Gemeente Vlieland
nieuwjaarstoespraak burgemeester Haan
Hieronder vindt u de tekst van de Nieuwjaarstoespraak zoals
uitgesproken door Yorick Haan, de burgemeester van Vlieland, tijdens
de nieuwjaarsreceptie in de Bolder op 1 januari 2012.
Dames en heren, Â
Ik val maar meteen met de deur in huis: ik maak me zorgen.
Naar mijn idee staan we aan het begin van een jaar dat cruciaal is voor
de toekomst van Vlieland. Voor het Vlieland zoals we dat kennen. Voor
het Vlieland dat we graag met elkaar in stand houden.
Vorig jaar stond ik in mijn nieuwjaarstoespraak stil bij veel van de
zaken die Vlieland Vlieland maken en die er voor zorgen dat ik me, met
mijn gezin, hier thuis voel. Dat wij ons hier thuis voelen. Dat is nog
steeds zo. In het afgelopen jaar hebben wij verder onze weg gevonden.
We hebben leuke en minder leuke dingen meegemaakt.
Ik sprak in mijn nieuwjaarstoespraak van vorig jaar onder andere over
de niet aflatende inzet van veel vrijwilligers. Daar heb ik nog steeds
veel waardering en respect voor. Al die vrijwilligers verdienen stuk
voor stuk een grote pluim! Een aantal van hen zijn op verschillende
momenten al in het zonnetje gezet. Zo kreeg Maaike Grietje
Woestenburg-Grijpstra een koninklijke onderscheiding en kregen
verschillende vrijwilligers bij de brandweer, de KNRM en de
geneeskundige eenheid onderscheidingen en oorkondes voor hun
decennialange inzet. Deze vrijwilligers gaan ver als het gaat om het
redden van mensenlevens.Â
De hulpdiensten gaan een bijzonder jaar tegemoet. De politie wordt
genationaliseerd. Er komt een nieuwe veiligheidsregio waarin Friesland,
Groningen en Drenthe moeten samenwerken en waarvan de burgemeester van
Groningen de voorzitter wordt. Politieteams worden samengevoegd,
waardoor ook een aantal functies bij de politie zullen verdwijnen. De
brandweer wordt geregionaliseerd. Daar waar we tot nu toe samenwerken
met andere brandweerkorpsen in het noord-westen van Friesland, zal er
in het komende jaar een brandweerregio ingericht worden waarbij de hele
provincie Friesland tot het werkgebied zal gaan behoren. De GHOR - of
SIGMA zoals we het hier ook nog wel eens noemen - valt een beetje
tussen de wal en het schip. Blijft dat aangehaakt bij de brandweer?
Wordt er wel nagedacht over de positie van deze belangrijke
organisatie?
In de discussies die gevoerd worden over deze veranderingen vraag ik -
samen met de burgemeesters van de andere Friese Waddeneilanden - steeds
om aandacht voor de bijzondere positie van de eilanden. Een van de
dingen die wel eens uit het oog verloren wordt, daar aan de wal, is het
simpele feit dat er niet even een surveillanceauto of een tankautospuit
uit de buurgemeente kan bijspringen bij een incident. Dat betekent dat
we hier altijd een overmaatse organisatie zullen moeten hebben, om alle
mogelijke problemen het hoofd te kunnen bieden.
Wat ook niet vergeten mag worden is dat een organisatie als de
brandweer op Vlieland volledig draait op de inzet van vrijwilligers. In
de discussiestukken over de regionalisering was dat feit even over het
hoofd gezien. Als er niet voortdurend op gewezen wordt, dan verliest
men de bijzonderheid van de eilanden wel eens uit het oog. Gelukkig
wordt er wel geluisterd als er door mij of door een van mijn collegaâs
van de andere eilanden om aandacht gevraagd wordt.Steeds vaker is het
dan wel zo, dat er ook gekeken wordt - en terecht - hoe het er dan aan
toegaat op zoân eiland. Is de club goed georganiseerd? Wordt er goed
samengewerkt? Is het een gemotiveerde groep mensen, die ergens voor
staat? Is de sfeer in de club goed? En als er dan op een van deze
vragen een negatief antwoord komt, dan wordt er ook wel eens verzucht:
âKan dat nog wel, in deze tijd, op die schaal op zoân eiland?â
Daar komt een deel van mijn zorg vandaan. We moeten voortdurend
bewijzen dat we in staat zijn om een adequate hulpverlening op een
goede manier te organiseren. Ik weet dat we het kunnen, maar dan moeten
we dat ook don! Kom op! Schouders eronder! Het komende jaar is van
cruciaal belang! We moeten het dit jaar bewijzen!
De samenwerking met de andere Friese eilanden en met Texel staat ook op
een keerpunt. In het afgelopen jaar hebben de burgemeesters van de vier
Friese eilanden gesproken met gedeputeerden Galema en Konst en minister
Donner over de onderlinge samenwerking, de bijzonderheid van de
eilanden en het bestaansrecht als zelfstandige gemeenten. De
gedeputeerden leken snel overtuigd. In het stuk dat vanuit de provincie
werd geproduceerd over de gemeentelijke herindelingen werd over de
eilanden gezegd dat die buiten schot blijven. De minister begrijpt de
uitzonderlijke positie van de eilanden ook en beloofde inspraak in de
beginfase van wetgevingstrajecten, zodat er al bij voorbaat rekening
gehouden kan worden met onze bijzondere positie. Toch kwam er uit
Harlingen - op voorspraak van de gemeenteraad daar - een
toenaderingspoging, waarvan meteen duidelijk was dat gemeentelijke
samenwerking een eerste stap zou zijn op weg naar een herindeling. We
hebben de Harlinger politiek meteen laten weten dat dat wat ons betreft
niet aan de orde is, dat we ons prima redden en dat we goede afspraken
hebben met de minister en de provincie. Toch werden we vorige maand aan
het twijfelen gebracht toen gedeputeerde Schokker kwam met het bericht
dat de gemeentegrenzen in het noord-oosten en noord-westen van de
provincie anders getrokken gaan worden en dat in dat verband ook maar
weer eens met de eilanden gesproken moet worden. Dat gesprek volgt deze
maand...
Daar komt een deel van mijn zorg vandaan. We moeten voortdurend
bewijzen dat we als individuele eilandgemeenten bestaansrecht hebben en
dat we in staat zijn om die dingen die we niet alleen kunnen, in ons
samenwerkingsverband op te pakken. Ik weet dat we het kunnen, als we
onze schouders er maar onder zetten. Het komende jaar is daarin van
cruciaal belang. Â
Daarbij komt ook voortdurend de vraag naar voren of we als bestuurders
en handhavers niet te dicht op het vuur zitten. Het zelf niet veel te
leuk vinden als er weer wat te jutten valt of als we een lange neus
naar de wal kunnen maken. Daar komt ook mijn uitspraak in de Volkskrant
vandaan, dat ik me soms voel als een roverhoofdman op Vlieland. Als de
burgemeester van een stel piraten, vrijgevochten eilanders,
vrijbuiters. Vorig jaar heb ik daarvan gezegd dat ik me er bij
thuisvoel. Dat meen ik oprecht. Er zijn veel tradities die het
verdienen om in stand gehouden te worden. Er zijn ook tradities waar je
wel eens goed over na mag denken. Toen in het horeca-overleg werd
afgesproken dat het happy hour zou worden afgeschaft, kwam er
commentaar van bezoekers van het happy hour hier in de Bolder. Waarom
moest dat gezellige piekuurtje nou afgeschaft worden. Ik heb me daar
over verbaast. Is gezelligheid afhankelijk van het bedrag dat je
betaald voor een drankje? Voor mij hangt gezelligheid meer samen met de
mensen met wie je samenkomt en met de plek waar je dat doet en niet met
de prijs van de drank. Een traditie waarvan we gezamenlijk volgens mij
volledig terecht hebben besloten dat er een einde aan moet komen.
Overmatig alcoholgebruik is niet goed. Het is niet goed voor lijf, het
is niet goed voor de sfeer in de kroeg en het is niet goed voor het
imago dat we hebben als eiland.
Voor tradities als vissen met staand want, strandrijden en jutten zijn
goede afspraken gemaakt met de wetgevers in het Haagse. We worden wel
voortdurend in de gaten gehouden. Als we misbruik maken van de ruimte
die we krijgen... als we meer ruimte nemen dan we krijgen... als we de
grenzen van afspraken opzoeken... dan is de kans groot dat dat soort
dingen alsnog volledig verboden worden.
Daar komt een deel van mijn zorg vandaan. We moeten voortdurend op onze
hoede zijn. We moeten bewijzen dat we op een verantwoorde manier kunnen
omgaan met de ruimte die we krijgen om tradities in stand te houden.
Volgens mij zijn we daartoe in staat, als we er samen voor gaan staan.
Elkaar durven aanspreken als er iets niet goed gaat en niet vervelend
doen als je aangesproken wordt. Laten we ook het goede voorbeeld geven
aan de Vlielander jeugd, zodat die de tradities op een goede manier
kunnen voortzetten!
Vlieland heeft een eenzijdige economie en is daardoor erg kwetsbaar. In
vergelijking met vorig jaar is het aantal overzettingen door Doeksen
weer een beetje toegenomen, maar een aantal ondernemers heeft niet veel
vet meer op de botten. In Misset Horeca las ik in een interview met
Harry Westers dat Westcord een goed jaar heeft gehad, maar dat dat kwam
doordat het op het vaste land zo goed ging met de Westcord hotels, dat
er op de eilanden een slecht jaar achter ons ligt. Er staan aardig wat
bedrijven te koop op Vlieland. En het is een feit dat we nu al twee
jaar achtereen een minder mooie zomer hebben. Een minder mooie zomer in
meerdere opzichten: het weer was niet denderend mooi, wat voor sommige
badgasten zelfs reden bleek om eerder dan gepland naar huis te gaan en
de economie van ons land laat nog steeds te wensen over. Bovendien is
er dit jaar ook geen echte duidelijkheid gekomen over de toekomst van
de erfpacht.
Ook bij de VVV zijn er zorgen. Naar nu blijkt is de begroting bij de
vereniging al een aantal jaren niet in balans, waardoor de riante
reserve die er was is verdwenen en er financiële problemen zijn
ontstaan. Sommige mensen lijken de situatie van de VVV te vergelijken
met het sprookje van Sneeuwitje. Dat het een kwestie is van een kus van
de prins om het stukje appel uit de keel te krijgen. Een subsidie van
de gemeente om de VVV weer op de been te krijgen. Volgens mij moet je
de situatie meer vergelijken met een patient met een hartstilstand. Is
het nu nodig om met meerdere mensen samen te werken om levensreddend te
handelen. Borstcompressies, beademing, 112 bellen. Daar heb je meer
mensen voor nodig. De gemeente alleen kan de VVV niet redden, dat moet
in samenwerking gebeuren. Daarvoor moet er structureel iets
veranderen.Â
Daar komt een deel van mijn zorg vandaan. De eerste stappen op weg naar
een structurele verandering zijn gezet. Er worden gesprekken gevoerd
over de toekomst van de VVV. En ik heb veel waardering voor al die
mensen die daar op een goede manier mee bezig zijn. Wat we ons wel
moeten realiseren is dat de rol van de VVV een andere is dan in het
verleden. En ook dat we er niet zijn met promotie alleen. Reclame kan
een vlag op een modderschuit worden als er niet ook voortdurend gekeken
wordt naar het product waarvoor reclame wordt gemaakt. Hoe is het met
de kwaliteit van ons toeristisch product? Hoe zit het met de verhouding
tussen prijs en kwaliteit? Daar komt nog bij, dat er nog steeds geen
volledige helderheid is over de toekomst van de grond die door
Staatsbosbeheer verpacht wordt. Voor een aantal gebieden is er eind
2011 aangegeven dat die alsnog te koop zullen worden aangeboden aan de
pachters. Dat lijkt goed nieuws. Voor welke prijs zal Staatsbosbeheer
de grond te koop aanbieden? Is dat de waarde van de grond waarop de
nieuwe erfpachtcanon gebaseerd wordt? Of is dat een prijs die lager
ligt en waar je volgens mij speculatie mee in de hand werkt. Die
onduidelijkheid maakt dat ik me zorgen blijf maken.
In het afgelopen jaar hebben we wel een aantal dingen neergezet die ons
eiland aan kracht hebben doen winnen. Die ons imago versterken en die
kunnen helpen om de crisis te boven te komen. We mochten banieren
hijsen bij de haven, bij de camping, in het dorp en op het strand. Een
blauwe vlag voor de haven en banieren voor de Quality Coast Bronze
Award. Into The Great Wide Open bracht niet alleen - voor het derde
jaar op rij - een nieuwe groep toeristen naar ons eiland, maar maakt
ook dat we ons, in de categorie gemeenten tot 50.000 inwoners, de beste
evenementengemeente mogen noemen!
Voor ons badstrand kregen we dit jaar maar liefst vier sterren en we
behoren ook daarmee tot de top in Europa. Kortom: ons toeristisch
product mag dan wel aan een herwaardering toe zijn, maar alle
ingrediënten voor een topprestatie zijn aanwezig. Nogmaals: als we
bereid zijn om er samen voor te gaan staan, samen de schouders eronder
te zetten! Â
Een aantal zorgen zijn in het afgelopen jaar juist kleiner geworden of
zelfs helemaal verdwenen. In mijn nieuwjaarstoespraak vorig jaar sprak
ik de vrees uit dat we wellicht twee markante Vlielander politici
zouden verliezen aan de provincie. De verkiezingen voor provinciale
staten en de daaropvolgende coalitiebesprekingen hebben er echter niet
toe geleid dat Elsje de Ruijter en Tom van Mourik van het Vlielander
politieke toneel zijn verdwenen. Daar ben ik blij mee, al kan ik me
voorstellen dat voor hen en hun achterban de teleurstelling erg groot
geweest is. Daar hebben we in de vergaderingen van college en
gemeenteraad gelukkig niet veel van kunnen merken.
In het afgelopen jaar zijn een aantal zorgenkindjes voortvarend
aangepakt. Zo heeft wethouder Visser zich samen met het nieuwe bestuur
van de stichting Flidunen ingezet om de toekomst van onze
sportaccomodatie zeker te stellen. Het ziet er naar uit dat we op niet
al te lange termijn daar ook het een en ander van zullen terugzien.
Hetzelfde geldt voor de Uiterton. Het bestuur dat ergens vanuit Assen
over de Ton gevoerd werd is weer terug op het eiland. Een aantal
eilanders heeft zich samen met wethouder Visser over de boedel gebogen
en is tot een aantal schokkende ontdekkingen gekomen. Het nieuwe
bestuur is voortvarend aan de slag gegaan en we hebben inmiddels
bericht gekregen dat er ook steun is voor de ingeslagen nieuwe weg van
de kant van de Nederlandse Zorgauthoriteit, die financiële steun heeft
toegezegd om de periode van reorganisatie te overbruggen. Daarmee is de
zorg op Vlieland voorlopig geborgd en kan er gewerkt worden aan een
degelijke langetermijnstrategie. Wethouder Van Mourik is aan de slag
geweest met de funderingsproblematiek van Duinwijk. Hij heeft vele,
vele gesprekken gevoerd met de aannemer en de bewoners en uiteindelijk
is er een akkoord gesloten. De woningen worden nu aangepakt en van het
voorjaar kunnen we deze bladzijde omslaan en vol vertrouwen zeggen dat
de huizen op het duin in orde zijn.
Er waren ook vele gesprekken nodig om met WoonFriesland tot een akkoord
te komen over de overdracht van woningen. Ik heb, nadat wethouder Van
Mourik die gesprekken had afgerond, de stukken mogen tekenen waarmee
WoonFriesland nu huisbaas is geworden van vele Vlielanders. We kenden
die organisatie al, omdat ze al jarenlang het woningbezit van de
gemeente beheerden, maar nu zijn ze dus ook eigenaar geworden.
Onderdeel van het akkoord is dat WoonFriesland - die daarvoor de
investeringscapaciteit heeft, ook woningbouw zal realiseren, waarmee we
hopen bij te dragen aan het oplossen van de woningnood waar nog steeds
sprake van is.
Zelf ben ik het afgelopen jaar bezig geweest met de realisatie van een
nieuwe school. De eerste stappen zijn gezet en die stappen bieden wat
mij betreft hoop voor het onderwijs op Vlieland. Er is een enthousiaste
club mensen die nadenkt over de toekomst van het onderwijs op Vlieland
en over het gebouw dat daarbij zou passen. Er is veel voortgang geboekt
en ik ben erg geïnspireerd door de enthousiaste mensen die nu met mij
hiermee aan de slag zijn. Â
Vorig jaar heb ik tijdens mijn nieuwjaarstoespraak stilgestaan bij alle
dingen die mij en mijn gezin in het eerste jaar zijn opgevallen en
bijgebleven. Ik heb toen verteld dat wij ons hier thuis voelen. Dat wij
het gevoel kregen dat we onze plek gevonden hebben. Dat gevoel is niet
veranderd: we voelen ons hier als gezin nog altijd even thuis en
welkom. Â
In het afgelopen jaar, het eerste volle kalenderjaar van de familie
Haan op Vlieland, is er weer veel gebeurd. Vorig jaar heb ik in mijn
toespraak bij veel van de dingen die in een jaar gebeuren stilgestaan.
Direct na mijn speech hebben O. Poenel en Oma Griet ook het jaar
doorgenomen, waardoor er veel dubbelingen waren. Ik heb deze keer maar
een paar zaken die het afgelopen jaar gebeurd zijn aangehaald. Ik laat
het jaaroverzicht dit jaar dan ook graag over aan deze ervaren dames.Â
Er zijn zaken die maken dat ik me zorgen maak. Maar ik zie ook dat er
in elk van die zorgen een kans ligt. Een kans om te bewijzen dat we
ergens voor staan. Een kans om te bewijzen dat wij tot veel in staat
zijn. Juist omdat we dingen samen doen. Samen er de schouders onder
zetten en iets willen bereiken. Niet kletsen, maar de handen uit de
mouwen. Niet zeuren, maar aan de slag. Niet klagen, maar zelf zorgen
dat er geen reden tot klagen is. Niet roddelen, maar kijken hoe we
elkaar kunnen steunen.Die mentaliteit moet maken dat we ons door de
zorgen heen slaan. Die kracht dwingt respect af. Dat zien we terug in
de dingen die we al bereikt hebben.Â
Dat maakt dat ik - ondanks mijn zorgen - met veel vertrouwen kijk naar
de toekomst van ons eiland en de eilanders.Â
Gelukkig nieuw jaar!