Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 29-04-1999

Persbericht
Nummer: 50

Overheid schept condities; scholen zelf verantwoordelijk voor vormgeving leren met computers
100 gulden per leerling voor ICT in het onderwijs

Alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en het agrarisch onderwijs ontvangen vanaf volgend schooljaar jaarlijks extra geld voor de integratie van informatie- en communicatietechnologie (ict) in het onderwijs. Dit bedrag is vanaf 2003 voor alle instellingen jaarlijks 100 gulden per leerling. Daarmee kunnen zij zelf beslissen over investeringen in apparatuur, scholing en software. De minister zorgt voor de voorzieningen die een landelijke aanpak vereisen. Dat zijn: stimulering van scholing van leraren, ontwikkeling van methoden en educatieve programmatuur, beheer van ict en kennisnet. De eerder aangewezen voorhoedescholen ontvangen in de periode tot 2003 minder dan andere scholen, omdat zij in de vorige kabinets-periode al geld voor ict ontvingen. Dat schrijft minister Hermans in de notitie ‘Onderwijs on line; verbindingen naar de toekomst’ waar de ministerraad mee heeft ingestemd. ‘Onderwijs on line’ is een uitwerking van de plannen op hoofdlijnen die de minister in februari 1999 presenteerde.

Minister Hermans kiest bij de verdere invoering van ict in het onderwijs voor een bestuurlijke aanpak met eigen verantwoordelijkheid van scholen en ruimte voor eigen beleid. De overheid stelt de Algemene doelen voor ict en zorgt voor goede voorwaarden en informatie. Scholen bepalen uiteindelijk zelf hoe ze gebruik maken van ict om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en te vernieuwen. De afgelopen jaren is er op ict-gebied al veel gebeurd, maar niet op alle scholen hetzelfde en evenveel. Met de eigen verantwoordelijkheid kunnen scholen aansluiten bij de ontwikkelingen binnen de eigen school. De minister ondersteunt de scholen daarbij. Met de onderwijsorganisaties worden afspraken gemaakt om de samenwerking tussen scholen te stimuleren. Door wettelijke ‘deugdelijkheidseisen’ (zoals kerndoelen en eindtermen) geeft de overheid aan wat zij van de scholen verwacht en op welke termijn. De inspectie van het onderwijs zal de vorderingen van scholen op het gebied van ict bijhouden. Ieder jaar leggen scholen verantwoording af over het ict-beleid in bestaande documenten (zoals de schoolgids).

Deskundigheidsbevordering, programmatuur en beheer Om ict doeltreffend te kunnen integreren in de school moeten alle mensen die in de school werken in de komende jaren kennis en vaardigheden op ict-gebied verwerven. De overheid zorgt bijvoorbeeld voor stimulering van het aanbod van scholing en extra geld voor deskundigheidsbevordering. Naast het extra geld voor scholen trekt de minister in de periode tot 2003 22 miljoen uit om de deskundigheidsbevordering te ondersteunen. De verantwoordelijkheid voor scholing van het personeel ligt bij de scholen zelf. De ict-monitor (jaarlijks onderzoek van Universiteit Twente) en de inspectie rapporteren hierover. Met besturenorganisaties, onderwijsvakorganisaties en bedrijfsleven worden afspraken gemaakt over de rol die zij kunnen spelen bij scholing. Om onderwijsinhoudelijke veranderingen tot stand te brengen, moet er voldoende educatieve software worden ontwikkeld die past bij nieuwe vormen van leren en lesgeven. Op alle scholen moet verder actuele kennis zijn over mogelijkheden en beschikbaarheid van die programmatuur. De overheid vergroot daarom de koopkracht van scholen via het bedrag per leerling en stimuleert de ontwikkeling van educatieve programmatuur. Voor de ondersteuning van scholen wordt in de periode tot 2003 25 miljoen uitgetrokken. Scholen moeten hun ict-infrastructuur technisch en inhoudelijk kunnen onderhouden. De overheid zorgt onder meer voor goede informatie voor scholen over apparatuur, ontwikkelen van ict-plannen en vormen van samenwerking met anderen. Naast het geld dat scholen ontvangen voor beheer, is er tot 2003 27 miljoen uitgetrokken om scholen te ondersteunen.

Kennisnet
Op korte termijn zal de minister met de Tweede Kamer overleggen over de wenselijkheid van het kennisnet. Eerder vroeg de Kamer om een onafhankelijk oordeel over deze dienst. De minister heeft de Onderwijsraad inmiddels gevraagd een advies uit brengen. Daarnaast is opdracht gegeven voor een onafhankelijk onderzoek naar marktprijzen voor netwerkdiensten. Tot nu toe beschikken alleen voorhoedescholen over aansluiting op het kennisnet. Of kennisnet voor alle scholen medio deze zomer in het kader van een Europese aanbesteding definitief wordt gegund, hangt af van het oordeel van de Tweede Kamer, de uitkomsten van een technische evaluatie van kennisnet en de resultaten van de andere onderzoeken.
Via het kennisnet krijgen scholen de beschikking over een beveiligd en centraal beheerd onderwijsnetwerk dat toegang biedt tot Internet. Het kennisnet brengt onder andere educatieve software en multi-media toepassingen binnen handbereik van scholen. Naast scholen kunnen ook bibliotheken, musea en andere culturele instellingen op het kennisnet worden aangesloten. Bij het uitwisselen van ervaringen (nationaal en internationaal) van leraren en leerlingen kan het kennisnet een belangrijke rol spelen. Leerlingen en leraren kunnen gelijktijdig gebruik maken van de diensten van kennisnet tegen relatief weinig kosten. Scholen betalen daarvoor vanaf 2002 een vast bedrag per leerling per jaar; langdurig gebruik van het kennis- of Internet leidt daardoor niet tot hoge kosten. Tot 2002 betalen scholen niet voor het kennisnet. Scholen kunnen er om bijvoorbeeld onderwijskundige redenen voor kiezen bepaalde delen van het net af te sluiten voor hun leerlingen.

Financiën
Het kabinet (regeerakkoord) stelt voor ict in het onderwijs in de periode tot 2002 eenmalig 670 miljoen en in de periode tot 2010 eenmalig 330 miljoen extra beschikbaar. Daarnaast is er een structureel bedrag oplopend tot 250 miljoen in 2002. Vanaf 2003 wordt aan het jaarlijkse bedrag nog eens 40 miljoen toegevoegd. In de vorige kabinetsperiode werd incidenteel al circa 270 miljoen en structureel 50 miljoen voor ict uitgetrokken.
Alle structurele bedragen worden aan de schoolbudgetten toegevoegd. Het eenmalige geld vult deels de schoolbudgetten aan. Het grootste deel is bedoeld voor activiteiten en voorzieningen die scholen en instellingen op ict-gebied ondersteunen.
In de periode tot 2003 wijkt het bedrag per leerling voor scholen af van de periode daarna. Daarmee wordt recht gedaan aan de verschillende uitgangsposities van eerder aangewezen voorhoedescholen en andere scholen. Vanaf 2003 ontvangen ook de voorhoedescholen jaarlijks 100 gulden per leerling. De voorhoedescholen zullen uiteindelijk meer geld ontvangen hebben dan de anderen, omdat zij eerder geïnvesteerd hebben en dus eerder exploitatie- en beheerslasten hebben. Daarnaast hadden ze te maken met strengere voorwaarden (het indienen van plannen) en grotere onzekerheid over het meerjarenperspectief. Bovendien hebben ze een voorbeeldfunctie voor andere scholen. Voor de verdere integratie van ict op de lerarenopleidingen is er in 1999 24 miljoen beschikbaar. In 2000 en in 2001 wordt voor de opleidingen nog eens 10 miljoen uitgetrokken. Voor de vernieuwing van de lerarenopleiding door ict is in het kader van lerarenbeleid (‘Maatwerk voor morgen’) daarnaast nog 20 miljoen beschikbaar.

Deel: ' 100 gulden per leerling voor ICT in het onderwijs '




Lees ook