Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.562 niet-geindiceerde cosmetische en refratie chrirurgie Gemaakt: 7-2-2000 tijd: 11:6

5

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 4 februari 2000

Onderwerp

Kamervragen

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen, gesteld door de leden van uw Kamer Van Blerck-Woerdman (VVD) en Oudkerk (PvdA) over niet-geïndiceerde cosmetische en refractiechirurgie (2990004420).

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Antwoorden op kamervragen van Van Blerck-Woerdman (VVD) en Oudkerk (PvdA) over niet-geïndiceerde cosmetische en refractiechirurgie.

(2990004420)

1.

Is een ontwerp van een AMvB vrijwel afgerond, waarbij organisatorische verbanden van meerdere specialisten waar uitsluitend medische specialistische zorg wordt verleend die niet onder het tweede compartiment valt en die daarmee niet vergunningplichtig zijn in het kader van de WZV, als afzonderlijke categorie van organen van gezondheidszorg onder de werkingssfeer van de WTG worden gebracht ?

1.

Op prestaties van alle medisch specialisten is sedert de inwerkingtreding op 7 februari 1982 de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG) van toepassing, ongeacht in welk verband zij werkzaam zijn. Dat geldt ook voor de organisatorische verbanden als bedoeld in de vraag. Alle medisch specialisten die een tarief in rekening willen brengen dienden tot 1992 expliciet een tarief aan te vragen aan het Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg (thans het College tarieven gezondheidszorg). Na 1992 dienden zij alleen nog een tarief aan te vragen indien dat hoger was dan het voor die prestatie door het C(o)TG vastgestelde maximumtarief. Het initiatief voor zo'n aanvraag ligt bij de medisch specialist in samenwerking met een ziektekostenverzekeraar.

Bij koninklijk besluit van 25 november 1999 is het Besluit werkingssfeer WTG 1992 zodanig gewijzigd dat zelfstandige behandelcentra en daarmee gelijk te stellen zorgaanbieders als categorie van organen voor gezondheidszorg beide een afzonderlijke vermelding hebben gekregen. Het besluit is gepubliceerd op 9 december1999 in Staatsblad 1999, 514. Het betreft een technische uitsplitsing van een sedert de inwerkingtreding van de WTG in dit besluit vermelde categorie van organen voor gezondheidszorg. De vermelding als afzonderlijke categorie van zelfstandige behandelcentra heeft tot doel om voor deze categorie tarieven op maat te kunnen vaststellen. De vermelding van daarmee gelijkgestelde zorgaanbieders als afzonderlijke categorie heeft tot doel deze zorgaanbieders met betrekking tot de bekostiging op gelijke wijze te kunnen behandelen. Zij kunnen daardoor kosten in hun tarieven vergoed krijgen, die zij niet in rekening zouden mogen brengen als individuele medisch specialist of behorend tot de categorieën waarvan deze categorie is verbijzonderd. Er is dus geen sprake van dat er met ingang van 1 januari 2000 een nieuwe categorie van organen als in de vraag bedoeld onder de werkingsfeer van de WTG is gebracht.

2.

Zal deze AMvB op 1 januari 2000 in werking treden? Zullen hieronder ook de organisatorische verbanden vallen waar uitsluitend niet-medisch geïndiceerde cosmetische en niet-medisch refractiechirurgische behandelingen worden uitgevoerd ?

2.

Het besluit is op 1 januari 2000 in werking getreden. De bedoelde organisatorische verbanden vallen onder de in het besluit aangegeven met zelfstandige behandelcentra gelijk te stellen zorgaanbieders.

3.

Welk beleid heeft tot nu toe ten opzichte van dit soort verbanden gegolden ? Tot welk resultaat heeft dat geleid ?

3.

Sinds de invoering van de WTG zijn de inspanningen van de wetgever er enerzijds op gericht iedere instelling of persoon die prestaties levert op het terrein van de gezondheidszorg, onder de werkingssfeer van de WTG te laten vallen, tenzij er nadrukkelijk redenen zijn dit niet te doen. Dat blijkt ook uit het besluit "vervangende hulp WTG" (Stb1997, 548) en het recente besluit "zelfstandige behandelcentra WTG" (Stb.1999, 514) en meer in het bijzonder uit de respectievelijke nota's van toelichtingen bij die besluiten. Aan de andere kant geeft de nadere detaillering van de werkingssfeer van de WTG in algemene maatregelen van bestuur voldoende mogelijkheid waar nodig beperkingen aan te brengen .

De Economische Controledienst start in het jaar 2000 een toezichthoudend onderzoek om een beeld te krijgen van de administratie en declaratiegedrag van zelfstandige behandelcentra en de daarmee in het kader van de WTG gelijkgestelde instellingen.

4.

Deelt u de mening dat behandelingen als onder 2 bedoeld, die uit hun aard worden toegepast op personen die niet ziek zijn, nimmer in aanmerking zijn gekomen of zullen komen voor vergoeding uit hoofde van een ziektekostenverzekering en daarmee geheel los staan van het macro-budget voor de gezondheidszorg ?

4.

Sinds de introductie van het Budgettair Kader Zorg in 1995 vallen deze behandelingen (3de compartiment) daarbuiten.

5.

Is het waar dat de centrale doelstelling van de WTG, met het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit, het beheersen van de kosten is in het kader van het macro-budget ?

6.

Is de conclusie dan niet gerechtvaardigd dat met het onder de WTG brengen (of laten) van genoemde verbanden een andere doelstelling gediend moet zijn dan die van kostenbeheersing

5 en 6.

In de notitie over de WTG die op verzoek van de Tweede Kamer wordt voorbereid en binnenkort aan de Kamer wordt toegezonden wordt uitvoerig op de doelstellingen en de reikwijdte van de WTG ingegaan. Vooruitlopend daarop het volgende.

De WTG moet bijdragen aan een goede en betaalbare zorg voor iedereen. De WTG heeft daarom - als instrumentele wet - kort gezegd de volgende doelen meegekregen om na te streven: uniforme procedures voor de totstandkoming van tarieven, doelmatige zorgorganisatie, evenwichtige tarieven ten behoeve van de toegankelijkheid en in verband met schaars aanbod en het beheersen van kostenontwikkelingen. Er is in de parlementaire geschiedenis van de WTG geen nadruk gelegd op één van de doelen. Beheersing van macro-kostenontwikkelingen is een belangrijk, maar beslist niet het enige doel van de WTG.

De WTG maakt als instrument geen onderscheid tussen de bijzondere ziektekostenverzeker-ing (AWBZ), de ziekenfondsverzekering, de particuliere ziektekostenverzekering en de publiekrechtelijke ziektekostenregelingen voor ambtenaren. Wel is er verschil in toepassing van de WTG. Dat is mede afhankelijk van de verschillen in bevoegdheden die de overheid heeft in die onderscheiden verzekeringssectoren.

Sedert 1994 is verzekerde zorg onderverdeeld in drie verzekeringscompartimenten. Alle doelen van de WTG zijn in het eerste en tweede verzekeringscompartiment van kracht gebleven. In het derde verzekeringscompartiment is sedertdien alleen de beheersing van de ontwikkeling van de macro-kosten geen doel meer.

De WTG-doelen doelmatige zorgorganisatie en evenwichtige tarieven strekken zich nog steeds uit tot het totale zorgaanbod van instellingen en personen die behoren tot de expliciet aangewezen categorieën van zorgaanbieders in het Besluit werkingssfeer WTG 1992.

Onderdeel van de WTG-doelstelling evenwichtige tarieven is de noodzakelijke bescherming van de burger tegen al te hoge tarieven. In verband daarmee vallen alle prestaties van expliciet aangewezen aanbieders die geheel of gedeeltelijk derde compartimentszorg leveren onder de WTG. Zo bevordert de WTG de toegankelijkheid van dat zorgaanbod.

Voorbeeld daarvan is tandheelkundige zorg. Tandartsen leveren clusterzorg, behorend tot het tweede compartiment. Kiezen trekken zit in het derde compartiment. Tandartsen zijn schaars. Uit ECD-onderzoek valt af te leiden dat de tarieven omhoog zullen gaan zodra de WTG voor tandartsen niet meer van toepassing zal zijn. Dat rapport is aan het parlement toegezonden. De WTG bevordert de financiële toegankelijkheid van derde compartiments tandheelkundige zorg voor de burger.

Een doelmatige organisatie van de zorg is gebaat bij het beschikbaar houden van voldoende door de overheid gewenst zorgaanbod. Zorgaanbieders zijn vaak schaars. Door het vaststellen van een evenwichtige prijs wordt voorkomen dat de zorgaanbieder niet omwille van de prijs aandacht en aanbod verschuift naar het derde compartiment. Zo bevordert de WTG de toegankelijkheid van de zorg in het eerste en tweede verzekeringscompartiment.

Voorbeelden zijn medisch specialisten die ook eerste en tweede compartimentszorg kunnen leveren doch die werkzaam zijn in privéklinieken die zich enkel richten op derde compartimentszorg.

Het is mijn voornemen om in de notitie over de WTG een voorstel op te nemen om knelpunten in de reikwijdte van de WTG op te heffen.

7.

Bent u bereid deze behandelingen uit de werkingssfeer van de WTG te laten respectievelijk te halen ? Zo neen, deelt u dan de mening dat deze specialismen daardoor op den duur misschien niet meer in Nederland voorhanden zijn en dat Nederlanders die toch zo'n behandeling willen laten uitvoeren direct over de grens wèl geholpen zullen worden - wellicht door Nederlandse artsen die hun praktijk naar het buitenland verplaatsen ?

7.

Ik ben bereid te onderzoeken of de bedoelde behandelingen van de WTG kunnen worden vrijgesteld. Een brief van de Nederlandse Raad van Particuliere Klinieken van 6 december 1999 beschouw ik als een ondersteuning van uw verzoek. Die brief is overigens in afschrift aan de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Inmiddels heb ik ook een brief van 19 januari j.l. van de advocaat van deze raad ontvangen waarbij deze namens zijn cliënt verzoekt hem binnen één maand te willen laten weten dat ik de wijziging van het Besluit werkingssfeer WTG 1992 ter hand heb genomen. In antwoord op beide brieven zal ik een afschrift van de antwoorden op de onderhavige kamervragen toezenden.

Partijen konden al veel eerder knelpunten in de reikwijdte van de WTG aangeven. Ter illustratie daarvan verwijs ik mijn brief van 4 maart 1999 aan het COTG (thans CTG), die als bijlage was gevoegd bij antwoorden op kamervragen die op die datum aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn gezonden, en waarin al is aangegeven dat de mogelijkheid tot uitzonderingen bestaat. Die uitzonderingen van de reikwijdte van de WTG hoeven zich niet te beperken tot zorg die behoort tot het derde verzekeringscompartiment. Door de verspreiding van de brief onder de representatieve organisaties van zorgaanbieders zijn deze uitgedaagd om dergelijke uitzonderingen naar voren te brengen. Die handschoen is opgepakt in het kader van de meerjarenafspraken mondzorg en paramedische zorg. Dat heeft nog niet tot concrete verzoeken geleid.

De Nederlandse Raad van Particuliere Klinieken heeft inmiddels representativiteit aangevraagd voor zelfstandige behandelcentra in de zin van de WTG. Daarover zal ik op korte termijn beslissen.

De overheid hoeft er niet voor te zorgen dat ook alle niet-geïndiceerde zorg op Nederlands grondgebied beschikbaar en toegankelijk is. De vrees dat bedoelde medisch specialisten "vluchten" naar het buitenland deel ik niet.

8.

Deelt u de mening dat de hier bedoelde gespecialiseerde behandelingen niet verricht zouden moeten worden in reguliere instellingen van gezondheidszorg, omdat het niet gaat om zieke mensen en dat het de algemene wachtlijstproblematiek zou verergeren ?

8.

Reguliere capaciteit kan alleen worden ingezet als dit in de eerste plaats de wachtlijstproblematiek niet verergert, waaronder medebegrepen de inzet van schaars personeel, en in de tweede plaats tot een betere benutting van de bestaande capaciteit leidt.

9.

Op welke wijze dienen complicaties, die ontstaan als gevolg van een behandeling uitgevoerd via het derde compartiment, gefinancierd te worden ?

9.

Tweede compartimentszorg komt ten laste van de verzekering ongeacht de oorzaak. Blijft overigens de mogelijkheid van verhaal door de zieketekostenverzekeraar, voorzover de eerste behandelaar voor het ontstaan van de complicaties aansprakelijk kan worden gesteld.

Vergelijk de situatie waarin iemand door toedoen van een ander, bijvoorbeeld in het verkeer of bij sport, een zodanig letsel oploopt dat tweede compartimentsbehandeling noodzakelijk is. Ook in die situatie komen de kosten ten laste van de verzekering.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord Borst op vragen cosmetische en refractiechirurgie '




Lees ook