Papua Lobby
All-inclusive dialogue with all stakeholders
[ Front door ] [ Objectives ] [ Who ] [ Contact ] [ Background ] [ Links ]



Verraadt de wereld de Papua's opnieuw?
door Evelien van den Broek

[ In English ]
(Eerder verschenen in VD Amok, december 2002)

Nederland beloofde na de tweede wereldoorlog de Papua's onafhankelijkheid, stelde een Papuaparlement in en erkende de nationale Papuavlag en het Papuavolkslied. Maar de Papua's werden verraden door de wereld, die in de koude oorlog de strijd tegen het communisme belangrijker vond dan het zelfbeschikkingsrecht van de Papua's. De onder Indonesisch bewind nog wel gehouden volksraadpleging was volgens elk juridisch criterium dat je kunt bedenken doorgestoken kaart.

Na de val van president Suharto leek er eindelijk enige ruimte te komen voor de ontwikkelingsaspiraties van de bevolking van West Papua. Onder president Wahid kwam een dialoog op gang die uitzicht leek te bieden op een vreedzame oplossing. Onder president Megawati kwam die dialoog weer tot stilstand, ondanks verwoede pogingen van Papuazijde om de dialoog gaande te houden en geweld tegen te gaan.

De internationale gemeenschap steunde de roep van de Papua's om een dialoog aanvankelijk, maar onder druk van de Amerikanen, die nu alles ondergeschikt willen maken aan 'de strijd tegen het terrorisme', lijkt de internationale gemeenschap steeds minder genegen om aan te dringen op een dialoog tussen het regime in Jakarta en de bevolking van West Papua. Verraadt de wereld de Papua's opnieuw? Gaat de strijd voor mensenrechten en zelfbeschikking ten onder aan onze angst voor terrorisme?

Het massale Volkscongres in West Papua in juni 2000 markeert een keerpunt in het verzet van de Papua's tegen het Indonesische bestuur. Sinds de Indonesische overname in 1963 bestond het verzet voornamelijk uit gewapende verzetsgroepen die met primitieve wapens aanvallen uitvoerden op Indonesische legereenheden. Ondergronds gewapend verzet was decennialang de enige mogelijkheid van oppositie omdat het regime van president Suharto met harde hand reageerde op elke vorm van autonome organisatie. Maar na de val van Suharto in mei 1998, kwam er in heel Indonesië een democratiseringsbeweging op gang. De Papua's benutten de nieuwe vrijheden voor het organiseren van een volkscongres dat werd bijgewoond door achtduizend mensen. Het congres accepteerde een nieuwe politieke structuur waarbij de uitvoerende taken liggen bij de Papua Presidium Raad (PDP = Presidium Dewan Papua) en de controlerende taken bij het Papua Panel dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van tien maatschappelijke pilaren (sectoren) waaronder vrouwen, studenten, traditionele leiders en ex-politieke-gevangenen. Tevens werden vier commissies geformeerd die het PDP moeten adviseren inzake 1) rechtzetting van de geschiedenis, 2) politieke agenda, 3) consolidatie van Papua organisaties, en 4) inheemse rechten. Het PDP kreeg de opdracht om met vreedzame middelen te werken aan het herstel van de soevereiniteit van de Papua's. De geweldloze strategie werd mede ingegeven door het verlangen om een einde te maken aan de terreurdaden en mensenrechtenschendingen waardoor in de afgelopen 40 jaar volgens Amnesty Internationaal 100.000 Papua's zijn gedood.

Versterking organisatiegraad
Vanuit de nieuwe organisatiestructuur worden vele bijeenkomsten en conferenties georganiseerd waarbij de problemen, en de strategieën worden besproken en waar organisaties worden opgezet die gaan werken aan versterking van de positie van de mensen en aan de ontwikkeling. Na al die jaren van repressie ervaren de mensen het al bijna als een bevrijding dat ze elkaar openlijk kunnen ontmoeten om de politieke situatie te bespreken en om plannen te maken voor hun eigen toekomst. Maar het is ook onwennig om de toekomst in eigen hand te nemen als je decennia lang niet hebt mogen meepraten en steeds weer in de modder bent geduwd omdat je achterlijk en primitief zou zijn. De eerste taak is het opkrikken van het zelfvertrouwen en het bekend maken van de universele mensenrechten en inheemse (collectieve) rechten. De gewenste en broodnodige initiatieven op lokaal niveau ontstaan niet van de ene dag op de andere, Het is een kwestie van tijd, waarbij zichtbare verbetering van de veiligheidssituatie en internationale erkenning van en steun voor het recht op ontwikkeling van de Papua's belangrijke elementen zijn. Het PDP heeft ook enkele grote conferenties georganiseerd. Van groot belang zijn de vrouwenconferentie in juli 2001 en de inheemse-rechtenconferentie in februari 2002. Tijdens de eerste conferentie is de vrouwenbeweging Solidaritas Perempuan Papua (SPP, Solidariteit Papua-Vrouwen) opgericht. De vrouwenorganisaties die onder het Indonesische systeem zijn opgezet zijn elitaire verenigingen die zich vooral bezighouden met liefdadigheid; de posities in deze organisaties worden verdeeld naar belangrijkheid van de echtgenoten. SPP is een vrouwenbeweging met afdelingen in de 14 kabupaten (districten) die de positie van de vrouwen wil versterken d.m.v. trainingen en lokale organisatievormen maar ook door (traditionele) vrouw-onvriendelijke praktijken ter discussie te stellen en vrouwen te stimuleren om actief deel te nemen in politieke organen.

De conferentie over inheemse rechten heeft besloten tot de oprichting van een traditionele Papuaraad (Dewan Adat Papua) met vertegenwoordigers van de verschillende tribale volken, en een Pemerintahan Adat Papua die bestaat uit intellectuele vertegenwoordigers en een coördinerende taak heeft. De rol van de raad en het bestuur is om traditionele instituties nieuw leven in te blazen en te versterken. Decennia-lang is de Papua-cultuur onderdrukt geweest omdat Indonesië vond dat de 'primitieve' Papuacultuur niet paste in het moderne Indonesië en uit angst voor de kracht die kan uitgaan van een cultureel zelfbewustzijn. De taak van de adat-organen is om de Papua's weer trots te laten zijn op hun traditionele erfgoed en om door versterking van de traditionele instituties te werken aan herstel van de Papua-soevereiniteit. Onderdeel van de planning is dat gemeenschappen vanuit de traditionele organisatie de eigen ontwikkeling ter hand gaan nemen en ook een orgaan opzetten voor orde en veiligheid. Een niet te onderschatten strategie daarbij is dat de energie niet wordt gestoken in de bestrijding van het Indonesische bestuur, maar dat er in wezen een parallelle 'civic society' wordt opgezet.

Dialoog met Jakarta
President Wahid die het Papua volkscongres had gesteund met een donatie van één miljard rupiah (ongeveer honderdduizend euro), stond welwillend tegenover het aanbod van het PDP voor een dialoog over de problemen en aspiraties in West Papua. Maar terwijl Wahid zijn best deed om met de Papua's in gesprek te blijven en oplossingen te zoeken voor het conflict, voerden de politieke haviken en het leger een heel ander beleid. Direct na afsluiting van het Volkscongres meldde generaal Rusdihardjo, hoodcommandant van de Indonesische politie, dat extra politie-eenheden naar Papua gestuurd werden omdat "wat ze in Papua aan het doen zijn, grenst aan rebellie". De commandant van het legeronderdeel Kostrad, generaal Wirahadikusuma, oordeelde dat de ontwikkelingen in Papua een bedreiging vormden voor de Indonesische staat. Het Indonesische parlement, de DPR, verklaarde: "De uitkomst (van het congres) wordt gezien als een separatistische actie omdat het in strijd is met de wet en zou betiteld moeten worden als landverraad". Het parlement riep de regering op om overtuigende maar strenge maatregelen te nemen om de eenheid van de staat te bewaren. Maar Wahid, een overtuigd democraat die streefde naar vreedzame oplossingen voor politieke conflicten, verklaarde dat de regering een beleid zou blijven voeren waarin onderdrukkende maatregelen tegen separatisten in Papua wordt vermeden en zou toestaan dat de Papuavlag, de Morgenster, wordt gehesen. Als de overheid geweld zou gebruiken in de vele gevallen van onrust, aldus de president, dan zou de energie van de strijdkrachten snel uitgeput raken. De speciale zitting van de Nationale Raadgevende Assemblee (MPR) in augustus 2000 waarin gepoogd werd de positie van president Wahid te ondermijnen, betekende het begin van terugkeer naar een harde aanpak van onafhankelijkheidsactiviteiten in West Papua. Wahid werd fel bekritiseerd voor de symbolische gebaren die hij had gemaakt: toestemming voor het hijsen van de Morgenstervlag, erkenning van de naam Papua voor de provincie, en financiële steun voor het Papua Congres. Wahid overleefde de speciale MPR-ztting maar moest een grotere rol van de strijdkrachten en de politieke haviken accepteren.

De verandering was direct merkbaar. Overal in West Papua werden strijdkrachten ingezet om Morgenstervlaggen naar beneden te halen. Er vielen doden en gewonden en er werden arrestaties verricht. De actie van de Indonesische troepen in oktober 2000 in het bergstadje Wamena haalde het wereldnieuws. Bij het verwijderen van de vlag, werden twee Papua's doodgeschoten. Woedende burgers zetten de aanval in op de Indonesiërs. In de daaropvolgende veldslag vielen vijftien doden, Papua's én Indonesische immigranten. Er werden steeds meer Indonesische troepen naar Papua gestuurd en op diverse plaatsen buiten de hoofdstad Jayapura werden mensen doodgeschoten bij vlagincidenten. Op 1 december van dat jaar organiseerde het PDP een vlaggenceremonie in Jayapura. Dankzij de diplomatieke onderhandelingen van het PDP en de aanwezigheid van buitenlandse journalisten grepen de strijdkrachten niet in. Maar een week later barstte ook in Jayapura het geweld los. Na de moord op twee politiemannen en een bewaker, vermoedelijk door een groep uit het centrale bergland, viel de politie enkele studentenhuizen binnen en mishandelde de bewoners. Drie studenten werden gedood en tientallen werden gevangen gezet. Het PDP verklaarde dat de vice-president, Megawati Soekarnoputri, verantwoordelijk gesteld moest worden voor de weg van confrontatie die de regering gekozen had.

In augustus 2001 werd president Wahid afgezet en opgevolgd door vice-president Megawati. Ze presenteerde een programma met het accent op het behoud van de nationale eenheid. Ze verklaarde zelf leiding te geven aan "de inspanningen om vrede te brengen in de onrustige provincies Atjeh en Papua waar de separatistische onrust toeneemt". Ze bood beide provincies excuses aan voor de decennia van mensenrechtenschendingen maar waarschuwde tegelijkertijd dat ze nooit onafhankelijk zullen worden. PDP-voorzitter Theys Eluay was niet geroerd door de verontschuldiging. "Indonesië is verplicht om excuses aan te bieden. Wij waren niet degenen die fout waren", zei hij. Tom Beanal, de vicevoorzitter van het PDP, verklaarde: "Mega moet begrijpen dat de Papuazaak ernstig is. Zij moet deelnemen aan een dialoog om de geschiedenis van Papua recht te zetten". Hij was niet optimistisch dat de Papuazaak opgelost zal worden onder Megawati. "Ik ben bang dat Mega te intiem is met het leger en overgehaald zal worden om geweld te gebruiken". Een jaar later heeft Megawati inderdaad nog geen enkele blijk gegeven van interesse in een politieke dialoog met de Papua's. Onder haar regering lijkt gekozen te worden voor de harde hand om (politieke) conflicten uit de weg te ruimen.

Politieke moord
Enkele weken nadat Megawati was beëdigd als president van Indonesië werd, op 10 november, PDP-voorzitter Theys Eluay vermoord. De schok en ontsteltenis waren groot. Vrijwel meteen overheerste het idee dat het Indonesische leger betrokken was bij deze politieke moord. Op 12 oktober liepen vijfduizend mee in de stoet om het lichaam van Eluay naar het gebouw van de vroegere Nieuw-Guinea-raad te brengen waar het opgebaard werd. Op 13 november liepen ongeveer tienduizend mensen achter het lichaam van hun dode leider over de 45 kilometer lange weg van Jayapura naar Sentani, de woonplaats van Eluay. De mensen zongen patriottische liederen en scandeerden 'Merdeka (Onafhankelijkheid)! Merdeka!' terwijl anderen de Morgenstervlag meedroegen. Ongeveer tienduizend mensen waren aanwezig bij de begrafenis op 17 november. De secretaris-generaal van het PDP, Taha Al Hamid, verklaarde aan het graf dat Papua's willen dat de regering hun recht op leven erkent. "Een overheidsgarantie om ons te beschermen is belangrijker dan de beloofde speciale autonomie", aldus Al Hamid. "Hoe kunnen we normaal leven als ons recht op leven niet is gegarandeerd?".

Na ruim een jaar en diverse onderzoekscommissies, is de moord op Eluay nog steeds niet opgehelderd. Weliswaar zijn negen leden van de militaire elite-eenheid Kopassus in staat van beschuldiging gesteld en zullen moeten voorkomen bij een militair tribunaal in Surabaya, maar vrijwel niemand gelooft dat ze op eigen initiatief hebben gehandeld. De grote vraag die in de doofpot dreigt te verdwijnen is wie de opdrachtgevers zijn voor de moord op de voorzitter van het PDP. De vraag naar het motief achter de moord zou formeel ook beantwoord moeten worden maar het antwoord lijkt voor de hand te liggen: Theys Eluay was een charismatische persoonlijkheid die een grote aanhang had en steeds de aandacht, ook van de internationale media, wist te vestigen op zichzelf en op het onafhankelijkheidsstreven van de Papua's. Eluay wist de Indonesische autoriteiten regelmatig in hun hemd te zetten en zorgde voor een smet op het Indonesische blazoen.

Geweld en intimidatie
De oproep van het PDP aan het graf van Eluay voor erkenning van het recht op leven lijkt banaal in de 21ste eeuw maar is alleszins actueel in het licht van het voortdurende en toenemende geweld. De mensen in West Papua leven steeds meer in een sfeer van intimidatie en geweld. Sinds de moord op Eluay in november vorig jaar zijn veel inheemse en politieke leiders en mensenrechtenactivisten bedreigd met de dood. Ook hebben er tientallen 'mysterieuze moorden' plaatsgevonden. Op het eiland Biak zijn afgelopen augustus twaalf mensen op verdachte manier om het leven gekomen. Op een ochtend werd het lichaam van een vrachtwagenchauffeur langs de kant van de weg gevonden, twee meisjes van 13 en 14 jaar die werden gevonden bleken verkracht en vermoord, ook op het strand werden lichamen gevonden. Volgens de bewoners gaat het om van hogerhand georganiseerde moorden; volgens de politie zijn het ongelukken die niet nader onderzocht hoeven worden. Er waren meldingen van gemaskerde mannen die mensen bedreigen. Vrouwen durfden niet meer naar hun tuinen buiten het dorp te gaan. De markt sloot vroeger zodat mensen voor het donker thuis konden zijn. Niemand nam 's avonds een taxi of waagde zich zonder companen op straat. In de dorpen werd 's nachts wacht gelopen. Er werden bijeenkomsten georganiseerd waar de mensen elkaar op het hart drukten om zich niet te laten verlammen door angst, maar ook om niet over te gaan tot gewelddadige wraakacties. Want dat zou de bedoeling zijn van deze willekeurige moorden: intimidatie en uitlokking van geweld waarmee de Indonesische veiligheidstroepen een excuus zouden hebben voor wederom een militaire operatie.

Sinds jaar en dag zijn er verdenkingen maar ook bewijzen dat het Indonesische leger (TNI) betrokken is bij acties van terroristische groepen in de Indonesische republiek. Het meest schaamteloze voorbeeld was in 1999 na het referendum in Oost Timor toen milities die getraind en gefinancierd waren door het TNI een bloedige terreurcampagne uitvoerden. TNI wordt in verband gebracht met de training en verspreiding van strijders van de fundamentalistische Laskar Jihad over heel Indonesië. Ze hebben dood en verderf gebracht in onrustige gebieden als Atjeh, de Molukken, Poso en nu in West Papua. Hoewel Laskar Jihad na de bomaanslag in Bali (12 oktober dit jaar) heeft aangekondigd dat het zichzelf heeft opgeheven, zijn sindsdien honderden Laskar Jihad militanten naar West Papua gegaan. Volgens de lokale mensenrechtenorganisatie Elsham zijn op 26 oktober 300 leden uit Ambon in West Papua aangekomen. Elsham schat dat zich ongeveer drieduizend Laskar Jihad leden ophouden in de steden Sorong, Manokwari en Jayapura.

Er zijn meer meldingen van groepen en infiltranten die proberen tweespalt te zaaien tussen verschillende bevolkingsgroepen. Studenten in Jayapura hebben vorige maand een Molukse infiltrant ontmaskerd en overgeleverd aan de politie. Met name het PDP speelt een belangrijke rol in het rustig houden van de mensen en het voorkomen van gewelddadige reacties. Men is er op bedacht dat 'Jakarta' poogt om een horizontaal conflict (tussen bevolkingsgroepen) te creëren in West Papua, zodat het verticale conflict (tussen de bevolking en de autoriteiten) op de achtergrond raakt. In de eerder beschreven mysterieuze moorden in Biak, waar alle slachtoffers Papua's waren, doen Indonesische immigranten ook mee met het wachtlopen en de bescherming van dorpen en individuen. Het lijkt voor de hand te liggen om in West Papua een horizontaal conflict te ontketenen in de vorm van een religieus conflict; de meerderheid van de Papua-bevolking is Christen en de meeste Indonesische immigranten (transmigranten) zijn Moslim. In anticipatie op de ontketening van een religieus conflict hebben de verschillende religieuze leiders in West Papua regelmatig overleg en doen regelmatig gezamenlijke oproepen om een einde te maken aan de mensenrechtenschendingen en om de verantwoordelijken voor het gerecht te brengen. Op 21 september, de internationale dag voor vrede, hebben de leiders van de belangrijkste religies in West Papua (Katholieken, Protesten, Islamieten, Boeddhisten en Hindoes) in Jayapura een gebedsmars georganiseerd. Gedurende vier uur liep de stoet van 1500 mensen langs de diverse gebedshuizen waar steeds een andere religieuze leider een gebed voor vrede uitsprak. Ook het PDP maakt op vele manieren duidelijk dat het conflict in West Papua niet gebaseerd is op de aanwezigheid van verschillende bevolkingsgroepen. Het Volkscongres in 2000 heeft verklaard dat problemen op een vreedzame manier behandeld moeten worden en dat de rechten van elke inwoner van West Papua, waaronder die van de minderheden, gerespecteerd en gegarandeerd moeten worden. De secretaris-generaal van het PDP, Taha Al Hamid, is een Moslim en in het Papua-panel zijn zetels gereserveerd voor vertegenwoordigers van Indonesische immigranten. Veel Indonesische immigranten identificeren zich met de Papua's en steunen het streven naar afscheiding.

Internationale aandacht
Middels het Volkscongres in juni 2000 hebben de Papua's besloten om in de pas met de democratiseringsbeweging in Indonesië, het politieke conflict naar de onderhandelingstafel te brengen. Het streven naar een vreedzame dialoog paste ook prima in de internationale trend waar conflictbeheersing en conflicttransformatie de afgelopen jaren hoog op de agenda stonden. Het PDP verkreeg gaandeweg meer internationale erkenning voor de weg van dialoog. Een maand na het Volkscongres werden Presidiumleden uitgenodigd voor de 32ste jaarlijkse vergadering van de organisatie van Pacific Staten; het slotcommuniqué riep op tot een einde aan de mensenrechtenschendingen en tot een open dialoog tussen de Indonesische regering en de Papua's. Tijdens de Millenniumtop in september 2000 riepen de Pacificstaten Nauru en Vanuatu de VN op om te erkennen dat de dekolonisatie van West Papua onrechtmatig is verlopen en dat de Papua's nooit het recht op zelfbeschikking hebben gehad. Na overleg met het PDP heeft de Nieuw-Zeelandse regering aangeboden om te bemiddelen voor een vreedzame oplossing, onder voorwaarde dat beide partijen de bemiddeling accepteren. Maar zoals de Nieuw-Zeelandse minister Goff vaststelde: "Op dit moment is het niet waarschijnlijk dat de Indonesische regering zal vragen om buitenlandse inmenging". Toen vijf PDP-leden in december 2000 werden gearresteerd en gevangengezet verklaarde een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken: "Deze vasthoudingen zouden niet mogen plaatshebben in het open en democratische Indonesië van vandaag". Ook de Nederlandse regering toonde vertrouwen in de weg van vreedzame dialoog die het PDP voor ogen heeft en maakte zich zorgen over de voortgang van de dialoog. In juli 2001, toen er wederom sprake was van ernstige mensenrechtenschendingen in West Papua, stelde minister Van Aartsen in een schriftelijke reactie op Kamervragen: "Deze incidenten […] vormen net als eerdere gewelddaden een ernstige bedreiging van de dialoog tussen de Indonesische regering en het Papua Presidium". Na de moord op PDP-voorzitter Theys Eluay (november 2001) reageerde de hele wereld geschokt en eiste een diepgaand en onafhankelijk onderzoek en berechting van de schuldigen. Het Europees Parlement nam geen genoegen met de uiteindelijke Indonesische conclusie dat Kopassus-leden betrokken zijn bij de moord "zonder dat duidelijk is wat het motief voor de moord was en wie de opdracht gegeven hebben voor deze politieke moord". In een resolutie van mei 2002 wordt de Indonesische regering opgeroepen om een "geloofwaardig, wettig en onafhankelijk onderzoeksteam van internationale mensenrechtenexperts te formeren om de betrokkenheid van staatsinstituties bij de moord op Papua-leider Theys Eluay te onderzoeken en de daders voor het gerecht te brengen".

Belangen versus rechten
Maar na de bomaanslag in Bali klinken er andere geluiden. Er is minder aandacht voor de interne conflicten in Indonesië, voor de excessen van het leger en voor gevallen van mensenrechtenschendingen. Australië overweegt serieus om op het gebied van terreurbestrjding weer te gaan samenwerken met Kopassus, de speciale eenheden van het Indonesische leger die betrokken zijn bij de moord op Theys Eluay en tegen wie ernstige verdenkingen bestaan in verband met een aanslag bij het mijnbouwstadje Timika in West Papua (31 augustus 2002) waarbij een Indonesische en twee Amerikaanse leraren werden gedood. Minister Hill van Defensie zei dat de beschuldigingen dat Kopassus betrokken is bij misdaden tegen dissidenten in Oost Timor en West Papua terzijde gelegd moeten worden in het belang van de strijd tegen het terrorisme (BBC, 10 nov 2002). Ook de Amerikaanse ambassadeur in Australië heeft laten doorschemeren dat banden met het controversiële Kopassus noodzakelijk kunnen zijn om het terrorisme in Zuidoost Azië te bestrijden; "Ik denk dat we moeten uitzoeken wat in het belang is van onze landen" (Radio Australia, 12 nov 2002). In de jaren zestig, ten tijde van de Vietnamoorlog en de koude oorlog, was het in het belang van de VS om het Indonesië van president Soekarno binnen het Westerse kamp te houden. Als cadeautje voor zijn loyaliteit kreeg Indonesië de Nederlandse kolonie Nieuw Guinea die zich aan het voorbereiden was op politieke onafhankelijkheid als West Papua. Voor de toenmalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Robert Kennedy, lag de zaak duidelijk: honderd miljoen Indonesiërs aan Westerse kant zijn belangrijker dan het recht op zelfbeschikking van een miljoen 'primitieve' Papua's.

In de laatste jaren van de vorige eeuw was er internationaal veel aandacht voor conflictbeheersing en conflictpreventie. Ook werd binnen de Verenigde Naties een discussie gevoerd over de balans tussen mensenrechtenschendingen en nationale soevereiniteit, met andere woorden over het recht van de internationale gemeenschap om in te grijpen in binnenlandse conflicten als er sprake is van ernstige mensenrechtenschendingen of genocide. Deze discussie is abrupt afgebroken na de vreselijke aanslag op de Amerikaanse Twin Towers. De Amerikaanse regering heeft herhaaldelijk verklaard dat de mensenrechten ondergeschikt zijn aan de strijd tegen het terrorisme, een argument dat gretig wordt overgenomen door de machthebbers in Jakarta. De Indonesische minister Wirayuda wuifde kritiek op de nieuwe anti-terrorismewetten weg met het laconieke antwoord: "waarom zouden we ons druk maken over mensenrechten"? (Jakarta Post 8 nov 2002). Indonesië is het land met het grootste aantal Moslims, en zowel de VS als Australië vinden Indonesische deelname aan de "oorlog tegen het terrorisme" belangrijker dan (vreedzame) oplossing van de conflicten in dat land. West Papua dreigt voor de tweede keer te worden opgeofferd in het belang van de Amerikaanse strategische politiek. De prangende vraag is in hoeverre Nederland en de Europese Unie mee gaan in deze Amerikaanse politiek. Sinds de machtsovername door president Megawati heeft de Papua Presidium Raad, het PDP, nauwelijks iets kunnen bereiken in de dialoog met Jakarta, dat domweg niet reageert op de oproep tot een vreedzame, politieke dialoog over het conflict. In West Papua zelf heeft het PDP veel steun voor de gekozen geweldloze lijn; ook de gewapende verzetsgroepen van de Organisasi Papua Merdeka, de bevrijdingsbeweging van het eerste uur, hebben een wapenstilstand afgekondigd. De vraag is echter hoe lang de mensen zich in kunnen houden in een situatie waar milities en legereenheden straffeloos geweld en moorden plegen. De Indonesische autoriteiten zijn momenteel bezig met een onderzoek naar "subversieve en staatsondermijnende" activiteiten van het PDP. Arrestatie van naar dialoog strevende Papua-leiders zou het einde kunnen betekenen van de geweldloze lijn van de Papua's die strijden voor 'rechtzetting van de geschiedenis' en tegen de integratie in de Indonesische republiek. Nederland en de EU zouden een belangrijk gebaar kunnen maken door aan te bieden om te bemiddelen voor een vreedzame oplossing en door het PDP te erkennen als de legitieme vertegenwoordiger van de Papua's in een dialoog met Jakarta. Het conflict in West Papua heeft niks te maken met internationaal terrorisme (wel met staatsterrorisme) en mag daar dan ook niet de dupe van worden.

Evelien van den Broek, december 2002


Papua Lobby: [ Front door ] [ Objectives ] [ Who ] [ Contact ] [ Background ] [ Links ]