Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's-Gravenhage
Directie Personenverkeer Migratie en Consulaire Zaken

Asiel- en Migratiezaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 23 maart 1999
Kenmerk DPC/AM-158/99
Blad 1/2
Bijlage(n) - -
Betreft aanvullende reactie n.a.v.

de motie van het kamerlid Koenders

inzake beleid t.a.v. Noord-Irak

(Kamerstuk 26 200 V, nr. 23)

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar het algemeen overleg Irak d.d. 11 februari 1999, alsmede naar het schrijven d.d. 11 maart 1999 met kenmerk Buza 17/99 van de griffier uwer commissie, waarbij werd verzocht om nadere informatie over de uitvoering van de motie-Koenders inzake het beleid ten aanzien van Noord-Irak, moge ik hierbij mijn aanvullende reactie op de genoemde motie te uwer kennis brengen.

Zoals eerder is geantwoord op vragen van het lid Koenders (aanhangsel handelingen Tweede Kamer, nr. 722, jaargang 1998-1999) wordt er in het kader van de High Level Working Group asiel en migratie (HLWG) gewerkt aan een geïntegreerde EU-benadering voor een aantal geselecteerde landen van herkomst van asielzoekers en migranten. Besloten is, onder meer op aandrang van Nederland, in dit kader ook aandacht te schenken aan de situatie in Noord-Irak. Thans wordt door het EU-Raadssecretariaat en de Europese Commissie gewerkt aan een evaluatie van de tot nog toe bereikte resultaten naar aanleiding van het eerder opgestelde EU-actieplan voor wat betreft de toevloed van migranten uit Irak en de omliggende regio. De resultaten van deze evaluatie zijn nog niet beschikbaar en derhalve ook nog niet besproken in de HLWG. De opdracht is om ook voor Noord-Irak nadere operationele conclusies te trekken en deze ter goedkeuring voor te leggen aan de speciale zitting van de Europese Raad die in oktober van dit jaar onder Fins voorzitterschap zal plaatsvinden in Tampere.

Volgende week is een bilaterale ambtelijke missie (Justitie/Buitenlandse Zaken) naar Turkije voorzien teneinde met de Turkse autoriteiten en de vertegenwoordigers in Ankara van de twee belangrijkste Koerdische partijen in Noord-Irak, KDP en PUK, inventariserende gesprekken te voeren over mogelijke terugkeer van uitgeprocedeerde Iraakse asielzoekers naar Noord-Irak via Turkije. Ook UNHCR en IOM zullen ter plaatse worden geconsulteerd. Medewerkers van de Nederlandse ambassade te Ankara hebben in januari een bezoek gebracht aan Noord-Irak. Aldaar hebben zij onder meer de terugkeer van in Nederland afgewezen Iraakse asielzoekers naar Noord-Irak ter sprake gebracht.

De Nederlandse regering stelt reeds enige jaren humanitaire hulp beschikbaar voor Irak. Naast ECHO en Zweden is Nederland één van de voornaamste donoren. Het uitgangspunt voor de Nederlandse bilaterale hulpverlening is dat deze hulpverlening complementair dient te zijn aan de VN-activiteiten in het kader van het
'olie-voor-voedsel'-programma. Ook dit jaar zullen alleen activiteiten ten laste van de categorie 'noodhulp' worden gefinancierd. Ten laste van deze begrotingscategorie kunnen ook eerste aanzetten tot rehabilitatie worden gefinancierd. Waar mogelijk zal Nederland voortgaan projecten en programma's in Noord-Irak te steunen die beogen de economische zelfredzaamheid van de bevolking te vergroten. Bij het verlenen van subsidie zal de voorkeur uitgaan naar de Nederlandse NGO's die ervaring hebben in Irak en waarvan eerder activiteiten zijn gefinancierd (o.a. Dutch Consortium en het Nederlandse Rode Kruis).

Bij het waarborgen van de veiligheid van NGO-medewerkers in Noord-Irak vervullen de zogenoemde UN-Guards (UNGCI -United Nations Guards Contigent in Iraq) een belangrijke rol. Thans maken enkele Nederlanders deel uit van dit speciale contingent.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Deel: ' Aanvullende reactie BUZA inzake beleid Noord-Irak '




Lees ook