Papua Lobby
All-inclusive dialogue with all stakeholders
[ Front door ] [ Objectives ] [ Who ] [ Contact ] [ Background ] [ Links ]



Contributions to the debate on
Historical myths and conflict resolution - West Papua
[ Index contributions ]

Veel media-aandacht voor leiders uit Papua
Evelien van den Broek
Eerder verschenen in West Papua Courier

"De wereld zal bij alles wat er gebeurt weten dat ik het lijdend voorwerp ben geweest. Ik hoop dat ik nu als volwaardig mens zal worden beschouwd. Omdat nu bekend is wat er vroeger verkeerd was, ben ik nu het onderwerp geworden. Ik heb nu het recht om voor mijzelf op te komen. Om zelf te beslissen. En dat zal erkend worden door de wereld. De wereld zal onze strijd erkennen en de wereld zal onze mensenrechten moeten respecteren." Aldus Tom Beanal in de uitzending van TweeVandaag op 14 november 2005.

Een dag voor de presentatie van Drooglevers boek ‘Een daad van vrije keuze, de Papua’s van westelijk Nieuw-Guinea en de grenzen van het zelfbeschikkingsrecht’, arriveerde op Schiphol een 11-persoon sterke delegatie (tien mannen en een vrouw) uit West Papua. De delegatie bestond uit leiders van de Presidium Dewan Papua (PDP - Presidium van de Papua-raad) en leiders van de regionale afdelingen van de Dewan Adat Papua (DAP - Inheemse Papuaraad) en stond onder leiding van Tom Beanal (vice-voorzitter PDP en voorzitter DAP) en Thaha Alhamid (secretaris-generaal PDP).

De delegatieleden kregen geen tijd om te acclimatiseren of hun jetlag weg te werken. Direct na aankomst stonden interviews op het programma met de Telegraaf, Trouw en TweeVandaag. De eerste dag zette de toon voor het volle programma tijdens hun 12-daagse verblijf in Nederland.

De hoofddoelstelling van de door Papua Lobby en DAP georganiseerde campagne was om het leiderschap uit West Papua gehoord te laten worden in de publiciteit die zou ontstaan rond de publicatie van het boek van Drooglever. Mede door de onvermoeibare en serieuze inzet van de delegatieleden en de goede voorbereiding kunnen we terugkijken op een geslaagde campagne. Een verslag van het bezoek aan Nederland van de Papua-delegatie is deels terug te vinden in de Nederlandse media:

Op 15 november verscheen in het NRC Handelsblad een opiniestuk geschreven door de PDP-leden Tom Beanal, Herman Awom en Thaha Alhamid. Na een opsomming van tien historische feiten eindigen ze hun betoog met een oproep aan de Nederlandse, de Indonesische en de Amerikaanse regeringen en aan de VN. Ze stellen dat ze van geen enkele partij geweld als oplossing zullen accepteren en dat middels een vreedzame dialoog een oplossing voor het conflict gevonden dient te worden. Speciale autonomie wordt afgewezen als oplossing voor de complexe problemen in West Papua omdat de Indonesische overheid de invoering ervan systematisch frustreert. Tenslotte roepen ze de Nederlandse regering op om stappen te ondernemen die een einde maken aan het lijden van de Papua’s, dat is begonnen toen de Nederlandse regering West Papua overdroeg aan het koloniale Indonesië.

Op 16 november verscheen via de Gemeenschappelijke Persdienst in de regionale kranten en in het Nederlands en het Reformatorisch Dagblad een opiniestuk van de PDP-leden Tom Beanal, Thaha Alhamid en Viktor Kaisiëpo, dat eindigt met de volgende oproep: "Het rapport 'Een Daad van Vrije Keuze' laat haarfijn zien dat Nederland zich niet kan verschuilen achter de geschiedenis. Ze heeft een glasheldere (mede)verantwoordelijkheid voor de slechte manier waarop het verdrag indertijd is uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor de internationale gemeenschap en dus voor de Verenigde Naties. Indonesië is natuurlijk de hoofdverantwoordelijke. Vandaar de oproep namens alle Papua’s: geef ons eindelijk onze eigen toekomst in handen. Daar gaat het over bij het in het internationale recht vastgelegde zelfbeschikkingsrecht. Nederland en internationale gemeenschap, neem uw verantwoordelijkheid en oefen druk uit op Indonesië om eindelijk gehoor te geven aan de oproep, die wij Papua’s al jaren doen: Jakarta, laten we eindelijk een serieuze dialoog aangaan over de toekomst van ons, Papua’s."

De Papuadelegatie was aanwezig op het seminar dat het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis had georganiseerd rond de officiële lancering van Drooglevers boek op 15 november. Na diverse academische sprekers volgde de aanbieding van het eerste exemplaar aan Jozias van Aartsen, die in 1999 als minister van Buitenlandse Zaken de opdracht voor het onderzoek had gegeven. De huidige minister, Ben Bot, wilde het boek niet in ontvangst nemen omdat het niet geschreven zou zijn op verzoek van de Nederlandse regering. Van Aartsen noemde deze redenering van Bot ‘potsierlijk’. Het NRC Handelsblad beschrijft hoe de leiders uit West Papua, die geen rol hadden gekregen in het officiële programma, het initiatief namen om de dag af te sluiten: "Aan het eind van de dag staat een groep Papuanationalisten op het podium van de zaal in de Koninklijke Bibliotheek en zingt het volkslied van het onafhankelijke – of althans autonome – Nieuw-Guinea, dat er nooit is gekomen. Jozias van Aartsen – in 1999 minister van Buitenlandse Zaken en thans VVD-leider – hoort het staande aan" (NRC 16/11).

Die dag en de dag erna berichten de Nederlandse kranten uitgebreid over de resultaten van Drooglevers onderzoek met koppen als ‘Papua’s hebben geen eerlijke kansen gehad’ (Trouw 15/11), ‘Papua’s halen alsnog gelijk in koloniale zaak’ (Telegraaf 15/11), ‘De relatie met Jakarta gaat voor de Papua’s’ (Trouw 16/11), ‘Geschiedschrijver ontmaskert Daad van Vrije Keuze’ (Volkskrant 16/11). Ook de Papualeiders komen aan het woord.

In Trouw (15/11): "Het Papua-presidium, dat zich inzet voor zelfbeschikking, ziet wel aanknopingspunten in het rapport-Drooglever. ‘We merken dat er groeiend begrip is voor onze rechten. Daar kan het rapport van Drooglever een belangrijke bijdrage aan zijn", zegt Willy Mandowen van het Presidium Dewan Papua (PDP). "Volgens een officiële instructie aan de Indonesische militairen in West Papua moest Indonesië de Daad van vrije keuze winnen, langs democratische of ondemocratische weg. De 1025 kiesmannen stonden onder controle van Indonesische militairen en konden alles krijgen wat ze hebben wilden." […]De vertegenwoordigers van het Papua-presidium, dat zelfbeschikking voor de Papua’s nastreeft, hopen dat het rapport-Drooglever "een les voor de wereldgemeenschap" zal zijn. Die keek in 1969 werkeloos toe hoe de belangen van de Papua-bevolking werden verkwanseld. Mandowen: "Ons is toen het recht op zelfbeschikking ontnomen, en dat is ontaard in een menselijke tragedie. In de afgelopen 45 jaar zijn in Papua 100.000 mensen om het leven gekomen. Maar we merken dat er groeiend begrip is voor onze rechten en dat landen hun morele verantwoordelijkheid willen nemen om dat op de politieke agenda te zetten. Daar kan het rapport van Drooglever een belangrijke bijdrage aan zijn."

In de Telegraaf (15/11): "Dit rapport is niet alleen voor Nederlandse of Indonesische consumptie. De hele wereld zal erover lezen", zegt Papua-leider Thaha Alhamid. De secretaris-generaal van het Papua-presidium (PDP) zegt met het Nederlandse rapport in de hand een sterkere lobby voor de Papua-zaak te kunnen voeren. "We weten dat de internationale gemeenschap de kwestie op de voet volgt. We gaan zeker bespreken of we nu politieke stappen richting de VN zullen ondernemen. Of misschien vragen we om een juridisch advies van het Internationaal Gerechtshof." […] Alhamid vindt dat de Nederlandse regering "de ogen niet langer mag sluiten voor het werkelijke verhaal". Toch zegt hij begrip te hebben voor Bots positie. De hoop lijkt vooral gevestigd op een verborgen Hollandse agenda. "We respecteren dat Nederland de bilaterale relatie met Indonesië wil veiligstellen. Maar Den Haag zegt dat het de territoriale integriteit van Indonesië erkent, en toch nam uw land met het onderzoek een politieke stap die heel belangrijk is. Daarom denken we dat het huidige Nederlandse standpunt kan veranderen. Australië zei immers ook altijd Indonesië te steunen, terwijl Oost Timor (met hulp van Canberra in 1999, red.) onafhankelijk kon worden." Den Haag stelt een voorstander te zijn van speciale autonomie voor Papua binnen de Indonesische eenheidsstaat. Alhamid snerend: "Ik hoop dat Nederland niet alleen de formele informatie van Jakarta tot zich neemt, maar ook diplomaten naar Papua stuurt om zelf te zien hoe de situatie is. De facto is er de afgelopen drie jaar met de autonomie geen vooruitgang geboekt. Steun aan de autonomie betekent op dit moment steun voor de willekeur tegen de Papua’s."

In de Volkskrant (16/11): "Vol spanning hebben de Papua’s uitgekeken naar de studie van P. Drooglever. Elf leden van het in 2000 gekozen Papua Presidium zijn er zelfs speciaal voor naar Den Haag gekomen. Eindelijk zal de wereld nauwkeurig weten welk onrecht hen indertijd is aangedaan: tussen 1945 en 1970 hebben Nederland, Indonesië en de Verenigde Staten over het lot van de Papua’s beslist zonder dat die daar zelf ooit echt in zijn gekend. ‘Wij willen geen ogen meer die zich blind houden en oren die zich doof houden’, zegt Willy Mandowen van het Papua Presidium nadat oud-minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen – Drooglevers opdrachtgever – het boek in ontvangst heeft genomen. ‘Van nu af willen we geen lijdend voorwerp zijn maar onderwerp.’ Viktor Kaisiëpo, de vertegenwoordiger van het Presidium in Europa, wil dit ‘glasheldere, academische onderzoek’ gaan ‘politiseren’. ‘We nemen het mee naar Brussel, naar de Verenigde Naties, overal waar we kunnen opkomen voor onze rechten. En Nederland kan rechtstreeks aan Papua ontwikkelingshulp gaan bieden, zodat er niets aan de beruchte Indonesische strijkstok blijft hangen. Dat zijn de mogelijkheden die dit rapport biedt."

In het NOS-journaal (15/11) zegt Willy Mandowen: "Uit onderzoek blijkt dat Nederland heeft gefaald West Papua voor te bereiden op zelfbeschikking in 1969".

In het Algemeen Dagblad (16/11): "‘De geschiedenis is geduldig’, zegt Papuavoorman Viktor Kaisiëpo. ‘we zullen het 800 pagina’s dikke rapport van professor Drooglever kritisch lezen en ermee aan de slag gaan. Het recht op zelfbeschikking van de Papoea’s staat nog steeds overeind. Onafhankelijkheid moet nog steeds niet worden uitgesloten. We zullen het boek overal mee naar toe nemen: naar Brussel, naar de Verenigde Naties. En het komt vanzelf ook terecht bij de commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede kamer. Daar zal het wetenschappelijk historisch onderzoek politieke consequenties hebben. Of minister Bot dat wil of niet.’ Kaisiëpo begrijpt dat Bot (Buitenlandse Zaken) afhoudend reageert op de studie van Drooglever en de status ervan. Bot vond het onderzoek niet nodig. Kaisiëpo: ‘Politiek gezien snap ik Bot wel. Nederland heeft bij de gemanipuleerde volksraadpleging in 1969 gezwegen en wil over deze kwestie geen ruzie meer met Indonesië. Zo wordt het spel nou eenmaal gespeeld. Maar wij, Papoea’s, hopen op perspectief voor de toekomst en spreken Nederland aan op zijn verantwoordelijkheden. Zonder rancuneus te zijn. Rancune leidt nergens toe.’"

Tevens was er in de media veel aandacht voor Michel Pelletier die door Papua Lobby in samenwerking met Tapol naar Nederland was gehaald. Pelletier was een van de vijf officiële VN-waarnemers tijdens de Daad van Vrije Keuze. Na zijn pensionering van een lange carrière bij de VN had hij besloten om met zijn ervaringen in Nieuw-Guinea naar buiten te treden, omdat de kwestie hem zwaar op het hart ligt. In diverse interviews heeft hij duidelijk gemaakt dat de VN gefaald hebben bij de waarneming en dat een dergelijke volksstemming vandaag de dag nooit geaccepteerd zou worden.

Tenslotte hebben zowel NRC Handeslblad als Trouw een hoofdredactioneel commentaar besteed aan de geschiedenis van West Papua. Beide kranten zijn het erover eens dat de conclusie van Drooglever helder is: de volksraadpleging in 1969 was een schijnvertoning. Trouw (21/11) schrijft dat "het een waarheid is die iedereen al wist, maar die – nu zij eenmaal in een gedegen onderzoeksrapport is vastgesteld - niet opnieuw aan de kant mag worden geschoven als irrelevant. Voor de Papua’s is dit rapport wel degelijk een steun in de rug voor hun gerechtvaardigde wens naar grotere autonomie. Het is daarom teleurstellend dat minister Bot doet alsof hij met dit rapport niks te maken heeft. Hij zou Indonesië er minstens op kunnen aanspreken de wens van de Papua’s serieus te nemen." NRC (16/11) schrijft dat Van Aartsen niet geloofwaardig is met zijn stelling dat het rapport-Drooglever niet in de politieke sfeer getrokken zou moeten worden. "Niet-politieke geschiedschrijving moet nog worden uitgevonden. Bovendien is Nieuw-Guinea mogelijk voor Nederland geschiedenis, maar voor Indonesië is West Papua actualiteit. […] Minister Bot hoeft de bevolking van West Papua geen valse hoop te geven; de geschiedenis kan niet worden teruggedraaid. Maar zoveel afstand nemen van het rapport-Drooglever is ook weer niet nodig. Dat was beter geweest voor het buitenlands beleid – en voor de geschiedenis."

Background articles to symposium


Papua Lobby: [ Front door ] [ Objectives ] [ Who ] [ Contact ] [ Background ] [ Links ]