Persbericht, Utrecht,

1 september 1999

Bij monde van haar voorzitter Henk Baars is de Acht Mei Beweging niet gelukkig met het antwoord van mgr. W.J.Eijk, bisschop van Groningen, op de ontstane verontrusting. Mgr. Eijk geeft geen blijk van het besef mensen diep verontrust en pijn gedaan te hebben. Een welgemeend excuus had op zijn plaats geweest. De aangehaalde citaten uit de tractaten blijven op zich verontrustend, ondanks het feit dat ze wellicht niet in de juiste context geplaatst zijn. Uitspreken dat misdaden van christenen jegens de joden op geen enkele manier te ontkennen of te rechtvaardigen zijn is wel het minste wat over deze kwestie gezegd kan worden. De uitspraken over homosexualiteit worden feitelijk niet echt teruggenomen. Met name met het aanduiden van homosexualiteit als een `neurotische storing' wordt een grote bevolkingsgroep negatief afgeschilderd.

De Acht Mei Beweging betreurt de enorme imagoschade die de katholieke gemeenschap hiermee opnieuw opgelopen heeft. Al erder duidde zij op het klimaat van de `nieuwe priesteropleidingen', met name te Rolduc. Het type priester wat deze opleidingen over het algemeen aflevert, was niet het type dat men voor ogen had in de zestiger en zeventiger jaren toen alle orde-, congregatie- en bisdomseminaries hun beste leraren en professoren inzette aan de concentraties van r.-k. theologische opleidingen om priesters, pastorale werkers(sters) en theologen op te leiden. De in de marge van katholiek Nederland ontstane `nieuwe priesteropleidingen' van een twijfelachtige kwaliteit, zijn het resultaat van een patriarchaal en behoudende minderheidsstroming met een sterk hiërarchisch kerkbeeld, dat nu ook zijn bisschoppen aan Nederland aflevert. De Acht Mei Beweging vreest met het doorzetten van deze lijn, dat nog scherper als voorheen, de kloof groeit met meer democratische, broederlijk en zusterlijk zoekende en minder ambtelijk katholieke kerkvormen waarin een grote meerderheid van katholieken zich over het algemeen thuisvoelt.

Deel: ' Acht Mei Beweging ongelukkig met antwoord bisschop van Eijk '




Lees ook