Ministerie van Binnenlandse Zaken


Marktwerking in de publieke sector vaak onvoldoende doordacht en overhaast

22 januari 1998
Door het vergaande geloof in de markt verdwijnt de politieke discussie over de publieke voorwaarden die aan marktwerking gesteld moeten worden gemakkelijk naar de achtergrond, zo waarschuwt de Raad voor het openbaar bestuur in zijn meest recente advies. De nadruk ligt té eenzijdig op de markt. Daar komt bij dat de perfecte markt in praktijk niet bestaat. Om markten goed te laten werken is daarom een sterke overheid vereist. De praktijk laat echter een overheid zien die worstelt met het tegelijkertijd vervullen van zijn voorwaardenscheppende, stimulerende en toezichthoudende rollen.
Door middel van een checklist voor systematische en consequente besluitvorming wil de Raad bevorderen dat beslissingen over meer marktwerking bij de uitvoering van publieke taken weloverwogen genomen worden. Met deze checklist beoogt de Raad tevens de ontwikkeling van breed gedragen toezichtdoelen te bevorderen om optimale overheidsinvloed op het realiseren van publieke doelen te garanderen en risico's voor doelmatige en rechtmatige uitvoering te beheersen. Ook het onderzoek naar de verwachte consequenties van Europese regelgeving op de nationale beleidsruimte bij de keuze voor meer markt heeft in de checklist een plaats. Aangetoond zal moeten worden dat uitvoering van steeds meer publieke taken door de markt (denk aan gas, post, water, sociale zekerheid en arbeidsbemiddeling in vervolg op eerder in gang gezette marktwerking in de elektriciteit en openbaarvervoer sector) voordelen biedt ten opzicht van de bestaande situatie. Dat is vooral van belang omdat waar een markt eenmaal gecreëerd is, de weg terug vaak moeilijk is.
Volgens de Raad richt het kabinet zich bij de discussie in het kader van de zogenaamde 'Marktwerking, Deregulering en Wetgevings (MDW) -operatie' te eenzijdig op een keuze voor overheid of markt. Dat doet onrecht aan de belangrijke rol van maatschappelijke instellingen. Het maken van een afweging tussen marktallocatie, overheid of particulier initiatief dient volgens de Raad zoveel mogelijk plaats te vinden op basis van een uitwerking vooraf van álle (dus ook maatschappelijke) kosten en baten. Bij het eventueel verder 'vermarkten' van publieke taken dienen de belangen van de burgers te worden gewaarborgd. Door verdergaande 'vermarkting' kunnen burgers en consumenten hun greep verliezen op de kwaliteit van diensten en producten. Het gevaar dat de invloed van burgers door marktallocatie kleiner wordt is reëel, zeker wanneer er geen concurrenten of alternatieven op de markt zijn. Daarom kan op de rechtsbescherming zeker niet bezuinigd worden, zo stelt de Raad. Het verdient volgens hem bovendien aanbeveling de introductie van zogenaamde kwaliteitshandvesten nader te onderzoeken. Een goed functionerende markt kan niet zonder sterke overheid. Door marktwerking ontstaan nieuwe overheidsverantwoordelijkheden, vooral op het gebied van regelgeving en toezicht. Het toezicht moet zo georganiseerd zijn dat de overheid, als dat nodig is, optimale invloed kan uitoefenen. Dit betekent, zo meent de Rob, dat niet alleen het publieke, maar ook het private deel van gemengde uitvoeringsorganisaties aan toezicht onderworpen zou moeten worden om de recht- en doelmatige uitvoering van de publieke taak zonodig af te dwingen. Marktpartijen die publieke taken willen uitvoeren dienen zich, wat de Raad betreft, te onderwerpen aan verbreding van het toezicht op hun organisatie. Omdat het succes van uitvoering en toezicht in hoge mate bepaald wordt door de medewerking van derden (andere overheden, Europa, marktpartijen en burgers) adviseert de Raad de interactie tussen de verschillende betrokkenen in een vroeg stadium van de besluitvorming een plaats te geven. De Raad meent dat Nederland geleidelijk een toezichtsysteem zal moeten opzetten dat meer complementair is aan het EU toezichtsysteem.
Het advies, getiteld 'De overheid de markt in- of uitprijzen?' is verkrijgbaar bij het secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur, Postbus 20011 2500 EA Den Haag. Tel: 070-3027540. E-mail: postbus-rob@minbzk.nl

Deel: ' Advies Marktwerking vaak onvoldoende doordacht en overhaast '




Lees ook