelingen op deze markt nauwgezet blijven volgen.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie