Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Werkprogramma 2010 Adviesraad Gevaarlijke Stoffen
Op verzoek SG VROM d.d. 21 april 2010 geactualiseerde versie WP 2010 (oorspronkelijke
versie WP 2010 d.d. 17 juli 2009 is niet behandeld door de penvoerend Minister (VROM))
Veiligheid is nooit af: op het terrein van het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen is
voortdurend signalering en monitoring nodig van ontwikkelingen in maatschappij, techniek en
regelgeving. De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen draagt eraan bij dat de samenhang in het
beleid van de overheid wordt bevorderd en dat incidentgedreven beleid wordt voorkomen. De
AGS is ook een instituut waar problemen met veiligheid vanuit de praktijk kunnen worden
aangekaart. Dit waarborgt continuïteit en voorkomt dat advisering uitsluitend plaatsvindt op
basis van een ad hoc behoefte aan advies.
Taken van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen
De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen is in 2003 ingesteld op advies van de commissie Oosting
die onderzoek deed naar de Vuurwerkramp in Enschede. De AGS heeft tot taak de regering
en de Eerste en Tweede Kamer gevraagd en ongevraagd te adviseren over beleid en
wetgeving ter voorkoming van ongevallen en rampen met gevaarlijke stoffen. Daarnaast
signaleert en onderzoekt de AGS ontwikkelingen op het gebied van veiligheid, die van belang
zijn voor het aanpassingen of vaststellen van nieuw gevaarlijke stoffenbeleid.
Bij investeringen in veiligheid spelen grote economische en maatschappelijke belangen een
rol. Om die belangen goed tegen elkaar te kunnen afwegen is een degelijk debat nodig, dat
gebaseerd is op betrouwbare en feitelijke informatie. Besluitvorming op dit terrein is complex.
Veel verschillende activiteiten moeten op een veilige manier op een beperkt oppervlak naast
elkaar en gelijktijdig kunnen plaatsvinden. De belangen van ondernemingen en van burgers
vallen daarbij niet altijd samen. Voor het afwegen van de voor- en nadelen van politieke
maatregelen is het noodzakelijk om over de juiste informatie te beschikken. De AGS beschikt
over deze expertise en levert op onafhankelijke wijze waardevolle input voor dit
maatschappelijke uiterst relevante debat. Daarnaast heeft de AGS ook een signalerings- en
monitoringfunctie. Daar waar de aandacht van overheid en bedrijfsleven voor veiligheid en
gevaarlijke stoffen dreigt te verslappen, vraagt de AGS om meer attentie voor een
langetermijnbeleid.
Strategische kabinetsthema's 2009/2010
Het kabinet heeft vijf strategische themas geformuleerd, waarop de werkprogrammas van de
adviesraden en planbureaus aan dienen te sluiten. De AGS meent hierin voor vier van de vijf
doelstellingen te zijn geslaagd (niet voor "maatschappelijke achterstanden"), net als in de
voorgaande jaren. De doelstellingen "schaarste en transitie" en "nieuwe technologieën"
behoeven geen nader explicitering; deze volgen direct uit de taak van de raad en zijn
gemakkelijk herkenbaar in de onderstaand genoemde adviezen.
Voor het werkterrein van de AGS heeft de kabinetsdoelstelling "openbaar bestuur van de
toekomst: over legitimiteit en vertrouwen" betrekking op bijvoorbeeld de besluitvorming in de
ruimtelijke ordening voor de chemische industrie en voor de energiesector, alsmede het
gerelateerde vervoer. Onderstaand is onder de kopjes "risicoberekeningen" en "basisnet
vervoer gevaarlijke stoffen" een nadere toelichting gegeven. In 2008 bracht de AGS op
verzoek van de Ministers van VROM, BZK en VenW een goed ontvangen advies uit over
verbeterde aansluiting tussen het ruimtelijke ordening- en milieubeleid en het
rampenbestrijding- en hulpverleningbeleid. Onder het kopje "Letselindicatoren,
scenarioanalyse en maatregelen" wordt aangegeven welke aanvullende mogelijkheden de
AGS ziet om in dit verband de methodieken die de rampenhulpverlening hanteert te
verbeteren. Ook de rol van de overheid bij het borgen van een adequate kennisinfrastructuur
regardeert deze kabinetsdoelstelling. Onder de kopjes "Investeren in kennis = investeren in
veiligheid" en "Advies over strategie in de kennisinfrastructuur" wordt hierop nader ingegaan.
De kabinetsdoelstelling "dynamiek en zekerheid in een open samenleving" komt eveneens
terug in meerdere adviesonderwerpen. In de eerder genoemde ruimtelijke ordening- en
vervoervraagstukken speelt de technische en maatschappelijke dynamiek binnen een steeds
verder verdichtend Nederland een steeds belangrijkere rol. Technologieën en inzichten
veranderen, nieuwe stoffen worden ontwikkeld en bestaande stoffen worden op nieuwe wijze
Werkprogramma 2010 Adviesraad Gevaarlijke Stoffen
Nog te accorderen door penvoerend Minister (VROM)
Pagina 1 van 6
en op grotere schaal toegepast (zie onderstaand "waterstof" en "Liquified Natural Gas"). Ook
maatschappelijk is er op allerlei fronten sprake van dynamiek: verdichting van Nederland,
toename van bedrijvigheid en van transport, demografische ontwikkelingen, veranderingen in
de kennisinfrastructuur, veranderingen in risicoanalyse inzichten en risicoacceptatie door de
bevolking et cetera. In het advies over de kennisinfrastructuur (zie onder) is mede op basis
van een internationale oriëntatieronde van de AGS een uitgebreide analyse van de
technische en maatschappelijke dynamiek gegeven. De kabinetsdoelstelling komt eveneens
terug in het onderwerp "In- en externe veiligheid", dat is gericht op de consequenties van het
huidige onderscheid tussen interne en externe veiligheid. In 2006 heeft de AGS al
geadviseerd over een nieuwe manier van het stimuleren in plaats van tegengaan, zoals nu
van flexibiliteit en technologische vernieuwing in de regelgeving op het terrein van veilig
omgaan met gevaarlijke stoffen (zie het advies "De Publicatiereeks gevaarlijke stoffen nader
beschouwd"). De huidige regelgeving werkt remmend op de Nederlandse concurrentiepositie
en is gemakkelijk te verbeteren onder gelijktijdige verbetering van het niveau van veiligheid.
Internationale samenwerking
De Adviesraad beschouwt het opzetten en voortdurend onderhouden van internationale
kennisnetwerken als één van zijn kernactiviteiten. Zonder de multidisciplinaire inbreng van
wetenschappers en ervaringsdeskundigen is een goede analyse van risicos en het aangeven
van verbeteringsmogelijkheden ter verkleining van risicos immers onmogelijk. De AGS heeft
onder andere goede contacten met het European Process Safety Center in Groot-Brittannië
en het Mary Kay OConnor Process Safety Center in de Verenigde Staten.
Risicoberekeningen
Aan de hand van risicoanalyses bepaalt de overheid welk deel van de openbare ruimte moet
worden gereserveerd om afstand te creëren tussen de bevolking en mogelijk gevaar. Grote
bedragen worden op grond van dit soort berekeningen geïnvesteerd in ruimte, woningen en
voorzieningen, bedrijventerreinen en vervoersassen. Maar al lange tijd is bekend dat die
methoden van risicomodellering niet goed aansluiten op de werkelijkheid. Een van de
oorzaken is een gebrek aan wetenschappelijke gegevens en voldoende realistische modellen
van bijvoorbeeld de verspreiding van gaswolken. In feite zijn de betrouwbaarheidsgrenzen
van de gebruikte uitstromings- en verspreidingsmodellen niet bekend. Daarnaast zijn de
gegevens over de giftigheid van stoffen meestal schattingen met een grote spreiding. Verder
zijn ook de genoemde kansen op ongevallen onvoldoende gefundeerd. Dit laatste komt deels
doordat oorzaak-gevolg relaties niet worden onderkend en deels doordat cijfers over de kans
op een mogelijk defect aan een installatie onvoldoende betrouwbaar zijn. Het feit dat de
bestaande risicomodellen niet goed aansluiten op de werkelijkheid heeft niet alleen te maken
met de genoemde leemtes in technische kennis, maar ook met het slecht te kwantificeren
effect van veiligheidsmanagement en cultuur, alsmede de rol van kostendruk in bedrijven. Dit
alles vraagt om een heroriëntatie over de bruikbaarheid van de gehanteerde
risicoanalysemethoden. Hieraan kan de AGS een essentiële bijdrage leveren.
Investeren in kennis = investeren in veiligheid
Grote chemische bedrijven beschikken in de regel over de benodigde kennis op het gebied
van opslag en transport van gevaarlijke stoffen. Maar kleinere bedrijven lang niet altijd.
Daarvoor is kennisuitwisseling, via bijvoorbeeld brancheorganisaties, een uitkomst.
Daarnaast is het belangrijk dat ook de overheid borgt dat veiligheid meer is dan een afvinklijst
van getroffen maatregelen. De overheid zelf heeft behoefte aan specialistische kennis,
bijvoorbeeld voor toezicht en handhaving bij het herkennen van gevaarlijke situaties en
beoordelen van de veiligheidsmaatregelen die bedrijven nemen. Voor vergunningverlening is
andere specialistische kennis nodig voor het berekenen van risico's van bedrijvigheid in de
woonomgeving. In de huidige praktijk is het met name voor de kleinere gemeenten lastig om
dergelijke specialistische kennis te onderhouden. Met een beperkt aantal lokale ambtenaren
moet een breed scala aan wetgeving worden uitgevoerd. De AGS inventariseerde eerder de
vakgebieden die essentieel zijn binnen de kennisvelden van gevaareigenschappen van
stoffen, systeemveiligheid, technische en organisatorische aspecten van procesveiligheid en
risicoanalyse. Via zijn netwerk en door de interactieve werkwijze met het bedrijfsleven,
internationale kennisinstituten en overheid, bevordert de AGS de uitwisseling van
deskundigheid en ervaring, die nodig is voor een integrale veiligheidsaanpak.
Werkprogramma 2010 Adviesraad Gevaarlijke Stoffen
Nog te accorderen door penvoerend Minister (VROM)
Pagina 2 van 6
Adviezen in voorbereiding in 2010
De AGS heeft momenteel in 2010 vijf adviezen in voorbereiding. Eén advies is reeds op 21
april aangeboden aan het kabinet en aan de Staten-Generaal. Het betreft het advies
,,Risicoberekeningen volgens voorschrift: een ritueel voor vergunningverlening. De vijf
adviezen waaraan wordt gewerkt, worden onderstaand toegelicht.
PGS 10 `Vloeibare Zwaveldioxide: opslag en gebruik'
Het Ministerie van VROM heeft als penvoerend departement op 31 maart 2010 de AGS
gevraagd advies uit te brengen over het deel uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen waarin
regels zijn opgenomen voor de opslag en het gebruik van zwaveldioxide. De Ministeries van
VROM, BZK, SZW en VenW hebben in juli 2005 de oorspronkelijke uitgave uit 1983 opnieuw
en ongewijzigd uitgegeven. In de tussenliggende decennia is er een en ander veranderd in de
hogere wet- en regelgeving en in inzichten in risicobeheersing en in de mogelijkheden om de
veiligheid te verbeteren.
Het Ministerie maakt op dit moment een inventarisatie van de problemen die het heeft met de
nu vigerende publicatie. Aan de hand van de door het Ministerie van VROM te verstrekken
achtergrondinformatie en de concrete, uitgewerkte vraagstelling van het Ministerie, zal nadere
afstemming volgen. De AGS zal vervolgens de adviesaanvraag in behandeling nemen.
Advies over de methodologie van de risicoanalyse
De AGS heeft eerder al adviezen uitgebracht over de staat van kwantitatieve risicoanalyse
(QRA) in Nederland1. De overheid heeft bepaalde rekenmethodieken voorgeschreven om
risicos in het vervoer en in stationaire installaties te kunnen becijferen. In zijn adviezen
concludeerde de AGS dat de voorgeschreven rekenmethodieken geen getrouw beeld geven
van de veiligheid, te weinig zicht geven op mogelijkheden om risicos beter te beheersen en
ontoereikend zijn voor besluitvorming gericht op bescherming tegen risicos van gevaarlijke
stoffen. De AGS adviseerde over het verbeteren van het rekeninstrumentarium en over de
organisatie van beheer en onderhoud van het instrumentarium, gescheiden van beleid.
Tegelijk constateerde de AGS echter dat de oplossing van de problemen in de besluitvorming
ten aanzien van vergunningverlening en ruimtelijke ordening niet kan worden gevonden in de
hoek van de rekentechniek alleen. De balans is doorgeschoten naar de rekenarij met een
voorgeschreven rekenmethodiek, waarbij het rekenresultaat teveel gezien wordt als een
absolute waarheid. Er is behoefte aan meer informatie om besluitvorming op te baseren.
De AGS onderzoekt de mogelijkheden om de methodologie voor risicoanalyse te verbreden
met veiligheidsrelevante informatie. De methodologie zal dienend moeten zijn voor de
politiek-bestuurlijke besluitvorming. Dit betekent dat een integrale beschouwing plaats moet
vinden, van zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie, om een gedegen balans te
kunnen vinden tussen economie, ruimtelijke ordening en veiligheid. De AGS oriënteert zich
daarbij mede op ontwikkelingen in het buitenland.
Interne en externe veiligheid
De wet- en regelgeving die de veiligheid in en rond bedrijven moet borgen is in de loop van
vele jaren tot stand gekomen binnen diverse departementen. Deze ontwikkeling heeft onder
andere geleid tot een gescheiden beschouwen van de interne en de externe veiligheid bij
zowel bedrijven als bij vervoer. De commissie interne en externe veiligheid van de AGS
verkent de consequenties voor de veiligheid van de huidige opsplitsing van het beleid in
verschillende wetfamilies. In de inventarisatiefase komt de vraag aan de orde of en op welke
manier het huidige onderscheid tussen interne en externe veiligheid in beleid en wetgeving
de bevordering van de veiligheid van burgers en van werknemers in de weg staat.
1 In 2006 ,,QRA-modellering voor vervoer van gevaarlijke stoffen en in 2010 ,,Risicoberekeningen volgens voorschrift:
een ritueel voor vergunningverlening.
Werkprogramma 2010 Adviesraad Gevaarlijke Stoffen
Nog te accorderen door penvoerend Minister (VROM)
Pagina 3 van 6
Veiligheid is in Nederland geregeld langs de lijnen van ,,het object. Zo is de interne veiligheid
als onderdeel van de arbeidsomstandigheden geregeld in de Arbowet en is de externe
veiligheid geregeld via de Wet milieubeheer. Ook bij de implementatie van de Seveso II-
richtlijn in het Brzo99 is het niet gelukt om de integrale benadering van de EU-richtlijn over te
nemen. Deze gescheiden beleidsontwikkeling in Nederland heeft in het verleden de ruimte
geboden voor inhoudelijke verschillen in de benadering van risicos, voor verschillen in de
normstelling, in de verantwoordelijkheidstoedeling en in het toezicht en de handhaving. Mede
daardoor is het lastig de veiligheid van installaties en vervoersassen integraal te benaderen.
Naast deze inhoudelijke aspecten zijn er ook organisatorische consequenties van de huidige
scheiding. Het toezicht is verdeeld over verschillende instanties met allerlei gevolgen voor
efficiëntie en effectiviteit. Deze uiten zich bijvoorbeeld in gescheiden kennis- en
instrumentontwikkeling bij de verschillende onderdelen binnen de overheid en in
toezichtlasten voor bedrijven. Lopende initiatieven voor verbetering van het toezicht en
vermindering van toezichtlasten blijven tot nu toe binnen de huidige bestuurlijke context. Dit
betekent onder andere dat er wel samenwerking is op het gebied van toezicht, maar dat de
handhaving verdeeld blijft over verschillende regionale en Rijksinspecties.
Verantwoordelijkheidstoedeling in de fysieke veiligheid
Een heldere verdeling van verantwoordelijkheden is een belangrijk onderdeel van
risicomanagement. In de adviezen van Adviesraad over delen uit de Publicatiereeks
Gevaarlijke stoffen werden de respectieve verantwoordelijkheden van overheid en het
bedrijfsleven aan de orde gesteld.
De AGS verkent de mogelijkheden voor een advies over verantwoordelijkheidstoedeling in de
fysieke veiligheid. Daarbij onderzoekt de AGS de verschillende verantwoordelijkheden van de
overheid, burgers en bedrijven en de consequenties voor onder andere het toezicht en
handhaving van een nadrukkelijker benoemen en in wet- en regelgeving beleggen van de
verantwoordelijkheid van burgers en bedrijfsleven.
Letselindicatoren, scenarioanalyse en maatregelen
De regionale brandweer kan haar adviestaak in het kader van de verantwoording groepsrisico
niet goed invullen bij gebrek aan geschikte beoordelingsinstrumenten en criteria. Bij het
opstellen van het advies ,,Brandweeradvisering2 signaleerde de AGS dat het inzicht in
mogelijk letsel ten gevolge van een ramp met gevaarlijke stoffen onvolledig is. In de
vigerende regelgeving is vastgelegd dat voor een beschouwing van de maatschappelijke
ontwrichting ten gevolge van een ramp met gevaarlijke stoffen het groepsrisico wordt
gehanteerd. Dit risico is een maat voor het aantal ,,rekendoden dat kan optreden ten gevolge
van de ramp. Om een goed beeld te verkrijgen van de mogelijkheden voor zelfredzaamheid
en hulpverlening, heeft de hulpverlening (inclusief de brandweer) behoefte aan inzicht in de
kans op en de aard van subletaal letsel. De AGS onderzoekt of het in het kader van de
besluitvorming waartoe het brandweeradvies dient nodig en mogelijk is een programma
van eisen op te stellen voor het kwantificeren van letselindicatoren.
Er zijn vele rampscenarios mogelijk. Het beloop van de ramp en de mogelijkheden voor
zelfredzaamheid en hulpverlening hangen samen met de specifieke omstandigheden ter
plaatse. De hulpverlening kiest bepaalde scenarios die zij relevant acht voor het beloop van
de ramp. Voor deze scenarioselectie bestaat momenteel weinig houvast. Ook ontbreekt het
de hulpverlening aan een methodiek om maatregelen die het beloop van een ramp gunstig
beïnvloeden of zelfredzaamheid en hulpverlening verbeteren, systematisch te identificeren en
beoordelen. De AGS onderzoek of het mogelijk is een programma van eisen op te stellen
voor de selectie van relevante scenarios en voor het wegen van mitigerende maatregelen.
2 Brandweeradvisering in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico: stand van zaken (2008).
Werkprogramma 2010 Adviesraad Gevaarlijke Stoffen
Nog te accorderen door penvoerend Minister (VROM)
Pagina 4 van 6
Overige adviesterreinen voor het werkprogramma 2010 en later
De AGS stelt voor naast de bovengenoemde adviezen over letselindicatoren en in- en
externe veiligheid in 2010 te werken aan de volgende drie adviesterreinen: waterstof, LNG
en basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Onderstaand worden deze kort besproken.
De Adviesraad wil dit jaar samen met het veld, de wetenschap en kennisinstellingen ook
andere belangrijke vraagstukken voor de toekomst formuleren. Daarbij zoekt de AGS
nadrukkelijk ook de Staten-Generaal op. In de Staten-Generaal is immers herhaaldelijk
uitgesproken dat de deskundigheid van de AGS geborgd moet worden en dat er voldoende
kennis in een onafhankelijke raad aanwezig moet zijn om ongevraagd advies te kunnen
blijven geven.
Drie voorbeelden van toekomstige adviesterreinen
Waterstof met lucht is het licht ontvlambaar en zeer
Waterstof is een energiedrager, die naar explosief en heeft de neiging om metalen
verwachting zal worden gebruikt naast aan te tasten, waardoor het niet zonder
fossiele brandstoffen als olie en gas. Het risicos onbeperkt door aardgasleidingen
Platform Nieuw Gas (onderdeel van de kan worden getransporteerd.
Task Force Energietransitie) verwacht dat
rond 2020 ongeveer 25 procent van de Advies van de AGS
bussen in de grote steden op waterstof zal Voordat waterstof een volwaardige plaats
rijden. Tegen die tijd zullen ook de eerste kan innemen naast de traditionele
auto's op waterstof in de straat te zien zijn; brandstoffen moeten er nog veel
in 2050 verwacht men dat 40 tot 75% van onzekerheden worden weggenomen.
de autos op waterstof rijdt. Daarnaast Weliswaar is er al veel kennis over
kunnen woonhuizen in nieuwbouwwijken waterstof, maar dat is veelal kennis die te
geleidelijk aan worden voorzien van maken heeft met veiligheid in de industrie.
brandstofcelinstallaties met waterstof. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar
het gebruik in auto's of woonhuizen. De
AGS werkt daarom aan een advies aan de
Risico's overheid over de voorwaarden waaronder
Het gebruik van waterstof ten opzichte van waterstof op veilige wijze breed in de
fossiele brandstoffen heeft een aantal maatschappij kan worden ingevoerd. Op
voordelen. Het belangrijkste voordeel is basis van dit advies kan de overheid
dat er bij verbranding geen beleid en regelgeving ontwikkelen die
broeikaseffecten en luchtverontreiniging bijdraagt aan een veilige introductie van
optreden. Maar waterstof heeft ook een 'waterstofeconomie'.
verraderlijke eigenschappen: gemengd
LNG (Liquified Natural Gas)
LNG is vloeibaar aardgas. Door aardgas ontwikkelen. Daarvoor heeft Nederland
tot -162° C af te koelen kan het volume tot niet alleen opslagcapaciteit voor LNG
zeshonderd maal worden verkleind. nodig, maar ook een uitgebreid
Daardoor kan aardgas eenvoudig in grote buisleidingennetwerk om het aardgas
hoeveelheden per schip worden vervoerd. verder te transporteren. De Gasunie wil de
Zo zijn importeurs minder afhankelijk van komende jaren 1,1 tot 1,8 miljard euro
aanvoer per pijpleiding over het investeren in de uitbreiding van het
grondgebied van andere landen en is Nederlandse gasnet. Daarmee kan 450
grootschalige opslag van voorraden kilometer aan extra pijpleiding worden
mogelijk. Nu de gasvoorraad in Slochteren aangelegd.
naar verwachting over twintig tot
vijfentwintig jaar is uitgeput en Nederland Risico's
op grote schaal aardgas zal importeren uit De gevolgen van het vrijkomen van een
Rusland, is het van belang alternatieve grote hoeveelheid LNG zijn echter nog niet
manieren van import en opslag te duidelijk. Over hoe ernstig bijvoorbeeld
ontwikkelen. Nederland heeft de ambitie een explosie zal zijn wanneer een grote
zich tot 'gasrotonde' van Europa te hoeveelheid LNG tijdens transport
Werkprogramma 2010 Adviesraad Gevaarlijke Stoffen
Nog te accorderen door penvoerend Minister (VROM)
Pagina 5 van 6
vrijkomt, bestaat onvoldoende Advies van de AGS
bekendheid. Tests zijn alleen op relatief De AGS kan aan het in kaart brengen van
kleine schaal verricht, waardoor niet goed de risico's van LNG een belangrijke impuls
kan worden berekend hoe groot de risicos geven. De regelgeving over buisleidingen,
zijn voor personen die zich rondom een waardoor LNG wordt getransporteerd, is
LNG-terminal bevinden. Maar die verouderd en onvolledig. De overheid
informatie is wel van belang voor de heeft inmiddels stappen ondernomen om
inrichting van het gebied rond de terminals tot betere regelgeving en
en transportroutes en ook voor de informatievoorziening te komen. Deze
hulpverlening. ontwikkelingen verdienen bijzondere
aandacht, zeker nu Nederland grote
ambities heeft voor opslag en transport
van aardgas.
Basisnet voor transport
Explosieve, brandbare of giftige stoffen oplossen van dit soort knelpunten brengt
worden steeds vaker via buisleidingen grote investeringen met zich mee.
vervoerd. Maar grote hoeveelheden Advies van de AGS
gevaarlijke stoffen worden in Nederland De belangen voor zowel het vervoer van
per vrachtwagen, goederentrein of gevaarlijke stoffen als de ruimtelijke
binnenvaartschip getransporteerd. ordening zijn groot en komen op
Ondertussen neemt de bebouwing langs verschillende locaties met elkaar in
weg, spoor en water toe, waardoor conflict. Bij de ontwikkeling van het
veiligheidsrisicos toenemen. Ook worden Basisnet worden daarom alle omliggende
snelwegen, spoor en hoofdvaarwegen gemeenten en andere lagere overheden
steeds intensiever gebruikt. De kans op betrokken, evenals het bedrijfsleven. Dat
ongevallen is hierdoor groter. Om de betekent dat in de planvorming rekening
ruimtelijke ontwikkeling en het transport wordt gehouden met de diverse wensen
van gevaarlijke stoffen met elkaar in en belangen. Enerzijds kan dit breed
evenwicht te brengen, werkt de overheid gedragen besluiten opleveren. Anderzijds
aan een Basisnet Vervoer Gevaarlijke bestaat het risico dat hierdoor geen
Stoffen. duidelijke keuzes worden gemaakt en dat
de bestaande situatie zodoende
Risico's grotendeels wordt bevroren. Dit wordt
Het ontwikkelen van een dergelijk net in mede veroorzaakt doordat het huidige
een dichtbevolkt land als Nederland is niet instrument voor analyse van het
eenvoudig. Zo bestaat er weinig informatie transportrisico (de QRA) niet voldoende
over herkomst en bestemming van betrouwbaar is. De AGS heeft daar in een
vrachtverkeer. Daardoor is het lastig advies al eerder op gewezen. Een
vrachtwagens met gevaarlijke stoffen over basisnet kan alleen goed gestalte krijgen
een veilige, vooraf vastgestelde route te als de risicos goed kunnen worden
sturen. Bovendien wordt er vlak naast en ingeschat en de invloed van
over wegen gebouwd, waardoor nieuwe risicoreducerende maatregelen kan
knelpunten ontstaan. Een probleem bij het worden bepaald. De AGS wil bovendien
vervoer over spoor is dat sommige tracés de technische mogelijkheden verkennen
door bebouwde gebieden en stations voor het treffen van maatregelen om het
lopen en moeilijk te verplaatsen zijn. Het vervoer veiliger te maken.
Werkprogramma 2010 Adviesraad Gevaarlijke Stoffen
Nog te accorderen door penvoerend Minister (VROM)
Pagina 6 van 6