Akkoord over CAO HaHblad-journalisten

De NVJ en de VSHU hebben vlak voor de jaarwisseling overeenstemming bereikt over een nieuwe CAO voor huis-aan-huisbladjournalisten. Een nieuwe beloningssystematiek krijgt eindelijk gestalte. Het principe-akkoord kon pas worden gesloten na dreiging met acties.

De CAO met een looptijd van anderhalf jaar tot eind 1999 biedt een structurele loonsverhoging van 3,5 procent per 1 juli 1998 en een verhoging van 2 procent per 1 juli 1999. Verder wordt het nieuwe loongebouw, waarover jarenlang met elkaar is gesproken, per 1 juli 1999 ingevoerd. Juist de wijzigingen in de beloning vormden het grote struikelblok in het CAO-overleg. De werkgevers meenden aanvankelijk dat de invoering van de gewijzigde beloningsstructuur gepaard zou moeten gaan met inlevering van een periodieke loonsverhoging. Dat was weer een belangrijke reden voor de NVJ het overleg begin december af te breken om met de leden overleg te voeren over acties. "De leden hebben tijdens die bijeenkomsten duidelijk gemaakt een dergelijke handelwijze niet te kunnen accepteren. Zij waren erg boos en op grote schaal bereid tot actie," aldus Hans van Velzen, voorzitter van de onderhandelingsdelegatie.

Van Velzen is in het dagelijks leven hoofdredacteur van de huis-aan-huisbladen van Wegener Uitgeverij Midden-Nederland. Met de drastische herziening van de opstelling van de werkgevers en het uiteindelijke onderhandelingsresultaat is hij "absoluut tevreden." Het eindbod van de NVJ behelsde een tweejarig contract met loonsverhogingen van tweemaal 3,5 procent. "Ondanks de moeilijke onderhandelingen, kunnen we al met al tevreden zijn. Het is een mooi resultaat, waar beide partijen goed mee uit de voeten kunnen."

Het nieuwe loongebouw betekent volgens Van Velzen een belangrijke modernisering van de arbeidsvoorwaarden. In de oude CAO met vier afdelingen waren de meeste redacteuren werkzaam in klasse 2. Er waren bar weinig mogelijkheden recht te doen aan de kwaliteiten van de individuele werknemers. In de nieuwe situatie wordt nadrukkelijk gekeken naar individuele ontwikkeling, scholing en de inhoud van de functie. Daarbij is het niet zo is dat iedereen automatisch naar hetzelfde eindloon doorgroeit. Er zijn drie functiefamilies. Onderscheid wordt gemaakt tussen redacteuren die volgens strikte richtlijnen werken, zelfstandig werkende redacteuren en journalisten in leidinggevende posities. Het aantal treden in de loonschaal is teruggebracht van vijftien naar elf.

Een verdere flexibilisering van de beloning blijft achterwege. De NVJ stelde aanvankelijk voor excellent functionerende redacteuren aan het einde van de loonschaal een dubbel extra periodiek te geven. De afwijzing van een dergelijke 'dakkapel' leidde er toe, dat de werkgevers hun wens de laatste twee periodieken flexibel te maken van tafel moesten halen. De invoering van de nieuwe schalen verloopt zonder hoge extra loonkosten voor de werkgevers. De VSHU betoogde in de onderhandelingen steeds dat het nieuwe systeem twee procent extra loonkosten zou vragen. Werknemers zouden daarom een periodiek moeten inleveren. Het oude salaris geldt echter als uitgangspunt. Vervolgens worden de nieuwe en ruimere periodieke verhogingen betaald.

Van Velzen kan niet zeggen dat met de nieuwe CAO alle problemen zijn opgelost. "Uit onderzoek is geblen het ook op de advertentiemarkt het beste doen. Niet alle uitgevers zijn ervan doordrongen dat een goed journalistiek product geproduceerd door vakmensen vandaag noodzakelijk is." Bovendien blijft de beloning tientallen procenten achter bij wat beroepsgenoten elders, bijvoorbeeld bij de dagbladen verdienen. "Verschillen zijn slechts voor een deel te rechtvaardigen. Het gat is echt te groot. En de salarisachterstand wordt na iedere salarisronde alleen maar groter. De relatief lage beloning geeft grote problemen bij het werven van journalisten voor leidinggevende posities. "Op dat punt ondervinden wij serieuze problemen. De nieuwe CAO doet daar weinig af," aldus Van Velzen.

Deel: ' Akkoord over CAO HaHblad-journalisten '




Lees ook