Het Centre for Constitutional Rights (CCR) voert processen ten behoeve van Haitianen die ten tijde van de dictatuur ('91-'94) naar de Verenigde Staten zijn gevlucht. In de zaak van Alerte Belance, een vrouw die werd ontvoerd en mishandeld door leden van de Haitiaanse paramilitaire groep FRAPH, lukte het om meer dan honderd pagina's geheime documenten in de openbaarheid te krijgen. Het gaat voornamelijk om berichten van de Ambassade op Haiti naar de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie in Washington.
Uit de correspondentie blijkt dat men zeer goed op de hoogte was van de terreur die paramilitaire groepen als het aan de militaire dictatuur gelieerde FRAPH (het Front voor de Vooruitgang van Haïti) zaaiden. Officieel waren de VS altijd van mening dat het FRAPH een respectabele conservatieve partij was. Pas drie maanden na de invasie die de verdreven president Aristide in 1994 weer aan de macht bracht, lieten de VS het FRAPH in de steek en arresteerden de leider Emmanuel Constant in januari 1995.
De vrijgekomen telexberichten zijn tergend duidelijk: "In het hele land ontwikkelt FRAPH zich tot een soort mafia", laat de militaire attaché in begin '94 weten. "Hun gebruik van geweld om te intimideren en te onderwerpen wordt toegestaan door de lokale militairen, die op hun beurt zowel politiek als vooral materieel voordeel uit de relatie trekken." In een andere telex wordt het FRAPH een bende "met geweren gewapende gekken" genoemd die geweld gebruiken tegen alle tegenstanders. In weer een andere wordt een voormalige FRAPH- medewerker geciteerd als die praat over de inwijding van nieuwe FRAPH-leden: "Terwijl ze mensen doden en verkrachten, moeten wij zitten toekijken."
Mensenrechtenorganisaties beschuldigden het FRAPH altijd al van een groot aandeel in de geschatte 4000 moorden onder de dictatuur. Ondertussen bleven de Verenigde Staten hen de hand boven het hoofd houden. Belangrijke FRAPH-leden, zoals de aanvoerder Constant, bleken zelfs op de loonlijst van de CIA te staan.
Volgens Michael Ratner, een advocaat van CCR, zijn de vrijgekomen documenten maar het topje van de ijsberg. Ratner verklaarde dat er nog veel meer papier op ontsluiting ligt te wachten, maar dat de Amerikaanse autoriteiten de vrijgave bewust vertragen. Volgens Ratner willen de Amerikanen eerst alle documenten doorpluizen op ongewenste informatie en die censureren. "Ze hebben meer belangstelling voor het beschermen van sommige moordenaars dan voor het beschermen van de Haïtiaanse democratie."
Op 6 februari gaf het Witte Huis een persconferentie als reactie op de door de mensenrechtengroep CCR onthulde documenten. Toen werd gevraagd wanneer de archieven teruggegeven zouden worden aan de Haitiaanse overheid, verklaarde woordvoerder Samuel Berger, assistent adviseur Nationale Veiligheid van de president cryptisch: "Er zijn wat betreft een aantal documenten wat procedures die we door zouden willen nemen met de regering." "Sommige bevatten bijvoorbeeld misschien namen van Amerikaanse burgers in Haiti, waarvan we zeker willen zijn dat ze afdoende beschermd worden."