|
Groen!
Wie heeft de 'schurkenstaten' leren liegen?
Noord-Korea houdt zijn woord niet. Tien dagen geleden kondigde het
de lancering van een satelliet aan. Dat is in strijd met een
resolutie van de VN-Veiligheidsraad uit 2009 en staat haaks op een
recente deal met de Verenigde Staten. Die houdt onder meer in dat
Noord-Korea het testen van langeafstandsraketten zou opschorten in
ruil voor voedselhulp. Noord-Korea provoceert moedwillig, wat het
al vele jaren doet. De Noord-Koreaanse nucleaire politiek is een
stroom van gebroken beloften en halve en hele leugens.
In Iran is het niet beter. Iran liegt. Dat zeggen de meeste
diplomaten en nucleaire experts. Iran liegt over zijn nucleair
programma. Het zou niet alleen van civiele, maar ook van militaire
aard zijn. Het land zou een geheim nucleair wapenprogramma hebben.
Er zijn heel veel aanwijzingen voor. Ik twijfel er zelf ook niet
aan. Nu wordt er in de politiek wel eens gelogen, maar een land dat
tien jaar lang de wereldgemeenschap beliegt in een cruciaal
dossier? Dat is zeldzaam. Iran maakt hier dus een heel slechte
beurt. Het land, dat op vlak van mensenrechten al een catastrofe
is, komt bij velen over als een quasi-schurkenstaat die uitblinkt
in leugen en misleiding. Wie even terugblikt in de tijd, merkt
echter dat Iran hetzelfde doet als alle andere landen die een
kernwapenprogramma gelanceerd hebben. Een bloemlezing van 70 jaar
liegen en bedriegen.
Het begon al bij de eerste zin van het Amerikaanse persbericht na
het gooien van de atoombom op Hiroshima: "Sixteen hours ago an
American airplane dropped a bomb on Hiroshima, an important
Japanese Army base." Er waren inderdaad in Hiroshima militaire
activiteiten met een 43.000 militairen. Maar Hiroshima was op de
eerste plaats een stad met 400.000 inwoners. In zijn persbericht
stelde het Witte Huis het bombardement voor als een aanval op een
militair doel, wat dus onjuist was. De meeste slachtoffers waren
burgers, wat ook de bedoeling was. Vanaf de start van 'het
atoomtijdperk' werd op een schrijnende manier met de waarheid een
loopje genomen.
Frankrijk en Groot-Brittannië lanceerden na de Tweede Wereldoorlog
een kernwapenprogramma. Ze stelden het voor als een civiel nucleair
programma gericht op elektriciteitsproductie, maar dat was een
leugen. Beide landen beschikten al snel over eigen kernwapens. Ook
in eigen land waarde van bij het begin van het nucleaire tijdperk
de leugen rond. Op 18 augustus 1949, bijna vijf jaar na het
afsluiten van het eerste uraniumakkoord met de Verenigde Staten en
Groot-Brittannië, ontkende eerste minister Eyskens in de Senaat in
alle toonaarden dat er een dergelijk akkoord was. Een akkoord dat
ten andere geantidateerd was door minister Spaak en enkele
collega's. De Indiërs garandeerden de Verenigde Staten en Canada
dat hun steun aan de prille, Indiase nucleaire sector louter voor
civiele doeleinden gebruikt zou worden. Een kernproef in 1974
bewees dat de Indiërs hun woord niet hadden gehouden. Zuid-Afrika
zei aan zijn bondgenoten dat zijn nucleair programma puur civiel
was: een flagrante leugen. Gelukkig verdwenen met het
apartheidsregime ook de kernwapens. Toen Pakistanen in de Verenigde
Staten betrapt werden terwijl ze poogden materiaal voor kernwapens
illegaal te verwerven, zei de Pakistaanse president dat het om
"materiaal voor de verlichting van wegen" ging. Pakistan beloog de
Verenigde Staten over de ware bedoeling van zijn nucleair programma
gedurende vele jaren.
De kampioen van de nucleaire misleiding is zonder enige twijfel
Israël. Het land beloofde in de jaren vijftig aan Frankrijk en
Noorwegen dat hun steun aan de nucleaire site in Dimona niet
aangewend zou worden voor militaire doeleinden, terwijl de
finaliteit van Dimona van bij de start precies de productie van
kernwapens was. Toen de Verenigde Staten in december 1960 Israël
ondervroegen over de nucleaire installaties in Dimona, had eerste
minister Ben-Gurion het over "peaceful purposes", een flagrante
leugen. Israël bleef negen jaar lang liegen tegen de Amerikanen,
tot president Nixon en eerste minister Golda Meïr het in 1969 op
een akkoordje gooiden. Israël mocht zijn kernwapens houden en er
nieuwe ontwikkelen, maar zou geen kernproeven uitvoeren en niet in
het openbaar zeggen dat het over kernwapens beschikte. Misleiding
werd een strategische politieke lijn. Alle opvolgers van president
Nixon hebben die lijn aangehouden en werken al decennia mee aan het
in stand houden van die Israëlische dubbelzinnigheid. Ons land
werkt daar trouwens ook aan mee. Iedereen weet dat Israël
kernwapens heeft, maar geen enkele Belgische minister zal er ooit
nog maar op alluderen en elke vraag erover vakkundig ontwijken.
Nu zullen sommigen zeggen dat internationale politiek, zeker als
het gaat om veiligheid en defensie, vaak heel ruw is. Met
leugentjes en leugens, chantage en verraad. Dat kan best zijn. Maar
het verschil lijkt me dat in de dossiers over kernwapens de leugen
de regel is. In alle landen met een kernwapenprogramma werd er
gelogen, en dit tot op het hoogste, politieke niveau en vaak
jarenlang. Presidenten en premiers aarzelden daarbij niet de
collega's van de best bevriende naties te beliegen en bedriegen.
Moeten wij dat als democraten aanvaarden? Moeten we aanvaarden dat
veiligheid alleen gewaarborgd kan worden in een systeem dat
inherent leugenachtig is? Neen toch? De verdere verfijning van de
democratie is toch ook een verder marginaliseren van de leugen als
politiek instrument? Een veiligheidsbeleid dat steunt op zoveel
geheimhouding en leugens lijkt me in de 21ste eeuw niet meer
levensvatbaar.
Wat betekent dit voor Noord-Korea? Zo lang China het land de hand
boven het hoofd houdt, zit de situatie muurvast. Het ergste is dat
het belangrijkste slachtoffer van het Noord-Koreaanse regime de
eigen bevolking is. Miljoenen Koreanen zijn de laatste twintig jaar
de hongerdood gestorven. De atoombom is de levensverzekering van
het regime. Enkel een grote Amerikaans-Chinese deal kan de balans
in Noord-Korea doen omslaan.
En wat met Iran? Als het land kernwapens verwerft, zou dat een ramp
voor de wereld zijn. Dat zou de al onstabiele en
overgemilitariseerde regio verder destabiliseren. Het zou
Saoedi-Arabië, Egypte en wellicht ook Turkije ertoe aanzetten een
kernwapenprogramma te lanceren, met een heuse kernwapenwedloop in
het Midden-Oosten als gevolg. De vraag is hoe we Iran stoppen? Alle
experts zijn het erover eens dat bombardementen op de Iraanse
nucleaire sites het kernwapenprogramma niet zullen stoppen, maar
enkel met een paar jaar zullen vertragen. Iran zou dan extra
gemotiveerd zijn om nog sluikser en sneller door te gaan met zijn
kernwapenprogramma. Economische sancties stoppen Iran ook niet. Ze
doen vooral gewone mensen pijn en versterken Iran in zijn houding
van slachtoffer dat beschermd moet worden - door kernwapens - tegen
de vijandige wereld. Laten we het dus dringend over een andere boeg
gooien.
De vijf erkende kernwapenmachten moeten hun belofte uit 1968
naleven en eindelijk het non-proliferatieverdrag uitvoeren. Dat
bepaalt dat ze hun kernwapenarsenaal volledig moeten afbouwen.
Bovendien moet Iran in de internationale gemeenschap opgenomen
worden, zoals met China gebeurde. Sluit culturele akkoorden met
Iran, voer er handel mee, geef de Iraniërs de erkenning waar ze al
decennia naar snakken. De rest - democratisering en modernisering -
kan dan volgen. Is dat laatste zeker? Neen. Landen als China en
Saoedi-Arabië zijn ook allesbehalve democratieën en toch voeren we
er handel mee. Maar ik denk dat die aanpak meer perspectieven geeft
dan de militaire logica waarin we nu verstrikt lijken te raken.
De oorlogen in Irak en Afghanistan hebben ons getoond dat die niet
werkt en onnoemlijk veel leed meebrengt. Toch stellen
scherpslijpers in de VS en Israël het opnieuw voor alsof we moeten
kiezen tussen enerzijds een oorlog tegen Iran en anderzijds een
Iran met kernwapens. Waarmee een nieuwe leugen wordt toegevoegd aan
de lange reeks leugens in de geschiedenis van kernwapens.
Iran zal enkel afzien van eigen kernwapens als het zijn plek in de
wereld krijgt, Israël zijn kernwapens opruimt en er een alomvattend
vredesakkoord in het Midden-Oosten komt. Een naïeve droom? In het
begin van de jaren zeventig kon niemand zich voorstellen dat een
Amerikaanse president de hand zou schudden van de Chinese
partijleider Mao Zedong, maar in 1972 deed president Nixon het toch
maar. Zowel Iran als de Verenigde Staten hebben de laatste jaren te
kennen gegeven dat ze een dialoog willen starten, maar om allerlei
redenen is die nooit van de grond geraakt. Hoog tijd om hier werk
van te maken. President Obama en President Ahmadinejad zouden hun
landen en de rest van de wereld geen grotere dienst kunnen bewijzen
dan elkaar te bezoeken en opnieuw diplomatieke relaties aan te
knopen, dit als eerste stap naar een groot vredesakkoord in het
Midden-Oosten. Zonder kernwapens en zonder de stroom leugens en
misleiding die er al 70 jaar aan plakken.
|
|