expostbus51


MINISTERIE BUZA

https://www.minbuza.nl

MIN BZ : ADVIESRAAD INTERNAT. VRAAGST. OVER DEFENSIE

ADVIESRAAD INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN

Onderwerp: Persbericht
Datum: 30 augustus 1999
Nummer: 079 /99

EMBARGO TOT WOENSDAG 1 SEPTEMBER 1999 / 06.00UUR

ADVIESRAAD INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN: 'MEER GELD

NAAR DEFENSIE'.

Wil Nederland in staat blijven zijn militair-politiek ambities waar te maken, én een passend aandeel kunnen leveren aan de nieuwe ontwikkelingen binnen de NAVO en de Europese Unie, dan moet er meer geld naar Defensie. Dat concludeert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in zijn
nieuwste advies, 'Van onveilige zekerheid naar onzekere veiligheid'.

In het kader van de voorbereidingen op de 'Defensienota 2000', die later dit jaar zal uitkomen, heeft de regering de AIV gevraagd, een studie te maken van de recente ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie en daarbij aan te geven welke gevolgen deze ontwikkelingen hebben voor het Nederlandse defensiebeleid en de krijgsmacht. De AIV is in zijn advies uitgegaan van het militair-politieke ambitieniveau, zoals dat in 1993 in de 'Prioriteitennota' is gedefinieerd en het afgelopen voorjaar in de 'Hoofdlijnennotitie' van Defensie nogmaals is bevestigd. Het komt erop neer dat Nederland in staat moet zijn, naast de NAVO-verplichtingen, drie jaar lang gelijktijdig deel te nemen aan vier vredebewarende operaties met eenheden ter grootte van een bataljon, of dat het éénmalig moet kunnen bijdragen aan een vrede-afdwingende operatie met een eenheid ter grootte van een brigade.

Omdat de internationale veiligheidssituatie volgens de analyse van de AIV de afgelopen jaren zeker niet is verbeterd, en eerder onoverzichtelijker is geworden, is er geen aanleiding het bestaande ambitieniveau te verlagen.
Tegelijkertijd stelt de AIV vast, dat het nodig is de krijgsmacht op een aantal punten aan te passen, wil Nederland dit niveau kunnen handhaven. Zo moet de paraatheid worden verhoogd met méér dan de 800 militairen die Defensie in zijn 'Hoofdlijnennotitie' voorziet. De mogelijkheden daarvoor hangen weer nauw samen een verbetering van de werving; de AIV pleit dan ook voor een grondig onderzoek op dit terrein. Verder moet meer aandacht
worden besteed aan het personeelsbeleid van Defensie. In dit verband stelt
de AIV voor, te streven naar een verlaging van de frequentie van uitzen-
dingen naar het buitenland en naar een verlenging van het dienstverband van militairen met een tijdelijk contract. Ook moet Defensie beter gebruik maken van de mobilisabele eenheden; deze zouden naar de mening van de AIV
moeten worden omgezet in reserve-eenheden met een ruimere inzetbaarheid.
Daarnaast vraagt de AIV aandacht voor de recente ontwikkelingen binnen de
NAVO en de Europese Unie. In de NAVO is geconcludeerd, dat een grotere
militaire flexibiliteit en mobiliteit nodig zijn om in de veranderende
internationale veiligheidssituatie effectief te kunnen blijven optreden. Juist de krijgsmachten van de Europese NAVO-lidstaten schieten op dit gebied tekort. Daarbij speelt ook het feit, dat de Europese landen zelf steeds meer hun militaire verantwoordelijkheden moeten kunnen nemen, omdat Amerikaanse deelname aan de tegenwoordige crisisbeheersingsoperaties - in tegenstelling tot de gezamenlijke verdediging van het NAVO-grondgebied - niet vanzelfsprekend is. Het Europese militaire vermogen moet daarom worden versterkt. Dit is overigens ook een voorwaarde om een verdere scheefgroei tussen de Europese financieel-economische integratie en het tot dusverre zeer moeizame Europese buitenlands en veiligheidsbeleid te helpen voorkomen.
In dit verband verwijst de AIV naar de EU-top van eind juni 1999 in Keulen, waar een aantal belangrijke voornemens over de Europese defensie-
capaciteit werd geformuleerd. De AIV concludeert, dat deze voornemens
neerkomen op een verhoging van het militair-politieke ambitieniveau, dat
niet zonder gevolgen kan blijven voor de hoogte van de defensiebegrotingen
van de betrokken Europese landen.

Dit alles bijeengenomen kost ontegenzeggelijk veel geld; geld dat volgens
de AIV al sinds enige tijd niet meer kan worden gevonden binnen het Defensie-apparaat zelf. De meerjarenramingen voor Defensie zullen dus
omhoog moeten. Gebeurt dat niet, dan zal de inzetbaarheid van de Neder-
landse krijgsmacht tekort schieten, hetgeen gevolgen zal hebben voor het
draagvlak en de wervingskracht van het defensieapparaat. Omdat deze elementen nauw met elkaar samenhangen, dreigt dan een vicieuze cirkel te
ontstaan met negatieve gevolgen voor de wijze waarop Nederland in de toekomst kan blijven bijdragen aan vrede, veiligheid en internationale
rechtsorde.

EMBARGO TOT WOENSDAG 1 SEPTEMBER 1999, 06.00 UUR

DIT IS EEN BERICHT VAN DE ADVIESRAAD INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN

De adviezen van en informatie over de AIV zijn ook te vinden op www.AIV-Advies.nl

(De Adviesraad Internationale Vraagstukken is een adviesorgaan van de
regering. Hij brengt adviezen uit aan de Minister van Buitenlandse Zaken,
de Minister van Defensie, de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en
de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. De Adviesraad heeft vier permanente commissies voor advisering op de beleidsterreinen van mensenrechten, vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking en Europese Integratie.)

...NOOT VOOR DE REDACTIE

Voor meer gegevens:
Secretaris Commissie Vrede en Veiligheid van de AIV tel. 070-3485326 (Hanno Würzner) of, bij diens afwezigheid, Secretaris van de AIV
tel. 070-3485335 (Frank van Beuningen ).
E-mail: AIV@SBO.MINBUZA.NL.


----

01 sep 99 06:00

Deel: ' Adviesraad 'Meer geld naar defensie' '




Lees ook