SP

Spreekrecht voor Europarlementariërs - eerste termijn Agnes Kant

08-06-99

Mevrouw Kant (SP): Voorzitter! Ik zag in het blad Binnenlands bestuur een leuke cartoon. Daarin stond een europarlementariër die zich hier bij de balie komt melden. Eronder staat: De Tweede Kamer overweegt de Nederlandse europarlementariërs spreekrecht te geven. De mijnheer vraagt: waar moet ik declareren? Ik vond het erg leuk.

Vandaag spreken wij nog niet over spreekrecht of het vragenrecht van europarlementariërs in de Kamer. Daarover wordt eerst gezaghebbend advies gevraagd. Aan de ene kant is mijn fractie benieuwd naar dit advies. In onze ogen is het staatsrechtelijk niet juist om europarlementariërs hier spreekrecht te geven.

Aan de andere kant hebben wij niet zoveel behoefte aan dat advies, omdat wij dat spreekrecht niet gewenst vinden. Wat hebben europarlementsleden in deze Kamer te zoeken? De Kamer is gekozen om de regering te controleren. De europarlementsleden zijn gekozen om de Europese Commissie te controleren. Laat iedereen zich bij zijn leest houden. Of beter gezegd: laat iedereen zich bij zijn mandaat houden.

De heer Van Middelkoop (GPV): Mevrouw Kant zei dat het staatsrechtelijk niet juist is om europarlementariërs hier spreekrecht te geven. Ik denk dat dit niet vol te houden is. Het is constitutioneel niet juist om ze zomaar het recht te geven, ministers te bevragen en ter verantwoording te roepen, maar dat is iets anders. Het is heel wel mogelijk -- en dat staat mij een beetje voor ogen -- om bijvoorbeeld bij een debat over de status van Europa de delegatieleiders uit het Europees Parlement hier elk vijf minuten een verhaal te laten houden, waarbij zij hun mening geven over dat document. Vervolgens kunnen wij dat al dan niet oppakken en meenemen in het debat met de regering. Wij zijn er toch vrij in, ze dat recht te geven? Mevrouw Kant (SP): Dat is waar. Maar als het echt erom gaat, ze spreekrecht te geven, vraagrecht te geven en het recht te geven om mee te doen aan het debat net zoals voor Kamerleden geldt, vind ik dat het staatsrechtelijk niet juist is. Als het erom gaat te doen zoals u zegt -- een van de voorstellen in de brief gaat daarover -- is dat misschien formeel-staatsrechtelijk juist, maar is dat wel een beetje gekunsteld. Dat mag in ons stelsel constitutioneel mogelijk zijn, maar daarmee vindt mijn fractie het nog niet gewenst.

De heer Brood (VVD): Als u vindt dat het constitutioneel en staatsrechtelijk toelaatbaar is, kunt u mij misschien vertellen waaraan de Kamer dat spreekrecht ontleent. Dat hangt niet samen met een zelfstandig recht van de Kamer om te spreken, maar met het recht van de Kamer om antwoord op vragen om inlichtingen te krijgen, met het recht om deel te nemen aan wetgevingsprocessen en met de ministeriële verantwoordelijkheid ex artikel 42 van de Grondwet. Het spreekrecht van de Kamer is een afgeleid recht dat wij niet eens kunnen delegeren. Ik begrijp dan ook de staatsrechtelijke verantwoording niet voor wat u nu vertelt.

Mevrouw Kant (SP): Ik begrijp uw interruptie niet zo goed. Ik heb niet gezegd dat het constitutioneel juist is. Ik heb gezegd dat daarover advies wordt gevraagd. Als dat advies inhoudt dat sommige dingen constitutioneel wel kunnen, is mijn fractie daar toch niet voor, omdat wij dat onwenselijk vinden. De constitutionele vraag wordt nu voorgelegd aan gezaghebbende deskundigen.

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66): Er worden een aantal voorstellen gedaan. Als u categorisch zegt dat zij constitutioneel wel kunnen, maar dat u ze gewoon niet wil, dan zijn wij snel uitgesproken.

Mevrouw Kant (SP): Of zij allemaal kunnen, weet ik niet en dat weten u en de voorzitter van de Kamer ook niet. Daarover wordt juist advies ingewonnen.

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66): Wat hier ligt, kan constitutioneel wel, althans volgens het Presidium en ook volgens mij. Vervolgvragen worden aan de Raad van State voorgelegd. Of u zegt: constitutioneel kan het wel, maar ik wil het gewoon niet. Dat is dan duidelijk en dan praten wij er verder niet over. Of u zegt: het kan ook constitutioneel niet.

Als u dat zegt, wil ik graag weten wat constitutioneel niet kan.

Mevrouw Kant (SP): Voorzitter! Ik was nog steeds bezig met mijn inleiding. Over hoe wij denken over de voorstellen in de brief kom ik nog te spreken. Dat moet u nog even afwachten. Ik heb alleen gezegd dat er zaken zijn waarvan het de vraag is of zij constitutioneel kunnen. Die vraag wordt voorgelegd aan deskundigen.

Het antwoord wachten wij af. Als het advies luidt dat een aantal zaken, zoals dat beoogde spreekrecht, constitutioneel mogelijk zijn, is mijn fractie er nog niet voor dat europarlementariërs hier spreekrecht krijgen. Ik vind namelijk, zoals gezegd, dat iedereen zich bij zijn leest moet houden. Of beter gezegd: iedere vertegenwoordiger moet zich bij zijn mandaat houden. Het mandaat van Kamerleden is het controleren van de regering en het mandaat van europarlementsleden is het controleren van de Europese Commissie.

Ik kom tot de brief van het Presidium die bij de lijst zat waarover wij het vandaag hadden. In die brief heeft het Presidium aangegeven wat het doel is om de betrokkenheid van de europarlementsleden te vergroten. Als eerste punt wordt aangegeven een sterkere opstelling tegen het kabinet als het gaat om Europese zaken. Een sterkere controle, denk ik dan. Mijn fractie is het ermee eens dat er een sterkere controle moet komen op dat punt. Daar moeten dan vooral Kamerleden voor zorgen. Zij moeten dat invullen. Als dat op dit moment onvoldoende is, moeten Kamerleden dat zichzelf vooral aantrekken.

Als Kamerleden zeggen dat zij de europarlementariërs daarbij nodig hebben, geven zij zichzelf een brevet van onvermogen.

Het tweede doel was meer betrokkenheid van het europarlement bij de Nederlandse besluitvorming. Die zin bevat een tegenstelling en ik ben het daar dan ook niet mee eens. Ook al hebben veel debatten hier steeds meer met Europa te maken, het blijft Nederlandse besluitvorming. Daarmee is het de verantwoordelijkheid van de nationale Kamerleden. Als het bij meer betrokkenheid gaat om meer betrokkenheid in de controlerende rol, dan vind ik dat niet juist. Het kan ook gaan om betrokkenheid in de zin van: europarlementariërs hebben nu eenmaal veel kennis en informatie als het gaat om Europa en dat is in het belang van de controlefunctie van Kamerleden. Mijns inziens is het primair de verantwoordelijkheid van politieke partijen om deze kennis van europarlementariërs zelf te vergaren. Vervolgens is het de verantwoordelijkheid van fracties om daar goed over te communiceren. Mijn fractie heeft er geen behoefte aan dat voor deze informatie-uitwisseling en communicatie in deze Kamer een infrastructuur wordt opgezet.

Kijkend naar de punten in de voorliggende brief moge het duidelijk zijn dat mijn fractie hier weinig behoefte aan heeft. Echter, tegen de meeste punten hebben wij geen echt grote bezwaren, omdat er geen echt spreekrecht voor europarlementariërs in besloten ligt.

Wij hebben er zelfs geen bezwaar tegen dat europarlementariërs mee mogen met reisjes van de algemene commissie voor Europese Zaken. Er is namelijk uitdrukkelijk bepaald dat dit op eigen kosten gebeurt. Ik neem aan dat met "eigen kosten" ook echt eigen kosten wordt bedoeld en niet het onkostenvergoedingensysteem van het europarlement. Als dat wel zo is, hebben wij daar uiteraard bezwaar tegen.

Tegen twee punten uit de brief maakt mijn fractie wel bezwaar. Een aantal sprekers voor mij heeft daar ook al op gewezen. Het eerste betreft de deelname van europarlementariërs aan de mogelijk jaarlijkse debatten van de Staten van de Unie. Ik denk dat er dan wel sprake is van spreekrecht. Daarmee zou het vallen onder de zaken waarover eerst advies wordt gevraagd. Het tweede betreft de deelname van europarlementariërs aan het wekelijkse Europaoverleg. Europarlementariërs wordt dan de gelegenheid gegeven om aan het start van zo'n AO opmerkingen te maken en vragen te stellen in aanwezigheid van het kabinet.

Vervolgens is het aan Kamerleden om daarvan in het daarop volgende debat gebruik te maken. Dit is een grensgeval, maar wij neigen ertoe om dit als spreekrecht te zien. Waarom dit recht wel geven aan europarlementariërs, terwijl vele andere mensen in Nederland dat recht niet hebben? Als het bedoeld is om ze ter versterking van de controlefunctie van de Kamer de gelegenheid te geven hun deskundigheid, kennis en ervaring tot uitdrukking te brengen, dan ken ik in Nederland nog vele andere ervaringsdeskundigen die ik in aanwezigheid van bewindslieden het woord zou willen geven bij heel veel van onze vergaderingen. Ik denk dan aan mensen uit de zorg, het onderwijs, mensen die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering enz. Het hebben van ervaringsdeskundigheid vind ik geen reden om mensen spreekrecht te geven.

De heer Timmermans (PvdA): Als uw fractie dat wenst, kan zij bij een AO een persoon uit de door u bedoelde doelgroepen als adviseur betrekken. Die mogelijkheid bestaat. U moet nu niet net doen alsof er aan europarlementariërs in de AO's iets wordt geboden dat niet aan anderen wordt geboden. Zij functioneren als adviseurs.

Mevrouw Kant (SP): Als dat zo is, vraag ik mij af waarom dit zo wordt voorgesteld. Het is niet waar dat dit nu al kan. Mijn fractie heeft vele adviseurs, vooral in de groepen die ik zo-even noemde. Ik noem mensen die de problemen het onderwijs kennen, mensen in de gezondheidszorg, mensen die aan den lijve de gevolgen van het paarse beleid ondervinden, mensen die in armoede leven, mensen die moeten rondkomen van een bijstandsuitkering; dat zijn allemaal deskundigen die wij heel graag spreekrecht in deze Kamer zouden willen geven.

Nu wordt voorgesteld dat europarlementariërs bij aanvang van een commissievergadering over Europese zaken hun zegje mogen doen. Dat vinden wij een gekunstelde vorm van spreekrecht. Daarom zijn wij daar niet voor.

Deel: ' Agnes Kant (SP) over spreekrecht voor Europarlementariërs '




Lees ook