LAD

LAD Arbeidsvoorwaardenbeleid 1999 - De agenda voor 't komend jaar

LAD Nieuwsbericht van 29/01/1999

De prioriteiten voor de CAO-onderhandelingen in de verschillende sectoren legt de LAD vast in het arbeidsvoorwaardenbeleid 1999. Dit geeft een algemeen kader en overzicht van punten die op de LAD-agenda staan voor deze onderhandelingen. Een complicerende factor hierbij is de onzekerheid over het voortbestaan van de CAO-Ziekenhuiswezen in de huidige vorm. Twee van de vier betrokken werkgeversverenigingen maken per 1 april 1999 geen deel meer uit van deze CAO. In dit artikel een beknopt overzicht van het Arbeidsvoorwaardenbeleid LAD 1999.

De gunstige ontwikkeling van de Nederlandse economie heeft zich in 1998 voortgezet waardoor de werkgelegenheidsgroei zich positief ontwikkelt. Deze groei zet zich in 1999 door, zij het wat minder sterk dan in 1998. In de zorgsector zal de werkgelegenheid toenemen met ongeveer 2%. In 1999 blijft de werkloosheid teruglopen tot 4.75%, het laagste percentage sinds 1980.

Arbeidsvoorwaardenruimte/salarisontwikkeling

Voor 1999 wordt evenals in 1998 een contractloonstijging van 3% verwacht. De stijging van de consumentenprijsindex komt uit op 1.75% en de koopkracht zal met minder dan 1% toenemen. Met het oog op de gematigde contractloonstijgingen en de gerealiseerde werkgelegenheidsdoelen in het verleden, geeft de LAD in 1999 prioriteit aan salarisstijging zonder specifieke secundaire arbeidsvoorwaarden uit het oog te verliezen.

Arbeidsduurverkorting

Met name in de CAO-Thuiszorg is er nog geen sprake van een 36-urige werkweek. Voor nieuwe werknemers in deze sector zal met ingang van 1 januari 1999 een gemiddelde werkweek gelden van 36 uur. Voor zittende werknemers geldt gemiddeld 37 uur. De LAD zal daarom in 1999 verdergaande arbeidsduurverkorting voorstellen teneinde rechtsongelijkheid te voorkomen.

Kostenvergoedingen

De LAD streeft naar aparte vergoedingsregelingen voor het verrichten van (bereikbaarheids)diensten. Hierbij dient een redelijke verhouding te bestaan tussen het reguliere inkomensdeel en het deel dat wordt verkregen door een aparte vergoeding voor de diensten. Ook automatisering, met daarbij scholingsmogelijkheden en de fiscaal vrijgestelde vergoedingen stelt de LAD in 1999 voorop. Daarnaast streeft de LAD naar adequate vergoedingsregelingen voor communicatie-apparatuur, telefoon- en reiskosten en overige beroepsgebonden onkosten. Ook de kosten verbonden aan de beroepsuitoefening, zoals de herregistratie in het kader van de wet BIG, moeten voor rekening komen van de werkgever, zowel bij parttime als fulltime dienstverbanden.

Decentralisatie

In 1998 is de tendens ingezet van steeds verdergaande decentralisatie van arbeidsvoorwaardenoverleg. Met name ondernemingsraden krijgen steeds vaker bevoegdheden overgedragen die van oudsher bij werknemersorganisaties lagen. De LAD is van mening dat het arbeidsvoorwaardenoverleg met onderwerpen als salariring en arbeidsduur, de verantwoordelijkheid van werknemersorganisaties blijft. Voor de overige onderwerpen (zoals studiefaciliteiten, jubileumgratificaties, verhuis-, reiskosten-, dienstkledingregelingen, telefoonkosten en kinderopvang) dienen keuzes te worden gemaakt. De kaders en randvoorwaarden moeten dan wel op CAO-niveau worden vastgelegd.

Individuele arbeidsvoorwaardenkeuzes

De LAD pleit voor een breed pakket arbeidsvoorwaarden als basis voor alle werknemers. Aanvullend zou een flexibel deel kunnen bestaan waarbij de werknemer de keuze heeft voor duidelijk afgebakende arbeidsvoorwaardenmodules. De LAD is tegen een te ver doorgevoerd cafetariasysteem, waarbij alle arbeidsvoorwaarden tegen elkaar geruild kunnen worden. De consequenties van bepaalde keuzes zijn namelijk niet altijd goed te overzien. Bovendien is loonkostenbesparing vaak de reden voor introductie van dit systeem, waarbij het belang van de werknemer ondergeschikt is.

Flexibilisering

De Wet Flexibiliteit en Zekerheid zorgt in 1999 voor aanpassing van het aanstellings- en ontslagbeleid op het gebied van tijdelijke aanstellingen. Dit beslaat ook de invoering van de preventieve ontslagtoets op overheidsniveau. Aangezien de universiteiten en onderzoeksinstellingen niet onder deze wet vallen, zal de LAD bekijken of rechtspositie-verbeterende elementen uit deze wet kunnen worden overgenomen. In de zorgsector is er net als in 1998 druk (van overheid, verzekeraars) op zorgaanbieders en instellingen om efficiënt(er) gebruik te maken van de productiemiddelen. Mede door de toenemende concurrentie van (niet-CAO) zorgaanbieders is in de thuiszorgsector al sprake van concrete wijzigingen in de zorgvraag. Hierdoor is een deel van de zorguren verschoven van uren binnen naar uren buiten kantoortijd. Deze tendens is ook waarneembaar in andere sectoren waar de werkgevers ook om verruiming van de bedrijfstijden vragen. De LAD staat open voor discussie over dit onderwerp. Echter wel op voorwaarde dat de werknemer op vrijwillige basis aan deze flexibilisering deelneemt. De LAD neemt hierbij een norm-werkweek van 40, 38 of 36 uur als uitgangspunt.

Leeftijdsbewust personeelsbeleid

De LAD maakt zich sterk voor leeftijdsbewust personeelsbeleid dat zich niet slechts richt op de oudere werknemer. In de huidige arbeidsmarktsituatie moeten werknemers hun kennis en vaardigheden voortdurend aanpassen. Dit vraagt om personeelsbeleid dat werknemers een goed perspectief biedt tijdens hun loopbaan. De LAD vraagt hierbij extra aandacht voor loopbaanbeleid, functie-opbouw en -waardering, scholing en adequate beroepskrachtenplanning. Voor oudere werknemers moeten, uiteraard met instemming van betrokkene, bovendien maatregelen getroffen worden waardoor men langer en beter actief is. De LAD begrijpt van haar achterban dat vooral het ontbreken van voldoende 'hersteltijd' vooral bij combinaties van dag- en bereikbaarheidsdiensten een grote rol speelt.

Pensioen en VUT

De mogelijkheden bij de grote pensioenfondsen tot vervroegd uittreden dan wel vervroegd pensioen zijn inmiddels drastisch beperkt. Het zogenaamd flexibel pensioen is voor artsen een weinig aantrekkelijke en niet-realistische mogelijkheid. Door het late moment waarop artsen starten met de opbouw van het pensioen, ontstaat een te lage pensioenopbouw. De LAD wil daarom de mogelijkheid tot het opbouwen van extra pensioen stimuleren.

Werk en gezin

Ondanks de vorderingen die de afgelopen jaren zijn gemaakt op het gebied van de combinatie werk en gezin, blijft met name het oplossen van mogelijke knelpunten op dit gebied een belangrijk aandachtspunt. De LAD zet zich bijvoorbeeld in voor het opheffen van financiële belemmeringen bij het opnemen van ouderschapsverlof. Ook maatregelen ten behoeve van zwangere werknemers, zoals vrijstelling van bepaalde diensten en overwerk, heeft aandacht. Daarnaast zijn het vergroten van de mogelijkheid tot kinderopvang in of bij de instellingen, het creëren van meer overige mogelijkheden tot opvang en vergoeding van extra kosten voor kinderopvang bij overwerk.

Professionele verantwoordelijkheid

De specifieke en persoonlijke verantwoordelijkheid die een arts heeft ten opzichte van de patiënt, dient onafhankelijk te zijn van het feit of de arts vrijgevestigd is dan wel in dienstverband werkt. De LAD vindt het hierdoor noodzakelijk de professionele verantwoordelijkheid vast te leggen in een professioneel statuut dat tevens de kwaliteit van de dienstverlening waarborgt.

Medisch specialisten

De LAD is (nog) geen voorstander van een specifieke CAO voor medisch specialisten omdat een groot aantal arbeidsvoorwaarden alleen vanuit een breed, solidair draagvlak, toepasbaar is. In het geval van een sector-specifieke CAO dient er rekening mee te worden gehouden dat veel specialisten geen gebruik maken van een deel van de in een CAO opgenomen secundaire arbeidsvoorwaarden. De LAD pleit daarom voor een aparte salarisparagraaf voor medisch specialisten. Daarnaast moet een specifiek op deze groep toegesneden secundair arbeidsvoorwaardenpakket in de CAO worden opgenomen.

Een volledig overzicht van het beleid vindt u in de notitie Arbeidsvoorwaardenbeleid LAD 1999. Deze kunt u opvragen bij public relations LAD, postbus 20058, 3502 LB Utrecht # (030) 282 33 48; fax (030) 288 78 20; e-mail: bureau@lad.knmg.nl . En: las u de column "Werken aan de winkel" van LAD-voorzitter Aginus A.W. Kalis in Medisch Contact? Nr. 3 van 22 januari 1999, pag. 113.

© copyright LAD 1999

Deel: ' Agenda LAD Arbeidsvoorwaardenbeleid 1999 '




Lees ook