|
|
|
Heemskerk: 'Verbeter export waterkennis'
 |
Datum nieuwsfeit: 10-06-2009 |
 |
Bron: Ministerie van Economische Zaken |
|
|
| Scroll de pagina (druk op een toets of muisknop om het scrollen te stoppen) |
Ministerie van Economische Zaken
Heemskerk: 'Verbeter export waterkennis'
Waar ik ook kom ter wereld, als ik zeg: `Nederland', dan denken mensen
aan `water'. Het is ons oer-bestaan: ons gevecht tegen het water en
het benutten van het water. Onze reputatie op het gebied van
waterbouw, waterzuivering en drinkwaterbeheer is ijzersterk.
Toch heb ik het gevoel dat we onze reputatie, kennis en ervaring en
vooruitstrevende onderzoek op het gebied van water onvoldoende
verzilveren. We hebben te weinig oog voor export en investeringen op
dit gebied in het buitenland. We kunnen waterbedrijven meer ruimte
geven om te exporteren en te investeren in het buitenland.
Klimaatverandering
Water wordt internationaal steeds belangrijker, bijvoorbeeld door de
klimaatverandering. Het zorgt het nu al voor uitdagingen: door de
toename van het aantal orkanen of de toenemende droogte, waardoor
beschikbaarheid en kwaliteit van drinkwater onder druk komen te staan.
De Nederlandse watersector kan hierop aansluiten: door mensen te
helpen met hun kennis, ervaring en onderzoek.
Als ik naar de Nederlandse watersector kijk, dan zie ik echter twee
verschillende werelden, waar de overheid heel verschillende rollen
speelt. De overheid heeft twee verschillende brillen voor de
watersector. De eerste is voor de 'hardere' waterinfrastructuur, zoals
de baggeraars, kustbouwers en zuiveringstechnologieën. Bedrijven die
commercieel opereren en goed zijn in het benutten van exportkansen. De
overheid helpt deze bedrijven om te exporteren en te
internationaliseren.
6,5 miljard
Deze bril is aardig op sterkte. Het 'harde' deel van de watersector
exporteert jaarlijks voor bijna 6,5 miljard euro, ofwel bijna 2
procent van de totale Nederlandse export. Het is geen toeval dat juist
Nederlandse waterbouwers in New Orleans, met steun van de overheid,
aan de slag konden gaan na de verschrikkelijke orkaan Katrina.
Riolering
De andere bril die de overheid op heeft, geldt voor het 'zachtere'
watercluster van drinkwaterbedrijven, de waterschappen en - in mindere
mate - het afvalwater en de riolering. Hier kijken we vooral naar
heldere spelregels in eigen land. Voorop staat dat de
drinkwaterkwaliteit gegarandeerd is - geld verdienen is aan dat doel
ondergeschikt. Met deze bril kun je niet ver meekijken - de kansen die
buiten Nederland liggen, blijven buiten beeld. Het is eigenlijk vooral
een leesbril. De opgave voor de overheid is die twee brillen om te
zetten in één bril: een multifocale bril voor dichtbij en voor ver
weg.
Riskant avontuur
Neem de drinkwaterbedrijven. Zij blijven op dit moment behoorlijk
achter in de exportcijfers. De organisatievorm is daar niet op
toegesneden. Het zijn bedrijven die alleen een publiek belang dienen.
Daardoor zijn de drinkwaterbedrijven van oudsher voorzichtig en weinig
internationaal georiënteerd. Ook zijn er regels die het bedrijven
simpelweg verbieden om veel internationale activiteiten te ontplooien.
Één procent is nog steeds het maximum van de omzet die ze in het
buitenland mogen halen. Maar waarom eigenlijk? Is alles boven de 1
procent een 'riskant avontuur' in het buitenland? Mogen burgers en
bedrijven in andere landen niet meer profiteren van onze kennis en
kunde over schoon en veilig waterbeheer?
Ontwikkelingssamenwerking
De twee grootste drinkwaterbedrijven - Vitens en Evides - hebben samen
een aparte bv opgericht voor projecten in het kader van
ontwikkelingssamenwerking. Dat is natuurlijk prachtig, want schoon
water is van levensbelang voor de meest kwetsbare bewoners van de
allerarmste landen. Het biedt het bedrijf nieuwe inzichten op
internationale markten en maakt hem ook tot een aantrekkelijker
werkgever. Immers, talent kan zich internationaal ontplooien.
Maar waarom zou deze watersector zich alleen moeten richten op
ontwikkelingssamenwerking? Er zijn ook - commerciële - kansen in
rijkere landen. Groei van export en investeringen in het buitenland
zorgen voor een nog grotere bijdrage van deze hoogwaardige sector aan
de Nederlandse economie en een verdere versterking van onze
internationale reputatie. Want waarom kunnen Nederlandse
waterbedrijven wel de watervoorziening in Ghana organiseren, maar niet
in de Verenigde Staten?
Chloor
Ik weet zeker dat de Nederlandse drinkwaterbedrijven ook in de VS
kunnen zorgen voor schoon, zuiver en betaalbaar drinkwater. Al moeten
de Amerikanen dan wel wennen aan het gegeven dat betrouwbaar
drinkwater helemaal niet naar chloor hoeft te smaken. Kortom, de
onderbouwing van het plafond van 1 procent lijkt mij voor discussie
vatbaar. Nederland moet zijn unieke waterkennis internationaal beter
benutten. Samen met het bedrijfsleven kan de overheid de Nederlandse
watersector in het buitenland een nog sterker profiel geven. Ik ben
ervan overtuigd dat de Nederlandse watersector, en vooral de
drinkwaterbedrijven, overal ter wereld een rol kan spelen, van Afrika
tot in de Verenigde Staten, van Mongolië tot en in de Golfstaten. De
Nederlandse watersector moet daar de komende tijd met extra energie
aan werken.
|
|
 |
Dit is een bericht uit het Nieuwsbank persberichtenarchief. Gegevens in
dit bericht kunnen verouderd zijn. Overname is toegestaan onder
voorwaarden.
Eventueel in dit bericht vermelde (e-mail) adressen en telefoonnummers
zijn uitsluitend bedoeld voor journalisten.
Terug naar boven
|
|