Algemene Onderwijsbond


Bevallen is vakantie ?

Zo is het op dit moment nog: zwangerschaps- en bevallingsverlof valt voor vrouwelijke leerkrachten altijd wel samen met een of meer van hun vakanties. Dat wil zeggen: met een of meer perioden "waarin de instelling geen onderwijs verzorgt of examens afneemt". Op andere momenten kunnen leerkrachten inhet primair en voortgezet onderwijs en in de BVE-sector geen vakantie opnemen. Dit betekent ook dat vrouwen volgens de huidige regelgeving de vakantiedagen die samenvielen met hun zwangerschaps- en bevallingsverlof niet op een moment buiten de schoolvakanties kunnen opnemen. Opschorten van het zwangerschaps- en bevallingsverlof tijdens de vakantie is dus niet mogelijk. Voor vrouwelijk niet-onderwijsgevend personeel en werkneemsters in het HBO geldt overigens een andere vakantieregeling. Zij hebben meer vrijheid bij de keuze van hun vakantieperiode.

De Commissie gelijke behandeling heeft nu geoordeeld dat het ontbreken van een compensatieregeling bij het samenvallen van zwangerschaps- en bevallingsverlof met schoolvakanties, in strijd is met de Wet Gelijke Behandeling. De commissie geeft ook aan dat er een regeling mogelijk is die organisatorisch weinig problemen oplevert: de vakantiedagen die samenvallen met het zwangerschaps- en bevallingsverlof kunnen direct in aansluiting op dit verlof worden toegekend. De vervanger wordt dus voor een langere, maar wel aaneengesloten periode aangesteld.

In de uitspraak van de Commissie gelijke behandeling is een oordeel gegeven over de regelgeving op zich.

Niet over de wijze waarop deze voor een individuele vrouw uitwerkt. De uitspraak is dus te veralgemeniseren: hij geldt voor alle vrouwen in de betreffende situatie. Zodoende is het ook niet meer nodig dat individuele werkneemsters deze kwestie opnieuw voorleggen aan de Commissie gelijke behandeling.

Wat betekent deze uitspraak voor vrouwen die gebruik maken van het zwangerschaps- en bevallingsverlof?

Allereerst adviseert de bond vrouwelijke leerkrachten in het PO, het VO en de BVE die nu of in de toekomst te maken krijgen met het zwangerschaps- en bevallingsverlof, samenvallend met vakantieverlof, om met de uitspraak van de Commissie gelijke behandeling naar hun werkgever te stappen en te vragen om compensatie van het aantal dagen dat hun vakantieverlof samenviel met hun zwangerschaps- en bevallingsverlof. De uitspraak is op te vragen bij de afdeling Ledenservice van de AOb (030-2989850).

Wanneer de werkgever niet akkoord gaat met zo'n compensatieregeling, dan kan er een juridische procedure gestart worden. Het is het beste op dat moment meteen contact op te nemen met de juridische dienst van de AOb (tel.: 030-2989800).

Of een juridische procedure ook haalbaar is voor situaties in het verleden (minder dan twee jaar geleden) is nog maar de vraag. De commissie heeft zich hierover niet uitgesproken. Een verzoek richten aan de werkgever om achteraf te compenseren is natuurlijk altijd mogelijk. Afhankelijk van de feitelijke omstandigheden kan de zaak mogelijk ook aan de rechter worden voorgelegd.Daarnaast zet de AOb zich ervoor in om de bestaande regelgeving op dit punt zo spoedig mogelijk aan te passen.

Werkgevers verantwoordelijk voor problemen met flexwet

De werkgevers in het onderwijs zijn volgens de Algemene Onderwijsbond verantwoordelijk voor het vastlopen van de onderhandelingen met de vakbonden over een oplossing voor de problemen met de flex-wet in het bijzonder onderwijs. Volgens de wet moeten scholen voor bijzonder onder- wijs invalkrachten in vaste dienst nemen als ze binnen drie jaar aan hun vierde tijdelijke contract beginnen. Voorwaarde is dat 'de ketting' van aanstellingen niet meer dan drie maanden is onderbroken. De flexwet geldt alleen voor privaatrechtelijke instellingen en bedrijven, dus niet voor de openbare scholen. In het primair onderwijs is de wet, ook volgens de onderwijsbonden, niet goed uitvoerbaar. Invalkrachten voldoen gemakkelijk aan het criterium voor een vaste aanstelling. Ze hebben dan een volledig betaalde baan, maar de school krijgt ze alleen bekostigd gedurende de tijd dat ze werkelijk invallen. Om dit soort problemen te voorkomen staat de flexwet afwijkingen toe als daarover per cao afspraken worden gemaakt. De onderwijsbonden zijn daartoe bereid. Voor de cao-primair onderwijs hebben de onderwijsbonden voorgesteld dat werkgevers zich aansluiten bij door het Vervangingsfonds bekostigde vervangingspools. Die mogen maximaal 3 procent van de formatie omvatten. Voor alle extra vervangers boven 3 procent geldt dan ontheffing van de kettingbepaling. De schoolbesturen lopen hiermee, in tegenstelling tot de beweringen van de werkgevers, geen bekostigingsrisico, want het Vervangingsfonds betaalt het salaris van het personeel in de pool. Een alternatief voorstel van de bonden is dat een werknemer die minimaal 130 werkdagen heeft gewerkt in minimaal drie vervangingsaanstellingen recht heeft op een vaste aanstelling. De werkgevers weigerden echter ook deze variant. Ze willen niet verder gaan dan een vaste aanstelling voor iemand die in een of meer dienstverbanden tenminste twaalf maanden heeft geduurd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden. Dit is nauwelijks anders dan de huidige situatie, waarin een tijdelijke aanstelling van een jaar recht geeft op een vaste baan. Door het ontbreken van overeenstemming over een cao, is de flexwet in het primair onderwijs op 15 februari van kracht geworden. Naar verwachting worden de problemen met het vinden van invallers groter. Besturen zullen iemand die aan z'n vierde aanstelling toe is niet meer benaderen om te voorkomen dat deze zonder bekostiging een vaste baan moet krijgen.

Deel: ' Algemene Onderwijsbond Bevallen is vakantie? '




Lees ook