Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer                        Postbus 90801 2509 LV Den Haag der Staten-Generaal                                 Anna van Hannoverstraat 4 Binnenhof 1a                                    Telefoon (070) 333 44 44 2513 AA `s-GRAVENHAGE                                Telefax (070) 333 40 33 

Uw brief Ons kenmerk W&I/SIU/2002/72288

Onderwerp Datum Aanbieding rapport "uitkering & detentie" 10 maart 2003

Hierbij bieden wij u de resultaten aan van de screening op samenloop van uitkering en detentie in het kader van de Wet Sociale zekerheidsrechten Gedetineerden (WSG). Deze screening is door onze ambtsvoorgangers toegezegd in de beantwoording op kamervragen naar aanleiding van de toekenning van een WAO-uitkering aan Ferdi E. (2001/2002, nr.51) Tevens gaan wij in op de werking van de elektronische gegevensuitwisseling (met name het geautomatiseerd opvragen van het sofi-nummer). Deze elektronische gegevensuitwisseling is bij de invoering van de WSG opgezet als achtervangsysteem. De uitkeringsgerechtigde blijft eerst verantwoordelijke om detentie door te geven aan de uitvoeringsinstelling.

Deze screening staat overigens los van het IWI-onderzoek "Bijzondere bijstand in geval van detentie". Laatstgenoemd onderzoek is u op 13 februari 2003 aangeboden en gaat specifiek in op veelal onwettelijke bijzondere bijstandsverlening door gemeenten aan personen waarvan het verblijf in detentie al bekend is. In deze screening gaat het screening gaat het juist om de gevallen van detentie te achterhalen die nog niet bij een gemeente bekend zijn.

De screening is uitgevoerd door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) in samenwerking met het UWV en de SVB. Voor de gemeenten heeft Pink Roccade in opdracht van het Ministerie van SZW de screening uitgevoerd. De belangrijkste conclusies zijn dat het achtervangsysteem het overgrote deel van de samenloopgevallen heeft gesignaleerd. Het achtervangsysteem vervult daarmee een belangrijke rol in het uitvoeren van de WSG. Essentieel is daarom een snelle aansluiting van de gemeentelijke sociale diensten op dit achtervangsysteem. De voortgang hiervan zullen wij monitoren. Een knelpunt is nog dat voor ongeveer 19% van het gedetineerdenbestand geen sofi-nummer bij de Gemeentelijke Basisadministratie opgevraagd kan worden. Het geautomatiseerd opvragen van het sofi-nummer zal verbeterd worden.

Hieronder geven wij een toelichting op de WSG, waarna de resultaten van de screening en de werking van het achtervang systeem volgen. Tot slot volgen de conclusies.



2

Toelichting

Op 1 mei 2000 is de WSG in werking getreden. Deze wet beoogt te voorkomen dat aan personen, die gedetineerd zijn, een uitkering op grond van de ZW, WAO, WAZ, Wajong en Anw wordt verstrekt. De Abw, Ioaz, Ioaw, en WW kende al langer een dergelijke uitsluitingsbepaling
Daarnaast stelt de WSG enkele sociale zekerheidsrechten open voor bepaalde groepen justitiabelen ten behoeve van hun resocialisatie. Deze brief gaat in op het uitsluiten van samenloop van uitkering en detentie.
Ten behoeve van de uitvoering van de WSG hebben het Ministerie van Justitie en SZW een achtervangsysteem ontwikkeld, waarin Justitie detentiemeldingen elektronisch doorgeeft aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Hierbij wordt éénmalig per gedetineerde ten behoeve van de informatiedoorgifte gebruik gemaakt van het sofinummer. Op grond van de Wet Persoonsregistratie mag het bij de Gemeenschappelijke Basisadministratie (GBA) opgehaalde sofinummer door Justitie niet in een bestand bewaard worden. Deze uitkeringsinstanties vergelijken de binnenkomende detentiemeldingen met de eigen bestanden met uitkeringsgegevens. Het ontwikkelde informatiesysteem is aanvullend en controlerend op wat de uitkeringsgerechtigde verplicht is zelf te verstrekken. Het is de bedoeling dat de bijstandssector ook wordt aangesloten op dit informatiesysteem zodra de landelijke implementatie van het Inlichtingenbureau gerealiseerd is en verdere uitbouw in beeld komt. Het achtervangsysteem geeft nu meldingen over gedetineerden en over 99% van de TBS gestelden door. Deze laatste groep wordt via het gevangeniswezen in een TBS-kliniek geplaatst. Bij de start van de gegevensuitwisseling zijn alle zittende TBS-gestelden handmatig doorgegeven aan de uitvoering. Het elektronisch doorgeven van (strafrechterlijk) jeugdgedetineerden is nog in onderzoek.

Resultaten screening

Het doel van de screening is enerzijds om te toetsen of de elektronische gegevensuitwisseling sluitend is, dat wil zeggen, dat alle gevallen van onrechtmatige samenloop al waren gedetecteerd. Anderzijds is het doel om voor de bijstandssector in beeld te brengen welke samenloopgevallen buiten beeld blijven, omdat de bijstandssector nog niet op de elektronische gegevensuitwisseling is aangesloten.

Ten behoeve van de screening is een eenmalige bestandsvergelijking uitgevoerd tussen het gedetineerdenbestand en het uitkeringsbestand op peildatum 5 december 2001. Naast de uitkeringsbestanden van de SVB en het UWV zijn ook de uitkeringsbestanden van sociale diensten gescreend op onrechtmatige samenloop.

Algemeen overzicht resultaten:
A) In totaal zijn er 16.097 gedetineerden gecontroleerd: Gevangeniswezen: 12.478 TBS: 1.687 Justitiële jeugdinrichtingen: 1.914

B) In 8.948 gevallen is geen samenloop vastgesteld (ca 55,5% van A)




---

C) In 2.565 gevallen is een hit (detentie en uitkering) vastgesteld (+16% van A): Gem. Sociale diensten: 1.154 UWV: 1.360 SVB: 51

D) In 239 gevallen was er sprake van onrechtmatigheid (+1,5% van A): Gem. Sociale diensten: 134 1 UWV: 96 2 SVB: 9 3

E) In 3.058 gevallen kan geen sofinummer worden verkregen (+19%4 van A). De belangrijkste oorzaken hiervan zijn dat de NAW-gegevens (naam- adres-woonplaats) niet juist of niet éénduidig worden geregistreerd door de betrokken instanties en als gevolg daarvan wordt matching van gegevens bemoeilijkt of onmogelijk maakt. Gedacht kan worden aan schrijffouten, gevallen waarin gedetineerden bewust een foutief adres opgeven, maar er zijn ook gevallen waarin betrokkene (door psychische problemen) niet in staat is om een correct adres op te geven.

Voor deze groep is bij het UWV en de SVB een bestandsvergelijking op naam, geboortedatum en geslacht uitgevoerd. Voor gemeenten was een dergelijke vergelijking niet uitvoerbaar. Dat betekent dat voor de groep gedetineerden waarvan geen sofinummer bekend is geen uitspraken gedaan kunnen worden over een mogelijke samenloop met bijstand.

F) In 1.287 gevallen kan geen sofinummer worden verkregen omdat het vreemdelingen betreft die in vreemdelingen bewaring zijn geplaatst (8%). Deze categorie wordt verder buiten beschouwing gelaten, daar deze groep uitgesloten is van het recht op een uitkering.

De resultaten van de screening per uitvoerder treft u in de achterliggende rapportage aan.

1 Gemeentelijke sociale diensten zijn niet aangesloten op het achtervangsysteem en deze gevallen zijn niet eerder geconstateerd.
2 Deze gevallen zijn niet eerder geconstateerd en van de 96 hadden er 66 gesignaleerd moeten worden door het achtervang systeem.
3 Deze gevallen zijn niet eerder geconstateerd en één geval had via het achtervangsysteem gesignaleerd moeten worden.
4 Hierbij zijn 8% vreemdelingen niet meegerekend. In totaal is van 27% van de populatie geen sofinummer te verkrijgen.




---

Werking gegevensuitwisseling

Tegelijkertijd met de screening is nagegaan hoe de huidige gegevensuitwisseling tussen Justitie enerzijds en de SVB en het UWV anderzijds functioneert. Doel hiervan is na te gaan of er nog verbeteringen nodig zijn in het achtervangsysteem om zo de uitvoering van dat onderdeel van de WSG te verbeteren.

Sluitendheid gegevensuitwisseling
De gegevensuitwisseling is niet sluitend. Het sofinummer is de sleutel om berichten tussen Justitie en de uitvoeringsinstelling te kunnen versturen en wordt verkregen via de GBA.Voor 19% van het gedetineerden-bestand kan geen sofinummer verkregen worden bij de GBA.

Uit de screening blijkt dat het achtervangsysteem een belangrijke factor is voor de uitvoering van de WSG. Bij de SVB was 1 detentiegeval nog niet gemeld en bij het UWV 66 detentiegevallen. Dit wordt deels verklaard door het bovenstaande matchingsprobleem met de GBA, deels door aanloopproblemen in de uitwisseling in 2000. Een knelpunt is verder dat TBS-gestelden bij de start van de gegevensuitwisseling nog handmatig zijn doorgegeven aan de uitvoering en jeugdgedetineerden nog helemaal niet opgenomen zijn in de elektronische gegevensuitwisseling. De SVB kreeg 32 jeugdgedetineerden en 1 TBS-gestelde uit de screening, het UWV 18 jeugdgedetineerden en 12 TBS-gestelden. Het elektronisch doorgeven van (strafrechterlijk) jeugdgedetineerden heeft de aandacht. Nieuw geplaatste TBS'gestelden worden in de gegevensuitwisseling meegenomen.

Snelheid gegevensuitwisseling
De snelheid van de gegevensuitwisseling wordt beïnvloed door het feit dat het opvragen van het sofi-nummer soms langer duurt dan de beoogde 5 werkdagen. Het terugbrengen van de tijd waarmee het bericht op het bureau van de behandelaar ligt worden is nodig voor een effectievere gegevensuitwisseling.

Volledigheid gegevensuitwisseling
Naar aanleiding van het bericht is het nodig om bij een aantal gevallen nadere informatie op te vragen bij de inrichting zelf. Dit levert vertraging op in de afhandeling van het bericht. Het ministerie van Justitie onderzoekt of het mogelijk is om deze informatie centraal beschikbaar te hebben bij Justitie, waardoor een gang naar de inrichting wordt voorkomen.

Conclusies

Werking gegevensuitwisseling
Op basis van de screening en het onderzoek naar de werking van de gegevensuitwisseling blijkt dat de meeste gevallen van samenloop gedetecteerd wordt door het achtervangsysteem. Het achtervangsysteem vervult daarmee een belangrijke rol in een succesvolle uitvoering van de WSG.

Vooral ten aanzien van het achterhalen van het sofi-nummer bij de GBA valt er nog winst te behalen. Hiermee kan de sluitendheid verhoogd worden in de toekomst. Dit kan bereikt worden door het verbeteren van de matching van naamgegevens tussen Justitie en de GBA. Verder voorziet de modernisering van de GBA in een zoekmechanisme waarbij ook zonder opgave van adres maar met identificerende gegevens gemaakt kan worden. Een tijdelijke



5

voorziening hiervoor is naar verwachting in 2004 gereed (landelijke Raadpleegbare Deelverzameling GBA).
Bovendien is in de gehele justitiële keten verscherpte aandacht vereist voor het vaststellen van de identiteit. Daarnaast zal bekeken worden of het wenselijk is dat Justitie al bij aanvang van het justitiële traject zelf het sofinummer van de betrokkene registreert.

Ook worden de snelheid van de afhandeling en de volledigheid van de gegevens verbeterd als nadere informatie op een centraal punt bij Justitie beschikbaar komt. Alle verbeterplannen ten aanzien van de sluitendheid, snelheid en volledigheid van informatie zijn al gestart.

Aansluiting gemeenten op gegevensuitwisseling
Om de sluitendheid van de gegevensuitwisseling bij de sociale dienst te verhogen is het essentieel dat de sociale diensten ook op dit achtervangsysteem worden aangesloten. In het voorjaar van 2003 wordt gestart met een verkenning naar de concrete invulling van gegevensuitwisseling met penitentiaire inrichtingen. Het Inlichtingenbureau gaat hierin de rol van centrale verwijsindex vervullen.

Verbeteringen UWV
Beide delen van het onderzoek (resultaten van de screening naar samenloop van detentie en uitkering en de werking van de elektronische gegevensuitwisseling) brengen ook aan het licht dat er bij het UWV geen zicht is op de afhandeling van de berichten in de uitvoering. Tevens werd duidelijk dat de actualiteit van de uitkeringsgegevens verbetering behoeft. De kwaliteit van de GVI kan nog verbeterd worden. Een aantal verbetermaatregelen is in gang gezet. (o.a. bestandsvergelijking van de GVI met de achterliggende administraties). In bestuurlijk overleg met het UWV zal aangedrongen worden op een verdere aanpak van de knelpunten.



6

Justitiële Jeugdinrichtingen
Naar aanleiding van de screening bleek dat het onduidelijk is of de WSG wel van toepassing is voor de in de justitiële jeugdinrichtingen civielrechtelijk geplaatste jeugdige personen. Bij het Ministerie van Justitie is een voorstel in ontwikkeling om de ontstane onduidelijkheden in de WSG weg te nemen door de WSG zodanig te interpreteren dat deze ook van toepassing is op civielrechtelijk geplaatste jeugdigen.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

(M. Rutte)

De Minister van Justitie,

(mr. J.P.H. Donner)

(bijlage: rapport "Uitkering en detentie")



Uitkering
en
detentie



8

HOOFDSTUK 1 INLEIDING 9 1.1 AANLEIDING RAPPORTAGE 9 1.2 AFBAKENING ONDERZOEK 9 1.3 OPBOUW VAN HET RAPPORT 10 HOOFDSTUK 2 TOELICHTING GEGEVENSUITWISSELING WSG 11 HOOFDSTUK 3 AANPAK ONDERZOEKEN 11 3.1 AANPAK SCREENING 11 3.2 AANPAK WERKING GEGEVENSUITWISSELING 12 3.3 BEREIK ONDERZOEKEN 12 HOOFDSTUK 4 RESULTATEN SCREENING 14 4.1 CIJFERS SOCIALE DIENSTEN 14 4.2 CIJFERS UWV 14 4.3 CIJFERS SVB 15 HOOFDSTUK 5 WERKING GEGEVENSUITWISSELING 17 5.1 SLUITENDHEID VAN DE GEGEVENSUITWISSELING 17 5.1.1 BESCHIKBAARHEID SOFI-NUMMER 17 5.1.2 AANSLUITING TBS-GESTELDEN EN JEUGDGEDETINEERDEN 17 5.2 SNELHEID VAN DE GEGEVENSUITWISSELING 18 5.3 VOLLEDIGHEID VAN DE GEGEVENSUITWISSELING 18 HOOFDSTUK 6 CONCLUSIES 19 6.1 RESULTATEN ONDERZOEK 19 6.1.1 RESULTATEN SCREENING 19 6.1.2 RESULTATEN WERKING GEGEVENSUITWISSELING 19 6.2 CONCLUSIES 20

BIJLAGE 1: TOELICHTING PROCESSTAPPEN 16 BIJLAGE 2: KOSTEN SCREENING 21 KOSTEN EN BATEN ONDERZOEK SVB 28
---




---

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding rapportage

Vanaf 1 mei 2000 is de WSG5 in werking getreden.Deze wet beoogt te voorkomen dat aan personen, die gedetineerd zijn, een uitkering op grond van de ZW, WAO, WAZ, Wajong en Anw wordt verstrekt. De Abw, Ioaz, Ioaw, en WW kende al langer een dergelijke uitsluitingsbepaling Voor de uitvoering van deze wet zijn voorzieningen getroffen om gegevensuitwisseling tussen het Ministerie van Justitie en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)6 en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) te regelen. Bij deze gegevensuitwisseling zijn ook de gemeentelijke basisadministraties (GBA) betrokken. Het ontwikkelde informatiesysteem is aanvullend en controlerend op hetgeen de uitkeringsgerechtigde verplicht is zelf te verstrekken. Het is de bedoeling dat de bijstandssector ook wordt aangesloten op dit informatiesysteem zodra de landelijke implementatie van het Inlichtingenbureau gerealiseerd is en verdere uitbouw in beeld komt.

Vorig jaar is veel commotie ontstaan naar aanleiding van het toekennen van een WAO-uitkering aan Ferdi E. Naar aanleiding hiervan zijn kamervragen gesteld aan de bewindslieden van Justitie en SZW. In de beantwoording van de kamervragen hebben de bewindslieden toegezegd om het huidige bestand gedetineerden te screenen op mogelijke onrechtmatige samenloop met sociale verzekerings- en bijstandsuitkeringen. Tevens wordt daarbij aandacht besteedt aan de werking van de elektronische gegevensuitwisseling (met name het geautomatiseerd opvragen van het sofi-nummer uit de GBA), zoals reeds toegezegd tijdens de parlementaire behandeling van de WSG. Deze rapportage gaat in op beide toezeggingen.

1.2 Afbakening onderzoek

De WSG bevat in feite twee onderdelen. Het eerste onderdeel ziet op de uitsluiting van sociale verzekerings- en bijstandsuitkeringen, zoals de Ziektewet, de WW, etc tijdens detentie. Het wordt als ongewenst ervaren dat gedetineerden en TBS-gestelden (verder genoemd justitiabelen) een sociale verzekeringsuitkering ontvangen terwijl de staat al in hun levensonderhoud voorziet. Het tweede onderdeel stelt enkele sociale zekerheidsrechten open voor bepaalde groepen justitiabelen ten behoeve van hun resocialisatie. Door justitiabelen aan het eind van hun vrijheidsstraf /maatregel buiten de penitentiaire inrichting programma's c.q. proefverlof (extramurale programma's voor TBS-gestelden) te laten volgen moet de terugkeer in de maatschappij worden vergemakkelijkt en recidive worden voorkomen.

Dit onderzoek gaat in op het eerste onderdeel, te weten het uitsluiten van samenloop van uitkering en detentie. Meer specifiek zal ingegaan op de werking van de huidige elektronische gegevensuitwisseling tussen Justitie en UWV en SVB en mogelijke verbeterpunten daarin.

Daarnaast worden de bestanden met gedetineerden en uitkeringsbestanden gescreend om onrechtmatige samenloop te constateren. De resultaten van deze screening worden op twee manieren gebruikt. Enerzijds kan

5 De volledige naam van deze wet luidt `Wijziging van de Ziektewet en enkele ander wetten in verband met het uitsluiten van het recht op een sociale verzekeringsuitkering bij vrijheidsontneming en het openstellen van socialezekerheidsregelingen in die gevallen waarin de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt', afgekort de WSG (Stb. 595, 1999).
6 Met ingang van 1 januari 2002 is het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (Lisv) opgeheven. Het UWV is hiervoor in de plaats gekomen.

---



10

met de uitkomsten getoetst worden of de elektronische gegevensuitwisseling sluitend is, dat wil zeggen, dat alle gevallen van samenloop al waren gedetecteerd. Anderzijds brengt het voor de bijstandssector in beeld welke samenloopgevallen buiten beeld blijven bij de sociale diensten, omdat de bijstandssector nog niet op de elektronische gegevensuitwisseling is aangesloten.

1.3 Opbouw van het rapport

Allereerst wordt in hoofdstuk 2 het proces de reguliere gegevensuitwisseling toegelicht. Vervolgens staat in een hoofdstuk 3 de opzet van dit rapport qua doel en aanpak. In deze rapportage worden de twee onderzoeken, te weten, de screening en het onderzoek naar de werking van de gegevensuitwisseling apart belicht. De resultaten van de screening volgen in hoofdstuk 4. De werking van de gegevensuitwisseling en de verbeterpunten volgen in 5. Conclusies en toekomstige plannen voor verbetering volgen in hoofdstuk 6.

10




---

Hoofdstuk 2 Toelichting gegevensuitwisseling WSG

Voor een rechtmatige uitvoering van de WSG moeten de uitkeringsinstellingen kunnen vaststellen of een persoon gedetineerd is. Hoewel de uitkeringsgerechtigden daartoe wel verplicht zijn, werd niet verwacht dat iedere gedetineerde met een uitkering uit eigener beweging de uitkeringsinstantie hierover zouden inlichten. De noodzaak werd onderkend van een externe bron die deze informatie beschikbaar zou stellen. In dit kader hebben het Ministerie van Justitie en SZW een achtervangsysteem ontwikkeld, waarin Justitie detentiemeldingen elektronisch doorgeeft aan de SVB en UWV. Deze uitkeringsinstanties vergelijken de binnenkomende detentiemeldingen met de eigen bestanden met uitkeringsgegevens. Als samenloop tussen detentie en uitkering wordt geconstateerd, dan wordt de detentiemelding ter behandeling doorgegeven aan een vestigingskantoor van de SVB respectievelijk aan UWV. De uitkering van de gedetineerde kan vervolgens door een beoordelaar beëindigd of geschorst worden. Uit het oogpunt van doelmatigheid is er voor gekozen om de gegevensuitwisseling zoveel mogelijk elektronisch plaats te laten vinden.

Niet alle samenloopgevallen leiden direct tot de constatering van onrechtmatige samenloop. In de eerste plaats eindigt het recht op uitkering (met uitzondering van de WW) pas één maand na de aanvang detentie. De uitkering van personen die één maand of korter in detentie verblijven zal in verband met deze wachttijd dus niet hoeven te eindigen.
Er is nog een tweede regel in de WSG opgenomen die tot gevolg heeft dat het recht op uitkering niet eindigt op startdatum van detentie plus één maand. Perioden van detentie worden namelijk samengeteld als ze elkaar opvolgen binnen vier weken.
Ten derde kan iemand nog steeds in de centrale verwijsindex van de uitvoeringsinstellingen opgenomen zijn, terwijl die bijvoorbeeld geen lopende uitkering meer heeft. Reden hiervoor bij het UWV zijn dat wijzigingen op districtsniveau niet direct in de centrale index met uitkeringsgegevens worden opgenomen. Zo kan een uitkering geschorst zijn, maar nog niet doorgegeven zijn aan de centrale index. Informatie ten behoeve van het onderzoek van de beoordelaar wordt handmatig opgevraagd bij Justitie of de verzekerde.

Het achtervangsysteem vervult in de uitvoering van de WSG een centrale rol richting UWV en SVB. De sociale diensten zijn nog niet aangesloten op het elektronische achtervangsysteem. Reden hiervan is dat de sociale diensten nog niet beschikken over een centrale verwijsindex. Medio 2003 zal worden nagegaan of het Inlichtingenbureau kan gaan functioneren als centrale verwijsindex voor de sociale diensten.

Het achtervangsysteem geeft nu alleen meldingen over gedetineerden door. Bij de inwerkingtreding van de WSG (mei 2000) zijn de TBS-gestelden eenmalig handmatig doorgegeven aan de uitvoering. Daarbij is 99 % van de TBS populatie voorafgaande aan de plaatsing in een TBS-kliniek, gedetineerd geweest en als zodanig middels het achtervangsysteem gecontroleerd op onrechtmatige uitkeringen.

Bijlage 1 bevat een schematisch overzicht van het proces en een toelichting op de processtappen. Hoofdstuk 3 Aanpak onderzoeken

In deze rapportage worden de resultaten van twee onderzoeken weergegeven. Enerzijds de resultaten van de screening naar samenloop van detentie en uitkering, anderzijds een weergave van de werking van de elektronische gegevensuitwisseling. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanpak van beide onderzoeken.

3.1 Aanpak screening

Doel
Ten behoeve van de screening is een eenmalige bestandsvergelijking uitgevoerd tussen het gedetineerdenbestand en het uitkeringsbestand op peildatum 5 december 2001. Naast de uitkeringsbestanden van de SVB en het UWV zijn ook de uitkeringsbestanden van de sociale diensten
---



12

gescreend op samenloop. Het doel is enerzijds om met de uitkomsten te toetsen of de elektronische gegevensuitwisseling sluitend is, dat wil zeggen, dat alle gevallen van samenloop al waren gedetecteerd. Anderzijds is het doel om voor de bijstandssector in beeld te brengen welke samenloopgevallen buiten beeld blijven, omdat de bijstandssector nog niet op de elektronische gegevensuitwisseling is aangesloten. Daarnaast worden ook de kosten van de screening in beeld gebracht.

Vraagstelling
1. Geef de volgende aantallen weer voor de sociale diensten, SVB en UWV: a) Hoeveel samenloopgevallen zijn geconstateerd? b) Hoeveel daarvan waren onrechtmatig?
c) Hoeveel van de onrechtmatige samenloopgevallen waren nog niet gesignaleerd? 2. Wat zijn de kosten van een eenmalige bestandsvergelijking?

Aanpak
Door het CJIB is een bestand samengesteld van alle lopende (jeugd)detentie- en TBS-gestelden op 5 december 2001. Daar waar mogelijk is in dit bestand het sofi-nummer als sleutel gehanteerd. Daar waar het sofi-nummer ontbreekt zijn andere matchingcriteria aangeleverd zoals achternaam, geslacht en woonplaats. Voor de gemeenten heeft Pink Roccade in opdracht van het Ministerie van SZW de screening uitgevoerd. In april 2002 is deze vergelijking met de bestanden van het CJIB uitgevoerd. Gemeenten hebben vervolgens per brief de samenloopgevallen ontvangen met het verzoek te rapporteren over de resultaten.

3.2 Aanpak werking gegevensuitwisseling

Doel onderzoek
Dit onderzoek gaat na hoe de huidige gegevensuitwisseling tussen Justitie enerzijds en de SVB en het UWV anderzijds functioneert. Doel hiervan is in beeld te brengen welke verbeteringen nog nodig zijn in het achtervangsysteem om zo de uitvoering van dat onderdeel van de WSG te verbeteren.

Vraagstelling
In hoeverre zijn er nog verbeteringen mogelijk in de gegevensuitwisseling ten aanzien van sluitendheid, snelheid en volledigheid van informatie? Deelvraag 1: Welke knelpunten zijn er ten aanzien van de sluitendheid van de gegevensuitwisseling en welke acties kunnen ingezet worden om deze op te heffen? Deelvraag 2: Welke knelpunten zijn er ten aanzien van de snelheid van de gegevensuitwisseling en welke acties kunnen ingezet worden om deze op te heffen? Deelvraag 3: Welke knelpunten zijn er ten aanzien van de volledigheid van informatie van de gegevensuitwisseling en welke acties kunnen ingezet worden om deze op te heffen?

Aanpak
Iedere deelnemer van de gegevensuitwisseling heeft op basis van intern onderzoek gekeken naar de werking van de onderdelen van het proces van gegevensuitwisseling. Zo heeft Justitie voor haar procesonderdelen onderzoek gedaan naar de kwaliteit van gegevensverwerking. Daarnaast heeft het GAK een steekproef gedaan naar de afhandeling van detentiemeldingen bij de districtskantoren. Op basis hiervan zijn de belangrijkste knelpunten benoemd. De screening levert eveneens informatie op, met name ten aanzien van de sluitendheid van de gegevensuitwisseling.

3.3 Bereik onderzoeken

12



13

De screening heeft betrekking op het gehele bestand gedetineerden, jeugdgedetineerden en TBS- gestelden op peildatum 5 december 2001. Dit betreft: n 12.478 gedetineerden;
n 1.687 TBS-gestelden;
n 1914 jeugdgedetineerden.

De sociale wetten binnen het kader van de evaluatie zijn: n WW, WAZ, WAJONG, ZW, WAO
n ANW
n ABW, IOAZ, IOAW (alleen bij screening betrokken)

De volgende instanties zijn betrokken bij het onderzoek: n Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Directie Werk &Inkomen (W&I), Directie Bijstand& Gemeentelijke Activering (B&GA). n Ministerie van Justitie: Dienst Justitie Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)
n Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) n Sociale Verzekeringsbank (SVB)
n Gemeentelijke Sociale Diensten

13



14

Hoofdstuk 4 Resultaten screening

De cijfers van de screening worden onderverdeeld in de volgende categoriëen: n Uitkering rechtmatig: de gedetineerde had recht op uitkering. n Uitkering (al) beëindigd of geschorst: Er is sprake van een onrechtmatige samenloop van detentie en uitkering. Hierbij is onderscheid gemaakt naar reeds bekende gevallen en nieuwe gevallen die door de screening naar boven komen. Voor de reeds bekende gevallen geldt dat de uitkering al beëindigd of geschorst was wegens detentie. Hiervoor was ofwel een signaal ontvangen via het achtervangsysteem ofwel de cliënt had het zelf gemeld. Bij nieuwe gevallen geldt dat deze cliënt zich nog niet had gemeld. Tevens was het signaal van justitie ofwel niet gemeld of niet meer bewaard als de cliënt destijds geen lopende uitkering had.
n in onderzoek /aangehouden: de uitvoering zoekt nog uit of het recht op uitkering blijft bestaan.

Hieronder volgen de resultaten.

4.1 Cijfers UWV

Van de totaal aangeleverde 16.079 detentie records hadden er 11.919 (ongeveer 75%) een sofi- nummer en konden dus op basis van de Gemeenschappelijke Verwijs Index (GVI) gecheckt worden op een lopende uitkering. Uit die vergelijking is gebleken dat er volgens de GVI 949 gedetineerden waren waarbij volgens de GVI nog sprake was van een lopende uitkering (in totaal 983 openstaande uitkeringen - een persoon kan meerdere uitkeringen tegelijkertijd ontvangen) op 5 december 2001. Uit onderzoek van de voormalige Uvi's blijkt dat een groot deel hiervan in hun eigen administratie reeds beëindigd waren of een 100% korting geregistreerd was.

Van de 4.160 gevallen zonder sofi-nummer (ongeveer 25%) kan voor ongeveer 8% van het bestand geen sofinummer worden verkregen omdat het vreemdelingen betreft die in vreemdelingen bewaring zijn geplaatst. Voor de groep personen zonder sofinummer zijn op basis van extra gegevens zoals de naam, geboortedatum en geslacht (Russel-soundex-code) alsnog 320 personen (sofi-nummers) achterhaald. Voor deze 320 personen is alsnog een match met de GVI uitgevoerd en bleken nog 33 gedetineerden een lopende uitkering te hebben (volgens GVI). Onderzoek naar deze samenloop is nog niet afgerond.

Uitkering rechtmatig Uitkering (al) in onderzoek / totaal beëindigd of aangehouden geschorst Oud /al bekend 967 249 1216 Nieuw /onbekend 18 jeugd 48 144 12 TBS-gesteld 66 detentie totaal aantal signalen 967 345 48 1360

Toelichting cijfers:
· Van de 345 onrechtmatige gevallen waren er 249 al beëindigd of geschorst in verband met detentie.
· Van de 345 onrechtmatige gevallen waren er 96 nog niet bekend bij het UWV.

Percentage onbekende gevallen
14



15

Uit de screening blijkt dat 96 onrechtmatige gevallen nog niet eerder waren geconstateerd.

4.2 Cijfers SVB

Het bestand van CJIB is binnen de SVB op centraal niveau geautomatiseerd vergeleken met het gegevensbestand met ANW-gerechtigden. Waar het sofi-nummer in het bestand van Justitie gevuld was, is uitsluitend gekeken of het sofi-nummer in het ANW-bestand voorkomt. Als het sofi-nummer in het bestand van Justitie niet gevuld was, is gekeken of de combinatie naam (Russel-soundex-code)- geboortedatum-geslacht in het ANW-bestand voorkomt. Zonodig is vervolgens handmatig nader gekeken of het dezelfde persoon betrof. In totaal zijn zo 51 gevallen geselecteerd. Van de 51 gevallen waren 34 gevallen nog niet eerder gemeld door het achtervangsysteem. Hiervan waren er 32 jeugdgedetineerden en 1 TBS-gestelde: deze gevallen hadden ook niet door het systeem gemeld kunnen worden. Van de 32 jeugdgedetineerden waren er 2 gevallen door de klant zelf gemeld. Van de 18 gedetineerden was er dus een gedetineerde niet via het achtervangsysteem gemeld.

Uitkering rechtmatig Uitkering (al) in onderzoek / Totaal beëindigd of aangehouden geschorst Oud /al bekend 2 jeugd 19 17 detentie Nieuw /onbekend 5 jeugd 1 detentie 17 jeugd 32 1 detentie 1 TBS-gestelde 7 jeugd totaal aantal signalen 6 28 17 51

Toelichting cijfers:
· Van de 19 gevallen die al beëindigd waren, gaat het om 17 gedetineerden die via het achtervangsysteem gemeld zijn. De 2 andere gevallen zijn jeugdgedetineerden die door de betrokkene zijn gemeld.
· In 9 van de 51 gevallen was er wel onrechtmatige samenloop maar was dit nog niet eerder gedetecteerd. Hierbij gaat het om 1 TBS-gestelde, 7 jeugdgedetineerden en 1 gedetineerde. · De 17 gevallen in onderzoek betreffen alle jeugdgedetineerden. In 12 van de 17 zaken gaat het om gevallen waarbij de jeugdinstelling en /of de klant betwist dat het gaat om detentie. Het kind volgt bijvoorbeeld een speciaal programma voor moeilijk opvoedbare kinderen. Het is onduidelijk of de WSG wél van toepassing is voor de in de justitiële jeugdinrichtingen civielrechtelijk geplaatste jeugdige personen. Bij het Ministerie van Justitie is een voorstel in ontwikkeling om de ontstane onduidelijkheden te weg te nemen door de WSG zodanig te interpreteren dat deze ook van toepassing is op civielrechtelijk geplaatste jeugdigen.

Percentage onbekende gevallen
Van de 51 gevallen gaat het om 18 gedetineerden die door het achtervangsysteem gemeld hadden moeten worden. TBS-gestelden en Jeugdgedetineerden doen immers nog niet mee. Van de 18 gedetineerden was er 1 geval onbekend.

4.3 Cijfers Sociale Diensten

Van de 504 hebben 404 gemeenten meegedaan aan de screening. De 100 kleine gemeenten die niet deelnamen aan de screening hebben een beperkt bestand aan bijstandsgerechtigden en voeren 15



16

genoemde bestandsuitwisseling doorgaans handmatig uit. Bij 260 van de 404 aan de screening deelnemende gemeenten is door Pink Roccade géén samenloop geconstateerd. Overigens zijn hierbij niet de personen meegenomen waarvan geen sofinummer bekend was. Binnen het kader van dit onderzoek was het niet haalbaar om voor deze groep per gemeente een bestandsvergelijking op naam, geboortedatum en geslacht te doen. Over de groep personen zonder sofinummer kunnen dus geen uitspraken gedaan worden over een mogelijke samenloop.

Samenloop bestanden Abw/ gedetineerden via sofi-nummer:

Uitkering rechtmatig Uitkering (al) in onderzoek / Totaal beëindigd of aangehouden geschorst Oud /al bekend 136 684 Nieuw /onbekend 134 200 totaal aantal signalen 136 818 200 1154

toelichting tabel:
· Bij 136 van de 1154 ging het om uitzonderingsgevallen waarin bijstandsverstrekking aan gedetineerden wetsconform is, bijvoorbeeld bij deelname aan een penitentiair programma aan het einde van de detentieperiode (art 9 Abw, lid 4). · Van de 818 onrechtmatige gevallen waren er 684 bekend. Hierbij is door gemeenten het volgende aangegeven. Het ging hier om situaties waarbij gedetineerden (nog) zichtbaar waren in de uitkeringsadministratie zonder dat onrechtmatige samenloop voorkwam. Voorbeelden: uitkering zeer recentelijk stopgezet of beëindigd in verband met detentie; gezinsuitkering vanwege detentie omgezet naar alleenstaande (ouder)norm; beëindigingonderzoek formeel nog niet afgerond, enz. · Van de 818 onrechtmatige gevallen waren er 134 nieuw. Gemeenten waren hiervan niet op de hoogte omdat uitkeringsgerechtigden geen melding hebben gemaakt van detentie (=fraude). In alle gevallen waarin onrechtmatige samenloop werd geconstateerd als gevolg van deze screening hebben gemeenten vervolgacties ingezet: beëindiging van de uitkering; terugvordering van ten onrechte verstrekte bijstand; boete opleggen of nader onderzoek. · Bij 200 van de 1154 `hits' hebben gemeenten aangegeven nog nader onderzoek te verrichten naar mogelijke samenloop.

Percentage onbekende gevallen
Uit de screening blijkt dat er in 134 gevallen onrechtmatige samenloop was, die nog onbekend was bij de gemeente. Dit aantal kan nog hoger worden als de 200 gevallen in onderzoek resultaat opleveren.

16



17

Hoofdstuk 5 werking gegevensuitwisseling

Aan de hand van bovenstaande resultaten van de screening bij UWV en SVB kan getoetst worden in hoeverre de reguliere elektronische gegevensuitwisseling (gaande over alleen reguliere detentie meldingen (geen TBS en Jeugddetentie)) deze samenloopgevallen al had gedetecteerd. Bij de SVB was 18% nog niet eerder gemeld. Bij het UWV zijn 96 gevallen niet eerder gemeld ( 7%) en was samenloop nog niet bekend. Op basis van de interne onderzoeken van de verschillende deelnemers worden er ten aanzien van de sluitendheid, snelheid en volledigheid nog een aantal knelpunten geconstateerd. Hieronder volgen de knelpunten en de verbeterplannen.

5.1 Sluitendheid van de gegevensuitwisseling
5.1.1 Beschikbaarheid sofi-nummer
Een belangrijk knelpunt is dat voor een deel (27 %) van de gedetineerden geen sofi-nummers achterhaald kan worden bij de GBA (processtap 8). Voor 8 % geldt dat het gaat om mensen in vreemdelingenbewaring. Aan deze groep wordt geen sofinummer en dus ook geen uitkering toegekend. Voor 18% van de gedetineerden is geen gemeentecode bekend (de juiste NAW gegevens ontbreken) om het sofinummer op te halen en voor 1% is er geen sofinummer bekend bij de GBA. Redenen waarom de juiste adresgegevens ontbreken zijn divers. Sommige gedetineerden zijn door psychische problemen niet in staat de juiste adresgegevens te verstrekken, anderen verstrekken bewust een onjuist adres. Daarnaast is er een groep die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. De adresgegevens worden zo in het justitiële traject onvoldoende accuraat ingevoerd.

Aangezien het sofi-nummer de sleutel is om detentieberichten door te kunnen geven aan de uitvoering, kan voor deze groep eventuele onrechtmatige samenloop niet elektronisch geconstateerd worden.

Verbeterplannen
Het registratiesysteem van Justitie (VIP) kent een eenvoudige matching van personen. Dit betekent dat de kwaliteit van de aangeleverde personen zo goed is als de kwaliteit van de in de bronsystemen geregistreerde gegevens. Op dit moment wordt een matchingsmodule in VIP ontwikkeld. Implementatie van deze module zal in de zomer van 2002 plaatsvinden. Met de implementatie van deze matchingsmodule kent de VIP straks een systematiek van complexe matching. Verschillende schrijfwijzen van personen worden zichtbaar en aangepast. De GBA-schrijfwijze geldt als uitgangspunt. Deze manier van matchen zal ook het hitpercentage bij het opvragen van het sofi- nummer bij de GBA verhogen.
Verder voorziet de modernisering van de GBA in een zoekmechanisme waarbij ook zonder opgave van adres maar met identificerende gegevens gemaakt kan worden. Een tijdelijke voorziening hiervoor is naar verwachting in 2004 gereed (landelijke Raadpleegbare Deelverzameling GBA).
Bovendien is in de gehele justitiële keten verscherpte aandacht vereist voor het vaststellen van de identiteit. Daarnaast zal bekeken worden of het wenselijk is dat Justitie al bij aanvang van het justitiële traject zelf het sofinummer van de betrokkene registreert. De voorgestelde weg op het gebied van het persoonsnummerbeleid voorziet in de mogelijkheid om in een vroegtijdig stadium het sectornummer en het sofinummer (voor wat betreft ingezetenen) te koppelen. De gegevensuitwisseling tussen de justitiële en sociale zekerheidssector kan via dit sofinummer plaatsvinden.

5.1.2 Aansluiting TBS-gestelden en Jeugdgedetineerden De TBS-inrichtingen en de jeugdinrichtingen plaatsen op dit moment nog geen verwijzingen in de VIP. Dit betekent dat detentiemeldingen in deze categorieën nog niet meegenomen worden in de elektronische gegevensuitwisseling. Uit de screening blijkt dat 29 jeugdgedetineerden onbekend waren bij de SVB, waarvan er 7 onrechtmatig waren en 17 nog in onderzoek zijn. Het UWV had 18 17



18

jeugdgedetineerden die zowel nieuw als onrechtmatig waren. Een TBS-gestelde was onbekend en onrechtmatig bij de SVB. Ook bij het UWV waren 12 TBS-gestelden onbekend en onrechtmatig.

Verbeterplan
Het elektronisch doorgeven van (strafrechterlijk) jeugdgedetineerden en TBS-gestelden is nog in onderzoek.
5.2 Snelheid van de gegevensuitwisseling

De snelheid van de gegevensuitwisseling wordt beïnvloed door het feit dat het opvragen van het sofi- nummer bij de GBA langer kan duren dan de beoogde 5 werkdagen. Hiervoor zijn verschillende redenen aan te geven: een persoon wordt niet direct bij detentie ingeschreven in VIP, de naam wordt niet correct geregistreerd en /of gemeenten sturen niet direct het sofi-nummer terug. De snelheid wordt ook beïnvloed doordat er tijd overeen gaat, voordat de melding daadwerkelijk bij de behandelaar op het bureau ligt.

Verbeterplannen
Door de verbetering van de matchingsmodule met de GBA zoals hierboven beschreven bij 5.1.1, zal het opvragen van gegevens bij de GBA sneller een hit opleveren. Zodoende zullen meer detentiemeldingen binnen de beoogde 5 werkdagen aan de uitvoeringsinstellingen worden doorgegeven.

5.3 Volledigheid van de gegevensuitwisseling

Het elektronische bericht met aanvangsdatum detentie en sofi-nummer geeft aan dat er mogelijk samenloop kan zijn met een uitkering. Echter voor het onderzoek naar de rechtmatigheid zijn meer gegevens nodig. Zo wordt informatie opgevraagd over de duur van detentie en de juistheid van de aanvangsdatum bij ofwel de cliënt of de inrichting. Knelpunt bij dit laatste is dat deze gegevens niet centraal beschikbaar zijn bij Justitie maar bij de desbetreffende inrichting opgehaald moeten worden. Dit levert vertraging op bij de afhandeling van het onderzoek.

Verbeterplan
Er wordt onderzocht of het mogelijk is om ook de datum vermoedelijke einde detentie vast te leggen in de VIP. Hiermee kunnen alle vragen welke de UVW en SVB nodig hebben voor de uitvoering van hun werkzaamheden bij een centraal punt van Justitie opvragen. Dit zal de doorlooptijd verkorten. Wellicht is het mogelijk om dit in de toekomst volledig digitaal vorm te geven of de informatie via beveiligde toegang middels internet beschikbaar te stellen.

18



19

Hoofdstuk 6 Conclusies

Hieronder volgen de resultaten van de screening en het onderzoek naar de werking van de gegevensuitwisseling. Aan de hand hiervan worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Tot slot volgt nog een blik op de toekomst.

6.1 Resultaten onderzoek
6.1.1 Resultaten screening
Het belangrijkste cijfer van de bestandsvergelijking is het aantal samenloopgevallen dat zowel nieuw als onrechtmatig was. Deze combinatie betekent dat de klant zich niet gemeld had. De bestandsvergelijking leverde de volgende cijfers op: · De gemeentelijke sociale diensten hadden 1154 samenloopgevallen. Hiervan waren er 134 onrechtmatig en niet eerder geconstateerd. · Het UWV hadden 1360 samenloopgevallen. Hiervan waren er 96 onrechtmatig en nog niet eerder geconstateerd. Van de 96 hadden 77 gedetineerden door het achtervangsysteem gemeld moeten worden.
· De SVB had 51 samenloopgevallen. Hiervan waren er 9 onrechtmatig en niet eerder gemeld. Hiervan betrof het 1 gedetineerde die door het achtervangsysteem gemeld had moeten worden.

Door de screening heeft de SVB 33 signalen (van de 51) ontvangen over jeugd (32) en TBS-gestelden (1). Hiervan waren er 8 onrechtmatig en onbekend bij de SVB. Het UWV ontving 30 signalen over jeugd (18) en TBS-gestelden (12), die zowel onrechtmatig als onbekend waren. Deze aantallen worden nu nog gemist, omdat het achtervangsysteem alleen gedetineerden door geeft.

6.1.2 Resultaten werking gegevensuitwisseling Sluitendheid gegevensuitwisseling
De gegevensuitwisseling is niet sluitend. Voor 19% van het gedetineerdenbestand kan geen sofinummer verkregen worden bij de GBA. Dit percentage kan in ieder geval teruggebracht worden door onder andere een verscherpte aandacht voor het vaststellen van de identiteit van de gedetineerde, eenduidige schrijfwijze van de naamgegevens. Dit zal er toe leiden dat er vaker een sofinummer in het GBA verkregen kan worden. Nagegaan wordt of het mogelijk en wenselijk is dat Justitie zelf het sofinummer in haar bestanden registreert.
Uit de screening blijkt verder dat het achtervangsysteem een belangrijke succesfactor is voor de uitvoering van de WSG. Bij de SVB was 1 geval nog niet gemeld en bij het UWV 77. Dit wordt deels verklaard door het bovenstaande matchingsprobleem met de GBA. Daarnaast komt het voor dat uitkeringsgerechtigden zich later melden voor een uitkering, dan het bericht van Justitie is binnengekomen bij de uitvoering. Die cliënt is dan nog niet bekend in de GVI en er wordt dan geen samenloop met een uitkering geconstateerd. Het bericht mag dan niet worden bewaard. Het tweede knelpunt is dat TBS-gestelden en jeugdgedetineerden nog niet opgenomen zijn in de elektronische gegevensuitwisseling. De SVB kreeg 31 jeugdgedetineerden en 1 TBS-gestelde. Het UWV ontving 18 jeugdgedetineerden en 1 TBS-gestelde. Dit laatste knelpunt kan verholpen worden als deze twee groepen aangesloten worden op het achtervangsysteem.

Snelheid gegevensuitwisseling
De snelheid van de gegevensuitwisseling wordt beïnvloed door het feit dat het opvragen van het sofi- nummer soms langer duurt dan de beoogde 5 werkdagen. Ook de tijd waarmee het bericht op het bureau van de behandelaar in de uitvoering terechtkomt, kan worden teruggebracht.

Volledigheid gegevensuitwisseling
19



20

Naar aanleiding van het bericht is het nodig om bij een aantal gevallen nadere informatie op te vragen bij de inrichting zelf. Dit levert vertraging op in de afhandeling van het bericht. Er wordt onderzocht of het mogelijk is om deze informatie centraal beschikbaar te hebben bij Justitie, waardoor een gang naar de inrichting wordt voorkomen.

6.2 Conclusies

werking gegevensuitwisseling
Op basis van de screening en het onderzoek naar de werking van de gegevensuitwisseling blijkt dat de meeste gevallen van samenloop gedetecteerd worden door het achtervangsysteem. Het achtervangsysteem vervult daarmee een belangrijke rol in een succesvolle uitvoering van de WSG. Met name ten aanzien van het achterhalen van het sofi-nummer bij de GBA valt er nog winst te behalen door een verbetering van het matchen van gegevens van Justitie en de GBA. Daarnaast worden de snelheid van de afhandeling en de volledigheid van de gegevens verbeterd als nadere informatie op een centraal punt bij Justitie beschikbaar komt. De verbeterplannen ten aanzien van de sluitendheid, snelheid en volledigheid van informatie zijn al gestart.

Aansluiting gemeenten op gegevensuitwisseling
Om de sluitendheid van de sociale dienst te verhogen kan besloten worden dat de sociale diensten ook op dit achtervangsysteem worden aangesloten. Medio 2003 wordt gestart met een verkenning naar de mogelijkheden tot concrete invulling van gegevensuitwisseling met penitentiaire inrichtingen. Het Inlichtingenbureau van de Gemeentelijke Sociale Diensten gaat hierin de rol van centrale verwijsindex vervullen.

Verbeteringen UWV
Tevens werd duidelijk dat de actualiteit van de uitkeringsgegevens in de GVI verbetering behoefd. Nu geeft de GVI nog veel samenloopgevallen aan, terwijl na onderzoek blijkt dat de uitkering al beëindigd was. Dit was dan nog niet bekend in de GVI. Ook bleek de wijze van registeren niet eenduidig. Binnen een termijn van een half jaar (juni '02 t/m november '02) zal per primair systeem gekeken worden naar de kwaliteit van de match met GVI. Indien dit onvoldoende is, worden er maatregelen genomen om verschillen weg te nemen. Op dit moment loopt er met een enkele administratie (o.a. ZW UWV Gak) al een onderzoek naar de mogelijkheden.

Jeugddetentie
Naar aanleiding van de screening bleek dat het onduidelijk is of de WSG wél van toepassing is voor de in de justitiële jeugdinrichtingen civielrechtelijk geplaatste jeugdige personen. Bij het Ministerie van Justitie is een voorstel in ontwikkeling om de ontstane onduidelijkheden weg te nemen.

20



21

Bijlage 1: toelichting processtappen

Ministerie van Justitie Ministerie SZW Penitentiaire 13 inrichtingen 12 13 2
3 11SVB Centrale SVB RINIS domein vestiging- Centrale 4 Verwijs kantoren Index 10 14 1 administratie 9 (ICTS) (VIP) 6 9 RINIS 3
15 Gedetineerde 5 9 3
1 Lisv Verzekerde 3 7 Jeugd- 10 inrichtingen 8 15 10 11 2 B UVI's: GBA GAK domein
TBS- GVI SFB klinieken 12 Gemeentelijke Cadans Basis USZO 2 Administratie GUO 14

Figuur 1 Informatie-uitwisseling van en over detentiemeldingen tussen Justitie en uitkeringsinstanties
Legenda
nummer Omschrijving
1 Aanmelden gedetineerde
2 Administreren persoonsgegevens van gedetineerde 3 Centraal verzamelen en verzenden persoonsgegevens door ICT-Services (ICTS) 4 Opsturen detentiemeldingen aan Verwijs Index Personen (VIP) 5 Administreren detentiemeldingen in VIP 6 Retourneren VIP -nummer aan justitiële inrichtingen 7 Opvragen persoonsgegevens en GBA -nummer bij Gemeentelijke Basisadministratie 8 Opvragen sofinummers bij GBA
9 Doorsturen detentiemelding naar UWV en SVB 10 Behandelen detentiemelding door UWV /SVB 11 Behandelen detentiemelding door SVB vestigingkantoor /UWV -afdeling 12 Opvragen aanvullende informatie bij VIP 13 Opvragen aanvullende informatie bij penitentiaire inrichting 14 Beoordelen door SVB vestigingkantoor /UWV -afdeling 21




---

15 Opvragen aanvullende informatie c.q. verstrekken informatie Communiceren met bij /aan verzekerde

1 Aanmelden gedetineerde
Afhankelijk van de strafsoort en de leeftijd zal de gedetineerde worden geplaatst in één van de volgende inrichtingen:
· Penitentiaire inrichting (Er zijn 39 penitentiaire inrichtingen, waaronder gevangenissen en huizen van bewaring.)
· Justitiële jeugdinrichting (Er zijn zeven rijks -en negen particuliere inrichtingen). De opvang- en behandelinginrichtingen zijn bestemd voor jeugdigen van 12 tot 18 jaar. · TBS-inrichting (Er zijn vier rijks- en vijf particuliere inrichtingen.)

Tijdens de intake in een penitentiaire inrichting wordt een gedetineerde verzocht zijn of haar persoonsgegevens te verstrekken ten behoeve van de administratie.

2 Administreren persoonsgegevens van gedetineerde De penitentiaire inrichtingen administreren de persoonsgegevens in het pakket TULP. De gedetineerde krijgt hier als (voorlopige) identificatie een zogenaamde TULP nummer toegekend. De jeugd- en TBS-inrichtingen hebben elk hun eigen geautomatiseerd systeem.

3 Centraal verzamelen en verzenden persoonsgegevens door ICT-Services (ICTS) Het operationeel beheer van de drie systemen wordt centraal uitgevoerd door ICTS in Gouda. ICTS is verantwoordelijk voor de landelijke informatiesystemen en infrastructuren van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

4 Opsturen detentiemeldingen naar VIP
De inrichtingen zijn door de DJI in Den Haag verplicht om detentiegevallen centraal aan te melden bij VIP. Bij aanvang detentie dienen de persoonsgegevens en de begindatum te worden aangeleverd en bij vertrek uit de inrichting de einddatum. Deze berichtgeving wordt verzorgd door ICTS. De aanlevering van deze gegevens vanuit de penitentiaire inrichtingen vindt via TULP op volledig elektronische basis plaats. De aanlevering geschiedt dagelijks. De systemen van de TBS- en jeugdinrichtingen kennen (nog) geen volledig geautomatiseerde gegevensuitwisseling.

5 Administreren detentiemeldingen in VIP
VIP is een centraal bestand waarin alle personen in de justitiële keten zijn opgenomen. Bijna alle justitiële instellingen maken gebruik van het VIP-systeem. Elektronische uitwisseling van de gegevens gebeurt via een intern justitieel netwerk. De beheerorganisatie rond de verwijsindex wordt kortweg aangeduid als VIP.
Het tactisch en operationeel beheer wordt verzorgd door de Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) in Leeuwarden.

Bij elke nieuwe detentiemelding wordt gecontroleerd of de gedetineerde al bekend is in VIP. Zo ja, dan wordt de melding toegevoegd aan de reeds bekende gegevens. Is de persoon niet bekend dan wordt een nieuw VIP-nummer uitgegeven. Dit is een identificatienummer dat aan elke gedetineerde wordt toegekend en dat wordt gebruikt in de communicatie tussen de justitiële instellingen. Het gebruik van dit nummer is verplicht. Zo mag een gedetineerde na ontslag pas administratief uitgeschreven worden als zijn VIP-nummer bekend is.

De navolgende procesbeschrijving heeft alleen betrekking op de detentiemeldingen van de penitentiaire instellingen.
Ten behoeve van de eenmalige screening zijn met behulp van een semi-handmatige aanpak de gegevens van TBS- en jeugdgedetineerden doorgegeven aan de uitkeringsinstanties.

6 Retourneren VIP-nummer aan justitiële inrichting
---



23

Het VIP-nummer dat aan de persoon is toegekend, wordt teruggemeld aan de justitiële inrichting om te worden opgenomen in de interne administratie, zodat deze voortaan in de communicatie met andere partijen gebruikt kan worden. Het is de bedoeling dat tevens de adresgegevens uit de bevolkingsadministratie (die van het GBA zijn ontvangen, zie volgende stappen) worden geretourneerd, maar deze gegevensuitwisseling is nog in ontwikkeling.

7 Opvragen persoonsgegevens bij GBA
De administratie van VIP is aangesloten op de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Als de gedetineerde nog niet bekend was in het systeem, dan worden eerst de algemene persoonsgegevens opgevraagd bij het GBA. Hiertoe worden naam, adres, geboortedatum etc. aangeboden. Als het GBA de persoon kan identificeren dan wordt een actuele set persoonsgegevens (waaronder ook het A- of GBA-nummer) aan VIP doorgegeven. Tevens wordt een zogenaamd C- abonnement aangezet zodat voortaan mutaties, zoals verhuizing, huwelijk en overlijden, automatisch van GBA aan VIP zullen worden doorgegeven.
Deze uitvraag wordt niet alleen ten behoeve van de gedetineerden uitgevoerd, maar voor alle personen, die in VIP geregistreerd zijn of worden.
In 30 % van de gevallen meldt het GBA dat de gevraagde persoon niet kon worden gevonden in het bevolkingsregister. De detentiemelding van deze persoon kan dan verder niet worden doorgegeven aan de uitkeringsinstanties.

8 Opvragen sofi-nummer bij GBA
Als een gedetineerde door het GBA is geïdentificeerd dan wordt in een tweede stap het sofi-nummer van de gedetineerde opgevraagd met behulp van het A-nummer, dat in de vorige stap samen met de andere persoonsgegevens is ontvangen van het GBA. Het sofi-nummer is nodig voor de communicatie met SVB en UWV en deze tweede stap wordt dan ook alleen uitgevoerd voor de gedetineerden. Indien het A-nummer bekend is, dan kan het GBA in bijna alle gevallen het sofi-nummer leveren.

9 Doorsturen detentiemelding naar UWV en SVB
Na de ontvangst van het sofi-nummer wordt de detentiemelding doorgesluisd naar de uitkeringsinstanties. Hiertoe worden twee berichten aangeboden aan het RINIS-systeem: één voor de SVB en één voor het UWV.
Deze dubbele verzending wordt voorgeschreven door de reglementen van RINIS, die het niet toestaan om berichten intern te dupliceren naar meerdere geadresseerden.

De verzending gebeurt dagelijks, waarbij telkens alle nieuwe detentiemeldingen worden verzonden. Per melding worden de volgende rubrieken meegegeven.
- sofi-nummer

- datum begin detentie

Conform de eis van het College Bescherming Persoonsgegevens wordt het sofi-nummer na de verzending verwijderd uit de bestanden van VIP.

10 Behandelen detentiemelding door UWV /SVB
SVB
De detentiemeldingen worden via de RINIS-server ontvangen in een dagelijkse batch. Op het hoofdkantoor SVB worden de berichten uitgelezen en omgezet naar het interne SVB formaat. De gegevens worden in het GU geplaatst (een interne SVB postbus) met de adressering HK (Hoofdkantoor). Omdat de SVB nog geen centrale verwijsindex met uitkeringsgegevens heeft, kan op dit niveau nog geen samenloop worden bepaald. HK leest de berichten in en geeft ze vervolgens door aan de 9 vestigingkantoren. Dit proces gaat volautomatisch.

23



24

UWV
De detentiemeldingen worden via de RINIS-server ontvangen in een dagelijkse batch. Om te bepalen of er sprake is van samenloop met een uitkering wordt de GVI (Gemeenschappelijke Verwijs Index) geraadpleegd. In dit bestand zijn alle uitkeringsbestanden en basisregistraties van de verschillend voormalige uvi's gekoppeld met als doel de uvi's in staat te stellen om bij een aanvraag van uitkering na te gaan of er niet al een ander recht op uitkering bestaat of een dienstverband loopt. Bij de detentiemeldingen wordt een vergelijkbare controle uitgevoerd, namelijk of de gemelde gedetineerde een uitkering ontvangt op de datum aanvang detentie en zo ja in het kader van welke wet en bij welke districtskantoor.
De volgende uitkeringen worden getoetst: AAW (per 01-01-98 afgeschaft), WAJONG, WAO, WAZ, WW en ZW.

Het UWV zendt de detentiemeldingen waarbij samenloop is geconstateerd met een uitkering door naar de betreffende vestigingkantoor. De verzending geschiedt via een beveiligde lijnverbinding.

11 Behandelen detentiemelding door SVB vestigingkantoor /UWV-afdeling Op het vestigingkantoor wordt het geval in onderzoek genomen, door de aangeleverde detentiemeldingen te vergelijken met de gegevens in de eigen database.

12 Opvragen aanvullende informatie bij VIP
De beoordelaar gaat niet direct over tot schorsing. Om te kunnen bepalen wanneer het recht op uitkering eindigt, heeft hij in verband met de wettelijke maand wachttijd bij AG-uitkeringen aanvullende informatie nodig, welke hij eerst op moet vragen bij de DJI. De informatie over het penitentiaire verleden van de gedetineerde staat in het zogenaamde PEN- dossier, dat bewaard wordt in de penitentiaire inrichting. De beoordelaar weet echter niet in welke inrichting de gedetineerde verblijft (hij heeft alleen het sofi-nummer en de ingangsdatum detentie tot zijn beschikking), dus deze informatie moet hij eerst opvragen bij VIP.

13 Opvragen aanvullende informatie bij penitentiaire inrichting SVB-vestigingkantoor en UWV- afdeling
Nadat de beoordelaar antwoord heeft gekregen van VIP in welke Penitentiaire Inrichting de gedetineerde verblijft, kan hij /zij bij deze betreffende inrichting de aanvullende informatie opvragen.

14 Beoordelen door vestigingkantoor UWV /SVB
Als de beoordelaar de informatie van de penitentiaire inrichting heeft ontvangen (dit kan dagen tot weken duren) dan kan hij overgaan tot een definitieve vaststelling van het einde recht op uitkering. WW-uitkeringen worden direct geschorst.
Indien er geen informatie is verkregen van de penitentiaire inrichting, en geen bezwaar van de verzekerde is ontvangen, dan gaat de beoordelaar over tot schorsing ingaande 1 maand na begin detentie.

15 Communiceren met verzekerde
Gelijktijdig met het opvragen van aanvullende gegevens bij VIP wordt de verzekerde door de betreffende uitkeringsinstelling geïnformeerd over de geconstateerde samenloop van uitkering en detentie. Hem /haar wordt verzocht nadere informatie te verstrekken met betrekking tot detentie. Als tot beëindiging of schorsing van de uitkering is overgegaan dan ontvangt de verzekerde bericht van dit besluit.
24



25

Bijlage 2: Kosten screening

Kosten en baten onderzoek SVB
De kosten van de eenmalige screening hebben betrekking op het ontwikkelen van de procedures en programmatuur voor de centrale bestandvergelijking, de meldingen aan de kantoren en de afloopbewaking daarop en het verzamelen van rapportagegegevens en rapportering. In totaal gaat het om ca. 200 uur werk (á 50 per uur = 10.000). De onderzoekstijd op de kantoren zelf is daarbij niet meegenomen. Dit is ca. 2 uur per geval, dus totaal 68 uur (á 32 per uur = 2176). Totale kosten zijn dus ruim 12.000 euro.

De baten hebben betrekking op de stopgezette uitkeringen. In totaal zijn 9 uitkeringen met terugwerkende kracht stopgezet. Dit heeft geleid tot de volgende vorderingen: Gedetineerden (1 halfwezen-uitkering stopgezet) 2.250 TBS-gestelden (1 Anw-uitkering stopgezet) 18.331 jeugdgedetineerden (7 halfwezen-uitkeringen stopgezet) 17.231 In totaal is dus voor ca. 38.000 aan terugvorderingen ingesteld. Maandelijks bedraagt de besparing van deze 9 uitkeringen: 1 x 932 (ANW-uitkering) + 8 x 213 (halfwezenuitkering) = 2.636

25



Deel: ' Aanbieding rapport 'uitkering & detentie' '




Lees ook