N\I\E\U\W\S\bank
Zaterdag 4 april 1998 (19980404)
Bron: Weekly Update on the Americas # 429, 19/04/98
Copyright: América Ventana

VS willen premier

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright heeft op 4 april een bliksembezoek aan Haïti gebracht en ontmoetingen gehad met president René Preval, diens voorganger Aristide en leiders van verschillende politieke partijen. Albright had een duidelijke boodschap: als de impasse over de nieuwe premier van het land niet opgelost wordt, zullen de VS niet over de brug komen met zo'n 150 miljoen dollar aan ontwikkelingshulp.

Haïti zit sinds juni 1997 zonder premier, nadat Rosny Smarth opstapte wegens het veel te drastische neoliberale beleid van partijgenoot Preval. Sindsdien is geen nieuwe premier benoemd omdat geen van Prevals kandidaten over genoeg parlementaire steun beschikte. De onder Aristide ontstane linkse partij Lavalas die de meerderheid heeft, is ernstig verscheurd.

Negen mensenrechtenorganisaties in de VS hebben het bezoek van Albright aangegrepen om aan te dringen op het vrijgeven van de zogenaamde FRAPH-archieven. Bij de invasie die Amerikaanse militairen in 1994 in Haïti uitvoerden om Aristide terug aan de macht te helpen, werden de archieven van het beruchte doodseskader FRAPH geconfisqueerd en naar de Amerikaanse ambassade in Port-au-Prince overgebracht.

De Haitiaanse regering heeft om teruggave van de documenten gevraagd omdat ze nodig zijn voor juridische procedures tegen verantwoordelijken voor de repressie tijdens de militaire dictatuur. Maar de VS wil ze niet teruggeven voordat de namen van VS-burgers er uit weggestreept zijn. Het gaat om zo'n 160.000 pagina's.

De FRAPH werd geleid door een militair die op de loonlijst van de CIA stond en is verantwoordelijk voor honderden moorden tijdens de dictatuur in 1993 en 1994. In een brief aan Albright schrijven de mensenrechtenorganisaties - waaronder Pax Christi, Human Rights Watch en Witness for Peace - dat "indien Amerikaanse burgers of personeel of partners van de overheid hebben deelgenomen aan criminele activiteiten in de periode dat de militairen regeerden (1991-1994), deze activiteiten naar buiten gebracht zouden moeten worden en vervolgd volgens de in de VS en Haïti geldende wetten."

In dezelfde brief wordt gewezen op het feit dat de VS weigeren om de leider van FRAPH, Emmanuel Constant, uit te wijzen naar Haiti. Constant woont in New York.

Het hoofd van de militaire junta van 1991-94, Generaal Raoul Cedras, woont in Panama. Op 9 april verklaarde de Panamese overheid dat geen gehoor zal worden gegeven aan een Haïtiaanse uitleveringsverzoek. Panama beroept zich op procedurefouten bij indiening van het uitleveringsverzoek, en wijst er ook op dat Panama asiel aan Cedras verleende op verzoek van Aristide toen deze na de Amerikaanse invasie de macht terugkreeg. Dat betrof echter een onderdeel van de deal die Aristide met de VS had moeten maken in ruil voor hun optreden tegen de militairen.