Gemeente Kollumerland
Nieuwjaarstoespraak burgemeester Bearn Bilker
Hieronder kunt u de nieuwjaarstoespraak lezen, die burgemeester Bilker
heeft gehouden tijdens de nieuwjaarsreceptie van de gemeente
Kollumerland c.a. op 2 januari 2012.
Dames en heren, leden van de Raad, leden van het College en
vertegenwoordigers van instellingen, u allen als onze gasten,
Onze democratische samenleving staat onder druk. Onze gemeente staat
onder druk.
Er is veel aan de hand. Er zijn veel onzekerheden, andere uitdagingen,
vraagstukken die voortdurend nieuwe antwoorden vragen en vooral: de
financiën die allesbepalend zijn.
Ik kan mij indenken dat het de laatste tijd bij u overkomt alsof het
Kollumerland niet echt voor de wind gaat.
Financiële zorgen, zorgen omtrent de bestuurlijke toekomst, projecten
die niet doorgaan of afgeslankt verder gaan, de invallende woningmarkt.
Ambities die niet waargemaakt worden en enkele forse tegenvallers.
Dat er aan de andere kant veel zaken uitstekend verlopen en ook
perspectief bieden, valt dan in de beeldvorming wat weg.
Als we het allemaal wat op de keeper beschouwen en analyseren, is het
wel te verklaren. Ik heb sterk het vermoeden dat we allemaal, zoals we
hier zitten, met de gevolgen van de financieel economische crisis te
maken hebben.
Particulieren met schulden zijn er helaas talloos.
De ontwikkeling van ICT- en audiovisuele bedrijven hebben het wat
zwaarder dan enige tijd terug. Mensen kopen bewuster en wisselen in
ieder geval minder snel hun producten in. Er was duidelijk minder
kerstverlichting te zien dan voorgaande jaren en uitgaan naar de horeca
is beduidend minder geworden.
Dat zijn uiterlijkheden waaraan men merkt dat we wat gerichter met ons
geld omgaan. De auto-industrie merkte dat al langer en zeker de
bouwwereld weet er van mee te praten.
Puur de schuld geven aan economen en bankiers heeft geen zin, want we
hebben ons allemaal graag laten meevoeren op de hoge golven van de
welvaart. En al zagen we best, dat er aan die vette jaren toch wel eens
een eind kon komen, zolang het goed ging, deelden we allen in de
vreugde.
Economen die ons wel degelijk een spiegel voor hielden dat het verkeerd
af zou lopen, omdat we op de pof leefden, hadden natuurlijk gelijk.
Maar dat moment was nog wel even uit te stellen, zo dachten en hoopten
we. En meestal zijn zulke profeten op die momenten niet echt welkom.
En dat Karl Marx dit voorspeld had, was natuurlijk lang niet meer
actueel, want het communisme is al weer zo lang ter ziele...
Onze levensstandaard is nu aan veel zelfonderzoek onderhevig. Te lang
hebben we ons zelf laten bepalen door geld. Andere vraagstukken zijn er
ook, die essentieel voor het leven zijn. En dat komt nu gelukkig weer
wat aan bod.
Er zijn beslist voordelen verbonden aan de recessie. We gaan bewust
kopen, we gaan bewust zelf zaken oppakken, we worden creatiever met
bijvoorbeeld kinderopvang, of aanschaf van goederen en we doen meer met
tweedehands goederen. Die markt groeit immers als kool en er wordt veel
meer via internet gekocht, vooral natuurlijk óók tweedehands, zoals via
eBay en Markptlaats. En zeker ook via kringloopwinkels. Wat
duurzaamheid betreft gaan we beslist voor kwaliteit, want een pc of een
iPhone ruilen we niet zo snel meer in.
Nu maar hopen dat de generatie - die is opgegroeid met minder bewust
omgaan met geld - dit weet op te pakken. Het brengt de mensen ook tot
de gedachte en tot de vraag: wat is belangrijk? Keuzes die gemaakt
worden, moeten afgewogen worden tegen: wat schaffen we wel aan en wat
niet. Dat geldt voor vakanties, dat geldt voor sport en hobby's en zo
kunnen we vaststellen dat de recessie beslist zijn positieve kanten
heeft. Er zijn beslist ook bedrijven die er juist wel bij varen.
Ook nu komt de eeuwige vraag aan de orde: wat is wijsheid: moeten we de
economie sturen, vooral door de overheid, of moeten we alles maar vrij
laten, het laissez-faire principe? Dus de markt het werk laten doen.
De laatste jaren hebben we heel veel aan de markt overgelaten en zijn
er ook veel overheidsbedrijven geprivatiseerd, commercieel gemaakt.
Zelfs politieke partijen, die vroeger nooit in de mond durfden te nemen
dat het van de markt te verwachten viel, werden groot voorstander van
dat neo-liberale denken.
Nu zien we dat dit niet ideaal is gebleken en gaan we ons herbezinnen.
Er zal altijd spanning blijven tussen "moet je als overheid de economie
mee sturen of laat je het aan de markt over?" De banken leenden volop
geld en de economische groei kende geen grenzen. Lening op lening kon
worden verstrekt. En toen ging het mis. De huizenmarkt in de Verenigde
Staten - vanwege de kredietverleningen - stortte in en uiteindelijk
waaide het over naar Europa. En zitten we in de eurocrisis vanwege de
torenhoge schulden, niet alleen van Griekenland, maar van veel meer
landen. De schulden die we met elkaar hebben opgebouwd, en waar sprake
is van geldverkeer dat er niet is, is ons hoofdprobleem.
De overheid moest ingrijpen en heeft dat gedaan, maar dan nu weer de
vraag: tot hoever en hoelang is dat verstandig? Nu zien we het
omgekeerde: de banken doen erg moeilijk als het om investeringen gaat.
Bedrijven, projectontwikkelaars, krijgen nauwelijks, of anders onder
zeer moeilijke voorwaarden, een kredietverstrekking. Dat stagneert de
ontwikkeling.
Ondanks de crisis- en herstelwet, waarin wat vlotter projecten
uitgevoerd zouden worden, zien we extra belemmeringen van de zijde van
de banken. De bankwereld heeft het zwaar, dat zeker, maar de onderlinge
concurrentie om hun positie is groot. De banken trekken op dit moment
nauwelijks met elkaar op en geven op die manier geen oplossing aan de
vraagstukken die ons land in de klem houden. Ook dan blijft de overheid
een zware verantwoordelijkheid houden, om zaken weer wat vlot te
trekken. Dus volledig aan de markt overlaten, kan gewoonweg niet.
Wat betekent dit allemaal voor Kollumerland?
Dat sommige dingen niet doorgaan, gewoon omdat de ontwikkelaars niet
kunnen beschikken over het nodige kapitaal om te investeren.
Daar wordt het project Lauwershage, dus de ontwikkelaar Phanos
bijvoorbeeld, sterk mee geconfronteerd. De ingewikkelde procedures
waarin Phanos al een poos in verzeild is geraakt spelen zeker een rol,
waardoor het stagneert. Inmiddels is er niet meer echt sprake van de
bewuste doelgroep en kan men het zorgconcept op meerdere plekken ook
wel vinden. In het park Kollumeroord, waar luxe vakantiebungalows zijn
gebouwd en binnenkort fase 2 start, wordt de zorgcomponent ook
aangeboden en daar heeft het, zij het op beperkte schaal, succes.
It Paradyske, een ander voorbeeld, geeft hetzelfde beeld. Afgezien van
het feit dat dit politiek gevoelig ligt, is ook hier sprake van een
financieringsvraagstuk, waarbij de banken hun voorwaarden stellen. En
zeker is hier sprake van een doelgroep, die eerst op betere tijden
wacht.
Het gemeentebestuur heeft echter gekozen voor de realiteit: als er geen
sprake is van genoeg financiële zekerheid of de doelgroep is veranderd,
of de doelgroep heeft andere prioriteiten gekozen, dan zal ook het
gemeentebestuur van Kollumerland wijs moeten zijn en op tijd zijn
bakens moeten verzetten.
De meeste zaken die niet doorgaan, worden niet door ons beslist, maar
elders. Immers, gemeenten zijn er slechts facilitair of planologisch
bij betrokken. Daar, waar we zelf een rol van betekenis hebben, door
mee te doen in een project is de kans groot dat het wel doorgaat.
Maar marktpartijen beslissen, niet de gemeente, of een project wel of
niet doorgaat.
Sommige ontwikkelingen laten we als gemeente wel doorgaan, omdat we
daar zelf een grote rol in hebben. Mr. Andreaepassage wel,
Multifunctioneel Accommodatie Westergeest wel, en bovenal:
investeringen in het onderwijs hebben bij ons de voorkeur. Maar elke
keer moet het wel goed tegen elkaar worden afgewogen en zeker moet het
worden afgewogen in het bredere kader van onze financiële positie.
Nu kom ik op een tweede element in deze beschouwing over de economie en
de financiën. Dat zijn de bezuinigingen.
Je hebt het uitgavenpatroon, dat steeds meer onder druk komt te staan,
omdat we in een recessie zitten. Dat is duidelijk, dan moet de tering
naar de nering gezet worden en dat doen we. We bezuinigen dan ook de
laatste jaren. Dat merkt de burger, dat merkt het bedrijfsleven.
Aan de andere kant komen er steeds meer belangrijke taken op ons af. De
rijksoverheid decentraliseert. Dat is prima, maar daar komt bij lange
na niet het benodigde geld tegenover te staan en dat is niet prima. Of
het nu over jeugdzorg gaat, of over zorg, werk en inkomen, veel komt op
de gemeenten af aan nieuwe taken. Maar een gemeente is een heel brede
organisatie, die gaat over jeugdbeleid, ouderenbeleid, werk en inkomen,
maar ook over bestemmingsplannen, bedrijven, onderwijshuisvesting,
openbaar groen, wegen, bruggen, cultuur en burgerzaken. Een zeer breed
scala. En het bijzondere is, dat je wel één totale begroting hebt. En
waar op het één een tekort dreigt, of minder inkomsten, moet op het
andere worden beknibbeld. Als we extra uitkeringen aan werkzoekenden
betalen, gaat dat ten koste van het wegenonderhoud, zo eenvoudig kan
het zijn.
Er zijn twee posten die ons grote zorgen baren: dat zijn de sociale
uitkeringen en dat is het bedrag voor de Sociale Werkvoorziening,
Trion-Oostergo (we zijn nu gefuseerd met Oostergo en dat heet nu NEF:
Noard East Fryslân).
Alleen de laatste als voorbeeld: het rijk kort ons oplopend tot 2015
met EUR 4,5 miljoen minder uitkering. Dus vergis u niet; EUR 4.5
miljoen moeten Dongeradeel, Dantumadeel en Kollumer-land samen extra op
tafel leggen voor de doelgroep. Als het dan economisch wat slechter
gaat, ook voor deze bedrijven, moet er vaak nog eens extra geld bij.
Dat is geld, dat we verplicht uit moeten geven. Dat gaat dan
onherroepelijk ten koste van iets anders, van brood-nodig onderhoud en
investeringen. Ik zit daar wat de komende periode betreft erg over in.
De rijksoverheid gaat nog meer bezuinigingen op de gemeente afwentelen,
dus enerzijds wil je heel graag fors investeren, maar anderzijds wordt
het je geheel onmogelijk gemaakt. Kollumerland zit dan daarnaast ook
nog met het probleem dat we nauwelijks huishoudgeld tot onze
beschikking hebben, dus direct contant geld. We moeten echt oppassen.
Het komende jaar moet er dan wederom een bezuinigingsronde
plaatsvinden, waarbij we niet meer kijken wat kan minder, maar wel: wat
doen we niet meer? College en Raad zijn zich bewust van hun
verantwoordelijkheid, we zullen dan ook opnieuw flinke slagen maken.
Dat worden lastige keuzes.
Gemeenten worden belangrijker, dat vindt de rijksoverheid, dat vindt de
provincie en dat vinden uiteraard de gemeenten ook. Gemeenten moeten
groter en efficiënter. Dat wordt alom gezegd. Maar het eigenaardige is,
dat dit niet gepaard gaat met meer financiële armslag. Dat klopt dus
niet.
Ik ben er steeds meer een voorstander van dat gemeenten een eigen
belastingruimte krijgen, met parallel een verlaging van
inkomstenbelasting. Zoals het nu gaat, gaat het niet goed. Gemeenten
hebben beperkte mogelijkheden. We krijgen een rijksuitkering die
gebaseerd is op een zeer ingewikkeld stelsel van criteria. Maar per
definitie is het achterhaald, nu wij er zoveel nieuwe en uitgebreidere
taken bij krijgen. De Onroerend Zaakbelasting is een middel om wat geld
binnen te halen, maar dat is bij lange na niet genoeg, als je kijkt
naar wat er allemaal gebeurt. Bovendien is het gebruikersdeel van de
OZB afgeschaft. Alleen huiseigenaren betalen dat nog maar. Dus
bijzonder, want als je geen huis hebt, betaal je nauwelijks lokale
lasten. En die groep is aardig groot...
Dertien gemeenten in ons land schreven onlangs de regering dat ze een
substantiële uitbreiding voor de lokale belastingen wensen. Ze kregen
echter nul op het rekest. De meeste gemeenten, vooral de grote, hebben
in hun organisatie veel deskundigheid, maar ze hebben lang geen
voldoende geldmiddelen. Dat geldt ook net zo voor kleine gemeenten,
voor Kollumerland. Als hier besloten wordt dat er overgegaan wordt tot
het bouwen van een multifunctioneel dorpscentrum, of een school, waarom
dan niet door middel van een gemeentelijke belasting een extra heffing
om dat over enkele jaren te realiseren? Je spaart er als het ware voor
en de inwoners weten exact waar hun geld aan besteed wordt. In zijn
totaliteit zou het allemaal zuiniger kunnen, daar ben ik van overtuigd.
Gemeenten gaan daar veel bewuster mee om en laten burgers niet zomaar
wat extra's betalen.
Ik ben voor meer financiële ruimte door middel van een eigen
belastingsysteem voor gemeenten. Dat kon in de 19e eeuw heel goed, dat
kan nu ook weer, vooral als je het gepaard laat gaan met herindeling.
Gemeenten zouden namelijk helemaal niet hoeven worden heringedeeld, als
ze maar genoeg financiële middelen hadden.
Dat element speelt nooit een rol in de herindelingdiscussie en dat is
bijzonder, want ten diepste gaat het daar wel om. Het rijk is zeer
bevreesd dat de inkomenspolitiek in duigen valt als het rijk er geen
grip meer op heeft. Enerzijds juichen we toe, dat gemeenten sterker
worden en meer bevoegdheden krijgen, anderzijds gemeenten zijn geheel
onafhankelijk van rijksfinanciën.
Wat dat betreft ben ik vrij ironisch over datgene wat beleden wordt
vanuit Den Haag als het over de positie van gemeenten gaat. Zeker nu er
een wetsvoorstel ligt van de minister van Financiën, De Jager, de Wet
Hof genaamd. De Wet houdbaarheid overheidsfinanciën, waarin de minister
meer bevoegdheid krijgt om in te kunnen grijpen op lokaal niveau. Het
is onvoorstelbaar, dat het rijk steeds meer greep wenst op gemeenten.
Mooie uitspraken over decentraal wat decentraal kan, of dat de
gemeenten de eerste overheid moeten zijn, zijn ongeloofwaardig.
Dat geldt ook voor ingrijpen in de woningmarkt. Dat er nu sinds
december een wetsvoorstel ligt om meer huurwoningen te verkopen, is
niet reëel en zal de kleine dorpen geen stap verder helpen. Waar
behoefte aan is, zijn starterswoningen met premie. Dan zal het beoogde
effect van het vlot trekken van de woningmarkt een begin kunnen
krijgen. Helaas wil Den Haag daar niet aan.
Gemeenten zijn bovenal het allerbelangrijkste uitvoeringsorgaan van
rijkstaken. Daar mag best veel meer waardering en beleids- en
financiële ruimte tegenover staan.
Dat brengt mij op het thema van de bestuurskracht.
Er waart al een flinke poos een bijzonder spook door ons land, vooral
door Fryslân. Het spook van de herindeling. Vreemd genoeg laten we ons
er allemaal flink door leiden. Zolang ik hier nu burgemeester ben - en
ook daarvoor al - zijn we met het thema bezig. Alleen al het denken
erover, het opstellen van onderzoeken en rapporten, kostten ons veel
tijd en energie en geld.
Natuurlijk, ik ben daar positief over, maar onze energie is zo
broodnodig voor andere zaken. Kollumerland heeft zich al die jaren
loyaal opgesteld. De provincie eiste eerst van ons acht jaar geleden
een zelfonderzoek over onze taken vanwege het perspectief voor de
toekomst. Dat hebben we gedaan en toen scoorden we goed.
De discussie was toen niet ten einde. Door de herindeling in Súdwest
Fryslân kwam er een trein op gang die doorrijdt. Ondanks dat Súdwest
Fryslân, zo was ons verzekerd, vooral ook door de Tweede Kamer, niet de
maatstaf kon en mocht zijn voor de verdere besprekingen en doelen voor
toekomstig bestuurlijk Fryslân, gebeurde dit duidelijk wél.
Boarnsterhim en de motie van PvdA Kamerlid Heijnen, werden vervolgens
gebruikt door Gedeputeerde Staten om wél een toekomstig beeld te
scheppen over hoe Fryslân er uit moet komen te zien. De samenwerking op
sociaal-economisch gebied in Noord Oost Fryslân, eerst NOFA en nu ANNO
(Agenda Netwerk Noord Oost Fryslân) waren kennelijk niet voldoende,
Kollumerland moest zich uitspreken en heeft dat consequent gedaan. We
kozen voor het Zuiden, voor Achtkarspelen, dat lag voor de hand. Vorig
jaar in mijn toespraak heb ik daar veel woorden aan besteed. Dat had
ook te maken met de visie die wij hebben op dit deel van Fryslân,
namelijk dat diverse kernen sociaal-economisch gezien dit gebied
dragen.
Een jaar lang hebben we met Achtkarspelen om tafel gezeten en het was
tenslotte meer dan duidelijk: Achtkarspelen zat niet te wachten op ons,
dit in verband met hun innige samenwerking met Tytsjerksteradiel.
Jammer, maar wel een feit. Wij verkeren in de luxe dat we kunnen kiezen
en we zijn nu zover, dat we - de Raad neemt daar 19 januari een besluit
over - drie modellen gaan verkennen. Ten eerste: zelfstandig blijven en
dan als regiegemeente verder. Dat wil zeggen de diensten die je niet
alleen kunt doen ga je elders inhuren. Het tweede model is samenwerken
met Dantumadiel en Dongeradeel en het derde model is fusie met
Dantumadiel en Dongeradeel. We kiezen dan in die twee laatste modellen
voor het Noordwesten. We zien daarin kansen. Dokkum en Kollum zijn in
dat geheel belangrijke ontwikkelingskernen en kunnen in onze ogen, met
De Westereen, belangrijk worden voor de hele regio. Wel vinden we dat
er aandacht besteed moet worden aan de as Buitenpost-Kollum. Dit mag
niet zomaar losgelaten worden. Maar zolang Kollumerland daar alleen aan
trekt, wordt het wel steeds lastiger.
Kortom: we staan op een belangrijk kruispunt: Kollumerland wil vooraan
in die discussie staan en is niet van plan af te wachten totdat anderen
over ons besluiten. Op volwaardige en gelijkwaardige wijze willen we om
tafel. Dat gevoel hebben we bij Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel
nooit gehad, dat gevoel is er wel met Dantumadiel en Dongeradeel.
Gedeputeerde Staten hebben hun standpunt bepaald. We waren positief
over de conclusie omtrent Kollumerland, alhoewel GS zegt dat er sprake
zal moeten zijn van een fusie met Dantumadiel, Dongeradeel en
Ferwerderadiel. Zover zijn we nog niet, terecht dat onze gemeenteraad
daar ernstige kritiek op had, omdat gezegd werd dat we ons daar voor al
hadden uitgesproken. Dat was een flater, want we gaan, als de raad
daartoe besluit, eerst de drie genoemde mogelijkheden verkennen. GS
zegt bovendien dat het de druk opvoert om alles rond te krijgen op 1
januari 2015. Dat lijkt mij niet de bevoegdheid van de provincie en dat
werkt zelfs averechts, zie ook de reactie in Dantumadiel.
En we blijven natuurlijk buitengewoon nieuwsgierig, als er straks
sprake is van enkele supergemeenten, wat dan de rol van het provinciaal
bestuur nog kan zijn?
Waarom deze opstelling? Omdat er nu al taken niet door ons uitgevoerd
kunnen worden; omdat we kwetsbaar zijn, zeker als het gaat om
onderwijs, bedrijven, communicatie, rampenzorg, cultuur en financiën.
We moeten daar een oplossing voor vinden, vandaar deze verkenningen.
Onze gemeente is een krachtige gemeente. Bestuurlijk en qua ambities
staan we goed op de kaart. Er is hier sprake van onderlinge goede
contacten en korte lijnen. Dat onze ambities momenteel onder druk
staan, heeft te maken met de crisis, niet met onze bestuurlijke inzet
en creativiteit. Sommige taken liggen dichtbij de gemeente, andere
taken komen steeds verder van ons af te staan, wat soms wel te
betreuren is, zoals brandweer en politie.
De burgers vragen wat dat betreft om kwaliteit en hoge
professionaliteit en dat vraagt dan om schaalvergroting. En dat moet
voorop staan: wat verwacht de burger van ons en hoe regelen we dat het
beste?
De discussie kan weer verder en we zullen een traject in gaan waarbij
uiteraard onze inwoners en instellingen betrokken worden.
Onze organisatie, met krap honderd mensen, levert goed werk. We hebben
sinds september weer een prima gemeentesecretaris, Ruthger
Schoonderbeek. Ik vind het knap hoe hij in zo´n korte tijd zich geheel
heeft ingewerkt en als Gelderlander al de ene Friese toespraak na de
andere houdt.
Het is niet gemakkelijk om op dit moment gemeenteraadslid, collegelid,
gemeentesecretaris, afdelingsmanager of ambtenaar in welke functie dan
ook te zijn, vanwege de onzekerheid omtrent financiën, taken en
bestuurlijke toekomst.
Maar de lijnen zijn hier kort, informeel en daarom efficiënt.
Het komende jaar wordt weer erg belangrijk. Ik heb het u geschetst.
Met minder kan het ook goed zijn, het gaat tenslotte om de kwaliteit.
En om de creativiteit. Maar het belangrijkste zijn gezondheid en
welzijn.
Ik wens u dan ook een gezond, creatief en voorspoedig 2012.
Bearn Bilker
2 januari 2012
Vervolgens hield de Nestor van de Raad, de heer Douwe Keegstra (CU) een
toespraak. Daarna vond de opening plaats van de expositie, ingericht
door Max de Winter (kunstenaar te Kollum).
afbeelding: v.l.n.r. Max de Winter, Bearn Bilker en Carla de Bruine
Van links naar rechts: Max de Winter (kunstenaar), burgemeester Bearn
Bilker en Carla de Bruine (zangeres).
Bezoekgegevens gemeentehuis
Van Limburg Stirumweg 18, 9291 KB Kollum
telefoon: 14 0511
fax: 0511-458846
e-mail
gemeente@kollumerland.nl