Ministerie van Buitenlandse Zaken
Voortgangsrapportage Coöperatie- en verificatiemechanisme Bulgarije en
Roemenië
Kamerbrief inzake Voortgangsrapportage Coöperatie- en verificatiemechanisme
Bulgarije en Roemenië
Kamerbrief | 1 september 2010
Op 4 augustus jl. zijn uw Kamer de voortgangsrapportages van de
Europese Commissie toegegaan in het kader van het Coöperatie en
Verificatie Mechanisme (CVM) voor Bulgarije en Roemenië. Hierbij heb ik
de eer u, mede namens de minister van Justitie, de kabinetsappreciatie
te doen toekomen.
Het kabinet onderschrijft de inhoud en strekking van de vierde
voortgangsrapportages van de Commissie in het kader van het CVM voor
Bulgarije en Roemenië. Het kabinet deelt zowel de appreciatie van de
Commissie van de politieke houding en de gezette stappen als de
aanbevelingen die de Commissie doet aan Bulgarije en Roemenië.
Bulgarije heeft de rapportage van de Commissie verwelkomd en heeft
aangegeven achter de inhoud te staan. De Commissie signaleert dat sinds
het rapport van juli 2009 er een sterk hervormingsmomentum in Bulgarije
ontstaan is. De Bulgaarse regering heeft de hervorming van de
rechterlijke macht en de bestrijding van corruptie en misdaad tot
beleidsprioriteit verheven. Als gevolg hiervan is reeds een aantal
concrete resultaten geboekt; verdere stappen zijn echter dringend nodig
om te komen tot een systematische en effectieve aanpak van corruptie en
georganiseerde misdaad in Bulgarije.
Roemenië heeft aangegeven dat de Commissie-rapportage een juiste
technische weergave geeft van de huidige stand van zaken van de
justitiële hervormingen in het land. De observatie van de Commissie als
zou er te weinig politieke wil bestaan voor het doorvoeren van
hervormingen wordt door Roemenië bestreden. Naar de mening van het
kabinet is de analyse van de Commissie juist. In het afgelopen jaar
heeft het ontbroken aan een voldoende breed gedragen politieke steun om
het hervormingsproces verdere impulsen in de juiste richting te geven.
Ook de hoogste geledingen van de rechterlijke macht zijn tekort
geschoten in de samenwerking en bij het nemen van hun
verantwoordelijkheid. Dit sluit echter niet uit dat er bij
verschillende gezagsdragers en instanties in Roemenië daadwerkelijk de
wens bestaat de in het CVM beschreven hervormingen door te voeren. De
aanname door de Roemeense Senaat van de wet voor het Nationaal
Integriteitsagentschap (ANI) stemt hoopvol. Het kabinet hoopt dat het
momentum voor hervormingen dat een paar jaar geleden bestond, hervonden
wordt zodat binnen afzienbare termijn kan worden voldaan aan de in het
CVM gestelde ijkpunten.
In Bulgarije is de Wet inzake strafvordering ter stroomlijning van het
strafproces aangepast, is er een duidelijker rolverdeling tussen
opsporing- en inlichtingendiensten doorgevoerd en is er een behoorlijk
aantal verdachten van georganiseerde misdaad en corruptie opgepakt en
aangeklaagd. Echter, rechtszaken duren nog altijd te lang en er zijn
weinig deugdelijke veroordelingen. Systematische preventie en aanpak
(opsporen, aanklagen, veroordelen) van georganiseerde misdaad en
corruptie vergen verdergaande professionalisering van het
overheidsapparaat. Uitvoering van de recent geformuleerde
hervormingsstrategie voor de rechterlijke macht speelt hierbij een
sleutelrol.
Roemenië heeft een belangrijk stap voorwaarts gedaan door het aannemen
van de nieuwe Wetboeken van Strafprocesrecht en Burgerlijk procesrecht.
Het nationaal integriteitsagentschap (ANI) daarentegen is het grootste
deel van haar wettelijk mandaat kwijtgeraakt en daarom niet meer
voldoende in staat om een rol van betekenis te spelen in de strijd
tegen corruptie zoals in het CVM voorzien. De nationale strategie voor
de bestrijding van corruptie werpt op lokaal niveau onvoldoende
vruchten af. Ook corruptie bij openbare aanbestedingsprocedures blijft
een bron van voortdurende zorg. Daarnaast is in Roemenië de
rechterlijke macht onderbezet en kampt zij vaak met te hoge
werkvoorraad. De Hoge Raad voor de Magistratuur is onvoldoende
transparant en te weinig gericht op hervormingen.
Tot op heden heeft het CVM de Europese Unie en de lidstaten, in het
bijzonder Bulgarije en Roemenië, ten dele gebracht waarop werd gehoopt
in 2007. Zoals ook gesteld in de kabinetsappreciatie van de derde
Commissierapportage in het kader van het CVM heeft het kabinet begrip
voor het feit dat structurele hervormingen tijd kosten. Toch is het
kabinet teleurgesteld over de beperkte resultaten tot nog toe.
Bij de presentatie van de rapporten gaf de Commissie aan dat
voortzetting van het CVM nodig is. Het kabinet deelt die mening. Het
CVM moet voortbestaan totdat Bulgarije en Roemenië hebben voldaan aan
alle ijkpunten. Net als vorig jaar, stelt het kabinet nu dat het
Bulgarije en Roemenië duidelijk moet zijn dat een aanhoudend tekort aan
vooruitgang in het kader van het CVM de eigen burgers zal hinderen in
het optimaal benutten van alle mogelijkheden die het EU-lidmaatschap
met zich meebrengt. In dit kader wijst het kabinet op de mogelijke
toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Schengenzone in het
voorjaar van 2011. Evaluaties in de Schengen-context die eind dit jaar
gereed zullen zijn, brengen in kaart of Bulgarije en Roemenië voldoen
aan de technische eisen die worden gesteld aan deze toetreding. De
huidige Schengenlanden zullen voldoende vertrouwen moeten hebben in
deze nieuwe partners aangezien met de toetreding tot de Schengenzone de
binnengrenscontrole wegvalt.
De Raad Algemene Zaken zal op 13 september a.s. conclusies aannemen
over de stand van zaken in Bulgarije en Roemenië in het kader van het
CVM. De Nederlandse inzet zal gericht zijn op het verwelkomen van de
resultaten tot nu toe. Ook zal in de Raadsconclusies naar voren moeten
komen dat zowel Bulgarije als Roemenië zich verdere inspanningen moeten
getroosten om concrete resultaten te boeken en onomkeerbare
veranderingen te bewerkstelligen. Hierbij zal de noodzaak van voldoende
politieke wil naar voren moeten komen. Het CVM zal moeten voortbestaan
totdat aan alle ijkpunten is voldaan. Nederland zal er in Raadskader
voor pleiten dat in de conclusies opgenomen wordt dat wanneer Bulgarije
en Roemenië de bij toetreding tot de EU aangegane verplichtingen niet
nakomen, dit negatieve gevolgen kan hebben.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Drs. M.J.J. Verhagen