ACTIEBULLETIN ONDERWIJS-CAO NR.9

Dit actiebulletin bevat actuele informatie voor kaderleden en schoolcontactpersonen van de Onderwijsbonden CNV. Redactie:
Kees van Kortenhof mediavoorlichter (079) 320 20 40/ gsm (06) 53 20 47 36,
Teus van Grootveld (promotie) (079) 320 20 84.

Zoetermeer, 3 februari 1999

AKKOORD OVER ONDERWIJSCAO

Woensdagochtend vroeg om 5 uur hebben de samenwerkende onderwijsbonden AOb, Onderwijsbonden CNV, Onderwijsbonden CMHF en de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) een akkoord bereikt met minister Hermans over de onderwijscao. Na lange vergaderingen is er een resultaat bereikt dat we aan de leden van de Onderwijsbonden CNV ter beoordeling willen voorleggen. In dit actiebulletin treft u een korte beschrijving aan van de inhoud van de cao en een eerste beoordeling van het resultaat door de onderhandelaars van de Onderwijsbonden CNV. De cao is afgesproken voor 14 maanden: van 1 januari 1999 tot 1 maart 2000 en heeft betrekking op het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie.

Inhoud cao

De loonontwikkeling
· er is een salarisverhoging afgesproken van 2,5% op 1 februari jongstleden;

· daarnaast krijgen de onderwijswerknemers een eindejaarsuitkering van 0,6%;

· Voor al het ondersteunend personeel tot aan salarisnummer 5U14 (dus van start schaal 1 tot aan het eindloon van schaal 5) is een salarisverhoging van circa 98 gulden per maand afgesproken;

· De salarisverhoging en de eindejaarsuitkering werken door in pensioenen en uitkeringen.

Onderwijsondersteunend personeel
Naast de salarisverhoging voor het onderwijsondersteunend personeel is ook afgesproken dat de carrièrepatronen voor het personeel in de schalen 1 tot en met 5 met ingang van 1 januari 2000 met vier jaar zijn ingekort. Dit gebeurt door het laten vervallen van de eerste vier uitloopperiodieken.
Daarnaast is afgesproken dat de eindejaarsuitkering bij een volledige betrekking vanaf 1999 voor de maximumschalen 1 tot en met 5 wordt verhoogd van 705 gulden naar 1100 gulden en voor de maximumschalen 6 tot en met 8 van 620 gulden naar 1000 gulden.

Modernisering arbeidsvoorwaarden
In het kader van de modernisering van de arbeidsvoorwaarden zijn afspraken gemaakt over een onderwijsspecifieke salarismaatregel en over het zogeheten integraal personeelsbeleid.

Salarismaatregel:
De periodiekenstops voor leraren in de maximumschalen 9, 10, 11 en 12 worden weggehaald met ingang van 1 januari 2000 uit de carrièrepatronen. Dit betekent dat voor hen die deze stops nog niet hadden bereikt de lengte van de carrièrepatronen wordt ingekort met twee jaar voor de schalen 9,10 en 11 en met één jaar voor schaal 12.
Voor leraren die de stops al hebben bereikt dan wel hebben gepasseerd, zijn compensatiemaatregelen afgesproken: · als het maximumsalaris op 1 januari 2000 nog niet is bereikt, krijgen betrokkenen een periodiek extra;

· deze leraren krijgen daarnaast op 1 januari 2000 een per functieschaal vast compensatiebedrag. Vooralsnog gaat het om, uitgaande van gemiddeld 50% compensatie, de volgende bruto bedragen per maand (bij een volledige betrekking):

schaal 9: 48 gulden;
schaal 10: 41 gulden;
schaal 11: 76 gulden;
schaal 12: 37 gulden.
De indicatieve compensatiebedragen zullen in vervolgoverleg definitief vastgesteld worden.
· dezelfde compensatiebedragen gelden voor de leraren in de genoemde schalen die op 1 januari 2000 wel hun maximum hebben bereikt. En ook voor de leraren met een HOS-uitzicht van 15 jaar. Het compensatiebedrag telt ook door in VUT en FPU.

Integraal personeelsbeleid:
Afgesproken is dat hard gewerkt gaat worden aan het invoeren van zogenaamd integraal personeelsbeleid op de scholen en instellingen. Het gaat hierbij om een vorm van personeelsbeleid waarin de persoonlijke ontwikkelingsperspectieven van het personeel in relatie worden gebracht met de inhoudelijke en organisatorische doelstellingen van de onderwijsinstellingen en waarin de ervaren werkdruk wordt verminderd via taakbeleid. De ontwikkeling van de professionaliteit van leraren staat daarin centraal. Individuele functioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken (tenminste iedere vier jaar) maken daar onderdeel van uit. Uiteindelijk kunnen binnen dit integraal personeelsbeleid varianten van functie- en beloningsdifferentiatie toegepast worden, binnen randvoorwaarden als een operationeel zijnd systeem van objectiveerbare beoordelingen en voldoende toegerust management. Maar er zijn in het carrierepatroon alleen versnellingen mogelijk. Dus er kunnen geen periodieken ingehouden worden, welke dan mogelijk weer aangewend zouden kunnen worden voor extra betaling van collega's die beter zouden functioneren.
Dat een zorgvuldige voorbereiding noodzakelijk is, spreekt voor zichzelf. Wat de medezeggenschap betreft is afgesproken dat de PMR of het IGO/DGO instemming zal hebben over het beleid met betrekking tot beloningsdifferentiatie, scholing en begeleiding.

Management basis(primair) onderwijs
Het management in het primair onderwijs verdient een opsteker. Daarom is afgesproken dat, naast het gedegen bekijken van de positie van het management in relatie tot de beloning, aan groepen schoolleiders een (bruto) toelage wordt toegekend. Deze bedraagt voor:
basisscholen met minder dan 200 leerlingen:

directeuren: + 250 gulden per maand
Adjunct-directeuren: + 100 gulden per maand;

basisscholen met 200 leerlingen of meer en minder dan 400 leerlingen:

directeuren: + 100 gulden per maand
adjunct-directeuren: + 200 gulden per maand;

basisscholen met 400 leerlingen of meer en minder dan 900 leerlingen:

directeuren: + 200 gulden per maand
adjunct-directeuren: + 100 gulden per maand.

Basisscholen met meer dan 900 leerlingen:
geen maatregelen voor directeuren en adjunct-directeuren. Naast deze salarismaatregelen zullen ook modellen ontwikkeld worden voor een duidelijker positionering en taakverdeling van het management ten opzichte van team en bestuur.

Arbeid en zorg:
kinderopvang:
· er wordt voor kinderopvang 9 miljoen gulden extra ingezet. Voor een deel om de vervanging in het basisonderwijs beter mogelijk te maken.

buitenschoolse opvang:
· er wordt een onderzoek verricht naar de behoefte aan en de vorm van eventueel benodigde buitenschoolse opvang.

Tenslotte
Er zijn op een aantal terreinen nog afspraken gemaakt, zoals over bevordering van mobiliteit/afvloeiingsregelingen in primair onderwijs en voortgezet onderwijs, bevordering van werkgelegenheid voor langdurig werklozen (meer gebruik maken van zogenaamde Melkert-banen of, zoals de benaming nu is, van instroom- en doorstroombanen), taakbelasting (nader onderzoek naar werkdruk en taakbelasting) en spaarverlof (bevordering daarvan). Met betrekking tot het primair onderwijs is nog afgesproken dat het RPBO gemoderniseerd zal worden en dat de ouderschapsregelingen uit het Burgerlijk Wetboek en het RPBO geintegreerd worden, zodanig dat de omvang van het recht op verlof niet wordt verminderd.

Onderhandelaarsakkoord
Het akkoord is een onderhandelaarsakkoord. Vóór 15 maart zullen de bonden moeten laten weten of ze het akkoord onderschrijven. Er zal dus een aantal ledenraadplegingen worden georganiseerd en mogelijk worden ook reacties via internet of op andere manieren verzameld.

Landelijke staking afgelast
Het voorgaande maakt duidelijk dat de voorgenomen landelijke stakingsdag op 9 februari niet doorgaat. Daar kunnen we alleen maar blij mee zijn. We zijn er van overtuigd dat er ook op die dag massaal actie gevoerd zou zijn, maar als we een uiterste middel als staking niet (meer) nodig hebben is dat uiteraard beter. Dat actievoeren op 9 februari niet meer nodig is, is zeker ook te danken aan de manier waarop de week van 18 tot en met 22 januari verlopen is. Het record aantal van 80.000 stakers, dat toen door het hele land geregistreerd is, heeft zeker veel indruk gemaakt en de minister veel meer tot onderhandelen bereid gemaakt. Voor de geweldige steun die onze leden ons gegeven hebben zijn we zeer erkentelijk: onze onderhandelingspositie is daardoor duidelijk versterkt. Een sterke onderwijsvakorganisatie kan wel degelijk veel bereiken. Als we zo blijven optrekken dan kunnen we in de toekomst opnieuw een stevige vuist maken. Dat zal nog nodig zijn, want er is met van alles en nog wat een begin gemaakt in deze cao, maar we zullen de komende tijd meer moeten bereiken. Denk daarbij aan nieuwe salariseisen, want de cao heeft maar een korte looptijd en aan het verder wegwerken van achterstanden.

Dank!!!
Vanaf december tot nu hebben honderden mensen binnen de Onderwijsbonden CNV zich ingespannen voor de acties rond de cao. Een speciaal woord van dank aan allen die geholpen hebben om deze acties tot een succes te maken; schoolcontactpersonen, kaderleden, RAC-ers (RAC=Regionale Actiecommissie), de LAC (Landelijke Actiecommissie) en zeker ook aan de vele medewerkers op de regiokantoren en het kantoor in Zoetermeer, die zich op allerlei manieren hebben ingezet. Jullie werk heeft effect gehad!

COMMENTAAR

Na lange en moeizame onderhandelingen zijn we akkoord gegaan met de cao zoals die hiervoor beschreven is. We hebben dat gedaan, omdat er veel bereikt is:

- een korte contractperiode;

- van de geëiste salarisverhoging van 3,5% is 2,5% gerealiseerd. Als we daarbij bedenken dat er bij onderhandelen altijd wat moet worden ingeleverd, en dat bovendien de inflatie fors omlaag is gegaan, dan is het resultaat zeer acceptabel. Zeker als daarbij het eerste bod van ongeveer 1% betrokken wordt;

- de eindejaarsuitkering is voor het jaar 1999 op 0,6% uitgekomen, iets hoger dan we nu hebben en veel hoger dan in de oorspronkelijke voorstellen van de minister. In die voorstellen was de eindejaars-uitkering 0,2% en later zelfs helemaal verdwenen . Hier zijn we zelfs boven onze eis uitgekomen, want we hebben 0,5% gevraagd.

- prima resultaten voor de OOP-ers: een vloer die gunstig uitpakt tot en met eind schaal 5, een hogere eindejaarsuitkering tot en met schaal 8, en een korter carrièrepatroon.

- extra geld voor directies;

- een stevig begin maken met het wegwerken van achterstanden bij onderwijsgevend personeel door het weghalen van carrièrestops en het geven van compensatie aan iedereen die de stops is gepasseerd. Van de gevraagde 1,75% is nu zo'n 1,3% gerealiseerd;
- geen verlaging van de ziektekostenvergoedingsregeling;
- voor het verbeteren van kinderopvangregelingen is 9 miljoen extra gereserveerd.

De onderhandelaars van de vier centrales hebben samen besloten dit akkoord met een positief advies aan hun achterban voor te leggen. Natuurlijk is soms de afweging gemaakt of we voldoende binnenhaalden. We zijn van mening dat dit het geval is. De onderhandelaars van de minister maakten aan het einde van de marathon-onderhandelingen duidelijk dat de grens bereikt was, zowel voor de minister als voor politiek Den Haag. Het staat voor ons vast dat een nieuwe stakingsdag niet had geleid tot een nog hoger loonbod of andere verbeteringen. Het moet zelfs niet worden uitgesloten dat langer aarzelen had geleid tot een slechter akkoord.

Deel: ' Actiebulletin onderwijs-cao nr.9 '




Lees ook