Gemeente Den Helder
02-09-2004
Cultuurhistorie in Den Helder
De geschiedenis van een stad bepaalt voor een deel haar toekomst. Het
vroegere Den Helder bepaalt mede het beeld van vandaag én van de
toekomst. Sinds mei staan er op de voorlichtingspagina regelmatig
artikelen over het cultureel erfgoed van Den Helder. Deze week kunt u
iets lezen over de bunkers in Den Helder. Heeft u suggesties voor
artikelen of vragen over de cultuurhistorie van Den Helder? Neem dan
contact op met de beleidsmedewerker Cultuurhistorie van de afdeling
Ruimte, Wonen en Ondernemen, mevrouw M.F. Laan, telefoonnummer (0223)
678 838 (niet op woensdag).
Toen Den Helder nog een eiland was
Ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1649) lagen de dorpen
Helder en Huysduijnen op een eiland. De dreiging van de zee was groot.
In 1610 werd het Eijlandt van Huysduijnen verbonden met het vaste
land: tussen het eiland en de polder Callantsoog werd de Van
Oldebarneveltsdijk aangelegd, nu bekend als de Zanddijk.
Den Helder als oorlogshaven
In 1791 werd besloten Nieuwediep aan te wijzen als veilige ligplaats
voor oorlogsschepen. Door de aanleg van de oorlogshaven was het
noodzakelijk verdedigingswerken aan te leggen. Er werden eenvoudige
kustbatterijen aangelegd. Na de Engels-Russische invasie van 1799
bleek ook landverdediging nodig. In 1803 kreeg de Oude Helder een
omwalling. Onder Napoleon werd begonnen met de bouw van vestingwerken
voor landverdediging, een gordel vanaf de zuidzijde van de haven met
een ruime boog tot aan de westzijde van Helder.
Den Helder in de Tweede Wereldoorlog
De Duitse machthebber die vanaf 1940 Nederland bezette, was bang voor
een invasie vanuit zee. Er werd daarom een grote kustverdedigingslinie
gemaakt, in eerste instantie gericht op het verdedigen van alle
belangrijke havens. Rond Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden en Den
Helder werden vestingen aangelegd, die bestonden uit o.a. bunkers,
mijnenvelden en versperringen. Den Helder kon, vanwege de ligging in
de kop van Noord-Holland, van meer dan een kant aangevallen worden. Om
het de vijand ook op het land moeilijk te maken, werd langs de hele
Nederlandse kust een landfront aangelegd. Dit landfront werd later de
Atlantikwall genoemd. In 1942 werd begonnen met het eerste
bunkerbouwprogramma. Bunkercomplexen kregen bouwplaatsnummers en de
bunkers kregen typenummers.
Atlantikwall
Op last van de Duitse bezetter werd een zigzaglopende linie aangelegd,
even ten zuiden van het toenmalige Julianadorp. Hij liep parallel aan
de Schoolweg en de latere van Foreestweg. De linie bestond in het
duingebied uit drakentanden, tankmuren, mijnenvelden en versperringen
en in het lage land, meer naar het oosten in de polder, uit een
gegraven tankgracht van enkele meters breed. De tankgracht liep naar
het oosten toe tot over het Noord-Hollands Kanaal. De linie liep in
een zigzagvorm omdat dat meer weerbaarheid bij een aanval gaf. Op
strategische punten in de linie werden bunkers geplaatst: aan de kust,
nabij de kruising in Julianadorp en nabij het Noord-Hollands Kanaal.
De twee bunkers in Julianadorp aan de Schoolweg hadden verschillende
functies: de ene was een munitiebunker, de ander werd gebruikt als
onderkomen van manschappen.
Bunker in Grafelijkheidsduinen
Aan de noordelijke rand van de Grafelijkheidsduinen in Huisduinen, ten
oosten van Fort Kijkduin, ligt heden ten dage nog steeds een Duits
bunkercomplex uit de Tweede Wereldoorlog. Eén van die bunkers springt
daarbij direct in het oog: het is de Flugabwehrgruppenkommandostand,
bij velen bekend als de Kroontjesbunker. Wie heeft daar als kind niet
gespeeld? De bunker dankt zijn naam aan de uitstulpingen bovenaan de
toren; waarschijnlijk zijn dit bevestigingspunten voor een houten
omloop. De bunker is bijzonder omdat er in Nederland slechts vijf van
dit type zijn gebouwd (in IJmuiden, Hoek van Holland, Vlissingen,
Utrecht en Den Helder). Ook in de rest van het door de Duitsers
bezette Europa kwam dit type nauwelijks voor.
Geschiedenis
De bunkers in ons landschap zijn een tastbare herinnering aan de
Tweede Wereldoorlog. De bunkers dragen om die reden nog steeds een
smet met zich mee. Daarom werden ze vaak gesloopt of onder de grond
gestopt, maar ze zijn wel degelijk onderdeel van de vaderlandse, en
ook de Helderse geschiedenis. De bunkers van de Atlantikwall vormen
bovendien de laatste exponenten van permanente verdedigingswerken in
Nederland. Van het grote aantal Duitse bunkers dat Nederland ooit
telde, is nog maar weinig over. Het complex in de Grafelijksduinen
verkeert nog nagenoeg in de oorspronkelijke staat.