|
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Datum 1 december 2009
Betreft beantwoording Kamervragen CDA over studiefinanciering hbo-
studenten die afstromen naar het mbo
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden Jan Jacob van Dijk en
Aasted-Madsen-van Stiphout (beiden CDA) over het recht op studiefinanciering
voor hbo-studenten die afstromen naar mbo.
De vragen zijn mij toegezonden met uw brief met kenmerk 2009Z20774
(ingezonden op 6 november 2009).
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
dr. Ronald H.A. Plasterk
a
agina 1 van 3
P
2009Z20774 Datum
Vragen van de leden Jan Jacob van Dijk en Aasted-Madsen-van Stiphout (beiden Onze referentie
CDA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het recht op HO&S/172346
studiefinanciering voor hbo-studenten die afstromen naar mbo. (Ingezonden 6
november 2009)
1
Bent u op de hoogte van het feit dat hbo-studenten soms
noodgedwongen moeten besluiten hun opleiding op mbo-niveau af te
ronden?
Mijn beleid is erop gericht dat een student met de vereiste vooropleiding een hbo-
opleiding die past bij zijn interesse en profiel succesvol moet kunnen afronden.
Studenten krijgen in het eerste jaar van hun studie de gelegenheid om vast te
stellen of de opleiding bij hen past. Als blijkt dat de opleiding voor hen te hoog
gegrepen is of niet aansluit bij hun belangstelling, dan kunnen zij zonder
prestatiebeursschuld uitstromen vóór 1 februari van hun eerste studiejaar (of, als
zij instromen op 1 februari, vóór 1 september). De instelling kan bovendien in het
eerste jaar een bindend studie-advies afgeven aan studenten die onvoldoende
studieresultaten behalen.
Het kan inderdaad voorkomen dat er desondanks studenten zijn die in een latere
fase van hun studie alsnog naar het mbo afstromen. Dit vind ik geen gewenste
situatie en zou wat mij betreft zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Hiervoor heeft de student zelf een verantwoordelijkheid, evenals de instelling.
2
Is het waar dat een student die binnen 47 maanden na eerste toekenning
van de studiefinanciering de overstap maakt van een hbo- naar een mbo-
opleiding alleen recht heeft op de basisbeurs voor een mbo-opleiding
over de periode dat daadwerkelijk onderwijs wordt gevolgd aan een
mbo-opleiding?
In uw vraag suggereert u dat studiefinancieringaanspraken voor een mbo- en een
hbo-opleiding één op één aan elkaar zijn gekoppeld. Dit is niet het geval. Het gaat
om gescheiden rechten. Een deelnemer aan een mbo-opleiding op niveau 3 of 4
krijgt studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs voor het volgen van
deze opleiding (maximaal 48 maanden), waarna hij nog 3 jaar leenrecht kan
uitoefenen. Hij kan deze niet inzetten voor het volgen van een hbo-opleiding of
vice versa. Daar staat tegenover dat een deelnemer na afronding van zijn mbo-
opleiding een hbo-opleiding kan gaan volgen, waarbij hij opnieuw volledige
studiefinancieringaanspraak voor die hbo-opleiding heeft.
Studiefinancieringaanspraak voor een mbo-opleiding ná het genieten van
studiefinanciering voor een hbo-opleiding is ook mogelijk, tenzij reeds vier jaren
studiefinanciering voor het volgen van die hbo-opleiding zijn verbruikt (zie artikel
2.16, tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000). Met dit artikel wordt een
prikkel tot strategisch gedrag voorkomen en wordt gestimuleerd dat de student
zijn hbo-opleiding afrondt dan wel dat hij tijdig switcht naar een opleiding die wel
passend is.
Dit betekent dat een student die na 47 maanden gebruikmaking van
studiefinanciering voor een hbo-opleiding afstroomt naar een mbo-opleiding,
opnieuw volledige studiefinancieringaanspraak heeft voor de mbo-opleiding. Dat
Pagina 2 van 3
neemt niet weg dat de 47 maanden prestatiebeurs die zijn ontvangen voor de Datum
hbo-opleiding, bij het niet voldoen aan de prestatie-eis (het behalen van een
diploma voor een hbo-opleiding) binnen 10 jaar, worden omgezet in een lening. Onze referentie
HO&S/172346
Studenten hebben 10 jaar de tijd om hun hbo-diploma te halen. Een studerende
die afstroomt naar het mbo en daar een diploma haalt, heeft dus nog enkele jaren
de tijd om alsnog zijn hbo-opleiding succesvol af te ronden. Dat kan ook een
deeltijdopleiding zijn of een andere opleiding dan de oorspronkelijke. De genoten
maanden prestatiebeurs voor de hbo-opleiding worden dan alsnog omgezet in een
gift.
In uitzonderlijke gevallen kan de IB-Groep de wet buiten toepassing laten via de
hardheidsclausule. Meestal gaat het dan om situaties waarin iemand door ziekte
of een ongeval zijn studie niet kan afmaken. In ieder geval gaat het altijd om
situaties waarin iemand buiten zijn of haar schuld om door overmacht niet in
staat was om een studie af te ronden.
3
Vindt u het rechtvaardig dat een student die na drie jaren overstapt van
hbo naar mbo de prestatiebeurs hbo volledig moet terugbetalen en alleen
recht op studiefinanciering bestaat voor dat ene jaar mbo? Waarom?
Zie het antwoord op vraag 2.
4
Vindt u het niet rechtvaardiger om in die gevallen het fictieve bedrag aan
studiefinanciering mbo voor de leerjaren dat de student nog
ingeschreven was bij een hbo-instelling, in mindering te brengen op de
studieschuld hbo? Waarom?
Ik ben hiervan geen voorstander. Het lokt strategisch gedrag uit en is
administratief ingewikkeld.
Voor studerenden die buiten hun schuld om de hbo-opleiding niet hebben kunnen
afronden, bestaat een vangnet. Bovendien is mijn beleid erop gericht studerenden
te stimuleren zo snel mogelijk naar de juiste opleiding over te stappen als blijkt
dat zij niet op hun plek zitten.
5
Ben u bereid om de wet- en regelgeving zo aan te passen zodat een
student die via hbo een mbo-opleiding afrondt binnen vier jaren ook vier
jaren recht heeft op studiefinanciering, zeker als in ogenschouw
genomen wordt dat er nauwelijks verschillen zijn in de hoogte van de
studiefinanciering voor hbo en mbo?
Zie mijn antwoorden bij vraag 2 en 4.
6
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór de behandeling van de begroting
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap?
De begrotingsbehandeling heeft inmiddels plaatsgevonden.
Pagina 3 van 3
|
* |