Gemeente Tilburg


23-2-99

1,7 miljoen voor allochtoon taalonderwijs

Het nieuwe meerjarenplan 1999- 2002 Onderwijs Allochtone Levende Talen (OALT-meerjarenplan) is samengesteld in nauwe samenwerking met het onderwijs. Het regelt welke taalondersteuning en cultuuronderwijs wordt gegeven. Scholen kunnen, op een aantal voorwaarden, in aanmerking komen voor drie varianten OALT-lessen;
* · taalondersteuning voor de groepen 1 tot 4,
* · cultuuronderwijs voor groepen 5 tot 8, en
* · ruimte voor zelfstandige taalgroepen.

Voor de uitvoering van het meerjarenplan heeft het rijk voor de komende vier jaren jaarlijks 1,7 miljoen ter beschikking gesteld.

Taalondersteuning en cultuuronderwijs
Kinderen van ouders met een andere moedertaal dan het Nederlands, kunnen op de basisschool al enige tijd onderwijs krijgen in de eigen taal. Zo krijgen veel Turkse kinderen Turkse lessen. Het meerjarenplan kiest uitsluitend voor het geven van de talen

* · Turks (taalondersteuning voor groepen 1 tot 4 én cultuuronderwijs voor groepen 5 tot 8),

* · Marokkaans (taalondersteuning voor groepen 1 tot 4 én cultuuronderwijs voor groepen 5 tot 8), en

* · de zelfstandige taalgroepen Bosnisch-Kroatisch, Somalisch, Grieks en Moluks.

Het meerjarenplan wordt op 29 maart voorgelegd aan de gemeenteraad. Die beslist uiteindelijk in welke talen OALT wordt gegeven. Maar dat wil niet zeggen dat er dramatische verschuivingen zullen optreden. Zo zullen bestaande lessen niet verdwijnen. De mogelijkheden van Papiamento (voor de Surinamers) worden nog onderzocht. Andere talen zijn uitgesloten tot een nieuwe afweging bij de evaluatie in 2002.

Primaire keuze voor taalondersteuning
De gemeente Tilburg kiest voor kinderen in de groepen 1 tot 4, primair voor taalondersteuning. Dit omdat voor 0- tot 16-jarigen de taalontwikkeling in de onderbouwperiode niet onderbroken mag worden. Wanneer scholen taalondersteuning voor groepen 1 tot 4 geven, komen de leerlingen niet meer in aanmerking voor buitenschools cultuuronderwijs. Dit betekent dat zij door de ouders niet meer aangemeld kunnen worden voor cultuuronderwijs Turks of Marokkaans of voor het aanbod van zelfstandige taalgroepen. Er is dus geen dubbele subsidie mogelijk.
Het uitgangspunt van het meerjarenplan is dat minimaal tien leerlingen van één school taalondersteuning krijgen. Voor de Molukse groep, op dit moment bestaande uit acht leerlingen, wordt een ontheffing verleend. Het minimum aantal uren OALT-les per week is bepaald op 2 uur.

Subsidie Rijk
De jaarlijkse rijksbijdrage van 1,7 miljoen wordt voor een gedeelte (1,1 miljoen) ingezet voor taalondersteuning in de onderbouw. Een bedrag van 300.000 gulden zorgt ervoor dat cultuuronderwijs gegeven kan worden in Turks, Marokkaans, Bosnisch-Kroatisch, Somalisch, Grieks en Moluks. Het restbedrag van 300.000 wordt o.a. besteed aan lesmateriaal, bijscholing, organisatie van taalondersteuning en ontwikkeling taalbeleid op scholen.

Wet OALT
Met ingang van het schooljaar 1998-1999 is een nieuwe Wet onderwijs in allochtone talen (OALT) ingevoerd. Deze wet vervangt de Wet onderwijs in eigen taal en cultuur (OETC). De wet heeft twee doelen. Enerzijds is dat de beheersing van de Nederlandse taal en het geven van een bijdrage aan het uiteindelijk schoolsucces (taalonderwijs). Anderzijds is dat het verwerven van inzicht in eigen taal en cultuur (cultuuronderwijs). De wet schrijft voor dat de gemeente een meerjaren-plan maakt voor OALT.

Deel: ' 1,7 miljoen voor allochtoon taalonderwijs Tilburg '




Lees ook