Ministerie van Financien

Titel: Overleg over invoering van de chartale euro

DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

Aan:

De voorzitter van de Vaste Kamercommissie Financiën

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk Ons kenmerk Den Haag

BGW 99/0299 M 5 februari 1999

Onderwerp

Overleg over invoering van de chartale euro

Bijgaand doe ik u toekomen een nadere technische analyse door een werkgroep van het Nationaal Forum voor de introductie van de euro over de consequenties van recente aankondigingen van de ECB en de Europese Commissie over bevoorrading van het publiek met euro’s vóór 1 januari 2002 voor beide eerder door het NFE in kaart gebrachte omschakelingsscenario’s.

Voorts is er de afgelopen periode tussen de meest betrokken partijen van het Nationaal Forum intensief contact geweest over de wijze waarop gezamenlijk gekomen kan worden tot een zo goed mogelijke invulling van een kort omschakelingsscenario. Naar ik begrijp streeft het Forum ernaar om op 9 februari a.s. tijdens een extra bijeenkomst tot gelijkgerichte conclusies te komen. Hierover wordt de Kamer zo spoedig mogelijk geïnformeerd.

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

5 februari 1999

Aanvulling op rapportage NFE-werkgroep euro-distributie

Consequenties uitspraken ECB en Europese Commissie inzake frontloading van het publiek voor onderzochte distributiescenario’s

1. Inleiding

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft geoordeeld dat bevoorraden van het publiek met euro’s vóór E-day (1 januari 2002) niet is toegestaan. In zijn verklaring na afloop van de vergadering van de Raad van Bestuur van 7 januari 1999 verklaarde de ECB-president:

The Governing Council holds the view that frontloading of euro banknotes and coins to the general public is excluded by Articles 10 and 11 of Council Regulation (EC) 974/98 on the introduction of the euro, since it would have the same effect as issuing or putting them into circulation. However, frontloading of euro banknotes and coins is considered legally possible to credit institutions and security carriers as well as to other organisations (e.g. retailers and vending companies) if, but only if, legal or contractual arrangements can be put in place in each national legal system in order to ensure that euro banknotes and coins will not be put into circulation prior to 1 January 2002.

Het standpunt van de ECB wordt gedeeld door de Europese Commissie. Commissaris De Silguy heeft op 18 januari in antwoord op een brief van Minister Zalm, waarin deze om een standpunt van de Commissie inzake frontloading vraagt, eveneens aangegeven dat volgens de Europese Commissie frontloading van het publiek niet is toegestaan (zie bijlage voor beide brieven):

In the opinion of the Commission and the European Central Bank, frontloading coins and notes to the general public before 1 January 2002, would not be legally acceptable because it would be equal in practice to putting them into circulation before the date fixed by the EC legislator.

De uitspraken van de ECB en de Europese Commissie kunnen implicaties hebben voor de beide vorig jaar door de werkgroep geanalyseerde scenario’s. De werkgroep1 is door de voorzitter van het NFE gevraagd om - in aanvulling op de rapportage van 5 november 1998 - deze implicaties in kaart te brengen.

Het standpunt van de ECB is relevant onder meer omdat op grond van art 105 A van het EU-Verdrag de ECB het alleenrecht heeft machtiging te geven tot uitgifte van eurobiljetten. Frontloading met euro-biljetten van het publiek is onmogelijk zonder instemming van de ECB. De ECB wordt in dit standpunt, blijkens de brief van De Silguy, gesteund door de Europese Commissie, die tot taak heeft erop toe te zien dat richtlijnen en verordeningen van de EU worden nageleefd.

Voor de uitgifte van euromunten zijn de lidstaten bevoegd, maar dit betekent niet dat lidstaten vrij zijn om naar eigen goeddunken het publiek met euro-munten te bevoorraden. Indien de Europese Commissie een inbreuk op de verordening constateert, kan zij op grond van art 169 van het EU-Verdrag een lidstaat met een met redenen omkleed advies tot naleving van zijn verplichtingen aansporen en indien nodig de zaak aanhangig maken bij het Europees Hof van Justitie. De Europese Commissie acht frontloading van het publiek niet toelaatbaar.

De werkgroep is verzocht de effecten van de uitspraken van ECB en Europese Commissie te analyseren. De juridische onderbouwing van deze uitspraken zijn derhalve niet onderzocht. De werkgroep neemt de uitspraken van ECB en Europese Commissie als gegeven voor haar inhoudelijke analyse.

2. Consequenties voor het ‘legal’ big bang scenario

Het door de werkgroep vorig jaar geanalyseerde scenario van een ‘legal’ big bang per 1 januari 2002 gaat ervan uit dat in december 2001 tien miljoen mensen euromunten en -biljetten bij de omwisselpunten of via de geldautomaten halen. In de rapportage van de NFE-werkgroep werd voor dit scenario uitgegaan van een buitengewoon hoge benutting van de capaciteit van geldautomaten en omwisselpunten in de dagen voor E-day. Voor het bevoorraden van 10 miljoen mensen op één dag is de beschikbare capaciteit bij lange na niet voldoende.

Zonder frontloading van het publiek is dit scenario naar het oordeel van de werkgroep niet realiseerbaar. Men kan er immers niet vanuit gaan dat de chartale betalingen van de ene op de andere dag kunnen overgaan van gulden op euro, indien het publiek nog niet over euro’s beschikt.

3. Consequenties voor het scenario van een korte omschakelingsperiode

Conform verzoek heeft de werkgroep zich ook hier beperkt tot het aangeven van de consequenties voor het scenario van een korte omschakelingsperiode in de vorm zoals eerder door de werkgroep onderzocht.

Ook voor dit scenario blijven de uitspraken van de ECB en de Europese Commissie niet zonder gevolgen. De uitspraken van de ECB en Europese Commissie doorkruisen het voornemen om het publiek vóór E-day van starterkits met munten te voorzien. De gedachte was om het publiek vanaf 1 december 2001 met zulke starterkits te bevoorraden. Naar raming maximaal 200 mln. munten zouden langs deze weg in handen van het publiek kunnen komen (op een totaal te wisselen hoeveelheid van circa 3 miljard stuks), waarvan de helft naar verwachting door oppotgedrag van het publiek direct aan de actieve circulatie zou worden onttrokken.

Het wegvallen van de mogelijkheid om het publiek vóór E-day van deze relatief beperkte hoeveelheid euro-munten te voorzien, is in technisch opzicht geen onoverkomelijke belemmering voor het scenario van een korte omschakelingsperiode. Voor de duur van de periode van dubbele circulatie (maximaal vier weken) hoeft de uitspraak van de ECB en de Europese Commissie geen consequenties te hebben. Wel wordt de marge verkleind om de periode van dubbele circulatie bij de verdere uitwerking van het distributiescenario verder terug te brengen. Een deel van de munten die de eerste weken na E-day in circulatie worden gebracht zal alsnog in oppotkassen verdwijnen, omdat aan de behoefte van het publiek om oppotkassen met euro-munten op te bouwen niet kan worden voldaan door bevoorrading vóór E-day. Ten opzichte van het oorspronkelijk door het NFE geadviseerde scenario, zullen toonbankinstellingen ná E-day sneller en mogelijk iets langer door het ODC van nieuwe voorraden euro-munten moeten worden voorzien.

Deze analyse is gebaseerd op de veronderstelling dat de overige onderdelen van het scenario van een korte omschakelingsperiode van kracht blijven. Het is echter de vraag of toonbankinstellingen vanaf 1 januari 2002 nog uitsluitend wisselgeld in euro’s geven, als er voor toonbankinstellingen onvoldoende adequate prikkels aanwezig zouden zijn om gebruik te maken van het hiervoor noodzakelijke frontloaden2. Het risico bestaat dat toonbankinstellingen een deel van de ingekomen guldensmunten eind december 2001 achterhouden als wisselgeld, temeer omdat de klanten in de eerste dagen na E-day nog vooral met guldens zullen betalen. Niet denkbeeldig is dat de consument begin 2002 kort geconfronteerd wordt met het naast elkaar bestaan van verschillende wisselgeldsystematieken.

De werkgroep signaleert derhalve het risico dat de nagestreefde verkorting van de omschakeling onder druk komt te staan naarmate toonbankinstellingen minder gebruik maken van frontloading en minder massaal en/of later euro’s als wisselgeld terug gaan geven. Het is daarom van belang om in de verdere uitwerking van het scenario met een korte omschakelingsperiode ook zorgvuldig aandacht te besteden aan de betrokkenheid van toonbankinstellingen, niet alleen collectief maar ook individueel om ‘free-rider’ gedrag te vermijden. Meewerken aan een snelle omschakeling moet voor elke detaillist de moeite waard zijn, en daar kan een uitgebalanceerd samenstel van nader uit te werken modaliteiten mede op worden afgestemd (zie voorbeelden van elementen in eerdere NFE-rapportage).

Overigens gelden vergelijkbare overwegingen ten aanzien van de inzet van andere betrokkenen. De banken zijn daarbij evenzeer van wezenlijke betekenis. Ook hier geldt dat in de nadere uitwerking gekomen moet worden tot een adequaat samenstel van prikkels voor te leveren inspanningen.

-o-

MINISTERIE VAN FINANCIEN

DOMESTIC MONETARY AND FINANCIAL AFFAIRS DIRECTORATE

To:

Commissioner Y.Th. de Silquy

Wetstraet 200

B-1049 Brussel

Belgium

Your letter/Reference Our reference The Hague

BGW 98/3253 M 21 december 1998

Subject

Legal aspects of frontloading of Buro's to the public before 1 January 2002

As part of preparations under way for the introduction of euro coins end notes in 2002, in the Netherlands a changeover scenario has been analyzed in which the guilder would be replaced by the euro in a single day («big bang,'). Such a scenario would involve ramifications of various kinds (i.a. Iogistical risks, frontioading to the public before 1 Jznuary 2002). In a letter to parliament, l have set out the cabinet~s position that a brief changeover period (maximum of four weeks) seems unavoidable.

Relevant also is the international dimension end, as part of that, the intemational legal context. l have been informed by my representative in the National Coordinators Group, that the Commission recently has examined the latter internaily end has come to the conclusion that frontloading to the public is not legally acceptabie because ~it would be equal to putting Buro's into circulation.. For the preparation under way in the Netherlands, it would be relevant to share this legal opinion with our parliament. Therefore, l would be grateful for a confirmation of the Commission's position on this issue. As the changeover plan will soon be discussed in our parliament, l would appreciate an answer at your earliest convenience.

THE MINISTER OF FINANCE,

YVES-THIBAULT DE SILGUY

Brussels; 16 January 1999

.

Thank you very rnuch for your letter dated 21 December 1998 relating to legal aspects of fronloading of euro to the public before 1 January 2002.

Firstly, I would like to confirm that the European Commission gives the highest priorty to the smooth and succesful introduction of the euro coins and notes. It has been working for several months on the preparation af the so-called phase C, starting on 1 January 2002, in close relation with the European Central Bank, the national co-ordinators responsible for the changeover of public adrninistrations to the euro and representatives of many other organisations, including retailers. The work has concentrated mainly on the frontloading issue, notably regarding the earliest possiblr date for the beginning of front-loading and the identification of the categories of recipients that could or should be front-loaded.

As regards the legal basis, the relevant provisions can be found in Council regulation 974/98 of 3 May 1998 (Articles 10 and 11):

' As from 1 Janualy 2002, the ECE and the central banks of the participating Member States shall put into circulation banknotes denominated in euro (Article 10).»

‘As from 1 January 2002, the participating Member States shall issue coins denominated in euro or in cent...(Article 11)'

The wording of the two articles (“put into circulation” and “issue”) is only different because it was felt desirable to leave open the question of who issues banknotes within the ESCB- either the national central banks or the ECB or both.

In the opinion of the Commission and the European Central Bank, frontloading coins and notes to the general public before 1 January 2002 would not be legally acceptable because it would be equal in practice to putting them into circulation before the date fixed by the EC legislator. · .

· : . ·

.

Moreover, the Commissron .considers that both the eariest delivery date and target groups of any sort of frontloading should be common to all participating Member States in order to avoid competitive distortions.

~. . .

However, regarding target groups other than the general pubIic, the Commission encourages all techniques end messures enabling retailers to give change in euro notes and coins from the very beginning of 2002, in order to keep phase C as short as possible. It would be a posible signal if most retailers could give change in euros as of 1 January, and therefore receive starter kits of coins and notes some days in advance.

Provided that appropriate contractual end practical measures are taken, the Commission shares the view that the above mentioned legal problem would not arise if frontloading was extended to retailers, as long as the buying side - the customers - would not be given the physical possibility to use coins and notes as a means of payment.

. .. .

Sincerely yours,

. . .

. . . .

Deel: ' Aanvulling op rapportage NFE-werkgroep euro-distributie '




Lees ook