CDA GroenLinks SGP/RPF stadspartij PGN

betrouwbaar - degelijk - sociaal

de alternatieve begroting 2000

I. Inleiding

Naar aanleiding van de door het college van B&W van Nieuwegein aangeboden begroting voor het jaar 2000 is door de fracties van CDA, GroenLinks, SGP/RPF en PGN een alternatieve begroting ontworpen. Ook voor het begrotingsjaar 1999 stelden de genoemde fracties al een alternatieve begroting voor.

II. Waarom een alternatieve begroting ?

Bovengenoemde fracties zijn van mening dat het college van B&W, met ingang van de begroting 1999, verantwoordelijk is voor een trendbreuk in het begrotingsbeleid. Het begrotingsbeleid van de gemeente Nieuwegein heeft zich, tot dat jaar, gekenmerkt door een aantal zeer belangrijke kwaliteitsaspecten. Deze hebben rechtstreeks gevolgen voor de burger en vormden de waarborg voor een goed maar niet overdreven voorzieningenniveau, een gematigde ontwikkeling van de tarieven, heffingen en belastingen en een verantwoord sociaal beleid.

Over welke kwaliteitsaspecten hebben wij het eigenlijk ?
* Goed afwegen

De gemeenteraad weegt jaarlijks de belangen en de uitgaven af. Daarbij wordt buitengewoon kritisch naar de doelmatigheid en effectiviteit van de lopende uitgaven en investeringen gekeken. Het onderscheid tussen nieuw en bestaand beleid dient scherp in het oog te worden gehouden. Het beginsel "oud voor nieuw beleid", waarbij financiële ruimte voor nieuw beleid wordt gecreëerd door andere activiteiten te beperken of te beëindigen, vraagt om een besluitvaardige aanpak.

De huidige begroting van het college van B&W stelt alleen maar vast dat er ernstige problemen zijn en schuift vervolgens, net als in 1999, de afwegingen naar de toekomst.

* Soberheid in de uitvoering

De aangekondigde financiële problemen zouden aanleiding moeten zijn voor meer soberheid in de begrotingsuitvoering. Dat dit in Nieuwegein niet zo werkt, blijkt uit het volgende:

* In het afgelopen begrotingsjaar is, ten aanzien van onder andere het beleidsterrein Ruimtelijke Ordening, met enige regelmaat in de raad opgemerkt dat de uitvoering van het begrotingsbeleid onnodig duur was en best wat minder luxe kon.

* Het niet doorgaan van het eerder ontworpen en bekroonde gemeentehuis, het huis met de Pet, heeft de gemeenschap zo'n 3 miljoen gulden gekost.

* De kosten van de "tijdelijke" verhuizing van het stadhuis naar Plettenburg bedragen ongeveer 25 miljoen gulden.

Zomaar wat voorbeelden. Er zijn er nog veel meer!
* Eerst efficiency, dan effectiviteit en pas daarna mogelijke lastenverzwaring.

Dit uitgangspunt, tot vorig jaar altijd maatgevend voor college van B&W en gemeenteraad, is door het huidige college verlaten. Het is echter opnieuw een zeer belangrijk uitgangspunt van deze alternatieve begroting. Lastenverhoging voor de burger dient in beginsel pas plaats te vinden als gebleken is dat efficiencymaatregelen en een kritische kijk naar de voorzieningen geen soelaas meer bieden. Het college van B&W heeft dit uitgangspunt omgedraaid. "Eerst lastenverzwaring voor de burger en daarna pas kijken naar efficiency en effectiviteit" is nu het parool.

* Behoud van koopkracht van onze reserves

De reserve-positie van de gemeente is zeer gezond te noemen. Deze reserves (in feite het eigen vermogen van de gemeente) dienen deels als inkomstenbron voor de lopende exploitatie, ter financiering van het voorzieningenniveau, en deels als buffer (weerstandsvermogen) om mogelijke risico's in de toekomst te kunnen afdekken. Het bovenmatig inzetten van rente-opbrengsten ten behoeve van de lopende exploitatie achten wij, juist vanwege mogelijke risico's in de toekomst, niet verantwoord. Met name de ontwikkeling van de voornaamste inkomstenbron van de gemeente, het gemeentefonds, baart ons daarbij grote zorgen.
* De jaarlijkse ruimte voor nieuw beleid bedraagt ca. 3 ton

Het is van belang is dat de raad vasthoudt aan het beginsel dat er jaarlijks tenminste voor ca. 3 ton ruimte wordt vrijgemaakt voor nieuw beleid. Nieuw beleid waarop ook burgers en instellingen, door middel van initiatieven en inspraak, rechtstreeks invloed kunnen uitoefenen. Deze mogelijkheid is door het college, voor het jaar 2000, terzijde geschoven. Dat het college vervolgens het bestaande budget voor nieuw beleid grotendeels wil aangewenden voor bestaand beleid is, naar het oordeel van de indieners van de alternatieve begroting, in beginsel niet aanvaardbaar. Wij accepteren overigens de uitzettingen die het college voorstelt omdat, met name met betrekking tot de brandweerzorg, de uitzettingen noodzakelijk zijn ter wille van de veiligheid van de burgers. De overige uitzettingen zijn door de raad in beleidsmatig opzicht al eerder breed ondersteund en zijn derhalve, in het kader van de begroting 2000, niet als 'nieuw' te beschouwen. Beter ware het geweest deze voorstellen aan te houden en af te wegen tegen andere voorstellen die voortkomen uit initiatieven vanuit de raad en de Nieuwegeinse samenleving. Een betere en scherpere afweging was dan wellicht mogelijk geweest.

III Het begrotingsalternatief 2000

a. Risico's

Zoals reeds is aangegeven achten wij de ontwikkeling van het gemeentefonds als buitengewoon risicovol. Deze risico's zijn als volgt weer te geven.

De positieve bijstelling in de begroting 2000 met 1,6 miljoen als gevolg van de "Tweede fase" is nog niet zeker. Dat is overigens terecht in de beleidsbegroting aangegeven.

De invoering van het BTW compensatiefonds met ingang van 2001 kan voor de gemeente grote gevolgen hebben. Immers tegen het voordeel dat de gemeente heeft, doordat een declaratiemogelijkheid bestaat ten aanzien van de zogenaamde niet-verrekenbare BTW, zal het zo zijn dat de rijksoverheid dit nadeel zal willen verrekenen uit het gemeentefonds. Deze verrekening zal plaatsvinden middels een herverdeling van het gemeentefonds. De gevolgen van deze herverdeling zijn voor de gemeente volstrekt ongewis.

De gevolgen van de hertaxatie van de OZB in 2001 zullen naar alle waarschijnlijkheid voor de gemeente Nieuwegein, bij ongewijzigd beleid, negatief uitpakken. Oorzaak hiervan is een meer dan gemiddelde waardestijging van het onroerend goed in onze gemeente. In de vorige raadsperiode zijn vanuit de gemeente initiatieven ontwikkeld en ondersteund om de schade van de toenmalige herverdeling te niet te doen. Dat is gelukkig, met grote inspanning, gedeeltelijk gelukt. In deze raadsperiode hebben wij van het college nog geen enkel initiatief tegemoet mogen zien en dat is te betreuren. Wij hebben overigens enkele malen gevraagd een dergelijk initiatief wel te ontwikkelen, respectievelijk te ondersteunen.

Een mogelijkheid kan zijn het aanpakken van het zogenaamde rekentarief. Als dat tarief wordt verlaagd dan kan dat gunstige gevolgen hebben voor de gemeente Nieuwegein. Mede omdat wij vanuit het college nog geen enkel initiatief hebben gezien moet gevreesd worden dat dit nadeel voor de gemeente groot zal zijn .

Een ander punt van grote zorg is de ongelijke ontwikkeling van de waarde van woningen en niet-woningen. De waarde van woningen is veel meer gestegen dan de waarde van niet-woningen. Effect hiervan is dat, bij ongewijzigd beleid, de eigenaren en gebruikers (waaronder huurders) van woningen, met ingang van 2001, in relatief opzicht veel meer zullen moeten gaan betalen. Vanuit het land (o.a. de gemeente Rotterdam) worden initiatieven ondernomen richting het kabinet om aan deze ontwikkeling het hoofd te bieden. Wij achten het noodzakelijk dat het college van B&W zich op dit punt actiever opstelt en aanhaakt bij dergelijke initiatieven.

De gemeente heeft op dit moment onvoldoende gegevens ter beschikking om te kunnen vaststellen in hoeverre, op de middenlange termijn, middelen noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de in het verleden aangeschafte kapitaalgoederen. Naar ons oordeel dient dit zo snel mogelijk te worden onderzocht. Middelen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van bestaande investeringen dienen voorrang te hebben op zogenaamd nieuw beleid.

Gelet op bovenstaande onzekerheden die majeure gevolgen kunnen hebben voor de begrotingspositie van de gemeente hebben wij gemeend om de door ons berekende begrotingsruimte niet in te zetten voor nieuw beleid maar deze voorshands te reserveren voor de eerder genoemde ontwikkelingen. Wel hebben wij gemeend dat de door het college voorgestane lastenverhoging (de stijgingen van de Onroerende Zaak Belasting, het rioolrecht maar ook de afvalstoffenheffing) een reductie ten aanzien van de stijging van de OZB van structureel 1 miljoen gulden per jaar wenselijk maakt.

b. De bijgestelde begroting

In hoofdstuk 3 van de beleidsbegroting is op pagina 13 het door het college gepresenteerde resultaat van de begroting 2000 en het meer-jarenperspectief weergegeven. De opgenomen tabel is het vertrekpunt van de door ons opgestelde bijstelling.

Begrotingsresultaat

2000

2001

2002

2003

2004

Uitslag beleidsbegroting 2000

67

737


- 3778


- 1920


- 1133

Bij : Ruimte Nieuw Beleid

300

300

300

300

300

Bij : Vrijval behoedzaamheidsreserve

335

141

116

116

116

Begrotingsruimte

702

1178


- 3362


- 1504


- 717

Af :Knelpunten bestaand beleid

635

441

416

416

416

Netto begrotingsruimte

67

737


- 3778


- 1920


- 1133

Te corrigeren


1. Bijstelling bedrijfsvoering, zie begroting 1999

1781

1769

1657

1577

1577

1a. Indexering (ca 3%)

54

54

48

45

45


2. Versobering Stadhuis

600

600

600

600

600


3. Bezuinigingen op het apparaat ( jaar later)

1000

2000

3000

3000

3a.Indexering

30

60

90

90

Begrotingsruimte na correctie

2502

4190

587

3392

4179


4. Minder inzet dekkingsrente

1000

1000

1000

1000

1000


5. Verlaging OZB

1000

1000

1000

1000

1000

Saldo naar algemene reserve

502

2190


- 1413

1392

2179

Onderstaand worden, in het kort, de door ons aangebrachte wijzigingen toegelicht.

Wij hebben allereerst gemeend de presentatie zodanig te wijzigen dat duidelijk is wat de begroting is voor het aanvaarden van prioriteiten. Daarom hebben wij de ruimte voor nieuw beleid en de vrijval van de behoedzaamheidsreserve tot de begrotingsruimte gerekend.

Zoals reeds gesteld, stemmen wij in met de knelpunten voor bestaand beleid. Per saldo komen wij uit op een netto begrotingsruimte die gelijk is aan de tabel op pagina 13 van de beleidsbegroting.

De eerste post die wij opvoeren is een correctie op de post bijstelling bedrijfsvoering zoals deze bij de begroting 1999 als stelpost is opgevoerd. Het motief dat bij de begroting 1999 is aangevoerd om deze post op te voeren is naar ons oordeel onjuist.

Nadelige rekening saldi respectievelijk een onjuiste begroting waren het motief. Naar ons oordeel is een nadelig rekening saldo geen motief maar eerder een teken van slechte begrotingsuitvoering. Dat de begrotingen onjuist zouden zijn is nimmer aangetoond. Om dat te kunnen aantonen is een incrementele benadering onjuist maar moet de begroting in zijn volledigheid beoordeeld kunnen worden. Een dergelijke beoordeling heeft ons nooit bereikt.

Wel hebben wij na een onderzoek van de invulling van de stelpost een aantal posten alsnog kunnen accorderen, het betreft: het verbeterplan planning en control (op grond van onze eerdere initiatieven is dat een invulling die wij van harte ondersteunen); de opleidingen voor het personeel; het notuleren van de raadsvergaderingen; de aansluiting op Gemnet en de ondersteuning voor de sportconsulent. Bij elkaar betreffen deze posten ca. f 500.000,-.

De rest van de post bijstelling bedrijfsvoering had naar ons oordeel gewoon via de reguliere afdelingsbudgetten gecompenseerd moeten worden. Uiteraard hebben wij het restant geïndexeerd.

De tweede post die wij wensen te corrigeren is de stelpost ten behoeve van het stadhuis. Wij hechten zeer aan een sobere benadering van de nieuwbouw van het stadhuis. Juist nu de lasten van de burger aanzienlijk worden verhoogd is een terughoudende benadering ten aanzien van dit onderwerp op zijn plaats. In onze directe omgeving blijkt nieuwbouw tegen lagere kosten te kunnen plaatsvinden dan thans is begroot.

De derde post die wij handhaven, zij het een jaar vertraagd, zijn bezuinigingen op de bedrijfsvoering als gevolg van het gebruik van nieuwe informatietechnologie (de ICT). Bij de begroting over 1999 is door ons reeds uitvoerig aangegeven op grond waarvan wij vinden dat een dergelijke besparing tot de mogelijkheden behoort. Overigens ook de rapportage van Deloitte & Touche in het kader van de ijkpuntennotitie maakt duidelijk dat een dergelijke taakstelling tot de mogelijkheden lijkt te behoren (uitvoeringskosten van de bijstand, een terrein waarbij het toepassen van ICT tot grote besparingen kan leiden).

Door bovengenoemde begrotingscorrecties ontstaat in het meerjarig perspectief een aanzienlijk begrotingsoverschot. Dat overschot willen wij als volgt inzetten :

a. Wij wensen een mindere inzet van de dekkingsrente. Wij achten een grotere inzet van deze post geen toonbeeld van deugdelijkheid. Waar het huidige college, bij de begroting 1999, aangaf dat een eerdere toevoeging van ca. 8 ton in de vorige raadsperiode geen goedkeuring had verdiend, wekt het verwondering dat hetzelfde college, met ingang van de begroting 2000, 2 miljoen gulden wil inzetten om het tekort af te dekken.

b. Wij vinden de voorgestelde tariefstijgingen in de volle breedte aan de hoge kant. Dat waren wij overigens ook al van mening bij de begroting 1999. Vandaar dat wij een neerwaartse bijstelling wensen van het tarief van de Onroerende Zaakbelasting.

Tot slot wensen wij, ter wille van de door ons gesignaleerde risico's, het resterende overschot aan de algemene reserve toe te voegen.

De fracties van CDA, GroenLinks, SGP/RPF en PGN

Nieuwegein, 7 december 1999

Deel: ' Alternatieve begroting fracties Nieuwegein '




Lees ook