Amnesty Nederland


Naar wereldwijde afschaffing doodstraf in 2000

Amnesty International Jaarboek 1998 telt mensenrechtenschendingen in 142 landen

Amsterdam, 16 juni 1999

Amnesty International publiceert vandaag, 16 juni, haar jaarboek over 1998. Het jaarboek gaat dit jaar in het bijzonder in op de doodstraf die in 36 landen nog wordt opgelegd, terwijl er wereldwijd een duidelijke tendens tot afschaffing is.

Amnesty International roept bij deze gelegenheid op tot een wereldwijde uitbanning van de doodstraf in het jaar 2000. Een ambitieus doel dat ondersteund wordt door belangrijke stappen in de bescherming van de mensenrechten die in 1998 zijn gezet, zoals de aanvaarding van een permanent Internationaal Strafhof.

"Het opzettelijk doden van weerloze mensen mag door geen enkele maatschappij toegelaten worden." aldus Pierre Sané, secretaris generaal van Amnesty International. De overheid geeft door toepassing van doodstraf ruim baan aan een klimaat van wraak en wreedheid, in plaats van zich te concentreren op het verbeteren van bijvoorbeeld het politietoezicht en op het aanpakken van de oorzaken van crimineel gedrag . "Het toestaan van executies betekent dat we onszelf veroordelen in een maatschappij te leven waar geweld officieel wordt goedgekeurd".

Zo zijn in Soedan begin juni 1999 negen verdachten terdoodveroordeeld waarbij zij achtereenvolgens kruisamputatie (rechter hand en linker voet), ophanging en kruisiging zullen ondergaan. Ongeacht wat een terdoodveroordeelde op zijn geweten heeft en ongeacht de methode van executie (dodelijke injectie, ophanging, onthoofding of bijvoorbeeld steniging komen nog voor), is Amnesty International altijd tegen de doodstraf.

"Regeringen die de doodstraf nog steeds hanteren als antwoord op extreme criminaliteit doen dat in weerwil van een toenemende afschaffing van de straf wereldwijd. Gemiddeld twee landen per jaar hebben de afgelopen 23 jaar de straf wettelijk afgeschaft. Het opzettelijk doden is in strijd met het meest fundamentele mensenrecht
- het recht op leven - en mag vandaag de dag niet meer voorkomen", aldus Sané.

Het jaarboek over 1998 doet verslag van mensenrechtenschendingen door overheden en gewapende oppositiegroepen in 142 landen en gebiedsdelen, waaronder buitengerechtelijke executies in 47 landen, doodstraffen in 36 landen, gewetensgevangenen in 78 landen, gevallen van marteling en mishandeling in 125 landen en ‘verdwijningen’ in 37 landen. Amnesty International vermoedt echter dat de cijfers in werkelijkheid hoger liggen.

De volgende onderwerpen komen in het jaarboek onder meer aan de orde:

Groot aantal doodstraffen in klein aantal landen

In 1998 zijn ten minste 1625 gevangenen terechtgesteld in 37 landen, en zijn 3899 mensen in 78 landen ter dood veroordeeld. Dit zijn de cijfers die bij Amnesty International bekend zijn, maar de organisatie is ervan overtuigd dat de werkelijke aantallen veel hoger liggen. Circa tachtig procent van de terechtstellingen vonden plaats in 4 landen: China (1067 executies), Democratische Republiek Congo (meer dan 100 executies), de Verenigde Staten (68 executies) en Iran (66). Naar verluidt zijn in Irak honderden executies voltrokken.

Massale buitengerechtelijke executies in tenminste 15 landen

In ten minste vijftien landen werden honderden tot duizenden mensen vermoord door leger, paramilitairen of politie. In de meeste van deze landen was sprake van een grootschalig conflict, waarbij ook gewapende oppositiegroepen slachtoffers maakten. In Algerije kwamen bijvoorbeeld duizenden burgers om door toedoen van ‘islamitische groepen’, veiligheidstroepen en milities. In Afghanistan werden duizenden mensen opzettelijk en stelselmatig gedood. Ook kwamen buitengerechtelijke executies in groten getale voor in Rwanda, Democratische Republiek Congo, Colombia en India.

Mensenrechtenactivisten doelwit

In 1998 aanvaardde de VN de Verklaring inzake bescherming van mensenrechtenactivisten. Amnesty International ontving echter tientallen meldingen van vervolging, bedreiging en moord op activisten in bijvoorbeeld Colombia, Brazilië, Liberia en Turkije. Zo werd in Colombia niet alleen de vooraanstaande mensenrechtenadvocaat Eduardo Umana Mendoza vermoord maar moesten tientallen activisten hun strijd voor mensenrechten bekopen met onrechtmatige arrestaties, mishandeling of de dood.

Gewetensgevangenen in 78 landen

Sinds het einde van de ‘koude oorlog’ is een groot aantal gewetensgevangenen in Oost-Europa vrijgelaten, maar anno 1998 worden in 78 landen deze gevangenen nog vastgehouden. Landen met een hardnekkig patroon en grote groepen politieke - en gewetensgevangenen zijn onder meer China (ten minste tweeduizend gevangenen wegens `contrarevolutionaire misdrijven' en tweehonderdduizend mensen die zonder vorm van proces in administratieve hechtenis worden gehouden), Myanmar (1200 politieke gevangenen), Peru (600 gewetensgevangenen) en Tunesië (circa 2000 gewetensgevangenen). In veel van deze gevallen gaat het om gewetensgevangenen die door Amnesty geadopteerd zijn.

‘Verdwijningen' en de hypotheek van het verleden

In tientallen landen ‘verdwenen’ mensen, veelal in het kader van gewapende conflicten maar ook als doelbewust middel van repressie. In Colombia zijn ten minste honderdvijftig mensen verdwenen. Het aantal ‘verdwijningen’ is in 1998 in Rwanda scherp gestegen. In Joegoslavië werden opnieuw honderden Kosovaren slachtoffer van ‘verdwijning’. Ook werden in onder meer Algerije, Burundi, Congo, Nepal en Sri Lanka nieuwe gevallen van ‘verdwijning’ gemeld. Veel landen hebben nog geen opheldering gegeven over ‘verdwijningen’ uit het verleden. Dat geldt voor onder meer honderden gevallen in Kroatië en Marokko. De regering van Guatemala startte een onderzoek naar schendingen uit het verleden, waaronder tienduizenden ‘verdwijningen’.

Onmenselijke gevangenisomstandigheden

Amnesty publiceerde in 1998 rapporten over erbarmelijk slechte gevangenisomstandigheden in Japan, de Russische Federatie, Rwanda en Venezuela. In Japan moesten gevangenen - als sanctie tegen lichte overtredingen - soms meer dan twee maanden lang dag na dag knielen of in eenzelfde houding zitten in een éénpersoonscel. In de Russische Federatie zitten zo’n miljoen mensen in ernstig overbevolkte penitentiaire inrichtingen en huizen van bewaring. Gedetineerden moesten om de beurt slapen en licht, ventilatie, voedsel en medische voorzieningen waren onvoldoende. Ook met betrekking tot vele andere landen heeft Amnesty International haar zorg uitgesproken over slechte gevangenisomstandigheden.

Vluchtelingen

Volgens een vertrouwelijk discussiestuk van de Oostenrijkse regering uit juli 1998 was het Vluchtelingenverdrag verouderd en diende het vervangen te worden door een ‘nieuwe benadering’ van bescherming van vluchtelingen. Deze nieuwe aanpak diende ‘meer politiek georiënteerd’ te zijn, waarbij bescherming niet werd gezien als een ‘subjectief individueel recht’, maar meer als een politiek aanbod van het ontvangende land. Beleidsvoorstellen als deze bepaalden en bepalen de toon van het vluchtelingendebat. En het toezichthoudend orgaan (de UNHCR) was niet bij machte een ander geluid te laten horen.

Goed nieuws: straffeloosheid op papier en in werkelijkheid aan banden

In de categorie 'goed nieuws' schaart Amnesty International de aanvaarding in juli 1998 van het Statuut van Rome. 120 Staten aanvaardden dit statuut dat in de toekomst berechting van onder meer genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven door een in Den Haag te vestigen permanent internationaal strafhof mogelijk maakt. Inmiddels hebben meer dan tachtig staten, waaronder Nederland, het statuut getekend.

De arrestatie van het voormalige Chileense staatshoofd generaal Pinochet in Londen markeert eveneens een nieuwe fase in de strijd tegen straffeloosheid. Inmiddels heeft de hoogste Britse rechter Pinochets beroep op soevereine immuniteit (vrijwaring van vervolging voor een staatshoofd) tot twee maal toe verworpen. Amnesty International ziet deze uitspraken als een duidelijk signaal aan andere staatshoofden en regeringsleiders dat hun officiële positie hen noch op papier noch in praktijk vrijwaart van strafrechtelijke vervolging voor ernstige schendingen van de mensenrechten.

Drie Europese landen (Azerbeidzjan, Bulgarije en Estland) schaften de doodstraf af en plaatsten zich daarmee op de lijst van inmiddels 91 landen die sinds het begin van de eeuw geen doodstraf meer hebben (wettelijk of in praktijk).

Verder is in 1998 een aantal landen overgegaan tot vrijlating van grote groepen politieke gevangenen, onder meer Rwanda, Korea, Vietnam, Nigeria en Indonesië.

Deel: ' Amnesty Jaarboek Mensenrechtenschendingen in 142 landen '




Lees ook